"Opnieuw een kind gered"
Dagwaken bij abortusklinieken

Inleiding

Dit boekje hebben we samengesteld omdat we onder de indruk zijn van de ervaringen bij de abortusklinieken.
Elke eerste dag van de maand staan we twee uur bij abortusklinieken in Nederland. We proberen dan in gesprek te komen met vrouwen die naar binnen gaan voor een abortus. We ervaren dat velen niet zeker zijn van hun besluit en zouden wel willen dat we hen eerder hadden ontmoet. We zien ook vrouwen na hun abortus uit de kliniek komen. We zien de pijn en verdriet op hun gezicht.
Wij bieden onze hulp aan en vertellen van de liefde van Jezus. We bidden voor de vrouwen die op dat moment in een zeer moeilijke fase van hun leven zijn. Soms bidden we samen met de moeder en ook wel met de vader van het kindje dat in levensgevaar verkeert.
Een enkele keer wordt een kindje gered. De moeder is dan net als wij als een kind zo blij!
Wij hopen dat ieder na het lezen van deze verslagen zich ook gaat inzetten voor de moeders die problemen hebben met hun zwangerschap. Zij zijn vaak dichter bij ons in de buurt dan we denken.

W. Dorenbos-de Lange

 

Confrontatie en beslissing

Vaak hoor je zeggen: "Haalt het nou wel wat uit, zo'n dagwake? Is het niet erg confronterend voor de vrouwen die naar de kliniek komen? Ze hebben hun beslissing toch al genomen."

Eerst iets over die beslissing. Wij hebben tijdens de waken nu een aantal malen meegemaakt dat vrouwen de abortus toch niet door lieten gaan. Ook ontmoetten we vrouwen die spijt hadden van hun abortus. Ze waren bij hun komst naar de kliniek misschien toch nog niet zo zeker van hun zaak.
- Een jonge vrouw vroeg: "Wanneer begint het leven?" We lazen toen samen het foldertje "Het Leven" en na afloop zei ze: "U bent de juiste persoon op de juiste plaats die ik nu ontmoet."
- Een andere jonge moeder wist niet dat met drie weken het hartje van de baby al klopt. Ze begon te twijfelen, ging wel de kliniek in, maar al heel snel kwam ze weer naar buiten en vertelde dat ze om bedenktijd had gevraagd. Ze nam de folder "Na een abortus, hoe moet ik nu verder" aan en beloofde deze folder te lezen.
- Een jong meisje van 19 jaar kwam, zichtbaar geëmotioneerd, naar de kliniek, ze sprak ons zelf aan. Drie weken geleden had ze in deze kliniek een abortus gehad en nu kwam ze haar beklag doen omdat ze vond dat vooral de nazorg niet goed was geweest. Ik had een lang gesprek met haar. Hoewel ze het niet letterlijk zei, kon ik merken dat ze spijt had van de abortus. Ze zei onder andere: "Als in de kliniek duidelijk uitgelegd zou worden wat een abortus werkelijk inhoudt, dan zou 50% van de vrouwen geen abortus laten doen."

Uit deze voorbeelden blijkt al dat vrouwen niet voldoende geïnformeerd zijn als ze naar de kliniek komen. Abortus ligt kennelijk zo voor de hand als dè oplossing voor de ongewenste zwangerschap, dat er met de vrouw nauwelijks over haar kindje wordt gepraat of over bijvoorbeeld een post-abortussyndroom. En als de verantwoordelijke persoon in de kliniek ervan uitgaat dat er toch al besloten is voor abortus en ook niet praat over het kindje en over het moederschap, dan is de vrouw zeer gebrekkig voorgelicht. Kun je haar beslissing dan wel verantwoord noemen?

Dan iets over de confrontatie. De gang naar een abortuskliniek is voor een vrouw nooit eenvoudig of makkelijk. Ze doet dat natuurlijk niet zomaar. Dat is ook te zien, geen enkele vrouw gaat blij en opgewekt naar binnen. Maar is het juist niet goed (zie de voorbeelden) dat er mensen zijn die met een vrouw in nood willen praten, die willen waarschuwen en helpen, al is het dan op het laatste moment, om het leven van haar kindje te redden. Er is hier sprake van een noodtoestand. We kunnen deze confrontatie niet uit de weg gaan.

Vanuit het bovenstaande zijn we gemotiveerd om door te gaan met de dagwaken. En onze motivatie is natuurlijk in de eerste plaats gelegen in het feit dat God de Schepper is van het leven en dat Hij van de ongeboren kinderen èn de moeders (en vaders) houdt. Hij vraagt ons op te komen voor het zwakke in onze samenleving en het te beschermen. Spreuken 24:10-12 spreekt hierover duidelijke taal. Vers 11: "Red hen die ten dode gegrepen zijn, wend u niet af van hen die ter slachting wankelen."

Willy Dorenbos

 

Een kind gered

De avond voor 1 mei, de dag waarop de wake zou plaatsvinden, had ik nog gebeld met Jaap en Anja Oosterwijk. We spraken af met z'n drieën bij de abortuskliniek te zijn. De volgende morgen was ik iets na tien uur bij de kliniek en in eerste instantie kwamen Jaap en Anja helemaal niet opdagen. Het was kil, ik had een sjaaltje stevig om mijn hoofd geknoopt en verder was ik in een lange regenjas gehuld, met daaronder een lange rok. Waarom deze uitleg over onbelangrijke uiterlijkheden? Ik wil laten zien dat de Heer al voorbereidend werk doet om ons toegankelijk te maken voor wie wij benaderen. Ik liep heen en weer en bad tot de Heer. Ik riep Hem aan en vertelde Hem hoe moeilijk ik het vond om daar alleen te zijn. Ook vroeg ik Hem dit afschuwelijke bolwerk van de boze te vernietigen en ik vroeg om vergeving voor ons land en volk.
Inmiddels viel me een auto aan de andere kant van de weg op, waarin een man en een vrouw zaten. Kwamen ze voor de tandarts die twee huizen van de kliniek vandaan een praktijk heeft, of zouden ze voor een abortus komen? Mijn hart kreunde, en nogmaals zei ik dat ik het alleen niet kon. Vijf voor half elf stapten ze uit en liepen langzaam in mijn richting, pal voor de kliniek. Voorzichtig vroeg ik of ze een folder van me wilden aannemen. Zonder iets te zeggen pakte de vrouw deze aan. Toen vroeg ik aan de man of ze voor een abortus kwamen. "Ja", zei hij, "We hebben drie kinderen, de oudste is dertien en na de derde hebben we gezegd dat er geen kinderen meer zouden komen. Alle babyspullen zijn al het huis uit. En het was ook heus niet zo makkelijk, kinderen krijgen."

Ik vroeg hen hoe oud de jongste was en hoorde tot mijn verbazing dat hij pas twee was. Ik zei: "Maar meneer, dit is toch geen oplossing, ze kan nog wel zes kinderen krijgen." "Nou, ze is al veertig hoor", sprak hij met een onvervalst Achterhoeks accent.
Ik weet niet meer precies hoe toen het gesprek gegaan is, maar het kwam er op neer dat ik hem er op wees dat zijn relatie met zijn vrouw schade zou gaan lijden door de abortus. Dat begreep hij al te goed, daar had hij al de voorsmaak van ervaren. Langzaam liep er een traan uit het oog van de vrouw. Ze keek alleen naar hem, hij sprak.
Ik vervolgde: "Lieve mensen, begrijpen jullie dan niet dat wij mensen niet over dood en leven mogen beschikken, dit is toch een terrein waar alleen God over gaat?" Daar was hij het eigenlijk mee eens. Toen vroeg ik of ze het goed vonden dat ik met ze bad. Ze stemden toe en met open ogen heb ik toen tot onze Vader gebeden. Ik moet toegeven dat ik niet vaak de naam van de Here Jezus heb genoemd. Maar ik vroeg of Hij ze wilde zegenen en of Hij zelf hen wilde overtuigen wat ze moesten doen. Onderhand keek ik naar hem en zag dat hij wit werd en kippevel kreeg, en bij haar stroomden nu de tranen over haar wangen. Ze keek me voor de eerste keer aan en zocht mijn schouder. Ik nam haar toen maar stevig in mijn armen en heb haar getroost als een dochter.
Toen kwam het verlossende woord van hem: "Dan doen we het maar niet." Wat een opluchting en een blijdschap! Ik vroeg hoe ze heetten, zodat ik voor hen kon bidden en ik zei dat ik wel zeker wist dat dit kind hen tot een grote zegen zou zijn. Hij heet Ali en zij heet Yadigar. Hij zei dat hij zou afbellen. Ze liepen naar de overkant en tot mijn verbazing zag ik hem even later met een mobiele telefoon lachend praten, kennelijk met de mensen achter mijn rug in de abortuskliniek. Vervolgens startte hij de auto en wuivend reden ze weg.

Alle lof aan onze God die de overwinning heeft behaald. Want wij zelf zijn onmachtig. Deze mensen zijn afkomstig uit een andere cultuur en hebben een andere godsdienst, maar zijn al zo door onze moderne westerse cultuur beïnvloed, dat zij tot deze stap wilden overgaan. Wat draagt ons land hierdoor een grote collectieve schuld. Laten we niet ophouden de Here om vergeving te vragen en om een terugkeer naar bijbelse waarden.

Op dat moment kwamen Jaap en Anja de hoek om en konden het hele verhaal heet van de naald horen. We hebben de Here gedankt en gevraagd dit geredde leven te bewaken en te beschermen. We vroegen of de ouders onze lieve Here Jezus mochten leren kennen.

Na twee jaar heeft mijn wake geresulteerd in een gered kind. De joden zeggen: "Wie een kind redt, redt de gehele wereld." Laten we ons daar maar aan vastklampen en door gaan, ook al is het niet de gemakkelijkste opdracht die je je zou wensen. God doet wonderen, dat is Zijn karakter, omdat Hij van mensen houdt. Willen jullie voor dit lieve stel bidden?

Gerda Schotanus

 

Dagwake in Amsterdam

Het is 1 april, een zonnige dag, maar de vrouwen die de kliniek binnengaan kijken niet blij. Het valt mij op dat veel vrouwen zeggen voor "preventie" te komen en verontwaardigd zijn als je ze aanspreekt over abortus.
We komen in gesprek met een vrouw die vertelt 7 weken zwanger te zijn. Ze zegt dat het geslacht van haar baby nog niet is bepaald en dat ze het daarom dus niet moeilijk vindt om abortus te plegen. Zij realiseert zich niet dat het geslacht van het kindje in haar buik al is bepaald bij de conceptie. Op een echo wordt dit echter pas zichtbaar in een later stadium.
De familie Dorenbos komt ons versterken. Vrij snel daarna zien we een man en een vrouw uit hun auto stappen. Ze moeten bij de kliniek zijn. Als we hen aanspreken, worden ze boos en nemen geen folders aan. We bidden voor deze mensen. Wat later komen ze terug en vragen alsnog om folders. Dat is wat gebed kan doen.

Een meisje komt aanlopen. Ze wil graag praten. Ze is 19 jaar. Drie weken geleden heeft ze een abortus laten doen. Ze komt nu terug omdat ze klachten heeft over de behandeling die niet pijnloos was, wat echter wel beloofd was. Ze is ook slecht te spreken over de nazorg direct na de ingreep.
Als we met haar praten, zijn al haar argumenten uiteindelijk samen te vatten tot één kreet: "Had ik het maar nooit gedaan!"

Haar vriend wilde de abortus niet, maar hun verhouding was niet zo goed meer. Ze vond dat haar kind een moeder èn een vader moest hebben. Ze dacht dat ze haar kind niet alleen kon opvoeden. Toen ze drie weken geleden in de kliniek was, waren er veel vrouwen die voor de tweede keer voor een abortus kwamen. Ze zaten te lachen en grapjes te maken en zeiden dat het allemaal niets voorstelde. Zij vond de abortus echter heel erg moeilijk, zij was dus nog niet zo slecht. Ze had het voor haar kind gedaan!

Dan zegt ze opeens: "Als er in de kliniek van te voren maar een goed en duidelijk gesprek met de vrouwen zou worden gevoerd, dan zou 50% van de vrouwen zo weer naar huis gaan zonder de abortus te laten doen."
Ze is katholiek en ging tot voor kort nog elke zondag naar de kerk. We zeggen dat ze het waarschijnlijk best nog wel moeilijk zal krijgen en dat ze moet bidden en dat de Here Jezus altijd naar haar wil luisteren en haar wil vergeven. We beloven ook voor haar te bidden. We geven haar de folder: "Na een abortus, hoe moet ik nu verder". Ze vouwt hem op en stopt hem in haar zak. Ze belooft hem te zullen lezen. Dan gaat ze de kliniek binnen.

Elsa van Straten en Willy Dorenbos

 

Leeg van binnen

Het is ongeveer half elf als ze naar buiten komt. De deur van Medisch Centrum Biltstraat in Utrecht valt geruisloos achter haar in het slot. Met een afwezige uitdrukking in haar ogen blijft ze een moment op de stoep staan. Ze ziet ons. Wij zien haar. Er is nog geen enkel woord gesproken, maar we weten het zeker: deze moeder heeft zojuist haar ongeboren baby verloren. En ze huilt van binnen.

Ontredderd steekt ze de drukke straat over. Met pijn in ons hart zien we haar gaan. Maar dan lijkt het alsof ze zomaar, zonder te kijken, opnieuw wil oversteken. Met een verdwaasde blik staat ze stil op de stoeprand, haar gezicht naar ons toe. Seconden lang staat ze daar zo. Wilmy, een van de wakers, spelt vlug het 'Stop abortus'-pamflet van haar jas en rent de Biltstraat over. Want deze vrouw heeft duidelijk hulp nodig. Hoe kun je die in vredesnaam in zo'n verwarde toestand de straat opsturen?! In onze kleine kring van wakers smeken we voor Wilmy de bijstand van de Heilige Geest af. Voor deze moeder bidden we om vergeving, om troost, dat ze haar Verlosser mag leren kennen.
De vrouw ziet Wilmy komen en vlucht weg. Haar schouders schokken zichtbaar van het huilen. Wanhoop spreekt uit haar houding als ze even later tegen een muur leunt. Wilmy slaat een arm om haar heen.

"Ik heb tegen haar gezegd dat ze zich nu waarschijnlijk heel leeg van binnen voelde. Ze knikte en vertelde dat ze al vier kinderen had. Dat een vijfde gewoon niet meer kon. Ze was zo intens verdrietig. Ik heb gezegd dat er vergeving bij God is, dat ik geloof dat haar baby bij de Heer is. En ik heb gevraagd of ze helemaal alleen is hier, dat ze in deze toestand absoluut niet alleen naar huis kan en dat ik haar wel wilde brengen. Maar ze vertelde dat haar man ergens op de parkeerplaats moest zijn" brengt Wilmy later verslag uit. Dan zien we de vrouwen onze kant opkomen. Ze lopen richting de parkeerplaats, achter de abortuskliniek. Daar komt de vader al aan.

Wilmy loopt op ons toe, maar bedenkt zich dan. Ze rent snel de parkeerplaats op, naar de auto met het echtpaar. Ze wil de vrouw nog laten weten dat ze altijd kan bellen voor hulp en geeft haar een foldertje. De man scheldt Wilmy van het terrein af. De vrouw zegt niets, maar haakt haar blik vast in Wilmy's ogen. Dan begint de auto te rijden. Weg zijn ze.

Die morgen is het druk bij de abortuskliniek. In een uur tijd gaan er minstens vijf ongeboren kinderen in de buik van hun moeder naar binnen. We brengen ze allemaal in gebed bij de Here, hun Schepper. Dat was die donderdagmorgen onze taak. Niet meer, niet minder.

Ineke van Arnhem

 

Drie kinderen gered!

De eerste dames die vanmorgen de Amsterdamse abortuskliniek binnengaan, reageren verstoord als je ze aanspreekt. Snel en gehaast doen ze deur achter zich dicht, sommigen met een angstige blik. Dan komt er een moslim-vrouw aan. Ze komt oorspronkelijk uit Marokko, is getrouwd en heeft drie kinderen. Ze gelooft en weet dat abortus zonde is. Haar man heeft haar gestuurd. Hij is verslaafd en leeft gescheiden van haar. We mogen met haar praten en bidden en haar vertellen over Jezus Christus. Dan gebeurt het grote wonder. Ze ziet van abortus af! Haar gezicht spreekt boekdelen. Door dit besluit is een zware last van haar schouders gevallen. Wij willen haar daadwerkelijk helpen en geven ons telefoonnummer. Dat wordt dankbaar aanvaard. Ze koopt een bos bloemen als teken van LEVEN en gaat blij met het "nieuwe leven" naar huis.

In de wachtkamer zit een jonge vrouw. Als we aankloppen en haar een folder geven, begint ze te huilen. Ze kent de Here Jezus. Wij vragen of we met haar mogen bidden. Ze gaat haar jas pakken. Op dat moment komt een medewerkster van de kliniek binnen, een robuuste vrouw, en pakt haar bij de arm. Ze verdwijnen samen door een deur. Even later komt de jonge vrouw met haar jas naar buiten en dan bidden wij met haar. Ze is 2 1/2 maand in verwachting van een tweeling. Haar vriend wil geen abortus, maar is gebonden en kan niet met haar trouwen. Ze ziet geen uitweg. Maar de Heer heeft een ander plan. Prijs de Heer! Halleluja! Ze doet geen abortus! Ze belooft bloemen te kopen en gaat opgelucht en blij naar huis.

Deze vrouw heet Monica en ook haar willen we daadwerkelijk steunen. Vanmorgen heeft Rinia haar gebeld en ze komt over twee weken naar onze gemeente. Wij voelen ons de geestelijke moeders.
De moslim-vrouw heet Fatima.
In stille verwondering, de drie levens tegemoet ziende, mogen we doorgaan in Gods kracht en met Zijn genade.

Elsa van Straten

 

Raad eens... een tweeling!

Het beloofde een mooie dag te worden. Het zonnetje scheen vrolijk. Het was niet zo bitter koud als de afgelopen maanden. We pakten de auto in: spandoek mee, borden mee, doosje met folders; onderweg zou ik alles wel uitzoeken. Tegen de tijd dat we bij de kliniek arriveerden, bemerkte ik dat ik niet alles bij mij had. Twee duidelijke borden, die we altijd meenamen, was ik vergeten in te laden. Eén bord met een foto van een baby erop had ik wel. Wat een misser zeg! Hoe moest dat nu? Zou iemand nog wel kunnen opmerken dat we tegen abortus waren? Het spandoek had alleen de tekst: "Komt, laten wij wederkeren tot de HEERE." En het bord met de baby-foto had hele kleine lettertjes.
De twijfel bekroop me weer. "Had ik beter na moeten denken, was ik nonchalant geweest, stond ik wel open voor Gods stem, had ik te weinig aan Hem gedacht deze morgen?"

We installeerden ons naast de deurpost van de kliniek en probeerden het spandoek vast te klemmen aan één kant van het portiek. Andere keren lukte dat, dan kon ik folders uitdelen en mijn zus hield dan het spandoek strak. Maar wat we ook bedachten, het spandoek klemde niet! We waren verplicht er allebei mee te staan. Nu kon ik ook geen folders uitdelen.

Het was stil in de straat, heel stil... Een grote vrachtwagen parkeerde voor onze neus en bleef daar een aanzienlijk tijdje staan. Ik keek naar mijn zus en zei uit de grond van mijn hart: "Ik voel me zo mislukt!" "Wat een mislukte morgen!", kon ik nog net inslikken.

Een poosje later kwam er een meisje de kliniek uit. Ze had een vrolijke lach en sprak ons aan: "Ik vind dat jullie moeten weten dat jullie me geholpen hebben een beslissing te nemen. Jullie hebben me aan het denken gezet. Ja, als je zo binnen zit te wachten, ga je toch nadenken." Ze had gebeden of God haar wilde laten zien wat ze moest doen. Er werd een echo bij haar gemaakt. "En raad eens... een tweeling!"
"Een reden des te meer om de zwangerschap af te breken, vond men in de kliniek." Maar ineens wist ze het. Dit wilde God van haar; dit was Zijn antwoord! Ze zou geen abortus doen, want dit was voor haar juist een reden om de baby's te houden! Ze vertelde me dat het een jeugddroom van haar was, ooit een tweeling te krijgen.

Ze begon vrolijk te lachen. "Ma!", riep ze haar moeder toe, "Je wordt oma van een tweeling!"
De ontspanning, de vrolijkheid over haar beslissing waren ontroerend. Het leek wel iemand die bevrijd was.
"Weet je wat", zei ik, "Ik geef je een cadeautje, omdat ik zo blij ben dat je de baby's houdt." Ik dacht dat het misschien leuk zou zijn haar een kaartje te geven met een speldje van twee verzilverde voetjes erop. Ik herinnerde me dat ik die in de doos met folders had zien liggen (heel "per ongeluk" daar beland). Toen mijn zus het ging halen uit de auto, moest ze even het spandoek neerleggen, maar dat wilde het meisje niet. Ze drong er op aan dat zij het vast mocht houden. En daar stonden we dan samen. "Dat ik dat nou mag doen, hè", zei ze en ineens riep ze luid door de straat: "PRAISE THE LORD!" Ze vond de voetjes prachtig. Ontroerd namen we afscheid van haar.

Wat een morgen! Het mislukte gevoel was weggesmolten als sneeuw voor de zon. God overtuigde mij dat er geen "mislukte wakers" zijn en dat Zijn kracht in zwakheid wordt volbracht. Wat een zegen als je dat op deze manier mag leren, maar het geldt voor ons allemaal. Laat dat voor elke waker een bemoediging zijn.

De moeder die het meisje vergezelde, zal, als alles goed gaat, oma van een tweeling worden. Een andere moeder echter, die we daarna spraken, vertrouwde ons toe: "Het is moeilijk hoor, want weet je, dit babytje zou mijn eerste kleinkind zijn geweest." Zij mocht geen oma worden. Haar dochter liet zich niet overreden.

Hanny Vermeulen

 

De allereerste keer

Daar ging ik dan. Voor de allereerste keer op weg naar een wake bij een abortuskliniek in Groningen. "Durf ik dit wel en kan ik dit?", vroeg ik mezelf voor de zoveelste keer af. Maar ik wist ook dat ik niet alleen ging en dat de Heer er bij was. Daar mogen we zeker van zijn.

Ik had gelijk al een paar gesprekken. Eerst met een jonge man die de kliniek steeds in en uit liep. Hij was, denk ik, van Turkse afkomst en vertelde dat hij moslim was, dat abortus bij hen als zonde wordt gezien. Verder sprak hij zich eigenlijk niet uit. Ik heb hem de folder "Het Leven" meegegeven. Later zag ik hem met een Nederlandse vrouw naar buiten komen en toen dacht ik: "Had ik hem ook maar de folder van na een abortus gegeven."

Vrij snel daarna zag ik een wat oudere vrouw en een jonge vrouw van ongeveer 30 jaar aankomen. Zouden ze moeder en dochter zijn? Voorzichtig richtte ik me tot de jonge vrouw met een vraag. Meteen greep de oudere vrouw in. Ze klonk boos en kortaf: "Niets mee te maken. Doorlopen." De 'dochter', die er naar mijn inzien triest en aarzelend uitzag, kreeg de kans niet om zelf te reageren op mijn vraag. Dat greep me behoorlijk aan. Het leek er veel op dat iemand voor een ander een zeer ingrijpende beslissing ging nemen.

Ook zagen we een groepje Surinaamse mensen naar binnen gaan. Een man van midden veertig en een aantal jonge mensen, van wie er één een kleintje op de arm had. Na een tijdje kwam de man naar buiten en bleef op de stoep staan. Ik ben naar hem toegegaan en vroeg of hij wist dat hier abortus werd gedaan en of hij er ook om die reden was.
Hij vertelde dat zijn dochter van 17 jaar zwanger was en dat hij met een gigantisch probleem zat. Dit meisje had vorig jaar, toen ze 16 jaar was, een kindje gekregen. Er is geen vader en ze woonden bij hem thuis. Ze was wat zwak begaafd en zelf niet in staat om voor kinderen te zorgen. Ze was eigenlijk net weer op school begonnen. Nu was ze opnieuw zwanger en er was weer geen vader. Hij wist niet wat hij moest.

Ik vertelde hem dat onze dochter ook ongewenst zwanger was geweest, maar dat we nu een heerlijk kleinkind hebben en daar van genieten. Ik heb hem gezegd dat ik het geweldig vond dat het eerste kindje van zijn dochter wel mocht komen in die moeilijke situatie en dat hij met dit nieuwe kind ook heel blij zou zijn. Hij vertelde dat hij katholiek was. Ik heb hem aangeraden te bellen naar Schreeuw om Leven en ook verteld dat er tehuizen zijn voor jonge moeders waar ze hun baby kunnen krijgen. Ook vertelde ik dat er adoptie-ouders zijn die graag een kindje willen en dat het beter is om leven te geven dan om het te nemen, dat we daar het recht niet toe hebben. Ik heb hem verschillende folders meegegeven en hem sterkte toegewenst.

Op de een of andere manier had ik me van te voren niet gerealiseerd dat ik tijdens de eerste wake al zo direct en intens met het probleem van abortus in aanraking zou komen. Zo'n ervaring laat je niet meer los. Thuis heb ik de mensen die ik die morgen mocht ontmoeten in gebed bij de Here God gebracht en gevraagd of Hij hen wil leiden.

Anneke Mollema

 

Een moment van twijfel

Vandaag heb ik (ik ben 17 jaar) voor het eerst in mijn leven een abortuskliniek in het echt gezien. Vol verwachting liep ik naast mijn moeder door de straten van Groningen. In de verte werd een imposant gebouw zichtbaar en ik dacht: "Dat moet het zijn." Maar nee, ik had het mis. Een tijdje later zei m'n moeder: "Hier is het." Vol verbazing keek ik naar het kleine onopvallende plaatsje waar de abortuskliniek stond. Het zag er totaal anders uit dan ik had verwacht.
Daar stonden we dan. Het was rustig in de straat. Behalve een paar verhuizers, was er verder niemand te zien. Teleurgesteld dacht ik: "Dit wordt niets vandaag."
Maar even later zagen we een echtpaar op ons af komen lopen. Mijn moeder sprak hen aan. Al snel bleek dat het Duitsers waren. Vragend keek mijn moeder me aan. Een beetje zenuwachtig begon ik in het Duits met hen te praten. Ik vertelde dat we voor het leven waren. Even zag ik een moment van twijfel in de ogen van de vrouw. Maar daarna draaide ze zich resoluut om, in de richting van de deur waar je het beste zo ver mogelijk van vandaan kunt blijven. Tot mijn grote schrik zag ik deze deur achter hen dicht vallen. Daar stond ik, perplex, ik dacht dat het gewoon voorbijgangers waren! Ze bleken dus naar de abortuskliniek te gaan. Vol spijt realiseerde ik me dat ik veel meer had kunnen zeggen. Ik draaide me om naar mijn moeder en in haar ogen weerspiegelde zich een droevige blik. Ze gaf me de beste raad die er is. Ze zei: "Laten we voor haar bidden."

Even later kwam een wat oudere man op ons afgelopen. Tot mijn verrassing haalde hij de bekende envelop van Schreeuw om Leven te voorschijn. Nu stonden we dus niet meer met z'n tweetjes; dat gaf een versterkend gevoel.
Niet lang daarna ging de deur van de kliniek open. Een man kwam naar buiten, leunde tegen het hek en staarde wat in de verte. Mijn moeder stootte me aan: "Ga maar naar hem toe en maak een praatje met." Ik wilde echter eerst nog wat aan alles wennen, daarom liet ik dit gesprek liever aan mijn moeder over.

Een behoorlijke tijd later kwam ze weer bij ons terug. De man bleek uit Marokko te komen en christen te zijn. Hij stond buiten te wachten op zijn vriendin die hun ongeboren kindje liet weghalen. De man was het er niet mee eens geweest en stond daar met pijn in z'n verwonde hart. Maar wat kon hij meer doen dan tegen haar praten? De baby was niet in zijn buik aan het groeien...
Mijn moeder vertelde dat de man het heel fijn had gevonden om met haar te kunnen spreken. Dat vind ik een duidelijk bewijs van het goede werk dat je voor een abortuskliniek kunt verrichten. Ik hoop daarom dat er meer mensen besluiten om van hun standpunt te getuigen, maar dan niet alleen thuis. Durf de confrontatie aan en ga voor de kliniek staan. Want welke mensen zullen u harder nodig hebben dan de mensen die op het punt staan hun kindje weg te laten halen? Overtuig hen, met Gods hulp, dat ze verkeerd bezig zijn en dat er altijd een weg is die uitkomst biedt.

Cornelia Sikkema

 

Tussen tien en twaalf geen abortus

Een paar weken geleden ging bij mij thuis de telefoon. Nee, maar! Ik had de directrice van het Bertie van Gelder centrum, de abortuskliniek in Goes, aan de lijn. Op de meldingslijst, die ze van de gemeente had ontvangen, stond dat wij op 1 juni voor de kliniek zouden waken. Of dat wel correct was, het was dan immers tweede Pinksterdag. Ik beloofde het na te kijken en stuurde haar de volgende dag een briefje met daarop de juiste datum: 2 juni. Ja, gelukkig houdt deze kliniek zijn deuren gesloten tijdens onze waken, "zodat de vrouwen die hier komen er niet mee worden geconfronteerd". Wat een zegen, al twee jaar lang! Ik heb dus al die tijd nog nooit een cliënt naar binnen zien gaan. Ik moet zeggen dat ik dat persoonlijk wel een geruststellend idee vind. En eigenlijk wel bijzonder dat men hier de eerste (of tweede) dag van de maand van 10.00 tot 12.00 uur niet voor moord terecht kan. Konden we er maar vaker staan!

Op 2 juni ben ik precies om 10.00 uur bij de kliniek. Elizabeth en Rien zouden wat later komen. Een bord "STOP ABORTUS NU" en een poster met daarop een kleurenfoto van een ongeboren kindje, zet ik zo dat iedereen die voorbij komt het duidelijk kan zien. De reacties daarop zijn soms negatief, maar ook wel positief, zoals een vriendelijke groet, een knik met het hoofd, een bemoedigend woord of de mededeling "Wij zijn lid van de VBOK hoor!".

Na drie kwartier gebeurt er iets ongebruikelijks. Pal tegenover mij wordt een dure grijze auto, met een Belgisch kenteken, geparkeerd. Twee vrouwen stappen uit en lopen doelbewust op de abortuskliniek af. Ze bellen aan. Wat moet ik doen? Wat moet ik zeggen? "Mevrouw, weet u dat dit een abortuskliniek is?" "Ja", antwoordt ze, neemt de folders die ik haar aanbied aan en loopt snel door naar binnen.

Daar sta ik dan: perplex, geschrokken en... alleen. Nee, niet alleen! Ik weet, ik kan naar Jezus toe. Hij kan redden. Hij kan helpen! En ik bid smekend voor deze vrouwen, voor het kind. Bij de gedachte wat daar straks achter die deur zal gaan gebeuren, lopen de rillingen over mijn lijf. Waarom? Waarom, juist nu, vandaag?
Niet lang daarna komt een van de vrouwen weer naar buiten en ik vraag haar of het haar dochter is die daar binnen is. Ze knikt: "Ja." Ik vervolg: "Beseft u wel dat het uw kleinkind is dat daarbinnen wordt weggehaald?" "Ja, ik vind het ook niet leuk", antwoordt ze, "Maar ja, de omstandigheden, hè." Ik volg haar naar haar auto. "Alstublieft, kunt u het niet stoppen?", vraag ik haar smekend. Ze schudt haar hoofd en neemt de folder "Na een abortus, hoe moet ik nu verder?" gewillig aan. Er is nog maar een ding dat ik tegen haar kan zeggen: "Ik zal voor u bidden." "Dat is goed", antwoordt ze en slaat het portier van haar auto dicht.
Even later komt er nog een moeder met haar dochter die ook de kliniek binnengaan. Ook zij willen niet praten, wel nemen ze een folder aan.
Ik voel me machteloos, verslagen en verdrietig. En op dat moment zie ik Corrie aankomen, even later Rien en ook Elizabeth. Wat heerlijk dat God hen wilde sturen, zodat ik dit verdriet niet alleen hoef te dragen.

We hebben gebeden met elkaar, lang en krachtig. Het is zoals Rien zei, dat we op deze manier een stukje mogen mee lijden met deze vrouwen. Ja, zo voel ik het ook.
De volgende dag komt er een kaart van Elizabeth met de tekst: "Houd goede moed want Ik (Jezus) heb de wereld overwonnen." Daarom mogen we danken en zeggen dat wij in Jezus meer dan overwinnaars zijn!

Carla Douw

 

"Ik doe geen abortus"

Opvallend druk was het die morgen bij de abortuskliniek in Amsterdam. Rinia en Elsa waren in gesprek met een paar meisjes, een jonge vader stond met een kindje op zijn arm te wachten (zijn vrouw was binnen in de wachtkamer). Twee meisjes zaten op de stoep voor de kliniek. Toen ik naar binnen keek, zag ik dat de wachtkamer helemaal vol zat. Er waren veel allochtone vrouwen. Elsa vertelde dat ze de wachtkamer was binnengegaan om folders uit te delen. En inderdaad zag ik de vrouwen onze folders lezen.

Rinia en Elsa hadden al een aantal gesprekken gevoerd. Ik liep naar de twee jonge meisjes die op de stoep zaten en vroeg of ze al een folder hadden. "Ja", zei het ene meisje dat er wat wit en nog erg jong uitzag. "En we hebben ook al met die mevrouw gesproken". Ze wees naar Rinia. Ik kon Rinia niets vragen, want ze was in gesprek met een echtpaar. Toen vervolgde ik voorzichtig: "Komen jullie voor een abortus?" "Ja, ik kom voor een abortus", zei hetzelfde meisje. Het andere meisje was ter ondersteuning met haar vriendin meegegaan.
Ik vroeg of ze er zeker van was dat ze de goede beslissing had genomen en of haar ouders het wisten. Nee, haar ouders wisten van niets, zij zouden immers verschrikkelijk kwaad worden. Ze had het ook niet aan haar zuster verteld. Ze was moslim. Met haar vriend, eveneens moslim, had ze een goede relatie. Maar het was een grote schande voor de familie om in verwachting te zijn, terwijl ze nog niet getrouwd waren.

Ik zei dat ze er later spijt van zou krijgen. Dat beaamde ze: "Ik zal er altijd aan blijven denken." "En als er iemand met je mee gaat naar je ouders om alles uit te leggen", vroeg ik. Ze antwoordde dat dat niet zou helpen. Ze vertelde ook nog dat het deze week haar laatste kans zou zijn, anders zou het te laat zijn om in deze kliniek een abortus te kunnen hebben.
"Weet je", zei ik, "Als je straks binnen bent, gaan ze waarschijnlijk een echo maken. Je moet vragen of je die echo mag zien, dan zul je je eigen kindje zien en dan wil je vast geen abortus meer. Het is jouw kindje, jij bent de moeder en je vriend is de vader, het is van jullie samen." "Ik zal kijken", zei ze. Ze was 18 jaar, maar zag er jonger uit. Ze heette Samira. Het was een aardig meisje en ze leek me wel verstandig.
Plotseling stond ze op. Ze ging met haar vriendin naar binnen, ze was aan de beurt. Ik riep de anderen en zei dat we voor Samira moesten bidden. Met z'n vieren (Mirjam was ondertussen ook gekomen) hebben we toen de Here God gesmeekt of Hij de abortus niet door wilde laten gaan en het kindje van Samira wilde redden.

Een poosje later kwamen Samira en haar vriendin weer naar buiten. "Ik doe geen abortus", riep ze. We vroegen of ze de echo had gezien. Dat had ze inderdaad. En op onze vraag wat dat voor haar betekende, zei ze heel kordaat: "Genoeg." Ik vroeg wat ze nu ging doen. Ze antwoordde: "Met mijn vriend praten."
We omhelsden haar alle vier en feliciteerden haar. Daarna dankten we God en vroegen we om Zijn bescherming voor Samira. Wilt u ook voor Samira bidden?

Willy Dorenbos

 

Helemaal uit Frankrijk

Met z'n vijven staan we die morgen bij de kliniek in Leiden. Drie volwassenen en twee kinderen, waarvan er een nog veilig in de baarmoeder zit. Dat wil zeggen, in ons geval. Er komen meer kinderen in de baarmoeder naar de KLINIEK, zoals met grote letters op het raam geschreven staat. Deze kinderen verkeren echter in groot gevaar. Hun ouders komen hier om hen te laten doden.
De vader van één kindje is helemaal uit Frankrijk gekomen met zijn vriendin (de moeder) en zijn schoonmoeder. In Frankrijk wilde men hun baby niet meer doden. Hij was al een paar maanden te oud. Eén maand is daar de grens. Ik vertel hem dat ik het heel erg vind dat hij naar Nederland, mijn vaderland, moet komen om zijn kindje te laten doden. Hij zegt dat er geen andere oplossing is. Hoe kunnen ze een kind opvoeden, als ze allebei geen werk hebben? Ik vraag of z'n schoonmoeder dan niet kan helpen. Maar het is allemaal niet zo eenvoudig. Ik zeg dat ik een vriendin in Frankrijk heb die bij een instelling werkt waar vrouwen die ongewenst zwanger zijn, opgevangen worden. Maar het is nu al te laat, zegt hij.

Ik probeer hem duidelijk te maken dat zijn vriendin het straks heel moeilijk kan krijgen: schuldgevoelens, als ze bijvoorbeeld moeders met kinderwagens ziet. Dit beaamt hij. Wat kan ik anders doen dan deze mensen vertellen van Gods vergevende liefde, dat ze altijd bij Hem terecht kunnen. De man knikt. Hij ziet er ontdaan uit. Dan gaan ze naar binnen. De man komt verschillende malen weer naar buiten. Zijn schoonmoeder probeert te bellen vanuit de telefooncel voor de kliniek. Een van ons helpt haar, want het lukte niet. Ze ziet er slecht uit. Nog voor twaalven komt ook de moeder van het kindje naar buiten. Ze loopt gewoon. Even gaat door ons heen: "Zou ze misschien toch geen abortus hebben laten plegen?" Maar nee, als hun auto ons voorbij rijdt, zien we haar op de achterbank liggen.

Hierna hebben we nog verschillende gesprekken. Als een van ons een gesprek heeft, bidden de anderen. We krijgen de kans om enorm veel folders uit te delen, om te spreken met voorbijgangers. Een vrouw met vier kleine kinderen reageert boos. Zij heeft ook een abortus gehad, het kindje kwam haar niet uit. In nog geen twee uur tijd gaan er minstens vier vrouwen naar binnen. En dit zijn nog maar twee uur van één dag, van één week, van één maand, op één plaats in Nederland... Hoe onbeschrijflijk groot zal de ellende zijn van één jaar abortuspraktijk in Nederland!

Janneke van Vuuren

 

Een dubbele redding

We zijn met z'n vieren bij de kliniek. Zoals altijd, wordt de kliniek druk bezocht. Mirjam, Elsa en Herman zijn in gesprek. Er komt een jonge vrouw aangelopen. Ik spreek haar aan. Op mijn vraag of ze voor een abortus komt, antwoordt ze bevestigend. Ze is drie maanden in verwachting. Ik zeg tegen haar: "Jezus houdt van jou en ook van je kindje. Abortus is tegen de wil van God. Het is zonde." Dat begrijpt ze wel. Het blijkt dat ze vroeger wel naar de kerk ging. Ze twijfelt. Ik vraag of ze wil dat ik met haar bid. Dat vindt ze goed. "Wil je je hart aan de Heer geven?", vraag ik verder. Dan bidden we samen. Zij bidt het zondaarsgebed en onder tranen neemt ze de Heer aan! Ze huilt en huilt.
Ik neem haar mee naar mijn huis en bied haar een kopje koffie aan. Al huilend vertelt ze haar verhaal. Ze is 29 jaar en heeft al een zoontje van zes jaar. Het kindje dat ze verwacht is van een man die getrouwd is met een andere vrouw. In haar wanhoop dacht ze dat abortus de beste oplossing voor haar was.
Ik zegen haar en ook haar kindje in Jezus naam. Ze is opgelucht en blij dat ze de waarheid aan iemand heeft kunnen vertellen. Ik zeg tegen haar dat ik wil helpen als ze babykleertjes en andere spullen nodig heeft. Ik geef haar een plantje als teken van hoop en leven en dan gaat ze naar huis.

Later belt ze me en zegt dat ze zo blij is, dat ze in weken niet zo blij is geweest. Ik houd contact met haar!

Rinia Sweeb

 

Bidden voor dat ene kind

Ze is vijftien jaar. Pal voor de deur van de abortuskliniek in Utrecht steekt ze, samen met haar vriendje, een sigaret op. Binnen mogen ze niet roken, vertelt ze, en het wachten duurt zo lang...

Een eindje verderop staat een onopvallend groepje van zes mensen in een kring te bidden. Sinds kort wordt er op iedere eerste van de maand een soort stille wake gehouden voor de Utrechtse abortuskliniek aan de Biltstraat. Het is een korte wake, 's morgens van tien uur tot half twaalf.

Die morgen, 1 oktober, is het druk. We zijn de wake met gebed en verootmoediging begonnen, buiten op straat. Niet op luide of opzichtige wijze, maar zacht en ingetogen. Al snel zien we het jonge stel uit de deur van de abortuskliniek komen. Iemand van onze groep gaat er op af en knoopt een gesprek aan. In de groep wordt gebeden voor bijzondere bijstand van de Heilige Geest. We vragen God om Zijn genade voor dit meisje en haar vriendje. We smeken om een wonder : "Heer, grijp toch in. U alleen kunt de ongeboren baby van dit meisje nog redden!"

Deze piepjonge moeder is eigenlijk zelf nog een kind. Lange, sluike, blonde haren, een open gezicht met een oprechte blik. Thuis, bij haar ouders, kan ze niet meer terecht. Ze heeft nooit goed met ze overweg gekund. Eigenlijk kan ze op niemand echt terugvallen, behalve op haar 16-jarige vriend. Van baby's heeft ze nooit zoveel gehouden, ze weet ook niet hoe ze ermee moet omgaan. Afstaan voor adoptie? Ze heeft er even over nagedacht, maar het volledig uitdragen van haar zwangerschap lijkt haar vreselijk. En hier in Utrecht kon ze zo terecht. 't Is zo gebeurd, hebben ze gezegd. Jezus? Die kent ze niet echt. Nooit geen behoefte aan gehad. Ze gooit haar peuk op de grond, knikt vriendelijk, en gaat naar binnen.

Wij bidden opnieuw voor dit ongeboren kindje en haar jonge ouders in nood. We zien ze die morgen niet meer terug. Het enige dat we hebben kunnen doen is bidden, plus het meegeven van een telefoonnummer, voor het geval ze hulp willen hebben.

Is een dergelijke wake zinloos? De moeder is immers toch weer naar binnen gegaan?! Allerlei antwoorden zijn mogelijk. We weten immers niet hoe wonderbaar God kan werken! Misschien laat Hij het ons niet zien, als op ons gebed een kind gered wordt van de abortus-dood. We zouden er hoogmoedig van kunnen worden.

We zijn lid van pro life-organisaties, we maken geld over, we stemmen op pro life-parlementariërs verzamelen handtekeningen. Maar het kind dan, dat ene kind, dat op de lijst staat om morgen om 14.10 uur uit elkaar gerukt te worden in de schoot van zijn moeder. Waar is dit kind bij gebaat? Wat kunnen we doen? Maar één ding: bidden! Voor het kind, voor bekering, vergeving en genezing van zijn ouders, voor bekering en vergeving van de aborteur.

Pas als mensen beginnen met bidden voor die éne baby, daar waar het zijn dood tegemoet gaat, worden ze wakker. We slapen! Het dringt pas goed tot je door wat abortus eigenlijk is, als je met eigen ogen moet aanzien hoe in anderhalf uur tijd, wel vier ongeboren kindjes over de drempel van een 'kliniek' worden gedragen, op weg naar een pijnlijke dood. Auto's razen gewoon door, scholieren wachten bij een bushokje, fietsers hebben haast, maar binnen klinkt een stille kreet. De Utrechtse Biltstraat 405 is een groot kerkhof, vol met duizenden onbegraven onschuldigen.

Jezus heeft gezegd: "Ik was in de gevangenis en je hebt Me niet opgezocht. Ik was naakt en je hebt me niet gekleed." (Mattheüs 25: 31-46). Anno 2000 zou Jezus kunnen zeggen: "Ik was een ongeboren kind en je hebt niets gedaan om mij te redden van de dood." Maar wanneer hebben wij U dan in de gevangenis gezien, of naakt, of als ongeboren baby in doodsnood, zullen we dan vertwijfeld vragen. Hebben we niet tegen die wet gestemd? En we zijn toch pro-life verzekerd? Jezus: "Wat je aan een van deze minsten niet hebt gedaan, heb je ook niet aan Mij gedaan. En dezen zullen heengaan naar de eeuwige straf, maar de rechtvaardigen naar het eeuwige leven."

Joyce, Kelly, Maarten en Jan - hun namen zijn geschreven in Gods hand - staan maandag op de lijst. O God, ontferm U over hen en hun moeders.

Ineke van Arnhem