2 Thessalonicenzen






drs. L.P. Dorenbos

























Schreeuw om Leven – Hilversum


Titel: 2 Thessalonicenzen
drs. L.P. Dorenbos
Hilversum – Stichting Schreeuw om Leven

NUR 707

Trefwoorden: bijbel, profetie, israël

© Stichting Schreeuw om Leven – Hilversum 2006
Ruitersweg 35-37, 1211 KT Hilversum
Tel. 035 624-4352, Fax 035 624-9141
E-mail info@schreeuwomleven.nl
Internet www.schreeuwomleven.nl

Bijbelcitaten NBG vertaling 1951

Coördinatie Alex C.F. van Vuuren & Joop B. Buker
Medewerking J.A.G. Delhaas, Ben Prins

Omslag en vormgeving Cees Baanvinger, Zoetermeer
Joop B. Buker, Joel assist, Bloemendaal

In de serie brochures In twee jaar de Bijbel door volgt
drs. L.P. Dorenbos het rooster van Schreeuw om Leven
Bijbellezen.










In twee jaar de Bijbel door



In het kader van het Schreeuw om Leven Bijbelleesplan:
“In twee jaar de Bijbel door”
geeft drs. L.P. Dorenbos dagelijks in een persoonlijke notitie zijn gedachten weer tijdens het lezen van het bijbelgedeelte voor die dag ter bemoediging en als een oproep en een stimulans om te lezen, te herlezen en te doen wat er staat, zonder de pretentie dat het zou gaan om een gedegen bijbelstudie.

Mogen de lezers erdoor gezegend worden.








Inhoudsopgave



Voorwoord




2 Thessalonicenzen

5







2 Thessalonicenzen 1:1-12

22 augustus [2]



1:2

genade zij u en vrede van God, de Vader, en van de Here Jezus Christus.

1:3

omdat uw geloof zeer toeneemt en uw aller liefde jegens elkander sterker wordt,…

1:4

onder al uw vervolgingen en verdrukkingen,…

1:5

een bewijs van het rechtvaardig oordeel Gods, dat gij het Koninkrijk Gods waardig geacht zijt, voor hetwelk gij ook lijdt,…

1:7

verkwikking tezamen met ons, bij de openbaring van de Here Jezus van de hemel met de engelen zijner kracht, in vlammend vuur,

1:8

als Hij straf oefent over hen, die God niet kennen en het evangelie van onze Here Jezus niet gehoorzamen.

1:9

Dezen zullen boeten met een eeuwig verderf, ver van het aangezicht des Heren…

1:10

om op die dag verheerlijkt te worden in zijn heiligen en met verbazing aanschouwd te worden in allen, die tot geloof gekomen zijn; want ons getuigenis heeft geloof gevonden bij u.

1:11

en het werk des geloofs volmake,

1:12

opdat de naam van onzen Here Jezus in u verheerlijkt worde, en gij in Hem, naar de genade van onze God en van de Here Jezus Christus.


Het gaat dus goed in de gemeente. Het geloof is krachtiger geworden en de liefde jegens elkaar ook. Dat is een wonder. Dat is een goede zaak. En het is bekend in heel het gebied en bij alle andere gemeenten. Paulus spreekt er overal over. En dat terwijl de verdrukkingen groot zijn. Zij volharden daarin en zij worden daardoor ook meer naar elkaar getrokken. Zo gaat het in de druk. Dan zoek je elkaar op. Dat is een bewijs van de liefde tot God en God zal dat ook gedenken. Zij krijgen ruim toegang tot het eeuwige Koninkrijk van God. De onderdrukkers zullen het dan weten als God komt om te oordelen. Zij zullen boeten met een eeuwig verderf. Zij zullen ver van het aangezicht des HEREN zijn en daar is het vreselijk. Maar zij, die gehoorzaam zijn geweest aan de stem van de Goede Herder, die zullen verheerlijkt worden als de Here Jezus komt, Die al de gelovigen, die niet opgegeven hebben, zal verheerlijken. Daarom is het gebed ook zo belangrijk, dat je je geloof vervolmaakt. Dat je stand houdt en dat de Naam van Jezus in ons wordt verheerlijkt. Het gaat niet om ònze verheerlijking. Neen. Het gaat erom dat God verheerlijkt wordt in ons leven. En dat wij, door genade, zullen toegaan tot het eeuwige Koninkrijk van God. Door genade!

Wat een heerlijk evangelie. Dat is verdrukkingbestendig. Ze kunnen nog zo tekeergaan, maar dit kunnen ze je niet ontnemen. Heerlijk toch? Daar word je blij van. Daar kun je mee verder. Glorie voor zijn Naam! Dank U, Here Jezus. Hoe kan ik anders standhouden in deze zware tijden? We verwachten alles van U. Want U doet grote legers terugdeinzen. U doet de bazuinen klinken. U komt met uw Rijk van recht en gerechtigheid. Daarover wil ik spreken. Daar­voor wil ik leven. Dank U wel!




2 Thessalonicenzen 2:1-17

23 augustus [2]



2:1

Maar wij verzoeken u, broeders, met betrekking tot de komst van [onze] Here Jezus Christus en onze vereniging met Hem,

2:2

dat gij niet spoedig uw bezinning verliest of in onrust verkeert, hetzij door een geestesuiting, hetzij door een prediking, hetzij door een brief, die van ons afkomstig zou zijn, alsof de dag des Heren (reeds) aanbrak.

2:3

want eerst moet de afval komen en de mens der wetteloosheid zich openbaren,

2:4

de zoon des verderfs, de tegenstander, die zich verheft tegen al wat God of voorwerp van verering heet, zodat hij zich in de tempel Gods zet, om aan zich te laten zien, dat hij een god is.

2:5

Herinnert gij u niet, dat ik, toen ik nog bij u was, u dit meermalen gezegd heb?

2:6

En gij weet thans wel, wat hem weerhoudt, totdat hij zich openbaart op zijn tijd.

2:7

Want het geheimenis der wetteloosheid is reeds in werking; (wacht) slechts totdat hij, die op het ogenblik nog weerhoudt, verwijderd is.

2:8

Dan zal de wetteloze zich openbaren, hem zal de Here [Jezus] doden door de adem zijns monds en machteloos maken door zijn verschijning, als Hij komt.

2:9

Daarentegen is diens komst naar de werking des satans met allerlei krachten, tekenen en bedrieglijke wonderen,

2:10

en met allerlei verlokkende ongerechtigheid, voor hen, die verloren gaan, omdat zij de liefde tot de waarheid niet aanvaard hebben, waardoor zij hadden kunnen behouden worden.

2:11

En daarom zendt God hun een dwaling, die bewerkt, dat zij de leugen geloven,

2:12

opdat allen worden geoordeeld, die de waarheid niet geloofd hebben, doch een welgevallen hebben gehad in de ongerechtigheid.

2:13

in heiliging door de Geest en geloof in de waarheid.

2:14

tot het verkrijgen van de heerlijkheid van onze Here Jezus Christus.

2:15

staat vast en houdt u aan de overleveringen,…

2:16

En Hij, onze Here Jezus Christus, en God, onze Vader, die ons heeft liefgehad en ons eeuwige troost en goede hoop door zijn genade verleend heeft, trooste uw harten,

2:17

en make ze sterk in alle goed werk en woord.


Ze hadden daar kennelijk toch een groot probleem met de wederkomst. Dat kwam ook in de vorige brief al naar voren. Daarom schrijft Paulus daar in deze brief opnieuw over. Daar moeten ze iets aan doen. Er moest duidelijk opgetreden worden. Want er was grote verwarring in de gemeente. Er heerste heel sterk de gedachte, dat de dag des Heren al aanbrak en zeer aanstaande was. Velen waren zich daarop aan het voorbereiden. Paulus roept: Ho, ho, zo zit het niet. Weer terug naar het normale. Denkt toch wat ik jullie bij herhaling gezegd heb. Eerst moet de mens der wetteloosheid zich openbaren. Hij zal gaan zitten in de tempel om zich als een god te laten aanbidden. En is dat al gebeurd? Neen. Dus dan ook niet in de war raken. Want dan is de wederkomst ook nog niet aanstaande. Eerst moet de afval komen. En dan zal de zoon des verderfs vernietigd worden. Nog wordt hij weerhouden. Maar het gaat wel komen. Dan zal er een grote strijd zijn, want hij zal worden verdelgd door de adem van de mond van Messias Jezus. Hij zal met allerlei valse beloften ieder­een proberen te verleiden Het zal allemaal goud lijken wat er blinkt, maar het zijn leugens. Want daar leeft hij van. En zij die hem volgen zullen vreselijk terechtkomen.

Maar wij, die behoren tot Hem, zullen het eeuwige leven hebben als Hij komt. Hij heeft ons uitverkoren door genade en niet uit ons zelf. Wij zijn geroepen Hem te volgen. En zijn gehoorzaam aan zijn stem. Wij hebben de heerlijkheid Gods om niet ontvangen. Dat is heerlijk. Dat is fantastisch. Daarom moeten we vast blijven staan in dat geloof en ons niet in de war laten brengen. Door niemand. Dicht bij Jezus blijven en wat Hij te zeggen heeft. Dan komen we nooit verkeerd uit. En die God, Die troost ons, Die versterkt ons, Die helpt ons. Want Hij is immers onze Koning, onze Wetgever, onze Rechter. Glorie voor zijn Naam. Zo kunnen we het volhouden, ook al lijkt het wel eens moei­lijk in ons leven. Maar Hij is er altijd. Geen paniek. Let op wat er gebeurt, maar blijf kalm en rustig. Want de overwinning ligt vast.




2 Thessalonicenzen 3:1-18

24 augustus [2]



3:1

bidt voor ons, dat het woord des Heren snelle voortgang hebbe en verheerlijkt worde, evenals bij u,

3:2

en dat wij bewaard blijven voor de wargeesten en slechte mensen; want trouw vindt men niet bij allen.

3:3

Maar wèl getrouw is de Here,…

3:5

De Here neige uw harten tot de liefde Gods en tot de volharding van Christus.

3:6

dat gij u onttrekt aan elke broeder, die zich ongeregeld gedraagt,…

3:8

om niemand van u lastig te vallen;

3:9

maar om ons u tot een voorbeeld ter navolging te stellen.

3:10

Wil iemand niet werken, dan zal hij ook niet eten.

3:11

maar bezig te zijn met wat geen werk is;…

3:12

dat zij rustig bij hun werk blijven…

3:13

wordt niet moede te doen wat goed is.

3:15

houdt hem echter niet voor een vijand, maar wijst hem terecht als een broeder.

3:16

En Hij, de Here des vredes, geve u de vrede, voortdurend, in elk opzicht. De Here zij met u allen.

3:18

De genade van onze Here Jezus Christus zij met u allen.


Pas op voor de wargeesten. Dat zijn geen mensen van buiten de kerk, maar ze bevinden zich onder ons in de gemeente. Ze hebben de juiste leer wel ge­hoord, maar ze maken er een eigen verhaal bij. Er lopen veel van dit soort lie­den in de kerken rond. Daar moet je rekening mee houden. Want trouw is er niet bij allen. Paulus kan het dan wel allemaal gezegd hebben, maar zij weten het beter. Paulus herhaalt en herhaalt: Pas op, laat je niet afbrengen van wat wij gezegd hebben. Volg ons na. Doe wat wij jullie geleerd hebben. Wees ge­waarschuwd, want er zullen vast en zeker mensen komen, die de waarheid wil­len verdraaien. Luister niet naar hen. Houd je niet met hen op. Het zijn war­geesten. Zij brengen een ander, een vals evangelie. Want een ander evangelie, dan dat wij gebracht hebben, is er niet. Denk erom! Blijf bij de gezonde leer.

Zo is het vandaag ook. Wat een wargeesten. Wat een verwarring. Het lijkt wel of de kerken en kringen er vol van zitten. Maar steeds opnieuw klinkt het. Blijf heel eenvoudig bij de gezonde leer. Het staat geschreven. En het staat er zo uitgebreid en zo menselijk geschreven dat voor elke wargeest wel honderd antwoorden zijn om hem te ontmaskeren. Laat je door dit alles niet ontmoedi­gen. De HERE is getrouw en Hij zal het ook doen. Hij zal je bewaren voor de boze. Hij zal je omringen met zijn engelen. Hij doet wat hij belooft. En daar­om neige de HERE jullie harten tot de liefde en de volharding in Christus. Want daar gaat het om: liefde en volharding. Dat valt niet mee, daarom staat er ook volharding. Bij volharding moet je je inspannen. Dat gaat niet vanzelf. Daar heb je de kracht van God voor nodig. En die geeft Hij ook. Want waar moet het anders vandaan komen? Het is de kracht van God die ons op de been houdt.

Houd je afzijdig van de mensen die zich, in strijd met de overlevering die ze van Paulus hebben ontvangen, toch ongeregeld gedragen. Neen, ze moeten zich geregeld gedragen. Waarin gedroegen ze zich dan ongeregeld? Er waren mensen die gestopt waren met werken en die zich door de andere gemeente­leden lieten verzorgen. Ze waren met dingen bezig die er niet toe deden, zegt Paulus. Paulus had zelf totaal geen gebruik gemaakt van zijn recht om door de gemeente onderhouden te worden. Neen, hij had voor zijn eigen levensonder­houd gewerkt. Want hij wilde hen een voorbeeld geven. Er waren mensen die niet meer werkten omdat ze geloofden dat de Here Jezus spoedig zou terug­komen. Dat had Paulus immers gezegd. Hij komt spoedig. Toen waren er war­geesten, die zeiden, dan hoef je dus ook niet meer te werken, want Hij komt toch spoedig. Maar Paulus is er heel duidelijk in. Dat lezen we in het tweede hoofdstuk. Niemand weet wanneer Hij komt. Wij moeten waakzaam zijn. En rustig doorwerken. Want wie niet werkt, zal ook niet eten. Dus gewoon wer­ken. Hier moet je de ongeregelden op wijzen. Die hebben zich door wargees­ten in de war laten brengen en dat is gevaarlijk. Wij vermanen hen in de Here Jezus Christus, dat zij rustig bij hun werk moeten blijven en hun eigen brood eten. Zo, dat is duidelijke taal. Nu moeten ze het ook gaan doen.

En zo is het vandaag ook. Weg met de wargeesten. Je niet met allerlei theorie­ën bezig houden wanneer en hoe de Here Jezus zal verschijnen. Werken zo­lang het dag is. Het evangelie leven en er uit leven, totdat Hij komt. Boven­dien, Hij komt nooit als een verrassing voor hen die Hem verwachten. Want wat Hij belooft, zal Hij ook doen. Wij verwachten Hem met reikhalzend ver­langen, omdat we weten dat dan zijn Rijk van recht en gerechtigheid aan­breekt. Dat is een heerlijke toekomst. Daar word je blij van. Hoe moeilijk de omstandigheden ook kunnen zijn, hoe groot de verdrukking ook is, we mogen blijven verwachten met blijdschap en volharding. Wat Hij ons gegeven heeft kan niemand ons afnemen. Hij is getrouw. Weg met de wargeesten. Heel een­voudig blijven bij het Woord van God. Dan zal het goed gaan. Prijs de HERE! En als er mensen zijn, die toch doorgaan als wargeest, ga dan niet met hen om, opdat zij beschaamd worde. Wijs hen terecht. Maar houdt hen niet voor een vijand, maar wijs hen terecht als een broeder. Daar kunnen we een voorbeeld aan nemen. Hoe vaak komt er niet vijandschap als de één anders denkt dan de ander. Dan komen de splitsingen en de partijschappen. Maar het gaat er steeds weer om, om bij het licht van het evangelie elkaar te scherpen en een hand en een voet te zijn. Niet schromen om de waarheid duidelijk op tafel te leggen. Er niet er om heen draaien.

En Hij, de God des vredes, geve u zijn vrede. Daar gaat het om. De vrede moet van Hem komen. Hij is de Vrede. En Hij wil die ook geven. Zo is God. Heer­lijk. Wat een God. God is goed. Hij wil vrede geven. Hij geeft het aan ieder die daarom vraagt. Glorie voor zijn Naam!

De genade van onze Here Jezus Christus zij met u allen. Wat een evangelie. Wat een genade. Wat een goedheid. Het is genade. Want als we op onszelf zien, hoe kunnen we bestaan? Dat geldt in de eerste plaats voor Paulus zelf. Hoe kan hij bestaan voor God dan enkel uit genade? Want hoe heeft Hij de gemeente niet vervolgd? Er is niets in Paulus en in ons, dat kan zeggen, kijk dat heb ik zelf gedaan. Neen, het is genade dat we in Christus Jezus zijn. Genade, genade, genade. Daar kunnen we ons de hele dag wel over verblijden. Dank U HERE! Daar mogen we uit leven. En daar komt geen einde aan. Glorie voor zijn Naam!