Efeziërs
drs. L.P. Dorenbos
Schreeuw om Leven – Hilversum
Titel:
Efeziërs
drs. L.P. Dorenbos
Hilversum – Stichting
Schreeuw om Leven
NUR
707
Trefwoorden: bijbel, profetie, israël
©
Stichting Schreeuw om Leven – Hilversum 2005
Ruitersweg
35-37, 1211 KT Hilversum
Tel. 035 624-4352, Fax 035
624-9141
E-mail info@schreeuwomleven.nl
Internet
www.schreeuwomleven.nl
Bijbelcitaten NBG vertaling
1951
Coördinatie Alex
C.F. van Vuuren & Joop B. Buker
Medewerking Jeannette
Bemelmans, J.A.G. Delhaas
Omslag
en vormgeving Cees Baanvinger, Zoetermeer
Joop B. Buker, Joel
assist, Bloemendaal
In de serie brochures In twee jaar
de Bijbel door volgt
drs.
L.P. Dorenbos het rooster van Schreeuw om Leven
Bijbellezen.
In twee jaar de Bijbel door
In
het kader van het Schreeuw om
Leven Bijbelleesplan:
“In twee jaar de Bijbel door”
geeft drs. L.P. Dorenbos dagelijks in een persoonlijke notitie zijn
gedachten weer tijdens het lezen van het bijbelgedeelte voor die dag
ter bemoediging en als een oproep en een stimulans om te lezen, te
herlezen en te doen wat er staat, zonder de pretentie dat het zou
gaan om een gedegen bijbelstudie.
Mogen de lezers erdoor
gezegend worden.
Inhoudsopgave
|
Voorwoord |
|
|
|
|
|
Efeziërs |
5 |

Efeziërs 1:1-14
22 mei [2]
|
1:5 |
In liefde heeft Hij ons tevoren ertoe bestemd als zonen van Hem te worden aangenomen door Jezus Christus,… |
|
1:7 |
En in Hem hebben wij de verlossing door zijn bloed,… |
|
1:12 |
…opdat wij zouden zijn tot lof zijner heerlijkheid, wij, die reeds tevoren onze hoop op Christus hadden gebouwd. |
|
1:13 |
…in Hem zijt ook gij, toen gij gelovig werdt, ook verzegeld met de Heilige Geest der belofte,… |
Alleen
deze paar verzen kunnen al een heel boek bevatten van lofprijzing en
dank en aanbidding. Want wat een grote genade en gave valt ons ten
deel door de rijkdom van Jezus Christus. De Vader heeft zijn Zoon
gezonden, om voor ons de weg te bereiden en onze zonden te verzoenen
aan het kruis van Golgotha. Verlossing door zijn bloed. Het kan
toch niet mooier. Wat een grote gave. Wat een redding. Hoe zouden wij
ons kunnen redden zonder de liefde en de genade van Jezus? Onze
overtredingen zijn ons vergeven. Hij heeft ons het geheimenis van
zijn wil bekendgemaakt. Wij ontvangen het erfdeel. Hij werkt, om
alles weer te herstellen. Die nieuwe hemel en die nieuwe aarde waar
gerechtigheid heerst. Daar mogen wij deelgenoot van zijn. Dat
heeft Hij al voor de grondlegging der wereld zo bepaald. Daar kunnen
we zeker van zijn. Dat is de waarheid. Daar moeten we ons in
verlustigen. Daar moeten we aan vasthouden. Daar moeten we niet
aan twijfelen. We zijn als zondaren aangenomen door het geloof in
Jezus Christus. En Hij heeft ons ook de Heilige Geest geschonken,
het onderpand van onze erfenis. Het is waar. Wat een groot
geheimenis, wat een grote zekerheid. Het is zo. Het werkt. Het
is de waarheid. We weten het zeker in ons leven. We leven eruit. We
worden er steeds enthousiaster van.
Het is een hele lange
zin in dit gedeelte met allemaal tussenzinnen, maar het komt allemaal
uit de overvloed van het hart van Paulus. Hij had lang gewerkt in
Efeze. Hij had er van alles meegemaakt. Hij was op de proef gesteld.
Maar hij heeft volhard. Hij is er niet voor weggelopen. Het zal zeker
een gemeente zijn geweest, die ook wist van vervolging, tegenwerking
en onderdrukking. Daarom is Paulus krachtig om te beginnen met de
uitbundige vaststelling van de belofte en de redding door het bloed
van Jezus.
Er kan van alles worden gespeculeerd over
uitverkiezing en hoe het allemaal zit. Maar één ding is
hier duidelijk. Er is alleen redding door het bloed van Messias
Jezus. Daar ligt de reddingsboei. Daar ligt onze blikrichting. Daar
moeten we ons naar uitstrekken. Glorie voor die Naam. Laten we Hem
loven en prijzen met heel ons hart ons leven lang.
Efeziërs 1:15-23
23 mei [2]
|
1:16 |
…niet op te danken, u gedenkende bij mijn gebeden,… |
|
1:18 |
…verlichte ogen uws harten,… |
|
1:19 |
…en hoe overweldigend groot zijn kracht is aan ons,… |
|
1:21 |
…boven alle overheid en macht en kracht en heerschappij en alle naam,… |
|
1:22 |
…gegeven aan de gemeente, |
|
1:23 |
die zijn lichaam is, vervuld met Hem, die alles in allen volmaakt. |
Dit
stukje zouden we uit ons hoofd moeten leren. Of in ieder geval als
een poster boven ons bed moeten plakken. Het is toch geweldig. Wat
een geweldige God hebben we toch. Hij heeft alleen maar het
goede met ons voor. Bidden en danken voor elkaar. Het goede
bidden voor de ander. En aan het gebed van de rechtvaardige wordt
kracht verleend. Als we bidden dan werkt dat. We moeten niet in
ongeloof bidden, maar gelovig bidden, zoals Paulus het hier doet. Hij
bidt, dat ze de kracht van God ontvangen. Dat ze wijsheid ontvangen
en dat ze weten welke geweldige kracht ze ontvangen en welke
geweldige toekomst ze tegemoet gaan.
Aan Hem wordt alles
onderworpen. Het kan nu wel vaak anders lijken maar vast en zeker is
dat alles aan Hem onderworpen is. Alle knie zal zich buigen voor de
Here God, voor Koning Jezus. Alles is onder zijn voeten gesteld. Niet
alleen in de toekomst, maar ook nu. Daar moeten we uit gaan leven.
Daar moeten we niet gering over denken. God zit op de troon. Vanuit
de hemel regeert Hij het grote wereldgebeuren. Geen enkele
heerser kan daar tegenop. Hij regeert. En Hij is als hoofd gegeven
aan zijn gemeente, die zijn lichaam is, vervuld van Hem, die alles in
allen volmaakt.
Daar leven we voor. Christus het hoofd van
zijn gemeente. De leden zijn ieder een deel van zijn lichaam. Samen
zijn we het lichaam, samen hebben we de genade ontvangen om deel te
zijn van zijn lichaam. In Hem zijn we volmaakt. In onszelf komen we
nergens aan toe. De zonde kleeft aan ons sterfelijk lichaam,
Maar in zijn lichaam zijn we vervuld van Hem. En wat is er veel te
volmaken in een ieder van ons. Dat doet Hij als wij het van Hem
verwachten. Er is geen mooier leven dan een leven in Christus. Er
komt geen einde aan het avontuur, waar we in een vijandige wereld ons
getuigenis hoog moeten houden. Maar als je het doet, dan word je
steeds enthousiaster. En daar gaat het om. Jezus leeft in ons hart.
Wij zijn kinderen der genade en mogen met volle teugen genieten van
de Koning der schepping.
Efeziërs 2:1-10
24 mei [2]
|
2:4 |
…God echter, die rijk is aan erbarming, heeft, om zijn grote liefde, waarmede Hij ons heeft liefgehad,… |
|
2:5 |
…mede levend gemaakt met Christus, – door genade zijt gij behouden –,… |
|
2:6 |
…mede opgewekt en ons mede een plaats gegeven in de hemelse gewesten,… |
|
2:7 |
…om… de overweldigende rijkdom zijner genade te tonen… |
|
2:8 |
Want door genade zijt gij behouden, door het geloof,… |
Wat
een God. Hij zag ons tobben. Hij zag ons in de duisternis ondergaan.
Hij zond Christus uit de rijkdom van zijn erbarmen. Hij heeft ons
mede levend gemaakt in de opstanding van Messias Jezus. En dat enkele
door genade. Dat kan niet genoeg herhaald worden. Want wat zijn we
zelf? Wat hebben wij er van gemaakt? Waar hebben we het aan verdiend?
Het is enkel genade! En ons is ook nog mede een plaats gegeven in de
hemelse gewesten, om de rijkdom van zijn genade te tonen door Jezus
Christus. Door genade zijn we behouden, door het geloof. Er is niets
uit ons zelf. Het is een gave Gods. Wij zijn zijn maaksel. En waartoe
zijn wij bestemd? Om goede werken te doen, die God tevoren bereid
heeft, opdat wij daarin zouden wandelen.
Dat is toch geweldig.
Uit genade zijn wij behouden door het bloed van Jezus. Wij zijn
geschapen in Jezus, de nieuwe schepping om goede werken te doen. In
Christus zijn wij weer in ere hersteld. Eerst waren we in de dood,
maar nu zijn we in het leven. In dat leven van Jezus, daar mogen we
de goede werken doen, die Hij zelf ook van te voren bereid heeft,
opdat we daarin zouden wandelen. Als we dan uit genade behouden
zijn, dan willen we toch ook niets anders, dan uit dankbaarheid
goede werken doen. En waar komen die op neer? Het kernwoord is en
blijft: de Liefde. Wat jij niet wilt dat jou geschiedt, doe dat ook
de ander niet. God liefhebben boven alles en de naaste als
jezelf.
Wat een heerlijke opdracht. Wat een genade om steeds
maar weer ons vast te klampen aan Koning Jezus. Zijn genade is ons
genoeg.
Efeziërs 2:11-22
25 mei [2]
|
2:13 |
Maar thans in Christus Jezus zijt gij, die eertijds veraf waart, dichtbij gekomen door het bloed van Christus. |
|
2:14 |
Want Hij is onze vrede, die de twee één heeft gemaakt… |
|
2:15 |
…om in Zichzelf, vrede makende, de twee tot één nieuwe mens te scheppen,… |
|
2:16 |
…te verzoenen door het kruis, waaraan Hij de vijandschap gedood heeft. |
|
2:17 |
…vrede verkondigd aan u, die veraf waart, en vrede aan hen, die dichtbij waren;… |
|
2:20 |
…terwijl Jezus Christus zelf de hoeksteen is. |
Hier
wordt een groot theologisch bouwwerk kort en krachtig uitgelegd. De
Messias zou uit de Joden geboren worden. Dat was beloofd. En daarom
moest het Joodse volk, hoe klein ook en hoe vervolgd ook, behouden
worden. Echter buiten Israël was daar niemand deelgenoot aan.
Maar door Messias Jezus is op het kruis van Golgotha de scheidsmuur
weggebroken. Aan het kruis is de vijandschap gedood. De twee
zijn één geworden. Het is nu niet alleen de Jood, maar
ook de Griek. Ook de gelovigen uit Efeze staan nu op het fundament
van apostelen en profeten, op de rots Jezus. Het is een bouwwerk, dat
vast opwas in Jezus, die zelf de Hoeksteen is. Het heil is verbreed
naar de heidenen. En dat is een grote rijkdom.
Er wordt vrede
verkondigd voor hen die veraf waren en hen die dichtbij zijn. Recht
en gerechtigheid worden nu geproclameerd voor heel de schepping en
heel de schepping wordt uitgenodigd om deel te krijgen aan dat
Koninkrijk van de vrede. Er is geen verdeling meer. Er is een
eenheid. Gans de schepping.
Wat een geweldige rijkdom. Als we
de profeten lezen, dan staan wij, gelovigen uit de heidenen, ook
op dat fundament. Alles wat de apostelen zeggen, heeft ook op ons
betrekking. Wij mogen ons geënt weten op de stam. De
vijandschap is weggedaan op het kruis van Golgotha. Het is
belangrijk om dat heel goed te weten. Wij staan met het door God
uitverkoren volk op dat fundament van apostelen en profeten. We
zijn niet in de plaats gekomen, maar we staan nu samen op dat
fundament. De oproep klinkt voor Jood en heiden: Bekeert u! Het
is een heel belangrijk stukje dat we hier lezen. We zijn door genade
behouden. Er is geen onderscheid en we moeten dan ook geen
onderscheid maken.
Het is een uitdagende ontwikkeling. We
mogen de wereld ingaan met de boodschap van het heil. Daar is vandaag
nog geen einde aangekomen. We mogen en moeten vol vuur en
blijdschap doorgaan, dankbaar voor zo’n grote genade.
Totdat Hij komt, zoals de profeten en de Messias het zelf hebben
aangekondigd. De nieuwe hemel en de nieuwe aarde waar
gerechtigheid heerst. Glorie voor zijn Naam.
Efeziërs 3:1-21
26 mei [2]
|
3:6 |
…dat de heidenen medeërfgenamen zijn, medeleden en medegenoten van de belofte in Christus Jezus door het evangelie,… |
|
3:10 |
…opdat thans door middel van de gemeente aan de overheden en de machten in de hemelse gewesten de veelkleurige wijsheid Gods bekend zou worden,… |
|
3:17 |
…opdat Christus door het geloof in uw harten woning make. |
|
3:18 |
…samen met alle heiligen, in staat zijn te vatten,… |
|
3:20 |
…bij machte is oneindig veel meer te doen dan wij bidden of beseffen,… |
|
3:21 |
Hem zij de heerlijkheid… |
Paulus
zit gevangen en schrijft deze brief. Hij zit juist gevangen als
gevolg van het feit dat de Joden het niet nemen dat het heil ook naar
de volken is verbreed. Ze hebben hem beschuldigd. Gevangen
gezet. En tenslotte doet Paulus een beroep op de keizer. Hij is juist
gevangen omdat door het kruis van Jezus de volkeren ook mededelen in
het heil. Paulus is daar speciaal voor geroepen. God heeft hem
geroepen voor de verkondiging aan de heidenen. Hij is er vol vuur
van. Hij weet van geen ophouden en brengt dit evangelie overal waar
hij maar heen kan gaan. Omdat dit evangelie aan de hele wereld
gebracht moet gaan worden, kan het ook aan de overheden en machten
verteld worden. Zij moeten ook regeren en gehoorzamen in het
perspectief van het heil door het kruis van Jezus. Doen zij dit niet,
dan gaat het verkeerd. Dan blijven ze in de duisternis wandelen en
dan lijdt het volk eronder.
Het was het eeuwige voornemen van
God om aan alle mensen de veelkleurige wijsheid van God bekend te
maken. Maar door de verzoening van de zonden van de gehele wereld op
het kruis van Golgotha kan nu het heil ook aan alle volkeren
verkondigd worden. Als zij Hem aannemen als hun Heiland en
Verlosser, dan hebben zij ook deel aan de beloften en toegang
tot het eeuwige leven. Wat een heerlijk evangelie. Wat een rijkdom
dat God zo’n grote, goede, genadige, barmhartige God is. Hij
heeft wereld niet vergeten. Neen. Hij zond zijn Zoon juist om de twee
weer één te maken. Het gaat om heel de schepping.
Iedereen mag komen.
Kom dan ook, predik het Woord dring er op
aan. Wij mogen vandaag ook weer gaan. Het is heerlijk om deze
rijkdommen steeds dieper te ontdekken in het Woord van God. Geen
wonder dat Paulus zelf in vervoering raakt, als hij dit alles weer
eens de revue laat passeren. Het is toch ook onvoorstelbaar. Het is
toch ook om in extase van te raken. Je krijgt daar nooit genoeg
van.
Daarom buigen we onze knieën en loven en prijzen
onze God. Hij heeft alles gedaan. Hij geeft ons het geloof. Wij mogen
het laten wortelen. Dan zullen we samen die grote rijkdom kunnen
bevatten. En er is nog veel meer dan we kunnen beseffen of
bidden. Hij geeft ons nog veel meer. We zien nog maar door een
spiegel in raadselen, maar eens zullen we volmaakt zien. Aan hem dan
ook alle heerlijkheid en macht. Glorie voor zijn Naam tot in alle
eeuwigheid
Efeziërs 4:1-16
27 mei [2]
|
4:3 |
…u te beijveren de eenheid des Geestes te bewaren door de band des vredes:… |
|
4:10 |
…om alles tot volheid te brengen. |
|
4:12 |
…om de heiligen toe te rusten tot dienstbetoon,… |
|
4:15 |
…maar dan groeien wij, ons aan de waarheid houdende, in liefde in elk opzicht naar Hem toe, die het hoofd is, Christus. |
Zo
is dat. Wij zijn geroepenen en daarom moeten we, mogen we ons met
alle nederigheid en zachtmoedigheid beijveren om de eenheid te
bewaren door de band des vredes. Dat is duidelijke taal. We zijn
geroepen en we moeten de eenheid bewaren. Daar moeten we ons voor
beijveren. Het gaat kennelijk niet vanzelf. Kennelijk gebeurt het
tegendeel vanzelf. En moeten we ons inzetten om daar geen voet aan te
geven. Dat vraagt inspanning. De eenheid. Aan ons allemaal is
dezelfde genade gegeven. Wij zijn genade kinderen. En zijn genade
is ons genoeg. We zijn er vol van.
Talenten hebben we
allemaal. Allemaal aparte gaven en opdrachten. Waarom? Om de heiligen
toe te rusten tot dienstbetoon en om de volle kennis te bereiken.
We groeien dus in het geloof. We leren. We zitten in de leerschool.
Daar hebben we elkaar bij nodig. Daar moeten we ook gehoorzaam
luisteren. Dan worden we ook standvastig, anders worden we heen en
weer geslingerd. Dreigen we van het Woord der waarheid af te
vallen. Begeven we ons in gevaarlijk gebied. Maar als we steeds
groeien in het geloof en ons laten leren door het Woord van God, dan
worden we steeds krachtiger en bestand tegen weerstand. Dan
onderscheiden we goed waar het op aankomt. Dan staan we vast, dan
groeien we naar Hem toe, waarin we vast verankerd zijn.
Heerlijk
toch. We groeien almaar door. Er komt nooit een einde aan. En hoe
groeien we? Door het Woord van God in te drinken. Door in kennis toe
te nemen. En door de Here God te laten regeren in je hart. Dan
kom je goed uit. En wat Hij wil, vinden we in zijn openbaring. Daar
hoeven we niets meer aan toe te voegen. Het staat er allemaal klip en
kaar. We hoeven er niets aan toe te voegen We moeten alleen maar
zorgen dat de gemeente groeit en verlichte ogen des harten heeft. Zo
staan we samen in het lichaam. Samen: al de leden en delen zitten aan
elkaar vast en deze groeien op in de genade en de kennis. Heerlijk
dat we mogen groeien. Er komt geen einde aan.
Het groeit
almaar naar elkaar toe. Bouwen in de liefde, heerlijk toch. Glorie
voor zijn Naam. Geprezen zij de Heer. Het is zo simpel, dat je er aan
voorbij neigt te gaan. Niet doen. Pas de simpele principes toe. Het
is heerlijk om te ontdekken hoe gelukkig je daar van wordt. En je
weet, je hoeft niet te wachten; je moet gewoon beginnen.
Dank
U, Here Jezus dat U blijft roepen en richting geven. Wij belijden
onze zonden en doen boete. Dank U Here, voor uw geduld met mij, met
ons. We willen groeien en bouwen in de liefde aan uw lichaam, dat is
de gemeente. Help mij op mijn plaats te blijven als dat deeltje met
die gaven en die taken die U welgevallig zijn. Geprezen zij de Here
God.
Efeziërs 4:17-32
28 mei [2]
|
4:17 |
…wandelen, in de ijdelheid van hun denken,… |
|
4:20 |
Maar gij geheel anders:… |
|
4:23 |
…dat gij verjongd wordt door de geest van uw denken,… |
|
4:27 |
…en geeft de duivel geen voet. |
|
4:32 |
Maar weest jegens elkander vriendelijk, barmhartig, elkander vergevend, zoals God in Christus u vergeving geschonken heeft. |
Als
het dan zo met je gesteld is dan mag je niet blijven wandelen in de
duisternis. Daar regeert je eigen verstand en je eigen wil. Maar
nu ben je geheel veranderd. Gij geheel anders. Je bent een
nieuwe mens geworden door Christus. Weg met alles wat bij het vlees
hoort. Paulus noemt een rijtje en stelt het tegenovergestelde er
tegenover. Daar gaat het om. Heerlijk toch. Prijs de Heer. We weten
in de regel precies wat niet bij Jezus hoort. We proberen onszelf te
rechtvaardigen en de schuld aan een ander te geven. Daar gaat het
hier niet over. Hier gaat het over wat je zelf verkeerd doet. Er
wordt niet gesproken waarom je verkeerd doet. Het gaat om de kracht
van God in je leven. Daar weet je van en daar moet je je toe
zetten.
Daar eindigt dit stukje mee. Het zijn weer dezelfde
woorden. Het is weer het bekende liedje. Het is ook zo simpel. Maar
het is ook zo moeilijk, dat het in de Bijbel steeds maar weer
herhaald wordt. Je kunt het niet genoeg herhalen. Je moet het je
eigen maken. Je moet vechten tegen het slechte, tegen de werken van
de duisternis. Het verkeerde is zo maar bij je. Het lijkt wel of dat
de normale weg is. Er kan niet dit gebeuren of we zitten er weer
naast. Dat ligt niet aan God, maar aan de tegenstander van God, de
duivel die ons steeds maar weer ongehoorzaamheid probeert in te
fluisteren. Zoek het maar eens bij jezelf. Waar zijn we de bocht
weer uitgegaan vandaag, in woorden, gedachten en daden? Het is zomaar
mis.
En het slot is. Je wilt toch ook niet anders, want
Christus heeft, door zijn leven te geven aan het kruis van Golgotha,
ons vergeving geschonken uit genade om niet. Zouden we dan ook ons
niet haasten om uit gehoorzaamheid Hem te dienen en lief te
hebben en onze naaste als onszelf? Dan komen woorden als
vriendelijkheid, barmhartigheid, elkander vergevend naar voren. Dan
wordt er een samenleving opgebouwd op liefde. En daar gaat een
geweldige kracht vanuit. Probeer het maar. Je zult het zien. Het
werkt. Het gaat echt gebeuren. Heerlijk toch.
Wat een rijk
evangelie. We kunnen er niet genoeg van krijgen. Wat een genade.
Daar willen we bij horen. Doen. Geef je hart aan Jezus. Glorie voor
zijn Naam.
Efeziërs 5:1-21
29 mei [2]
|
5:1 |
Weest dan navolgers Gods, als geliefde kinderen, |
|
5:2 |
en wandelt in de liefde, zoals ook Christus u heeft liefgehad en Zich voor ons heeft overgeven als offergave en slachtoffer, Gode tot een welriekende reuk. |
|
5:8 |
…maar thans zijt gij licht in de Here, wandelt als kinderen des lichts,… |
|
5:14 |
Ontwaak, gij die slaapt, en sta op uit de doden, en Christus zal over u lichten. |
|
5:20 |
…dankt te allen tijde in de naam van onze Here Jezus Christus God, de Vader, voor alles, |
|
5:21 |
en weest elkander onderdanig in de vreze van Christus. |
Na
al het voorgaande uitgelegd te hebben komt er een “dus”.
Wandelen in de liefde. Geen hoererij en geen drogredenen. Dat hoort
bij de duisternis. Het kan kennelijk niet sterk genoeg zijn dat
Paulus waarschuwt en waarschuwt. Het kwam kennelijk voor. Anders
hoefde hij er niet over te spreken. Het was toen dus ook dichtbij de
leden van de gemeente. Een bedreiging voor de eenheid van de
gemeente. Dat moet ontmaskerd worden. Dat mag je niet laten zitten.
En al wat aan de dag komt is licht. Daar gaat het om. De wil des
Heren doen. Heerlijk om dat te doen. Want door dat te doen, wandel je
in het licht. Dan kom je niet in de knoei met de werken van de
duisternis. Het klinkt allemaal zo heerlijk simpel. En dat is het
ook. Je moet heel eenvoudig doen wat er staat.
Tegelijk moeten
we ook beseffen dat de vijand constant op de loer ligt. En indien je
dan dreigt de verkeerde kant op te vallen, dan moet je bidden dat je
daarvoor beschermd wordt. Want het gevaar zit in een klein hoekje.
Kijk maar naar de mensen die tegenvallen. Die het niet meer zien
zitten. Die weer vastgeklonken worden door de wortel van de
dood. Het zijn de zuigende, lokkende tentakels van leugen en bedrog.
Als je erin verstrikt raakt, dan is het ontzettend moeilijk om
er uit te komen. We weten daar allemaal van. Bedrinkt u niet aan
wijn, waarin bandeloosheid is. Kijk daar heb je zo’n voorbeeld.
Als je je denken laat wegzakken in de drank, in je verslaving of wat
dat dan ook, dan ben je overgeleverd aan krachten waar je zelf geen
zeggenschap over hebt. Dan ben je overgeleverd aan het rijk, waar de
duivel zijn strijd uitstrijdt met de Here God. God heeft ons ons
verstand gegeven, opdat wij ons daarmee beschermen tegen de
verleidingen en verlokkingen. We geloven, maar ons verstand is
nodig om staande te blijven, om te onderscheiden wat waarheid is en
wat leugen.
Geen bandeloosheid, maar geestelijke vreugde en
dankbaarheid en de vreze van Christus. Zo, dat is dan ook weer
duidelijk. Een oud boek, volgens sommigen niet meer voor deze
tijd. Het blijkt maar weer, dat het zo voor deze tijd geschreven zou
kunnen zijn. Wat? Het ís voor deze tijd geschreven. Eerlijk en
direct. Je kunt het meteen op jezelf toepassen. Aan jou de keuze.
Door genade zijt gij behouden. Het is een gave Gods. Heerlijk. Dank U
Here Jezus. Hoe zou ik verder kunnen zonder U?
Efeziërs 5:22-6:9
30 mei [2]
|
5:23 |
…evenals Christus het hoofd is zijner gemeente;… |
|
5:25 |
…evenals Christus zijn gemeente heeft liefgehad en Zich voor haar overgegeven heeft,… |
|
5:27 |
…zó dat zij heilig is en onbesmet. |
|
5:28 |
Wie zijn eigen vrouw liefheeft, heeft zichzelf lief;… |
|
5:29 |
…zoals Christus de gemeente,… |
|
5:32 |
…ik spreek met het oog op Christus en op de gemeente. |
|
6:3 |
…opdat het u welga en gij lang leeft op aarde. |
|
6:4 |
…voedt hen op in de tucht en in de terechtwijzing des Heren. |
|
6:7 |
…bereidwillig dienstbaar te zijn als aan de Here… |
|
6:9 |
…en bij Hem is geen aanzien des persoons. |
Praktische
lessen volgend uit het voorafgaande. We hebben ze eigenlijk niet
nodig, als we het voorgaande toepassen in ons leven. Maar kennelijk
waren deze regels voor de onderlinge relatie tussen mannen en
vrouwen, ouders en kinderen, werkgevers en werknemers wel nodig. Het
wordt heel krachtig neergezet. De man is het hoofd van het
gezin, zoals Christus het hoofd is van de gemeente. Nou, nou. Dat is
een nogal zware vergelijking. Als je hoofd bent op deze manier, dan
geef je dus jezelf voor de ander. Dan heb je de ander lief, zoals jij
liefgehad bent. Dan wil je de minste zijn, dan wil je dienen, dan wil
je liefde bewijzen. Ga maar na alles wat over de aard van Jezus
gezegd is. Dat is niet niks. Dienende liefde. Dat heeft niets te
maken met de man als heerser over zijn vrouw. Dat heeft te maken met
beschermende liefdevolle liefde. Dat is je geheel willen geven voor
de ander. Haar beschermen, haar liefkozen, haar behandelen als broos
vaatwerk, daar ga je voorzichtig mee om. Dat is een groot geheimenis,
zegt Paulus. Hij spreekt met het oog op Christus en op de gemeente.
Daar gaat het dan ook heel ver in. Je wordt dan ook één
vlees. Je verlaat je vader en moeder. Je wordt één met
de ander. Je wordt één met Christus, zijn lichaam. Je
bent een eenheid in de gemeente, waarvan Hij het hoofd is. Hij woont
in je. Je bent een eenheid geworden. Zo ook de man en de vrouw. De
liefde maakt één. Daar is geen scheuring meer in te
brengen. Het is een onverbrekelijke eenheid. Het gaat om heilige
dingen.
Als het huwelijk vergeleken wordt met de Gemeente en
haar hoofd Jezus, dan is het huwelijk een heilige zaak. Daar kunnen
we niet serieus genoeg over denken. Het is een heilige zaak. Het is
Gods zaak. Geen wonder dat Paulus er hier zo zwaar over spreekt. Het
huwelijk is altijd al een aangevallen gebied, Gij zult niet
echtbreken. Eenheid in liefde. We zien door de Bijbel heen, hoe
hoererij en echtbreuk als duivelse angels proberen het leven van
velen kapot te maken. Het begint al met de relatievorming. Wat een
ellende vandaag aan de dag met de moderne opvattingen over relatie en
seksualiteit. We worden ermee overspoeld. En we doen maar alsof het
ons niets zegt. Het is vreselijk, wat we allemaal op ons netvlies
tolereren. Het zijn de verleidingen van deze tijd. Het zijn de
influisteringen van de satan. Het beeld van Christus als hoofd van de
gemeente en de man als hoofd van zijn vrouw moet alle mogelijke
gedachten van onheiligheid verbannen. Daar past alleen maar het
woord: onvoorwaardelijke liefde.
Dat gaat over op de kinderen.
Vanuit die eenheid in Christus, waarin Hij ons koestert en tuchtigt,
voeden wij onze kinderen op in de tucht en de vreze des Heren. Zo
eren wij onze ouders. Dat is zelfs het eerste gebod, waaraan een
belofte verbonden is: “opdat het u welga en gij lang leeft op
aarde.” Zo zijn we gehoorzaam als we in zijn dienst zijn. Als
aan de Here. We doen, waarvoor we ingehuurd worden uit dankbaarheid
en met plichtsbetrachting, waar we ook zijn. En de bazen hebben ook
hun deel. Want als oneerlijk en hardheid hun beleid is, dan zal het
hun vergolden worden.
Want bij God is geen aanzien des
persoons. Een duidelijke zaak. Het kan geen kwaad, als we bij onszelf
nagaan, waar we de zaak hebben te reinigen en te heiligen. Maak eens
een lijstje waar je verkeerd zit. Soms zijn het maar kleine dingen,
die een relatie danig verstoren. Waar moet je je in geven. Waar wil
jij je wil opleggen, enz., enz., enz. We kunnen een boek vol
schrijven, waar we elkaar tot last zijn. Wat zijn we toch laffe,
vrome geesten. We hebben de mond vol over vroomheid en zelf gooien we
er met de pet naar. Wat moet God met zulke ongehoorzame weerbarstige
mensen. We moesten ons schamen. We doen er beter aan ons te haasten
en te bekeren. En bekering begint bij je thuis, òf nog beter:
in je eigen hart. Kijk maar eens wat daar voor geweldige rijkdom uit
op kan bloeien.
Efeziërs 6:10-24
31 mei [2]
|
6:10 |
Voorts, weest krachtig in de Here en in de sterkte zijner macht. |
|
6:11 |
…om te kunnen standhouden tegen de verleidingen des duivels;… |
|
6:14 |
…waarheid,… gerechtigheid,… |
|
6:15 |
…bereidvaardigheid van het evangelie des vredes;… |
|
6:16 |
…schild des geloofs… waarmede gij… pijlen zult kunnen doven;… |
|
6:17 |
…helm des heils… zwaard des Geestes, dat is het woord van God. |
|
6:18 |
…bidt daarbij met aanhoudend bidden en smeken… in de Geest,… wakende met alle volharding en smeking voor alle heiligen;… |
|
6:19 |
…het woord geschonken worde, om vrijmoedig het geheimenis van het evangelie bekend te maken,… |
|
6:24 |
De genade zij met allen, die onze Here Jezus Christus onvergankelijk liefhebben. |
Standhouden.
De strijd is hevig. Staan in de sterkte van de kracht Gods. Daar is
alles tegen bestand. Het gaat niet om de mensen. Het gaat om de
duivel die probeert te verleiden. Daar is een oplossing voor.
Waarheid en gerechtigheid. Daar moet je je mee omgorden. En bereid
zijn om het evangelie van de vrede te brengen. Het geloof staat vast.
Dat dooft alle brandende pijlen. En wat kunnen er een pijlen
afgeschoten worden. Je wordt er gek van. Neen, blijf staan in geloof.
En je zwaard is het Woord van God. Ze kunnen van alles beweren en
tegen je tekeergaan. Jij komt met het Woord van God. En niets anders.
En dat Woord van God hoef jij niet te verdedigen, want het Woord van
God kan zichzelf verdedigen. Het is zo dat het Woord ons
verdedigt door het geloof en de kracht van God.
En daarbij
volhardend bidden en smeken, dat we het evangelie kunnen blijven
verkondigen, waar we ook zijn en hoe moeilijk het ook is. En wat kan
het moeilijk zijn. Kijk maar naar Paulus, die zit in de gevangenis om
het evangelie. Wie weet hoe moeilijk ze het hem gemaakt hebben.
En het evangelie toch maar bekend maken. Of ze het nu horen willen of
niet. Doorgeven. En niet opgeven.
Wat een mooi stukje. De
wapenrusting aandoen. Eigenlijk ook weer heel logisch na alles wat
gezegd is. Het gaat om waarheid en gerechtigheid, geloof, woord van
God, liefde en bereidheid. Onderdanig aan Christus en niet aan
mensen. Volharden bidden en smeken. En dan zullen de boze pijlen
vlieden en ons niet raken. Dan zijn we onaantastbaar. Dan spreken we
Gods Woord. Dan gaan we niet in de aanval, maar Gods Woord is de
aanval. Hij zal het doen, zijn kracht wordt in onze zwakheid
volbracht. Dan zul je wonderen zien. En je ziet wonderen. De Bijbel
staat er vol van. Dan word je steeds enthousiaster.
Wat steekt
deze brief ons toch ook weer een geweldige hart onder de riem. We
kunnen helemaal amen zeggen op het laatste vers. De genade zij met
allen die onze Here Jezus Christus onvergankelijk liefhebben.
Iedereen is uitgenodigd om mee te gaan op deze reis van recht en
gerechtigheid, van liefde en ontferming, van verzoening en
vergeving. Het is een fantastische reis. Je hoeft alleen je knie
te buigen voor de uitnodiging van Hem, die zijn eigen leven gaf voor
de zonden van de wereld. Alle zondaars mogen komen.