Galaten
drs. L.P. Dorenbos
Schreeuw om Leven – Hilversum
Titel:
Galaten
drs. L.P. Dorenbos
Hilversum – Stichting Schreeuw
om Leven
NUR
707
Trefwoorden: bijbel, profetie, israël
©
Stichting Schreeuw om Leven – Hilversum 2005
Ruitersweg
35-37, 1211 KT Hilversum
Tel. 035 624-4352, Fax 035
624-9141
E-mail info@schreeuwomleven.nl
Internet
www.schreeuwomleven.nl
Bijbelcitaten NBG vertaling
1951
Coördinatie Alex
C.F. van Vuuren & Joop B. Buker
Medewerking J.A.G. Delhaas,
Ben Prins
Omslag
en vormgeving Cees Baanvinger, Zoetermeer
Joop B. Buker, Joel
assist, Bloemendaal
In de serie brochures In twee jaar
de Bijbel door volgt
drs.
L.P. Dorenbos het rooster van Schreeuw om Leven
Bijbellezen.
In twee jaar de Bijbel door
In
het kader van het Schreeuw om
Leven Bijbelleesplan:
“In twee jaar de Bijbel door”
geeft drs. L.P. Dorenbos dagelijks in een persoonlijke notitie zijn
gedachten weer tijdens het lezen van het bijbelgedeelte voor die dag
ter bemoediging en als een oproep en een stimulans om te lezen, te
herlezen en te doen wat er staat, zonder de pretentie dat het zou
gaan om een gedegen bijbelstudie.
Mogen de lezers erdoor
gezegend worden.
Inhoudsopgave
|
Voorwoord |
|
|
|
|
|
Galaten |
5 |

Galaten 1:1-10
2 augustus [2]
|
1:4 |
…de Here Jezus Christus, die Zichzelf gegeven heeft voor onze zonden, om ons te trekken uit de tegenwoordige boze wereld,… |
|
1:5 |
…wie de heerlijkheid zij in alle eeuwigheid! |
|
1:7 |
Er zijn echter sommigen, die u in verwarring brengen en het evangelie van Christus willen verdraaien. |
|
1:9 |
…indien iemand u een evangelie predikt, afwijkend van hetgeen gij ontvangen hebt, die zij vervloekt! |
|
1:10 |
Tracht ik thans mensen te winnen, of God? |
Paulus,
we weten het, ging van stad tot stad. Hij kon niet anders dan te
prediken het evangelie van Jezus Christus en Dien gekruisigd.
Verder schrijft hij brieven. Die begint hij altijd heel krachtig door
de HERE God te loven en te prijzen. Hij heeft Jezus opgewekt uit de
doden. Paulus is zelf door Jezus geroepen. Jezus Zelf heeft hem,
moord en brand roepende en dood en verderf zaaiende, gestopt op de
weg naar Damascus. Dat vergeet je je leven niet meer. Dat zet je in
vuur en vlam. Dat bepaalt de rest van je leven. Getrokken uit de
duisternis van de wereld naar het licht van Jezus. Na letterlijk met
blindheid te zijn geslagen, geeft God hem het licht terug. Geen
wonder dat Paulus zich in de eerste verzen uitput om de heerlijkheid
van die God en Jezus te prijzen en te roemen.
Ook wij zijn uit
de duisternis overgegaan in het licht. Het is een groot voorrecht
als we mogen weten een kind van God te zijn. Het is genade. Want
waarom wij wel? Het is genade. Het is verkiezing. We kunnen toch
moeilijk zeggen dat we zelf gekozen hebben. Hoe komen we erbij?
God heeft ons in zijn genade aangezien. En daarom zijn we blij en
enthousiast. Daarom willen we niet anders. Daar moeten we bij
blijven. En dan moeten we ons daarvan niet af laten trekken.
Daar
schrijft Paulus over in dit briefje. Ze hebben zich laten aftrekken
van dit evangelie. Hoe gemakkelijk gaat dat niet? Er komen steeds
weer mensen, die er een verkeerde leer op na houden. Die de zaak
verdraaien. Dwaalleraars zijn er steeds. Dat komt van de boze, die
ons van de waarheid tracht af te trekken. Vandaar dat Paulus zegt:
Een ander evangelie dan dat ik gepredikt heb, is geen evangelie.
Geloof het niet. Blijf bij wat ik jullie heb verteld. Dat is het
evangelie. Komt er iemand die een afwijkend evangelie brengt,
anders dan ik gepredikt hebt, die zij vervloekt. Nou, nou, dat
is krasse taal. Paulus, je durft wel. Maar hij is er dan ook ten
volle van overtuigd. Hij is daadkrachtig geroepen. Hij heeft de
schriften bestudeerd. Hij weet er alles van. Hij is zeker van zijn
zaak. En in die zekerheid verdedigt hij Jezus. Hij zoekt dan ook niet
de eer van mensen. Neen, hij zoekt de radicaliteit van Jezus. Dat is
heerlijk. Daar kun je tenminste mee vooruit. Het is geweldig.
Aan
die Jezus dan ook: al de heerlijkheid tot in eeuwigheid! Amen. Daar
kun je mee verder. Maar zodra je je inlaat met allerlei nieuwe
gedachten en leringen die niet op dat evangelie gebaseerd zijn,
dan raak je je zekerheid en je vreugde kwijt. Dan ga je op eigen
inzichten vertrouwen en dan zie je naast het Woord van God ook
menselijke denkrichtingen die je op gelijk niveau zet. En dan ga je
verkeerd. Dan word je hoogmoedig. Dan zet je je af tegen hen die
dicht bij het evangelie van Paulus willen blijven. Dan vind je Paulus
hoogmoedig. Dan ga je op de man spelen. Bij Paulus vind je daar
niets van. Hij blijft roemen en bouwen op Jezus Christus, Die ons
getrokken heeft uit de duisternis van de tegenwoordige boze wereld.
Prijs de Heer!
Galaten 1:11-24
3 augustus [2]
|
1:14 |
…als hartstochtelijk ijveraar voor mijn voorvaderlijke overleveringen. |
|
1:16 |
…zijn Zoon in mij te openbaren, opdat ik Hem onder de heidenen verkondigen zou,… |
|
1:23 |
Alleen hoorden zij telkens: hij, die ons vroeger vervolgde, verkondigt nu het geloof,… |
We
zien Saulus staan passen op de jassen van schriftgeleerden die zo
woedend zijn dat ze Stéfanus stenigen. Dat mocht helemaal
niet. Want in het bezette Israël waren de Romeinen de baas, en
die gingen over de doodstraf. Dat zien we bij de kruisiging van
Jezus. Het moest allemaal via Pilatus. En ze waren wel zo
schijnheilig, dat, toen Pilatus probeerde Jezus vrij te laten, ze
liever Barnabas, de boef, de moordenaar, lieten gaan, dan Jezus. Het
waren scherpslijpers. Ze leefden bij de voorvaderlijke
overleveringen. Maar ze sloegen alles over wat over hun eigen Messias
geschreven was dat niet in hun eigen theologie paste. En als
Stéfanus, die tot diaken verkozen was en vol ijver bezig is,
dan gevangen genomen wordt en zijn redevoering afsteekt, dan worden
ze gestoken in hun hart. Stéfanus, die steeds opnieuw aanwijst
hoe zij de profeten en de gezondenen van God door de eeuwen heen
steeds tegenspraken en hoe ze altijd hun profeten gedood hebben. En
hoe waar is het niet? Wat heeft het volk keer op keer gezondigd. Hoe
vaak zijn ze niet van God afgeweken? Het is één
stroom ellende. Wat moet God een geduld hebben. Wat moet er een
genade zijn. Het heeft ook soms maar een haar gescheeld of het hele
volk was uitgeroeid. Als Stéfanus dan komt bij het punt dat ze
met Jezus hun eigen Messias hebben gedood, dan is hun woede compleet.
Hij wordt gestenigd. En Saulus, ook zo’n ijveraar, stond
er instemmend bij. Wat een vervolging. Moord en dreiging
uitvoerend.
Deze Saulus wordt door Jezus Zelf op de weg naar
Damascus gestopt. Dat is de ommekeer in het leven van Paulus.
Vervolgens gaat hij naar Arabië. Daar verkondigt hij het
evangelie. Pas jaren later is hij naar Jeruzalem gegaan. Hij heeft
zich afzijdig gehouden van de broeders in Jeruzalem. Hij heeft dat
niet gedaan. Dat is ook een opvallende zaak. Hij zou dan in problemen
komen met de schriftgeleerden, want hij was toch één
van hun grote mannen. Hij was ook zeer geleerd.
De mare van de
omkeer bij Saulus is tot de broeders doorgedrongen en zij verblijden
zich. Paulus zelf zegt daarvan: ik ben door genade geroepen. Grote
genade. Jezus is in hem geopenbaard om het evangelie aan de heidenen
te verkondigen. En dat heeft hij gedaan. Daar gaat het hem om.
Hij is door genade en niet naar de mens, een prediker voor de
heidenen geworden. Dat wil hij nog een keer aan de Galaten uitleggen.
Want er zijn er die zich weer van het gepredikte woord van
Paulus laten aftrekken. Paulus benadrukt met volle kracht dat het
niet zijn woorden zijn, maar dat het de openbaring van God is. Daarom
is een ieder, die een ander evangelie brengt, vervloekt. Hij kan het
niet krachtiger zeggen. Dat is de kern. Lees het Woord. Predik
het Woord. Toets aan het Woord. Laat geen andere invloeden
doordringen in je leven. Luister niet naar de anderen, die naast de
openbaring van het Woord er zelf ook van alles bij theologiseren of
theoretiseren. Geloof het niet! Het brengt je van de wijs. Het brengt
je van de weg. Je bent steeds maar bezig om de theorieën van
weer een nieuwlichter te toetsten. En dat hoeft niet. Blijf maar
rustig bij wat je is toevertrouwd. Dan kom je goed uit. En dan
houd je vrede in je leven. Aan het bestuderen en lezen van zijn Woord
komt geen einde. Het is fantastisch. Ook dit stuk is weer zo
bevestigend. We moeten gewoon lezen wat er staat, en geloven wat er
staat. Dan hèb je wàt er staat. Glorie voor zijn Naam!
Glorie voor zijn Woord! Prijs de HERE!
Galaten 2:1-10
4 augustus [2]
|
2:2 |
…en ik ging op grond van een openbaring. |
|
2:3 |
…werd… toch niet gedwongen zich te laten besnijden;… |
|
2:4 |
…en zo ons tot slavernij te brengen. |
|
2:6 |
…mij immers hebben zij, die in aanzien waren, verder niets opgelegd. |
|
2:8 |
…immers Hij, die Petrus kracht gaf om apostel te zijn voor de besnedenen, gaf die kracht aan mij voor de heidenen,… |
Let
wel, pas veertien jaar later gaat Paulus weer naar Jeruzalem.
Veertien jaar. Dat is een tijd. Hij is al die jaren blijven werken in
het noorden. Daar zijn ook heel wat gemeenten uit ontstaan. In het
huidige Syrië en Turkije zijn de Armeense kerken ontstaan
en de Syrisch Orthodoxe kerk. Het is interessant om dit eens na te
gaan. In de Armeense wijk in Jeruzalem heb je een grote bibliotheek
met allerlei handschriften. Wat is het toch verbazend interessant om
te ontdekken hoe het in de geschiedenis is gegaan. Het christelijk
geloof is over de toenmaals bekende wereld verspreid. En met een
snelheid die onvoorstelbaar groot is. Een generatie na Jezus was
het evangelie al in Spanje bekend. En dat met de vervoermogelijkheden
van die tijd. Paulus is daar een grote motor van geweest. Hij is erop
uitgetrokken. Van de drie bekende zendingsreizen hebben we een
duidelijk beeld. Maar van al zijn werk in die jaren, na zijn
krachtdadige bekering, is niets opgeschreven. Ik denk dat Paulus ook
niet veel tijd had om veel op te schrijven. Hij had het veel te druk
om te reizen. Hij predikte en drong er bij de mensen op aan. Wat
fantastisch om zo’n krachtdadige predikant te hebben. Hij
is er vol van. Hij draagt het over. Er komt geen einde aan. Het is
geweldig.
Natuurlijk komen de tegenstanders dan ook weer
binnen. Daar kun je vast en zeker op rekenen. Elke keer als het
evangelie succes heeft, dan ligt de vijand, de tegenstander, ook op
de loer. Hij zal alles doen om de vrucht van de Geest aan te vallen.
De besnijdenis was hier, zoals steeds, een strijdpunt. Paulus gaat
naar Jeruzalem met Barnabas en Titus. En waarschijnlijk ook wel tot
zijn verbazing en blijdschap, wordt Titus, die een Griek was,
niet gedwongen om zich te besnijden. De besnijdenis was iets dat aan
de Joden was opgedragen en niet aan de heidenen. Er was een stroming
die van mening was dat ook de gelovigen uit de heidenen zich
moesten laten besnijden. Paulus was die mening niet toegedaan. Hij
werd daar in bevestigd door de broeders in Jeruzalem. Even later zegt
hij, nadat hij zijn prediking aan de aanzienlijken had uitgelegd, dat
Jacobus, Johannes en Petrus hem ook niets verder in de weg legden.
Hij werd dus volkomen geaccepteerd als apostel voor de heidenen,
zoals Petrus dat voor de Joden was. En daar volgde grote blijdschap
op. Het bezoek aan de broeders in Jeruzalem, aan het centrum van de
gemeente, zal ongetwijfeld Paulus tot grote blijdschap hebben
gebracht. Hij beschrijft het gebeuren hier om maar weer te bevestigen
dat het niet nodig is dat de gelovigen uit de heidenen besneden
worden. Waarschijnlijk was daar de grote strijd over onder de
gemeenten van de Galaten. Dit is duidelijke taal. En een les voor
ons.
Galaten 2:11-21
5 augustus [2]
|
2:14 |
Indien gij, die een Jood zijt, naar heidens en niet naar Joods gebruik leeft, hoe kunt gij dan de heidenen dwingen zich als Joden te gedragen? |
|
2:16 |
…om gerechtvaardigd te worden uit het geloof in Christus en niet uit werken der wet,… |
|
2:19 |
Want ik ben door de wet voor de wet gestorven om voor God te leven. |
|
2:20 |
Met Christus ben ik gekruisigd, en toch leef ik, (dat is), niet meer mijn ik, maar Christus leeft in mij. |
Dit
is toch wel een geweldig en ontwapenend stuk. Wat is er toch steeds
een strijd tussen de wet en het geloof. Het komt telkens weer om de
hoek. We zitten snel maar weer vast aan menselijke inzettingen die we
voorwaarde maken voor ons geloof. We zijn zo kuddeachtig en zo
vleselijk en zo vol oordeel en zo schijnheilig. De zonde kleeft aan
alle zijden aan ons. Ik ellendig mens, zegt Paulus dan ook in de
Romeinenbrief. Als ik het goede wil doen, is het kwade mij nabij. Hoe
is dat niet uit het leven gegrepen? We kunnen daar allemaal van
getuigen. En zij die zeggen dat het allemaal wel meevalt, die zijn de
grootste slachtoffers van deze zonde. Want hoe meer je de genade van
de HERE God ziet, hoe meer je ervaart dat je alleen maar door zijn
genade kunt leven.
In dit stukje komt Paulus voor de
waarachtigheid op. Het was ook absoluut fout, hoe Petrus, maar ook
Barnabas en de anderen, weer in hun schulp kropen en huichelachtig
waren. Eerst aten ze met de heidenen aan één tafel. Ja,
de gelovigen uit de heidenen. Er is toch een eenheid. Maar toen Joden
uit Jeruzalem kwam, gingen ze gauw apart eten. Want Joden eten
toch niet met heidenen aan één tafel. Paulus
spreekt hen daarop openlijk aan. Dat kan niet. Dat is de grootst
mogelijke schijnheiligheid tegenover de heidenen. Hoe kun je ook
verwachten dat er gelovigen uit de heidenen komen als je zo’n
schijnheilig gedrag hebt? En daar gaat het steeds maar weer om.Wij
worden niet gerechtvaardigd uit werken der wet, maar door het
geloof in Jezus Christus. Dat wil Paulus wel van de daken roepen. En
dat moet ook. Want de zonde van de werkheiligheid, de dogma’s,
de gewoonten, dat waar we elkaar op afrekenen, dat zit zo in ons.
Daar hebben we steeds maar weer mee te maken. Daar moeten we ons
steeds maar weer van bekeren.
Prachtig hoe Paulus het aan de
Galaten klip en klaar zegt: Want ik ben door de wet voor de wet
gestorven om voor God te leven. Met Christus ben ik gekruisigd,
en toch leef ik, (dat is), niet meer mijn ik, maar Christus leeft in
mij. Geweldig toch? Wat een grote kracht. Wat een wonder. Christus
leeft in mij. Dat kan toch helemaal niet? Wie ben ik dat Christus in
mij leeft? Dat kan ik toch nooit aan? En dat is telkens weer de grote
ontdekkingsreis. Dat kunnen we ook helemaal niet aan. We gaan daaraan
onderdoor, als we denken het in eigen kracht te kunnen doen. Daar
gaan we onder gebukt, als er ook maar één gedachte is
dat ik het toch zelf moet kunnen verdienen. Daar komen we ook nooit
aan toe, als we maar één gedachte hebben dat ik te
zondig ben om het ook te bereiken. Natuurlijk ben ik te zondig.
Natuurlijk is er niets in mij dat het verdient. Wij verdienen
allemaal de dood. Maar het is de genade, de genade van God dat
we leven. Hij gaf zijn leven. Gods Zoon. Dat kan toch helemaal
niet? Gods Zoon? Ja, Gods Zoon! Genade, genade. We moeten op onze
knieën vallen en God danken, eeuwig danken, voor zijn genade.
Genade, genade. Hoe is het mogelijk, dat dat ook voor mij geldt? Ja,
het geldt ook voor mij. Leven uit genade. Maar het dan ook
doen.
Paulus roept het hier opnieuw. Want er zijn weer mensen
onder de Galaten geslopen die het allemaal zelf wel kunnen bedenken.
De besnijdenis. Waarop zij kunnen bepalen wie wel en wie niet
gelooft. En dat is het slavenjuk. En dat is er niet meer. Er is
vrijheid in Christus. Hij woont in ons. Hij wil ons beschermen.
Van daaruit moeten we leven. Maar dan moeten we er ook uít
leven. Dan moeten we het ook grijpen. Dan moeten we ons daartoe ook
inzetten. Dan is het ook de wedstrijd die we moeten lopen. Dan
is het ook een strijd. Maar een strijd in overwinning. Doen, doen,
doen! Blijf niet bij de pakken neerzitten, want het is waar. Het
is waar. Geef je over. Lees de Bijbel. Geloof in God, het is genade.
Ook het willen en het werken werkt Hij. Want er is niemand die
achteraf ook voor maar een moment kan denken dat het zijn eigen werk
is geweest dat hem tot het geloof bracht. Het is net als Paulus. Het
is de Here Jezus Zelf Die je stilzet en je doorhelpt en vastpakt.
Leven voor Christus. Prijs de HERE! We kunnen daar de hele dag wel
enthousiast over schrijven. We kunnen er de hele dag en de rest van
ons leven uit leven. Glorie voor zijn Naam!
Galaten 3:1-14
6 augustus [2]
|
3:2 |
Hebt gij de Geest ontvangen ten gevolge van werken der wet, of van de prediking van het geloof? |
|
3:7 |
Gij bemerkt dus, dat zij, die uit het geloof zijn, kinderen van Abraham zijn. |
|
3:8 |
In u zullen vele volken gezegend worden. |
|
3:9 |
Zij, die uit het geloof zijn, worden dus gezegend tezamen met de gelovige Abraham. |
|
3:13 |
Christus heeft ons vrijgekocht van de vloek van de wet door voor ons een vloek te worden;… |
|
3:14 |
Zo is de zegen van Abraham tot de heidenen gekomen in Jezus Christus, opdat wij de belofte des Geestes ontvangen zouden door het geloof. |
Het
is ook wel te begrijpen dat het voor de Joden heel erg moeilijk was
om zo maar een geheel andere kijk te krijgen op de Messias en de wet.
Ze waren gepokt en gemazeld in het leven naar en houden van de
wet als voorwaarde om een echt gelovige Jood te zijn. Ze hadden er
hun regels voor gemaakt. Hun zeshonderd en dertien geboden, die de
Joden moesten houden en de zeven noachitische geboden, die dan zouden
gelden voor alle mensen. Hoe zien we dat niet in het leven van de
Here Jezus? Het lijkt er wel op dat de Schiftgeleerden niets
anders doen dan om Hem te pakken op het niet houden van die geboden.
Je moest je handen wassen voor het eten. Je ging geen aren plukken op
de sabbat. Je mocht niet meer dan zoveel meter lopen op de sabbat. Je
genas niet op sabbat. Je bad en je vastte. Je hele leven was vol van
regels en geboden. Dat was hun godsdienst. Dat er gerechtigheid was
uit het geloof en niet uit werken der wet, dat was voor hen een nieuw
begrip. Het is dan ook geen wonder dat Paulus dat in al zijn brieven
steeds maar weer naar voren haalt.
Het was ook heel moeilijk
voor de Joden om te zien dat er ook heil was voor de heidenen. En dat
nog wel op grond van de belofte aan Abraham. Abraham hun aartsvader.
Dat de belofte van God: In u zullen alle volken gezegend worden,
ermee te maken had dat de beloften voor de Joden ook van toepassing
werden voor de volkeren. Dat wilde er bij hen niet in. De orthodoxe
Joden wilden dan ook niets anders dan Paulus uit de weg ruimen. Hij
zit nu gevangen en schrijft zijn brieven. Weg met Jezus, maar
ook weg met de fanatiekeling Paulus.
Paulus put zich in
dit stukje dan ook uit om te herhalen dat ze moeten blijven bij wat
hij als evangelie gebracht heeft. Geen wonder dat er andere Joden
kwamen om hen weer van de wijs te brengen. Dat kwam Paulus overal
tegen. Daarom bestrijdt hij het ook zo fel. Het is het één
of het ander. Het is zwart of wit. Het zijn zij die uit het geloof
zijn, die kinderen van Abraham zijn. Abraham is gerechtvaardigd
door het geloof. Zo werd het hem tot gerechtigheid gerekend. Lees het
zelf maar. Het staat in jullie Torah. Christus heeft ons vrijgekocht
van de vloek der wet door voor ons een vloek te worden. Zo is de
zegen van Abraham tot de heidenen gekomen in Jezus Christus, opdat
wij de belofte des Geestes ontvangen zouden door het geloof.
Fantastisch als je het gaat zien. Het is genade. Het is genade. Het
kan ook niet anders. Want hoe kunnen we het zelf verdienen? Christus
is de vloek geworden. Hij heeft zijn leven gegeven. Daar kun je met
je verstand toch niet bij? Hij gaf zijn leven. Dat is een lijdende
Messias. En dat was in de begrippen van de Joden ook heel moeilijk.
Zij waren niet opgegroeid bij het idee van een lijdende Messias. Zij
geloofden in een overwinnende Messias. Zij waren er vast van
overtuigd dat de Messias zou komen om de Romeinen het land uit te
gooien. De bezetter. De gehate bezetter, die hen in hun diepste eer
aantastte. Zij, het volk van God. Zij in het beloofde land, waren
bezet door de heidense Romeinen. Dat was een krenking van hun eer.
Dat kon toch helemaal niet? Daarom was er een vurige
Messiasverwachting. Een nationalistische Messiasverwachting. De
Messias zou een strijdende en overwinnende Messias zijn en dan zouden
de rollen omgekeerd worden. Dan zouden zij gaan heersen over de
volkeren, zoals op zoveel plaatsen over de Messias geschreven
was.
Een lijdende Messias kwam in hun beeld helemaal niet
voor. Dat was het omgekeerde van wat hen met de paplepel
ingegoten was. En toch, Paulus komt met de prediking van een
gekruisigde Christus, Die de vloek op Zich genomen heeft, Die geleden
heeft voor onze zonden, Die de verzoening is van de zonden der
wereld. Dat kan ook niemand verdienen. Dat is alleen maar genade. Dat
kun je alleen maar geloven. Dat kun je niet verdienen. Geloven door
de genade en het bloed van Jezus. Alleen het geloof rechtvaardigt
ons. Het geloof in een gekruisigde Jezus. Glorie voor zijn Naam! Daar
word je enthousiast van als je het gaat zien. Dat moeten we dan ook
proclameren. Daar moeten we niet over zwijgen. Daar moeten we steeds
enthousiaster van worden. Fantastisch! Heerlijk voor zijn Naam.
Prachtig dat we daar uit mogen leven.
Dank U, Here Jezus voor
zoveel genade. Ons hart gaat uit naar de kinderen van uw volk. Wilt U
hen trekken. Dank U dat U beloften hebt voor uw volk. Zij zullen door
Uzelf zien wie ze doorstoken hebben. Wat moeten ze nog veel meemaken.
Wat moeten ze nog veel lijden. Wat hebben ze geleden. Wat hebben
wij, als gelovige heidenen, hen aangedaan? Wat rust er een schuld op
ons. Het is toch vreselijk? Hoe kunnen wij voor God bestaan? Wij met
onze grote mond gerechtvaardigd door het geloof door genade door het
kruis van Golgotha en tegelijkertijd hebben we de kinderen van
Gods uitverkoren volk vervolgd en uitgemoord. Door de eeuwen
heen tot in onze generatie toe. Ja tot vandaag aan de dag, als we de
tegenstanders van de Joden steunen, die hen alleen maar met geweld de
zee in willen jagen. O, HERE God, hoe zijn wij met blindheid
geslagen. Vergeef ons en open ons de ogen, opdat we het in een juist
profetisch perspectief mogen zien. Here, help ons!
HERE vergeef ons.
Galaten 3:15-29
7 augustus [2]
|
3:16 |
…en aan uw zaad, dat wil zeggen: aan Christus. |
|
3:17 |
…zodat zij de belofte haar kracht zou doen verliezen. |
|
3:18 |
Immers, als de erfenis van de wet afhangt, dan niet van de belofte; en juist door een belofte heeft God aan Abraham zijn gunst bewezen. |
|
3:21 |
Is de wet dan in strijd met de beloften [Gods]? Volstrekt niet! |
|
3:25 |
Nu echter het geloof gekomen is, zijn wij niet meer onder de tuchtmeester. |
|
3:28 |
…gij allen zijt immers één in Christus Jezus. |
|
3:29 |
Indien gij nu van Christus zijt, dan zijt gij zaad van Abraham, en naar de belofte erfgenamen. |
Een
belangrijk stuk, waard om twee keer te lezen en te overdenken. Het is
geweldig. Er is een Middelaar, een Verlosser: Jezus Christus en Dien
gekruisigd. De belofte is aan Abraham en zijn zaad. Er staat
niet: zijn zaden, maar zijn zaad. In u zullen alle volken gezegend
worden. De belofte is aan Christus gegeven. In Christus is de
vervulling van de wet. De wet is vierhonderd dertig jaar na Abraham
gekomen; aan de belofte toegevoegd, omdat de wet de zonde doet
kennen. Maar in Christus zijn wij gerechtvaardigd door het geloof.
Niet gerechtvaardigd door de wet, maar door het geloof. God sloot een
verbond met Abraham. Wij zijn alle erfgenamen door het geloof in
Jezus. Gerechtvaardigd door het offer van Hem aan het kruis van
Golgotha. Het is een geweldige zaak. Paulus put zich uit om het de
gelovigen uit de Joden steeds maar duidelijk te maken. Er is
geen sprake van een tegenstelling. Er is eenheid in de Schrift. God
geeft zijn eeuwigdurende belofte aan Abraham. God geeft de wet op de
Sinaï, vierhonderd dertig jaar later. Dat zet de belofte en de
gerechtigheid uit het geloof niet op losse schroeven. Het is een
tuchtmeester voor ons, dat de wet erbij kwam. De wet doet de zonde
kennen, maar dat wil niet zeggen dat we er door gerechtvaardigd
worden. In tegendeel. Dan komt de beloofde Messias en dat is de
vervulling van het zaad. En wij zijn dan gerechtvaardigd door het
geloof in het zaad: de Messias. Hij gaf zijn leven. Hij was de
vervulling van de belofte en Hij was het volmaakte offer. God
Zelf verschafte Zich een offerlam. De Zoon van God. Niet Isaäk,
niet de wet, niet de offeranden, maar Jezus Zelf. Hij is de
vervulling van de wet. Hij werd de vloek aan het kruishout. Hij nam
de zonden van ons op Zich. Wat een wonder. Wat een genadige God, dat
Hij zelfs Zijn eigen Zoon niet gespaard heeft, maar voor ons allen
overgeven, opdat wij eeuwig leven zouden hebben. Wij waren des doods
schuldig. En hoe waar is het niet? Wat brengen wij ervan terecht? We
hebben genade en ontferming nodig. Geprezen zij de HERE!
En
daarin is er geen onderscheid meer tussen Jood en Griek en wie dan
ook. Wij zijn allen één in Christus. Christus is
gestorven voor de zonden van de gehele wereld. In Christus zijn we
één. En in Christus zijn we het zaad van Abraham en
naar de belofte erfgenamen. Niet meer ik, maar Christus leeft in mij.
Wat een genade. Het is geweldig.
Galaten 4:1-20
8 augustus [2]
|
4:5 |
…om hen, die onder de wet waren, vrij te kopen, opdat wij het recht van zonen zouden verkrijgen. |
|
4:7 |
…indien gij zoon zijt, dan zijt gij ook erfgenaam door God. |
|
4:8 |
Maar in de tijd, dat gij God niet kendet, hebt gij goden gediend, die het in wezen niet zijn. |
|
4:17 |
Zij zijn vol ijver voor u, maar niet op de juiste wijze, want zij willen u buitensluiten,… |
|
4:20 |
…want ik ben in zorg over u |
De
zaken staan er kennelijk slecht voor bij de Galaten. Ze zijn
afgeweken van het evangelie dat Paulus bracht. Er zijn mensen
binnengeslopen die met grote ijver een ander evangelie prediken. Zij
prediken een wettisch geloof. Ze moeten dit en ze moeten dat.
Het wordt niet helemaal duidelijk wat ze willen. Eén ding is
wel duidelijk, dat ze bezig zijn om hen van hun vrijheid in Christus
te beroven. Paulus heeft het er heel erg moeilijk mee. En dat terwijl
ze, toen ze tot geloof kwamen, Paulus heel erg ziek was, ze toch zijn
boodschap gezien hebben als een boodschap van God die ze hebben
aangenomen. Ze hebben Paulus ontvangen als was hij Jezus zelf. Ze
zouden alles er aan gedaan hebben om hem in zijn ziekte te helpen. Ze
zouden hun eigen ogen wel hebben willen geven. Is dit is een
aanwijzing dat Paulus aan een oogziekte leed?
En nu toch dit.
Dat kan toch niet? Als zij kinderen der belofte zijn, dan zijn zij
ook erfgenamen. Dan zijn zij vrij en geen slaaf meer. Tot de tijd,
dat Jezus kwam, waren ze slaven, maar nu de Messias gekomen is, zijn
zij vrij en delen in de belofte. Paulus kan het niet sterk genoeg
benadrukken. Hij wijst er steeds weer op dat er vrijheid is in
Christus. Geen gebondenheid meer aan allerlei regels om de
heerlijkheid te verdienen. Geen slaaf, maar zoon. En als je zoon
bent, dan ben je erfgenaam van God. Hoe is het dan mogelijk dat je
weer terugvalt in je gewoonten van voor de openbaring van Jezus in je
leven? Daar moet je je tegen wapenen. Die valse herders kunnen wel
heel ijverig zijn en van alles uitleggen en je proberen duidelijk te
maken, maar je moet er geen aandacht aan schenken. Het zijn valse
herders en leraars. Die willen je je vrijheid en je blijdschap
in Hem ontnemen. En dat is gevaarlijk.
Het is een uit het
leven gegrepen voorbeeld voor ons. Als we geloven in de kracht van
God, dan komen meteen de valse herders en leraars en die doen van
alles om je van de liefde en de blijdschap van God af te halen. Het
gaat om de kracht van God. Het gaat om de eeuwigdurende belofte van
God. Het gaat om de vrijheid in Christus. Zodra we weer onze eigen
redeneringen erbij gaan halen, dan raken we onze vrijheid kwijt; dan
worden we knechten van ons eigen denken. Dan kan het de ene keer zus
zijn en de andere keer zo zijn. Er is dan geen houvast meer buiten
onszelf. Het wordt een subjectief geloven, dat ook steeds weer aan
verandering onderhevig kan zijn. Daar waarschuwt Paulus voor.
Daar moeten we ons tegen wapenen. We zijn geen slaven meer. We zijn
vrijen. Wij zijn gerechtvaardigd door het geloof in Messias Jezus.
Een slaaf moet gehoorzaam zijn aan een meester. Hij mag niet dit en
mag niet dat. Maar een vrije mag leven onder de almacht en de
vrijheid van God. O beste mensen, roept Paulus, ik zou het wel anders
tegen jullie willen zeggen, maar jullie moeten heel dicht bij het
evangelie blijven, dat ik jullie verkondigd hebt, want anders kom je
verkeerd uit. Ik heb grote zorg over jullie. En ik zeg het jullie dan
ook maar heel duidelijk. Daar hebben we allemaal behoefte aan. Ga bij
jezelf na waar je weer onder de wet gekropen bent en jezelf
verwijderd hebt van de genade? Lees en herlees. Het staat hier
duidelijk.
Galaten 4:21-31
9 augustus [2]
|
4:23 |
Maar die van de slavin was naar het vlees verwekt, doch die van de vrije door de belofte. |
|
4:24 |
…twee bedelingen: de ene van de berg Sinaï, die slaven baart,… |
|
4:25 |
Het staat op één lijn met het tegenwoordige Jeruzalem, want dat is met zijn kinderen in slavernij. |
|
4:27 |
…want talrijker zijn de kinderen der eenzame dan van haar, die een man heeft. |
|
4:29 |
…hem, die naar de geest verwekt was, vervolgde, zo ook nu. |
|
4:31 |
Daarom, broeders, zijn wij geen kinderen ener slavin, maar van de vrije. |
Wel
moeilijk dit stukje. Paulus doet opnieuw een poging om het verschil
tussen de wet en de belofte uit te leggen. Het verschil tussen
vrij zijn en slaaf. Hij spreekt over de twee zonen van Abraham.
Isaäk, ja dat is een zoon van de vrije Sara. En Ismaël, de
zoon van Hagar, dat is een zoon naar het vlees. Dat begrijpen
we. Dat is dan een zoon naar de wet. Want de naam Sinaï waar de
wet is gegeven is, is hetzelfde als Hagar. Paulus kent daar een
diepere betekenis aan toe.
Het zijn twee bedelingen. De
bedeling van de vrijheid en de bedeling van de slavernij. Het
tegenwoordige Jeruzalem staat op één lijn met Hagar,
want het wil blijven bij de wet. Het wijst de rechtvaardiging door
het geloof af. Messias Jezus kan niet de Messias zijn. Dat was een
valse Messias, die de wet niet hield. Weg met Hem! Kruisig Hem!
Liever een misdadiger vrij, dan Jezus nog langer in leven. Maar het
hemelse Jeruzalem is vrij, zegt Paulus. Niet gebonden door de
wet, maar vrij door de belofte. Niet zelf geregeld naar het vlees,
maar naar de belofte vertrouwend op wat onmogelijk lijkt.
Dan
wordt de tekst uit Jesaja 54 vers 1 aangehaald. Daar gaat het over de
onvruchtbare, die veel kinderen heeft. Daar moeten we ons over
verheugen. Het zijn fantastische hoofdstukken na het 53ste hoofdstuk.
De lijdende knecht des HEREN. En dan de hoofdstukken dat het heil ook
voor alle volkeren is. O, alle gij dorstigen, komt, koopt en eet. Ik
zal nog meerderen bijeenbrengen, dan er reeds toegebracht zijn.
Fantastische hoofdstukken. We moeten de profeten veel meer lezen.
Natuurlijk gaat het over de beloften voor land en volk van Israël.
En wij zijn geënt op de wortel. Maar de bedoeling van God is om
alles weer te herstellen, zoals het was. Het volk Israël is
gekozen, opdat God een weg kon banen om het heil voor de volkeren uit
te breiden. De Messias moest een weg vinden om Gods plan te
volvoeren. Maar het gaat om het heil voor de wereld. En daarom is het
belangrijk om dit stukje in Paulus’ brieven te lezen met het
oog op het heil voor de wereld. Dat is een geweldige uitdaging. Daar
liep hij op tegen de Joden, die zoveel eeuwen gedacht hebben dat de
God, die zij dienden, hun eigen God was. Terwijl het de God van de
hele wereld is. Want Hij heeft immers de hemel en de aarde gemaakt.
De wet zegt dat toch heel duidelijk. En zij wisten het. Maar ze
vergaten, dat die God hen uitverkoren had om dat heil aan heel
de wereld te kunnen brengen door hun Messias Jezus, Die als lijdende
knecht gekomen was om de zonden te verzoenen. Daar was toch ook de
tempel voor? De plaats waar God wilde wonen bij de mensen? Daar
werden de offers gebracht. Niet alleen als onderscheid met de afgoden
rondom hen, maar als de universele God, Die woonde en troonde in
Jeruzalem, het centrum van de wereld. Toen en ook nu. En dat is het
hemelse Jeruzalem en dat is vrij.
We denken door ons
historisch en rationeel besef en onze verdorvenheid, veel te eng van
de plannen van God. God is wereldwijd. Hij regeert het heelal. De
psalmen staan daar vol van. Paulus probeert alsmaar uit te leggen dat
het niet gaat om de wet die alleen voor de Joden is en voor de
niet-Joden die erbij komen. Neen, het gaat om de andere
bedeling, de bedeling van Abraham. De bedeling die er al vierhonderd
dertig jaar eerder was dan de wet. Daar wordt gesproken over een
eeuwigdurende belofte. Een belofte van de vrije. Abraham kan, door
Hagar als vrouw te nemen, wel proberen een erfgenaam naar het vlees
te krijgen en Ismaël geboren te laten worden, maar zo werkt God
niet. Het kind met de moeder worden daarom ook de woestijn
ingestuurd. Abraham, Abraham, Abraham wat doe je nu toch dom.
Twijfel je dan toch aan de belofte van God? We moeten ontzettend
voorzichtig zijn om God niet voor de voeten te lopen. Dat is
levensgevaarlijk. Daar komen ongelukken van.
Zelfs vandaag aan
de dag hebben we nog te maken met dat ongeloof van Abraham. De
kinderen van Ismaël zijn vandaag de Arabieren die voor het
grootste gedeelte Moslim zijn, die elke dag bezig zijn om de kinderen
van de vrije te vernietigen en in een kwaad daglicht te plaatsen. God
heeft geen Zoon, roepen ze heel hard. Zij alleen zijn de echte
kinderen van Abraham en weg met de kinderen van Sara. Daar waar
Abraham zijn zoon moest offeren, hebben zij een grote moskee
gebouwd. De Schrift werd verdraait, zo zou niet Isaäk maar
Ismaël door Abraham geofferd zijn. Weg met de eeuwigdurende
beloften. Weg met Jezus. Weg met de christenen. Joden en christenen
zijn in hun ogen hun aartsvijanden. Hoe vriendelijk ze ook over
kunnen komen, hun religie zegt het anders. Als een christen hen te na
komt dan hebben ze de plicht hem te doden. Want die gaat tegen de
leer van Mohammed in. Wat een grote leugen. Wat een consequenties van
een fout van Abraham, of liever een grote zonde. Want als God iets
belooft, dan moeten wij daar onvoorwaardelijk in geloven en in
blijven geloven. Niet denken God een handje te moeten helpen. Want
dan komt de straf. God laat niet met zich spotten.
Paulus kan
het wel van de daken roepen: Joden, lees toch met je eigen ogen en
hart wat je eigen profeten hebben geschreven en gooi die bril van de
wet en de wetgeleerden aan de kant. Je moet lezen wat er staat dan
heb je wat er staat. Doe dat dan toch! Daarom haalt hij Jesaja 54
aan. De Joden lazen deze hoofdstukken alleen maar in het
verlengde van hun eigen gezichtspunt: de wet! Daarom hebben ze ook
ontzettend veel moeite met het daaraan voorafgaande Jesaja 53. Dat
gaat over een Messias, Die lijdt. En dat kan niet. Want zij hebben
hun Messias een overwinnende, een bevrijdende Messias gemaakt, Die de
bezetters eruit zal gooien en dan vanuit Jeruzalem zal heersen over
de volkeren. Ze hebben het over een vleselijke, wettische
Messias. En daar past Jesaja 53 niet in. Daar lezen ze overheen. Daar
willen ze geen discussie over hebben. Wat een tragiek. Het is toch op
grond van hun eigen profetieën dat de Messias is gekomen? In de
eerste plaats voor hen. Wat een harde strijd om de waarheid naar
voren te krijgen. Wat een tragiek voor de Joden, die toch het eerst
in aanraking kwamen met dit goede nieuws.
Wat ook een strijd
in die eerste gemeenten die al spoedig uitloopt op een scheiding.
Paulus, door God geroepen om apostel van de heidenen te zijn, was dan
ook krachtdadig geroepen. Soms denk je wel eens dat het ook niet
anders kon, want anders was hij misschien ook niet zo tot het
bijbelse inzicht gekomen hoe de vork nu werkelijk in de steel
zat. Het valt ook niet mee om bekeerd te worden van een dogma
dat je van alle kanten en eeuwenlang is voorgehouden. Daarom is
het ook zo ontzettend belangrijk dat we de Bijbel lezen. Lezen, lezen
en biddend overdenken. We zitten zo maar aan de verkeerde kant. Zoals
wij bijvoorbeeld als gelovigen uit de heidenen, die denken dat de
Joden de belofte verworpen hebben en ze Jezus hebben afgewezen, omdat
ze ook vandaag nog bij de wet zweren (de bedeling van Hagar, het
tegenwoordige Jeruzalem, dat met zijn kinderen in slavernij is),
wij als gelovigen uit de heidenen dan alle beloften en profetieën
dan van toepassing mogen verklaren op de kerk. Voor de Joden, voor
Israël, voor het land, zijn geen beloften meer. En dat is ook de
grootste leugen die er bestaat.
Messias Jezus is gekomen als
lijdende knecht des HEREN. Er is alleen gerechtigheid door het
geloof op grond van het offer, de verzoening van onze zonden door
Messias Jezus op het kruis van Golgotha. Hij is ten hemel gevaren
om ons plaats te bereiden, maar Hij heeft ons niet als wezen
achtergelaten. Hij zendt ons de Heilige Geest, de Trooster, de Geest
der waarheid. Hij zal komen op de wolken. Hij zal zijn voeten zetten
op de Olijfberg. Dan zullen ze zien Wie ze doorstoken hebben. En alle
volken zullen erkennen dat Hij God is. En de wet zal uitgaan van
Jeruzalem. Dan zullen alle volken elk jaar naar Jeruzalem komen om
God te aanbidden. Wat een beloften. Wij, als kerken uit de heidenen,
hebben al deze beloften naar onszelf toegetrokken. En welke
exegetische kronkel we er ook voor moesten verzinnen, we hebben het
verzonnen. Er is hier en daar wel wat gemorrel om deze valse
theologie te ontmaskeren, maar er is, tot op heden, geen brede
erkenning en bekering. Want dan zet je de hele boel ook wel erg op
z’n kop. En dat is nu juist wat moet gebeuren: Hoe kunnen we
een Jood het evangelie voorhouden als we hem eerst beroven van zijn
eigen profetie? Dat slaat toch nergens op. Daar kijkt hij dan ook
dwars doorheen. De orthodoxe Jood verafschuwt de christen. Voor hem
zijn de christenen dieven en moordenaars. Voor hen is het kruis dan
ook gelijk met het zwaard. En dat is ook zo. Wat hebben wij,
christenen met de Bijbel in de hand, de Joden niet door de eeuwen
heen uitgemoord. Het is toch verschrikkelijk. Het is je toch niet
voor te stellen. De recente holocaust is er slechts één
van. Vandaag aan de dag wordt nog steeds in de meeste kerken en bij
de meeste christenen de verwarring in stand gehouden dat alle
beloften van Israël zijn overgegaan op de kerk. En indien een
Jood wat wil, dat hij zich dan moet bekeren tot de kerk. Nou, nou,
wat een arrogantie.
Maar nog erger. Wat een diefstal. Wij
hebben Jezus, van Wie we zeggen dat we Hem op grond van de Schrift
als Messias aanvaarden. Gode zij dank dat wij tot dit inzicht gekomen
zijn. We hebben met dezelfde haast deze Jezus, onze eigen Messias,
beroofd van zijn eigen profetie. Hij was het toch Die vertelde
over zijn terugkomst? Hij sprak toch wenend over Jeruzalem? Hij legde
toch de Schriften uit op grond van hun eigen profetie? Hij sprak toch
alleen maar over de profeten? De profetie, de Bijbel, die sprak over
Zijn komst. Hij klaagde hen toch aan dat ze van de wet een knelling
hadden gemaakt, terwijl de wet juist bedoeld is om te kunnen leven in
vrijheid, gerechtigheid en rechtvaardigheid. Hij veegde het
tempelplein toch leeg, omdat ze er een rovershol van gemaakt hadden,
zoals de profetie zegt, in plaats van een bedeplaats voor alle
volkeren. En wat doen wij? Geen beloften meer voor zijn volk. We
kappen Jezus af van zijn eigen profetie, die juist nodig is om zijn
terugkomst voor te bereiden. Zolang er geen radicale bekering is van
deze vreselijke leugen, past Messias Jezus in het wettische dogma van
een verwrongen kerk uit de heidenen. Dit is de Hagar-geest en
niet geest der belofte, het hemelse Jeruzalem.
Daar had Paulus
het over. Paulus had het niet over de beloften van de Messias die
overgingen op de gemeente en van de Joden werd afgenomen. In
tegendeel. Hij bevestigde deze beloften juist. Hij was alleen
maar bezig om de Joden ervan te overtuigen en te doordringen, dat zij
niet bij de wet moesten blijven hangen maar ook in de bedeling van de
vrije, de belofte aan Abraham moesten gaan staan. Zij waren kinderen
der belofte en niet kinderen van de slaaf. En de kinderen van de
belofte zijn de kinderen die geboren worden uit de rechtvaardiging
door het geloof, uit Messias Jezus. Want indien wij met Christus
zijn, dan zijn wij zaad van Abraham en naar belofte erfgenamen. Dat
geldt voor de gelovigen uit de heidenen, maar dat geldt dan in de
eerste plaats voor de gelovigen uit het volk van God Zelf. Zij hebben
er in de eerste plaats recht op. Wat een tragiek dat de Joden zoveel
moeite hebben om dat te gaan zien. Zij blijven gebonden, zij blijven
slaven, omdat ze hun Messias van de wet verwachten en niet naar het
verbond, de bedeling van Abraham.
O, HERE God, zendt ons een
Paulus vandaag, die met betoon van geest en kracht het evangelie van
de vrijheid, het evangelie van de vrije predikt. Het evangelie van de
wereldwijde God, Die niet anders wil dan dat mensen tot bekering
komen en het eeuwige leven van vrijheid mogen ontvangen door genade,
door het offer van de Zoon der vrije Messias Jezus geboren uit de
Joden en terugkomende in het uitverkoren land te midden van zijn
uitverkoren volk. De prediking van de boodschap van bevrijding heeft
prioriteit. Eerst aan de Jood, maar ook aan de Griek. O, HERE God,
dank U wel. Dit was een moeilijk stukje. En ik denk dat ik nog maar
nauwelijks de diepgang ervan begrepen heb. Of misschien wel helemaal
niet. Maar ik ben blij een stukje meer beseft te hebben, hoe uw plan
in elkaar zit. Help mij! Ontgiftig ook mij van het zuurdezem van de
Farizeeën. Ik ben ook wettisch opgevoed in een theologie van de
vervangingsleer en een kerkleer die gestoeld is op een verbond
dat van uw beloften is losgemaakt. We zitten in de kerk van het
Westen zo ontzettend vastgeroest dat we ons wel af mogen vragen of er
wel ooit een uitweg is. De vastgeroeste dogma’s en de
structuren zijn vervlochten in leven en cultuur. Er moet wel een
wonder gebeuren wil dat ooit nog los mogen komen. O HERE, help ons om
te bidden en te worstelen, opdat er verandering en verbetering gaat
komen. Wij danken U voor uw genade en uw geduld. We danken U voor uw
Woord, dat zeer vast is. U komt tot ons door uw Woord en uw Geest. U
openbaart Zich. Help ons om in dat Woord, in die beloften te leven.
Het leven is dan een feest. HERE wij loven en wij prijzen U!
Galaten 5:1-12
10 augustus [2]
|
5:1 |
Opdat wij waarlijk vrij zouden zijn, heeft Christus ons vrijgemaakt. Houdt dus stand en laat u niet weder een slavenjuk opleggen. |
|
5:4 |
Gij zijt los van Christus, als gij door de wet gerechtigheid verwacht; buiten de genade staat gij. |
|
5:5 |
Wij immers verwachten door de Geest uit het geloof gerechtigheid, waarop wij hopen. |
|
5:6 |
…maar geloof, door liefde werkende. |
|
5:7 |
Gij liept goed. Wie is u in de weg gekomen, dat gij aan de waarheid niet meer gehoorzaamt? |
|
5:10 |
Maar wie u in verwarring brengt, zal zijn straf hebben te dragen, wie het ook zij. |
|
5:11 |
Dan is immers het aanstotelijke van het kruis van kracht beroofd. |
|
5:12 |
Zij moesten zich maar laten snijden, die u verontrusten! |
Ja,
daar gaat het Paulus om. Hij is gekomen en heeft hen het evangelie
van de vrijheid gepredikt. De Galaten hebben dat aangenomen. Zij
waren goed begonnen. Ze waren blij. Ze waren enthousiast. Ze
hadden alles gedaan om die prediking van bevrijding te volgen. En nu
waren ze in verwarring gebracht door mensen, die beweerden dat het
voor hun behoudenis toch nodig is dat mannen besneden worden. Maar
Paulus vertelt over zijn bezoek aan Jeruzalem, hoe ze hem niets
in de weg gelegd hebben. Ze hebben het daar niet over de besnijdenis
gehad. Paulus heeft helemaal niets tegen de besnijdenis; hij is zelf
besneden, hij is zelf Jood. En dat Joden zich moeten laten besnijden
staat voor hem ook helemaal niet ter discussie. Maar nu waren er
lieden gekomen die de besnijdenis als voorwaarde stelden voor geloof.
Ze probeerden er een wettisch geheel van te maken. Paulus ziet dat
als een bedreiging van de bedeling van de vrije; van de belofte
aan Abraham. Abraham geloofde God en het werd hem tot gerechtigheid
gerekend. Wij geloven in Messias Jezus, Die ons vrijkocht van de
zonde en dat wordt ons tot gerechtigheid gerekend.
Er is een
directe lijn tussen de belofte aan Abraham, via David naar Messias
Jezus. Het offer van Isaäk is een afschaduwing van het offer van
Jezus. God Zelf zal Zich een lam verschaffen. God Zelf zond zijn
Zoon, opdat een ieder die in Hem gelooft niet verloren ga, maar
eeuwig leven hebbe. Het ging immers om het herstel van alle
dingen? God brengt het paradijs terug. De nieuwe hemel en de nieuwe
aarde waarop gerechtigheid heerst. Wat een God. Wat een zegen. Paulus
zorg is te begrijpen. Hij verzet zich fel als er mensen komen die
weer een of andere wettische leer gaan brengen waarmee ze de mensen
knechten. Het gaat om de liefde van Jezus, het offer van Hem,
die door geloof aanvaard wordt en liefdevol werkt. O mensen, pas
toch op. Luister niet naar al die ijveraars voor de wet. In welke
gedaante ze ook komen. Ze kunnen je zo knechten en zo
tekeergaan.
Ook vandaag zitten de kerken en de
kerkenraadsbanken vol met mensen die het beter weten dan God het
weet. Ze hebben een eigen wettische leer gemaakt. Het is
gevaarlijk. We mogen niet dit, we mogen niet dat. Ze geloven in een
uitverkiezingsleer die heel wat mensen hun hele leven in de
onzekerheid laat of ze er wel bij behoren. Mocht het komen staan te
gebeuren. Weer wordt enorm veel geleden in de kerken. En dat terwijl
we de vrijheid in Christus hebben. We kunnen het zelf absoluut niet
verdienen. We kunnen er niets aan toevoegen. We mogen het alleen maar
door genade ontvangen. En die genade kunnen we ontvangen door het
offer van Christus. Het is waar, zoals ze in de
verkiezingsleerkringen zeggen, dat je het moet krijgen. Dat is
volkomen waar. Maar je krijgt het dan ook. We mogen ons
onvoorwaardelijk overgeven aan God en zijn geboden. En als we dat
door zijn genade gedaan hebben, is er niets in ons wat ook maar durft
te zeggen dat we het zelf gedaan hebben. Het is enkel genade. Maar om
een grote blokkade van deze onmogelijkheid de mensen voor te houden,
die ze in eigen kracht nooit kunnen wegnemen, dat is een totaal ander
evangelie. Dat heeft niets te maken met gerechtigheid door het geloof
maar dat heeft te maken met wetticisme, die de eigen werkheiligheid
naar voren haalt en tegelijk zegt dat het voor geen mens mogelijk is
Het is een godsdienstige dwaling waarvan we ons moeten bekeren. Wat
wordt er geleden en wat wordt er een blijdschap afgepakt door deze
bevindelijke leer. Hoe komen ze erbij door er zo’n leer van te
maken?
Zo is er zoveel. We behoren niet tot een kerk, een
instituut, maar tot het Lichaam van Christus. Natuurlijk hoort daar
de gemeenschap van Christus bij en de gemeenschap der heiligen, maar
we moeten de goede volgorde handhaven. De verbondsleer komt ook
uit de bron van wetticisme, zoals Paulus daarover spreekt. We
kunnen de Joden, die bij de wet wilden blijven leven, van alles
verwijten, maar we moeten ons als gelovigen uit de heidenen ook
afvragen waar wij dezelfde fout maken.
O
HERE, help ons. O HERE, dank U wel dat uw knecht Paulus alles
deed om te benadrukken dat er alleen gerechtigheid uit het geloof is
en niet door werken der wet of wat voor werken dan ook. Dank U
wel, dat U ons daar ook vandaag bij bepaalt. We hebben het, o zo,
nodig. Want het zit ons in het bloed om het zelf te willen verdienen,
ook al moeten we ons daar veel en veel meer voor inspannen dan het
eenvoudig uit genade ontvangen door het geloof in Jezus Christus. Dat
is de ene weg, die wij moeten gaan waardoor ons de toegang tot
het eeuwige leven wordt gegeven. Dank U HERE! We kunnen U daar niet
genoeg voor danken. HERE, red ons! HERE
bewaar ons! HERE houd ons vast! Glorie voor uw Naam!
Galaten 5:13-25
11 augustus [2]
|
5:13 |
Want gij zijt geroepen, broeders, om vrij te zijn;… maar dient elkander door de liefde. |
|
5:14 |
…gij zult uw naaste liefhebben als uzelf. |
|
5:18 |
Indien gij u echter door de Geest laat leiden, dan zijt gij niet onder de wet. |
|
5:19 |
Het is duidelijk, wat de werken van het vlees zijn:… |
|
5:21 |
…wie dergelijke dingen bedrijven, het Koninkrijk Gods niet zullen beërven. |
|
5:22 |
Maar de vrucht van de Geest is… |
|
5:23 |
Tegen zodanige mensen is de wet niet. |
|
5:24 |
Want wie Christus Jezus toebehoren, hebben het vlees met zijn hartstochten en begeerten gekruisigd. |
|
5:25 |
Indien wij door de Geest leven, laten wij ook door de Geest het spoor houden. |
Zo
daar kunnen we het mee doen. We hebben de vrijheid in Christus.
Geweldig! Wat een bevrijding. Wat een genade. Wat een grote
gave. Wat een blijdschap. Het kan niet op. Het is ook niet te
vatten. Het is een geschenk uit de hemel. We genieten er volop van.
Weg alle slavernij. Weg alle moeilijke wettische trucs. Wij zijn
erfgenaam van Abraham, van de belofte. We zijn geborgen in
Christus, in God. Niet meer ik, maar Christus leeft in mij. Daar
putten we onze kracht uit. Daaruit moeten we dan ook leven. We weten
het allemaal heel goed. Als we niet meer onder de wet hoeven te leven
dan mogen we de wet vervullen en de vervulling van de wet is: Gij
zult uw naaste liefhebben als uzelf.
Dan volgt er een rijtje
werken van het vlees. En die kunnen we zonder problemen nog vele
pagina’s langer maken. Het is duidelijk, dat wie zich met één
van deze dingen bezig houdt, het Koninkrijk Gods niet zal beërven.
Dat is een duidelijke zaak? Dat heeft niets te maken met een
hardvochtige God. Of een boze boeman. Of een onmogelijk te bereiken
ideaal. Neen, dat is gezond verstand. Het is logisch, als God je
de weg van zijn liefde aanbiedt en jij zelf kiest de weg van het
verderf, van de duisternis, dan moet je dat God niet verwijten.
Daar ben je zelf schuldig aan. En indien je, als je in de fout gaat,
daarvoor geen vergeving vraagt, maar er rustig mee doorgaat, dan
haal je het oordeel over jezelf. God oordeelt je niet: je hebt jezelf
geoordeeld. God zal het alleen maar bevestigen. Gods oproep is en
blijft: Bekeer je, want zoals je nu doet eindig je in de hel. En daar
wil God niemand hebben. Dat is de plaats voor het rijk van de
duisternis. Daar zal het geween zijn en het tandengeknars. Zij, die
in deze wereld al in de hel van de werken der duisternis verkeren die
weten het maar al te goed. Die kennen het werk van de duivel die
rondgaat als een briesende leeuw. De duivel is niet een fabeltje. Hij
is een realiteit, die inderdaad mensen verleidt om al de
vreselijke dingen te doen die in dit hoofdstuk zijn opgesomd.
Geen wonder dat de wet van God daar heel duidelijk over is. De wet is
dan ook niet afgeschaft. Nee, integendeel. Als we uit de vrijheid
door de genade van Jezus leven, dan willen we uit dankbaarheid juist
leven naar de richtlijnen die in ons hart zijn gelegd. Het komt er
eigenlijk nog scherper op aan. Jezus gaf zijn leven om voor ons
de vloek op zich te nemen. Dan willen wij toch ook leven volgens de
ons door genade gegeven verlossing? Dan wil je de zonde haten en daar
van wegvluchten, dan wil je je inzetten om het goede te doen.
We
wandelen door de Geest en niet uit het begeren van het vlees.
Wandelen in de vrijheid van de belofte. Want de vrucht van de Geest
is:
liefde,
blijdschap,
vrede,
lankmoedigheid,
vriendelijkheid,
goedheid,
trouw,
zachtmoedigheid,
zelfbeheersing.
Dat
moet je uit je hoofd leren en dat moet je boven je bed hangen. Daar
moet je jezelf steeds weer met de haren bijslepen als je met je
gedachten en je daden weer de verkeerde hoek in dreigt te gaan. Hoe
gemakkelijk gaat dat niet? HERE, help ons!
De
Geest werkt in ons en werkt fantastisch. Helend. Het is ook
beschamend, omdat je zo vaak jezelf tegenkomt, maar het is bevrijdend
als je ontdekt dat het offer van Jezus ook de enige weg is om jou uit
de ellende van het vlees te verlossen, om je door genade te trekken
op deze weg. Indien je in de fout gaat, dan is daar de trekkende
genadekracht van God, die je weer op het rechte spoor wil brengen.
Heerlijk toch, die permanente reddingslijn, die je nooit in de steek
laat?
We hebben onze begeerten en hartstochten, maar die mogen
gekruisigd zijn op het kruis van Golgotha. Daar mogen we ons naar
uitstrekken. O HERE, help ons! O HERE, dank
U wel. O HERE, wat een genade. Ik ellendig mens. Maar Gode zij dank,
door het offer van mijn Messias Jezus zijn mijn vlees, de
hartstochten en begeerten gekruisigd. Wat een wonder. Niet meer
ik, maar Christus leeft in mij.
Op dat spoor moeten we
blijven. We weten de richting. Die richting moeten we dan ook gaan.
Wie er ook op onze weg komt. Wat kunnen er een schuinsmarcheerders
en dwaalleraars op onze weg komen. Wat houden ze er mooie verhalen op
na. Het ene is nog mooier dan het andere. Maar we moeten bij het
Woord blijven. De Geest maakt het ons duidelijk. Het is de openbaring
van God. Doen! Glorie voor zijn Naam!
Galaten 6:1-18
12 augustus [2]
|
6:1 |
Broeders, zelfs indien iemand op een overtreding betrapt wordt, helpt gij, die geestelijk zijt, hem terecht in een geest van zachtmoedigheid, ziende op uzelf; gij mocht ook eens in verzoeking komen. |
|
6:2 |
Verdraagt elkanders moeilijkheden; zó zult gij de wet van Christus vervullen. |
|
6:7 |
Want wat een mens zaait, zal hij ook oogsten. |
|
6:14 |
Maar ik moge ervoor bewaard blijven te roemen anders dan in het kruis van onze Here Jezus Christus, door wie de wereld mij gekruisigd is en ik der wereld. |
|
6:18 |
De genade van onze Here Jezus Christus zij met uw geest, broeders! Amen. |
Het
is wel een krachtige en direct toepasbare brief van Paulus. We hebben
net gelezen dat we door de Geest het spoor moeten houden. Maar meteen
daarachter lezen we, dat als iemand in een overtreding valt, we
hem met wijze zachtmoedigheid moeten helpen om hem weer op het goede
spoor te wijzen en te helpen. En dan volgt er: we mochten ook zelf
eens in verzoeking komen. En zo is het. We staan zo vaak gelijk met
ons oordeel klaar. Zo van, zie je nou wel. Ik had het al gedacht. En
nu zie je het. Ja, hij ook altijd met zijn vrome praat en nu moet je
eens zien, enz., enz., enz. En zo zitten we elkaar al weer te
verbijten, te vereten en te oordelen. Het lijkt wel of dat vanzelf
gaat. Paulus weet daar ook alles van. Daarom voegt hij er meteen aan
toe dat je iemand terecht moet wijzen in een geest van
zachtmoedigheid. Niet van dik hout zaagt men planken. Neen,
zachtmoedig van geest. Want je mocht ook zelf eens in verzoeking
komen. Dan verwacht je ook dat er een wijze broeder komt in een geest
van zachtmoedigheid die je de weg wijst om weer uit de verzoeking te
komen.
Wat hebben we toch veelvuldig zwaar geschut in stelling
gebracht en gebruikt. Het gaat vanzelf. Zeker wij in de kerk. Er is
zoveel haat en nijd. Er is vaak ook zoveel gebeurd. Vaak is het ook
allemaal heel erg. Maar de wijze geest van zachtmoedigheid, die
zouden we wel wat meer kunnen beoefenen. Het is overigens ook een
vrucht van de Geest. Zachtmoedigheid betekent balsem op de wonde. Het
is helend, het is reddend uit een verzoeking, waarin je zou onder
gaan als de ander, door God gezonden in de geest van zachtmoedigheid,
je daar niet uit redt.
We moeten dan vooral ook niet letten op
de fouten van een ander. We hebben onze handen vol aan onszelf. Als
we op onszelf letten waar we met ons lek en gebrek tekort doen aan de
vrucht van de Geest, dan zijn we nog lang niet klaar en komen aan de
ander helemaal niet toe. We moeten ons laten onderrichten door het
Woord. En Hij Die ons onderricht, daar moeten we respect voor hebben
en Die moeten we eren. Daar kun je niet blij genoeg om zijn. We
moeten dan ook niet dwalen. Want wat je zaait, dat zul je ook
oogsten. Blijf je in je vlees zaaien, dan zul je de eeuwigheid niet
beërven. Maar zaai je op de akker van de Geest, dan zul je het
eeuwige leven oogsten. Heerlijk toch? Wat een oproep, wat een
waarschuwing. Het is de hel of het hemels Koninkrijk. Maar we weten
het dan ook.
We moeten ons dan ook blijven inzetten om het
goede te doen. Daar moeten we niet in verslappen. En kennelijk is die
oproep steeds weer nodig, want hoe gauw verslappen we niet? Als de
ander niet snel genoeg luistert en reageert, dan laten we het er al
heel gauw bij zitten. De ander waardeert het toch niet. Ik blijf mijn
tijd niet verknoeien met die ander, enz., enz., enz. En zo gaat de
liefde verloren, daar waar het kansen had om op te bloeien. Heerlijk
voor God om vol te houden met goed doen. Ook al krijg je er geen
waardering voor. Want daar gaat het immers niet om. Willen we dat
wel, dan zijn we eigenlijk met onze eigen eer bezig. De Here Jezus
deed niets anders dan goed. Maar in plaats van dank en eer kruisigden
ze Hem aan het kruis van Golgotha. Zijn wij meer dan onze
Meester?
Aan het eind herhaalt Paulus zijn belangrijke punt in
deze brief. Ze kunnen wel komen met een nieuwe leer, als zou je je
moeten besnijden, wil je het Koninkrijk beërven, maar geloof het
niet. Het is weer een poging om de wet boven het kruis van Jezus te
stellen, zegt Paulus en voor de laatste maal in deze brief en op heel
krachtige wijze zegt hij dat hij in niets anders wil roemen dan
in het kruis van Christus, door wie de wereld hem gekruisigd is en
hij der wereld. Wij verwachten een nieuwe hemel en een nieuwe aarde,
waar gerechtigheid heerst. Het is de kracht van God, die ons
helpt om ziende op Jezus te volharden in deze strijd.
Vrede en
barmhartigheid kome over hen en ook over het Israël Gods. Het is
alsof Paulus er nu niet op in wil gaan, maar hij bidt zijn broeders
uit de Joden de vrede Gods toe. Zij hebben de verbonden. Zij zijn
uitverkoren door God. Zij hebben de belofte. Zij hebben heel veel
voor. Uit hen is de Christus geboren, Die in de eerste plaats
voor hen kwam. Wat zou hij toch graag willen dat zijn volksgenoten
zouden zien dat het gaat om de bedeling van Abraham en niet om de
bedeling van de wet om gerechtigheid te ontvangen. Wat een prediking
om ook vandaag met kracht te brengen, want er is ook vandaag weer
zoveel wetticisme ingeslopen dat we met betoon van Geest en
kracht deze boodschap van bevrijding door het bloed van Jezus
moeten brengen aan een wereld verloren in schuld. Prijs de Heer, voor
zoveel duidelijkheid in dit briefje. We kunnen steeds meer leren. Het
Woord van God is een onuitputtelijke bron van rijkdom.