Nehemia
drs. L.P. Dorenbos
Schreeuw om Leven – Hilversum
Titel:
Nehemia
drs. L.P. Dorenbos
Hilversum – Stichting Schreeuw
om Leven
ISBN 90-71732-36-3
NUR
707
Trefwoorden: bijbel, profetie, israël
©
Stichting Schreeuw om Leven – Hilversum 2005
Ruitersweg
35-37, 1211 KT Hilversum
Tel. 035 624-4352, Fax 035
624-9141
E-mail info@schreeuwomleven.nl
Internet
www.schreeuwomleven.nl
Bijbelcitaten NBG vertaling
1951
Coördinatie Alex
C.F. van Vuuren & Joop B. Buker
Medewerking Hanneke Bemelmans,
J.A.G. Delhaas
Omslag
en vormgeving Cees Baanvinger, Zoetermeer
Joop B. Buker, Joel
assist, Bloemendaal
In de serie brochures In twee jaar
de Bijbel door volgt
drs.
L.P. Dorenbos het rooster van Schreeuw om Leven
Bijbellezen.
In twee jaar de Bijbel door
In
het kader van het Schreeuw om
Leven Bijbelleesplan:
“In twee jaar de Bijbel door”
geeft drs. L.P. Dorenbos dagelijks in een persoonlijke notitie zijn
gedachten weer tijdens het lezen van het bijbelgedeelte voor die dag
ter bemoediging en als een oproep en een stimulans om te lezen, te
herlezen en te doen wat er staat, zonder de pretentie dat het zou
gaan om een gedegen bijbelstudie.
Mogen de lezers erdoor
gezegend worden.
Inhoudsopgave
|
Voorwoord |
|
|
|
|
|
Nehemia |
5 |

Nehemia 1:1-2:20
19 april [2]
|
1:3 |
…verkeren in grote rampspoed en smaad, en de muur van Jeruzalem is afgebroken, en zijn poorten zijn met vuur verbrand. |
|
1:4 |
Zodra ik deze woorden hoorde, zette ik mij neder, weende en bedreef rouw, dagen lang. |
|
1:6 |
…en ik doe belijdenis van de zonden der Israëlieten,… |
|
1:8 |
Pleegt gij trouwbreuk, dan zal Ik u onder de volken verstrooien. |
|
1:9 |
…naar de plaats die Ik verkoren heb… |
|
2:8 |
En de koning gaf ze mij, daar de goede hand van mijn God over mij was. |
|
2:10 |
…dat er iemand gekomen was om het goede voor de Israëlieten te zoeken. |
|
2:17 |
Komt, laat ons de muur van Jeruzalem herbouwen,… |
|
2:20 |
De God des hemels, Hij zal het ons doen gelukken, en wij, zijn knechten, zullen ons gereedmaken en bouwen; gij echter hebt deel noch recht noch gedachtenis in Jeruzalem. |
Nehemia
zouden we uit ons hoofd moeten leren. Een prachtig verhaal. De Joden
zijn in ballingschap. Een innerlijke tegenstrijdigheid, want met de
Joden heeft God toch een eeuwigdurend verbond gesloten? Dat kan dus
niet. Die horen in hun land. Maar ze hadden gezondigd. En
Nehemia belijdt dan ook zijn schuld voor het volk. Ze wisten precies
wat er ging gebeuren als ze bleven volharden in de zonde. Ze zouden
worden verstrooid onder de volken. En zo was het gebeurd. Ze dienden
opnieuw de Baäl. Ze offerden opnieuw hun kinderen aan de
Moloch. Hoe is het mogelijk. Kinderen offeren aan de Moloch om
welvaart en welzijn voor je af te smeken. Dat kan toch helemaal niet.
En toch gebeurt het. Het is te gek. Nu zitten ze in Babel en Nehemia,
de schenker van de koning, heeft gehoord van de rampspoed en de
verwoesting van de muur. En dan is de koning hem goedgunstig.
Wat
een verhaal! Zo kan het gebeuren. De oplossing komt uit een
onverwachte hoek. De koning ziet een bedrukt gelaat en daar komt
de herbouw van de muur van Jeruzalem uit voort. Zoals in Nehemia 2
vers 8 staat “daar de goede hand van mijn God over mij was.”
Zo is het. Het gaat erom acht te geven op de goede hand van God. God
heeft het goede met ons voor. Hij vraagt van ons om gehoorzaam te
zijn. Want Hij heeft zijn geboden gegeven ten goede voor ons. En het
werkt. Het is waar, want de tien geboden zijn goed voor alle mensen.
Pas ze maar toe. Je zult zien dat het werkt. Voor iedereen. Daar
moeten we steeds weer naar terug. Probeer het maar. En nu geen smoes
ophangen. Gewoon doen. En je zult zien dat het werkt. Doodslaan,
echtbreuk en stelen, dat is slecht voor alle mensen. Daar moeten we
niet mee sjoemelen. En wat wordt er niet gesjoemeld. Dat is dan onze
eigen schuld. Net als met het volk Israël. Als wij God verlaten,
dan zal Hij ons verlaten. Het is niet dat God ons verlaat en we
daarom in de puree zitten. Nee, wij hebben God verlaten en daarom
zitten we in de puree. We moeten de zaken wel goed blijven
stellen. Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn
eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder die in Hem gelooft
niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe. Dat is Johannes 3:16. God
is niet gekomen om te veroordelen maar om te behouden. Wie niet
in God gelooft is reeds veroordeeld, omdat hij niet heeft geloofd
in de naam van de eniggeboren Zoon van God. We zijn zo vol met de
vraag: waarom, waarom? Maar we moeten onszelf onderzoeken. Dan zullen
we vaak tot de conclusie komen, of eigenlijk altijd, dat wij schuldig
staan tegenover God. Als we alleen al kijken naar vandaag. Hoe
halen we het in ons hoofd om ongeboren kinderen in de moederschoot te
vermoorden. De dokter zegt toch nu dat het een kindje is. Als het een
kindje is dan is het een kindje. En een kindje vermoord je niet.
Klaar uit. En dan moet je in de politiek de moed hebben om er een
einde aan te maken. Stoppen.
We
zien hier in dit gedeelte dat na de schuldbelijdenis de actie volgt.
Nehemia gaat naar Jeruzalem. Hij neemt de zaak op. En hij ziet de
muur in puin. Hij vertelt zijn strategie niet. Dan brengt hij verslag
uit van zijn nachtelijke tocht. Hij vertelt hoe de goede hand van God
met hem was. En dan zegt het volk dat ze zich zullen klaarmaken om de
muur te herbouwen. Maar de tegenstanders liggen ook op de loer. Het
is uit het leven gegrepen. Als je tot iets goeds bereid bent,
dan gaat meteen de vijand ook aan de slag: “Ha, ha, ha, wat
denken jullie wel? Opstaan tegen de koning. Hoe denken jullie dat dan
wel te doen? Het zal je toch niet gelukken.” Enz.
enz. enz. En als je niet oppast, dan verlies je de moed. Maar
pas op, niet doen. Nehemia geeft ze van repliek: “de God des
hemels, Hij zal het ons doen gelukken.” En zo is het. Niet stuk
te krijgen. Wat een fantastisch bemoedigend gedeelte. Het geldt ook
voor vandaag. Ook voor ons. We hebben zoveel mogelijkheden tot
herbouw. Het begint al bij jezelf. Wat een zegen. We gaan er
gewoon mee door. Het is fantastisch.
Nehemia 3:1-4:23
20 april [2]
|
3:5 |
…maar de aanzienlijken onder hen wilden hun schouders niet zetten onder het werk van hun heer. |
|
4:3 |
Al bouwen zij ook, als er maar een vos tegen hun stenen muur opspringt, doet hij hem afbrokkelen. |
|
4:6 |
…want het volk had lust om te werken. |
|
4:9 |
…zetten wij dag en nacht een wacht tegen hen uit. |
|
4:16 |
En sinds die dag deed de ene helft van mijn knechten het werk en de andere helft droeg de speren,… |
|
4:17 |
…met de ene hand het werk deden en met de andere hand de werpspies vasthielden;… |
|
4:18 |
De hoornblazer stond naast mij. |
|
4:20 |
Onze God zal voor ons strijden. |
|
4:23 |
…wij kwamen nooit uit de kleren. |
Wat
kan er een enorm werk geklaard worden als we het met vereende
krachten doen. Kijk eens aan. Langs de hele muur is men hard aan het
werk. En iedereen had lust om te werken. Het is fantastisch om
het zien. Een geklop en getimmer. Nehemia had het goed
georganiseerd. En daar gaat het om. Je moet ze enthousiast maken.
Zelf doorgaan. Zelf nooit in de put zitten. Zo van “het zal
toch wel niet lukken en moet je kijken wat de vijanden zeggen.”
Nee, zelf aan de slag. En zie eens. De vijanden liggen op de loer.
Eerst spotten ze. En dan beramen ze een plan om aan te vallen. Maar
dan gaan ze zich bewapenen. In de ene hand de werpspies en in de
andere hand de troffel. En 's nachts waken. Altijd bereid zijn. De
hoornblazer staat naast Nehemia. Zodra er onraad is, moet de hoorn
geblazen worden. Een goed krijgsplan. En het werk gaat gestaag
door. Nu nog strakker en nog sneller. Want ze willen de stadsmuur
herbouwd hebben, dan kunnen de vijanden er helemaal niet meer
in. Nehemia en de wachters komen zelfs niet uit de kleren.
Het
is een werk van jewelste. Wat een verantwoordelijkheid. Ze roepen tot
de HERE God en pleiten op de grote daden die Hij doet en gedaan
heeft. Nehemia zegt “wees niet benauwd, de HERE God zal
voor ons strijden”. Dat is geloofsvertrouwen. Wij moeten
gehoorzaam zijn, wij moeten ons bewapenen. Wij moeten niet te
lichtvaardig over de vijanden denken. Maar het blijft: de HERE zal
voor ons strijden. Zo was het en zo is het nog. Wij mogen op Hem
vertrouwen. Wij mogen ons werk doen en we moeten het met lust en met
ijver doen. Wat het ook is. Er is altijd werk, dat ons beter ligt dan
het andere. Maar doen we het met lust, dan gaat het ook beter. Wat
een vreugde. Wat een vorderingen. Wat een resultaat. En de HERE
God ziet het allemaal en heeft er ook lust aan. Als wij in zijn
geboden wandelen, dan gaat het ons goed. We hebben er plezier aan. We
vullen ons leven met blijdschap. Dat wil niet zeggen, dat altijd
alles voor de wind gaat, want de zonde blijft ons kwellen. De vijand
ligt op de loer. Maar we weten ons geborgen in de kracht van de HERE
God. Hij zal voor ons strijden. Wij mogen tot zijn rust
ingaan.
Gewoon doen. En je zult merken dat het werkt. Want het
staat er toch? Het voorbeeld van Nehemia is prachtig. Hoe de boel ook
in puin ligt, er is altijd een weg omhoog, als we de hand aan de
ploeg slaan en ons bewapenen tegen de vijand. De geestelijke
wapenrusting kunnen we zo aantrekken. Heerlijk toch.
Nehemia 5:1-6:19
21 april [2]
|
5:5 |
…en onze dochters tot slaven laten worden,… |
|
5:7 |
Gij neemt woeker, ieder van zijn volksgenoot. |
|
5:11 |
…en hun huizen terug, en de rente van het geld,… |
|
5:14 |
…twaalf jaar lang, noch ik, noch mijn broeders het brood van een landvoogd gegeten. |
|
5:19 |
Gedenk mij, mijn God, ten goede al wat ik aan dit volk gedaan heb. |
|
6:3 |
Ik ben bezig een groot werk te doen en kan niet komen. |
|
6:11 |
Zou een man als ik vluchten? |
|
6:15 |
…in tweeënvijftig dagen. |
|
6:19 |
Tobia zond brieven om mij bevreesd te maken. |
De
andere Joden zagen dat er flink gebouwd werd en dat het goed ging.
Zij zaten in de druk, want ze hadden hun bezit en zichzelf
moeten verkopen aan de rijke mensen om eten te hebben in de
hongertijd. Daar komen ze nu tegen in opstand. Ze doen hun beklag.
Nehemia onderzoekt alles en gelast hen alles terug te geven en de
rente kwijt te schelden. Wat er gebeurd was, was tegen de wil van
God. Er waren strenge eigendomswetten die geen verarming toelieten.
Daar waren ze tegenin gegaan. Ze wisten dat ze verkeerd zaten. En de
afspraak wordt gemaakt dat ze alles terugkrijgen en dat de rente
wordt kwijtgescholden.
Een goede zaak. Hoe kun je de
anderen zo in de tang nemen dat ze er nooit meer uit kunnen komen?
Vandaag aan de dag zien we dat ook allerwegen. Vooral in de relatie
met ontwikkelingslanden. Zij krijgen leningen en kunnen nooit meer
afkomen van hun schuldeisers. Ze zijn overgeleverd aan hen. Hun
schulden kunnen ze nooit meer afgelost krijgen. Ze moeten eigenlijk
ploeteren, om dan nog wat af te lossen. In feite zijn ze bezig
om te leven voor hun schulden. Ze komen er zelf nooit bovenop. Dat is
uitbuiting door de rijke van de arme. Terwijl het juist gaat om de
armen te helpen er ook bovenop te komen.
Van democratie
is in internationaal verband in economisch opzicht geen enkele
sprake. Het gaat om de dictatuur van het geld. De effectenbeurzen van
de wereld dicteren de macht. Vandaag heb je veel geld en morgen ga je
eraan. En de zucht naar geld is de bron van alle kwaad, zegt de
Bijbel. Je kunt niet God dienen en de mammon. We beleggen ons geld in
aandelen. En de aandelen doen vervolgens wat de zucht naar geld
dicteert. Het zijn de grote speculanten die de buit binnenhalen en de
winst opstrijken en toevoegen aan de hoop waarvan ze zelf niet meer
weten hoeveel ze eigenlijk hebben. En zo zie je een concentratie van
geldmacht zonder weerga. Alleen een radicale verandering à la
Nehemia zal daar verandering in kunnen brengen. Wat er in feite hier
gebeurt, is dat Nehemia naast de fysieke muur ook de geestelijke
muur herbouwt van de eigendomverhoudingen en het bezit. De bijbelse
basis van samenleven doet het goede voor iedereen. Niemand hoeft te
verarmen. En is er dan toch een periode dat iemand het minder heeft,
elke vijftig jaar is het een jubeljaar waar het voor iedereen weer
goed wordt. We moeten de bijbelse lijn propageren in de
economische verhoudingen, ook vandaag. Schulden kwijt schelden en
alleen lenen als er kans is om er beter van te worden voor hem die
leent. Weg met de speculatie en Gods barmhartigheid propageren in de
economische verhoudingen. Prijs de Heer.
De vijanden zien met
argusogen en knarsetandend hoe de muur vordert. Er wordt hard
gewerkt. Dan sturen ze een boodschap naar Nehemia om samen te komen
om te overleggen in het dal Ono. Maar Nehemia weigert keer op keer.
Ik kan niet komen, want ik heb een groot werk te doen. Uit het leven
gegrepen. We hebben een groot werk te doen. De muur ligt in
puin. Wij moeten herbouwen. Wij moeten proclameren. We moeten hard
werken. We moeten onze tijd niet verdoen. God wil dat we ons volledig
inzetten. Er is haat. We moeten geen tijd verknoeien door met onze
vijand te gaan overleggen. Zij hebben het kwade in de zin. Ze doen
alsof ze het goede willen, maar in werkelijkheid willen ze ons
om zeep helpen. Ze zijn tegen het evangelie. Ga er niet heen. En kijk
wat gebeurt er. Nu gaan ze een gerucht verspreiden dat Nehemia in
opstand wil komen tegen de koning. Maar niets is minder waar.
Daarna
komt de volgende verleiding. De vijanden hebben een vriend omgekocht
en die zegt dat Nehemia in de tempel moet gaan en de deuren achter
zich moet sluiten, want ze komen om hem te doden. Maar hij trapt er
niet in. Zou een man als ik vluchten? Dat nooit. Hij doorziet dat
deze profeet door de tegenstander is ingepalmd. En dat is ook weer
uit het leven gegrepen. Want zo gebeurt het vaak. We moeten o zo op
onze qui-vive zijn. Je trapt zo maar in een val. Daarom is het zo
belangrijk dat je dicht bij Jezus leeft en naar zijn stem luistert.
Hij doet je het gevaar ontdekken. Hij beschermt je.
En zo
wordt de muur in tweeënvijftig dagen voltooid. Hoe kan dat nu?
De muur lag zo in puin, Je ziet maar wat er kan gebeuren met een
kleine groep en een grote inzet. Ondanks de tegenstand werd er stug
doorgebouwd. Wat een korte tijd. Daarvoor was een geweldige logistiek
en werkplan nodig. Het wordt dan ook groot feest. De volken rondom
zien het allemaal. Ze staan verbaasd en ze beseffen heel goed
dat het de zegen is van de God van Israël. Wie kan Hem evenaren?
Ze zijn voorzichtig, want ze heulen ook nog met de vijanden van
God. Ontmasker ze. Stel ze aan de kaak. Ga niet met hen mee.
Nehemia 7:1-72
22 april [2]
|
7:3 |
En gij zult wachtposten opstellen van de inwoners van Jeruzalem, ieder op zijn post, ieder tegenover zijn huis. |
|
7:5 |
Toen gaf mijn God mij in het hart, de edelen, de leiders en het volk te doen bijeenkomen, om zich in de registers te laten inschrijven. |
|
7:6 |
…en die terugkeerden naar Jeruzalem en naar Juda, ieder naar zijn stad; |
|
7:7 |
welke medekwamen met Zerubbabel, Jesua, Nechemja,… |
|
7:66 |
De gehele gemeente tezamen was tweeënveertigduizend driehonderd zestig, |
|
7:67 |
afgezien van hun slaven en slavinnen,… |
In Ezra 2 wordt hetzelfde aantal genoemd. Ze worden met naam en toenaam genoemd. Ze waren teruggekomen met Zerubbabel. Lees het boek Ezra. Het is heel interessant om dit deel van de geschiedenis te lezen. Hoe de stad herbouwd werd onder tegenstand. Hoe de bouw werd stopgezet. En hoe de bouw daarna hervat werd. En hoe Ezra, de wetgeleerde, kwam en het volk heiligde. Het is opvallend hoe God het belangrijk acht om de mensen en de stammen en de functies met naam en toenaam te noemen. Het is een hele opsomming. Het komt er heel erg op aan. Je kunt het allemaal navragen. Je kunt het allemaal zien. Kijk, die van die en die van die. Ze zijn allemaal verzameld uit de ballingschap. Ze kwamen overal vandaan. De meesten zijn echter in ballingschap blijven wonen. Ze hadden immers huizen gebouwd. Hun handel weer opgenomen. Ze bleven er een hele tijd. Misschien hadden hun kinderen wel mannen of vrouwen gehuwd van de Babyloniërs. Misschien zaten ze met handen en voeten vast aan het land. Misschien hadden ze vriendschappen gesloten, misschien kwam het hen niet uit. Nee, nu niet, een volgende keer. Maar de koning liet ze gaan en dit kleine deel keerde terug. Ze kwamen in Jeruzalem en kregen toch grote moeilijkheden. De tegenstanders gingen almaar tekeer. En toen Nehemia kwam en de muur begon te herbouwen was helemaal het hek van de dam. Nu geeft God Nehemia in het hart om al die mensen in een register te schrijven. De muur is af. De wachters zijn aangesteld, ieder tegenover zijn eigen huis. De stad kan dan wel herbouwd zijn, maar de vijanden blijven op de loer liggen.
Nehemia 8:1-19
23 april [2]
|
8:2 |
…kwam het gehele volk als één man bijeen op het plein voor de Waterpoort. En men verzocht de schriftgeleerde Ezra het boek der wet van Mozes, die de HERE aan Israël gegeven had, te halen. |
|
8:4 |
…van dat het licht werd tot de namiddag in tegenwoordigheid… Het gehele volk hoorde aandachtig naar het boek der wet. |
|
8:5 |
…Ezra stond op een houten verhoging, die men voor de gelegenheid gemaakt had. |
|
8:7 |
Ezra loofde de HERE, de grote God, en het gehele volk antwoordde, terwijl het de handen omhoog hief: Amen, Amen. En zij knielden en bogen zich voor de HERE neder met het gelaat ter aarde. |
|
8:10 |
Deze dag is voor de HERE, uw God, heilig;… |
|
8:11 |
…want deze dag is voor onze HERE heilig: weest dus niet verdrietig, want de vreugde in de HERE, die is uw toevlucht. |
|
8:13 |
…want zij hadden begrepen wat men hun had bekendgemaakt. |
|
8:17 |
…en maakten zich loofhutten,… |
|
8:18 |
Er heerste dus zeer grote vreugde. |
|
8:19 |
Uit het boek der wet Gods las men elke dag voor, van de eerste tot de laatste dag; zij vierden zeven dagen feest, en op de achtste dag was er een feestelijke vergadering, volgens het voorschrift. |
Dit
hoofdstuk is zo fantastisch. Het is een hoofdstuk om helemaal uit je
hoofd te leren. Want wat gebeurt hier? Ze vragen Ezra de wet te
lezen. Hij leest van de vroege morgen tot de late avond. Ze hebben
speciaal een houten verhoging gemaakt. Hij leest en de anderen leggen
het uit. Ze staan allemaal op het plein voor de Waterpoort. Wat heeft
de HERE gezegd? Dan lees je het voor. En als je het gehoord hebt, dan
ga je doen wat God gezegd heeft. Ze luisteren aandachtig, en ze
begrijpen het. Dan kom je onder de indruk. Dan ga je wenen. Dan kun
je je emoties niet meer de baas. Want wat hadden ze al die jaren
gedaan? Ze kwamen uit Babel. Daar waren ze zeventig jaar eerder
naar toe verbannen. Ze waren verbannen vanwege hun zonden. En
Jesaja had geprofeteerd dat ze na zeventig jaar weer terug zouden
komen. En nu waren ze teruggekomen. Maar hadden ze volgens de
wet van God geleefd daar in Babel? Nee, waarschijnlijk de meesten
niet. Ze hadden zich aangepast aan de heidense godsdienst. Ze namen
het zo nauw niet met de wetten wat wel en wat niet kosjer is. Ze
hadden zich aangepast aan de occulte praktijken in dat rijk. Ze
hadden zich niet bekeerd.
Maar Ezra, de wetgeleerde, hij weet
alles van de schriften. Ze vragen Ezra de wet te lezen. En hij leest
de wet. Dan zien ze wat ze verkeerd gedaan hebben. Maar Nehemia
roept: deze dag is de HERE heilig. Bedrijft geen rouw. Bedrijft
vreugde. Want het is een dag om blij te zijn als je terugvindt wat je
kwijt bent geraakt. En daarom heiligt u. Eet en drink. En als ze dan
door het lezen ontdekken dat ze in de zevende maand het
Loofhuttenfeest moeten vieren, dan gaan ze dat doen. Ze passen toe
wat ze gelezen hebben. Sinds de dagen van Jozua hadden ze het niet
meer gevierd. Dat is ook wat. Dat is verschrikkelijk. Wat een zonde.
Wat een afval. Het stond er toch zo duidelijk, maar toch hebben
ze het al die jaren naast zich neergelegd. Dat kan niet.
Wat
een groot feest. En wat een bemoediging. Het woord van God is levend
en krachtig. Zalig hij die leest en hij die hoort. Gods woord houdt
stand in eeuwigheid. Het woord is het zwaard des Geestes. Daarom is
het de grootste prioriteit om het woord van God te lezen. Steeds maar
weer lezen. We moeten allemaal erkennen, dat we Gods woord zo slecht
en ten dele kennen. We hebben het van vroeger op school, van de
kerk. En van het stukje dat we lezen. Maar er is veel meer. Het is
een explosief boek van kracht en geloof. Lees het, lees het en leef
het, leef het!
Heel belangrijk. We zouden zelf ook veel meer
alleen maar de Bijbel moeten lezen. Eerst onze kennis vermeerderen en
dan er uit leven. Het gaat ook om de praktische toepassing. Dat deden
ze hier ook want ze hadden begrepen wat hen was bekendgemaakt, en ze
ontdekken dat het Loofhuttenfeest gevierd moet worden. Ze gaan het
dan ook invoeren.
Heerlijk, zo’n hoofdstuk. De muur is
klaar. Het werk is gedaan. We genieten van die prachtige muur. Van de
herbouw. Van de toekomst van de HERE God. Hij wil gekend worden. Hij
geeft ons zijn woord. Hij doet grote wonderen als antwoord op gebed.
Het is fantastisch om mee te doen. Het is geweldig om dit hoofdstuk
te lezen. Daarom, open uw hart voor de mensen om u heen. Stop een
evangelie of een traktaatje door de bus. Heb de moed om er ook eens
over te praten.
Nehemia 9:1-37
24 april [2]
|
9:1 |
…vastende en in rouwgewaad en met aarde op het hoofd. |
|
9:2 |
…deden belijdenis van hun zonden en van de ongerechtigheden hunner vaderen. |
|
9:3 |
…een vierde deel van de dag; en een ander vierde deel deden zij belijdenis… |
|
9:5 |
…ja, men prijze uw heerlijke naam,… |
|
9:8 |
…en met hem een verbond gesloten,… |
|
9:17 |
Maar Gij zijt een God van vergeving, genadig en barmhartig, lankmoedig en groot van goedertierenheid, en hebt hen niet verlaten. |
|
9:26 |
…en doodden uw profeten, die hen vermaanden,… |
|
9:28 |
…en reddet hen naar uw barmhartigheid, vele malen. |
|
9:31 |
…niet voorgoed met hen afgerekend… |
|
9:37 |
…daarom zijn wij in grote benauwdheid. |
Zo
is het. De geboden van God zijn goed. Als we die houden dan zullen we
daardoor leven. God gaf ze als een licht op ons pad. Een lamp voor
onze voet. Het wordt keer op keer herhaald in heel de Bijbel. De Here
Jezus zegt “Ik ben het licht der wereld, wie Mij volgt, zal
nimmer in de duisternis wandelen.” Het licht is een geweldige
zegen. De HERE gaf de vuurkolom des nachts om het volk Israël
bij te lichten. “In uw licht zien wij het licht,” zegt
Psalm 36. Fantastisch. Leg de wet van God maar uit. Het is het
licht. Alle geboden van God zijn goed. We zeggen heel vaak: al die
geboden, dat zijn negatieve dingen. Dat zijn dingen die je niet
mag doen. Geef mij maar positieve geboden, de dingen die je wel mag
doen. Blijf trouw, hou je aan je mijn en dijn, eer het leven. Enz.
enz. De wet is gekomen gezien de hardheid van uw harten.
God
doet grote wonderen. Lees ze allemaal maar. Alleen al de wonderen die
hier staan zijn onvoorstelbare zegeningen. Hoe is het mogelijk. Als
het volk het niet meer zag zitten, als de vijand op de loer ligt, dan
gaat God ingrijpen. Keer op keer. Wat een geweldige God. En wat doen
wij? Wij gaan steeds maar in de fout. Kijk eens wat het volk van God
zelf doet? Steeds weer verharden zij zich tegen God, en de
profeten die hen vermaanden. God roept en stuurt zijn knechten. Maar
het volk luistert niet. En dan gaan ze uiteindelijk zelfs in
ballingschap. En dat zijn ze in dit hoofdstuk nog, want Nehemia is
dan wel met een groep naar Jeruzalem getrokken, en de muur is nu
klaar, maar het overgrote deel zit nog in ballingschap. Wat een
oordeel. Dat je uit je land verbannen bent. Ver weg van de
plaats waar je God woont. Het is erg. En dat ontdekt het volk
nu. Ze lezen het woord een vierde deel van de dag en een ander vierde
deel doen ze belijdenis van hun schuld en de schuld van hun vaderen.
Het is vreselijk. Wij staan schuldig. Wij hebben menigmaal misdreven.
Wij moeten terugkeren naar de HERE God. O HERE, vergeef.
Weer
blijkt hier dat het er op aan komt dat we in grote vreugde de grote
daden van God zien in ons leven, en dat we met grote vreugde opnieuw
opstaan en achter Hem aan gaan. We hebben te maken met een grote God,
die lankmoedig is en groot van goedertierenheid, die berouw
heeft over de zonde en niet doet naar zijn gerechtigheid. Bekeer je
dan met je gehele hart en met je gehele ziel. Volg Hem. En het volk
dat daar verzameld is, doet belijdenis. Want als je de Bijbel leest
en de grote daden van God ziet en kunt pleiten op zijn
lankmoedigheid, dan word je alleen maar enthousiast. Heerlijk.
Wat een zegen.
Nehemia 9:38-10:39
25 april [2]
|
9:38 |
Op grond van dit alles sluiten wij een vast verbond… |
|
10:29 |
…om te wandelen naar de wet van God,… |
|
10:30 |
…niet tot vrouw zouden nemen… |
|
10:39 |
Het huis van onze God willen wij niet aan zijn lot overlaten. |
Adeldom
verplicht. Ze sluiten een verbond. En stellen het op schrift. En alle
namen worden genoemd. Het is vast en zeker. Ze weten dat ze er
allemaal hun naam onder moeten zetten. Ze hebben al zo vaak beloofd
om gehoorzaam te zijn aan Gods geboden. Nu voor de zoveelste keer
beloven ze het. Als je iets op papier zet, als je je handtekening
eronder zet, dan weet je dat je er aan gebonden bent. Nehemia
tekent als eerste. Hij en allen die met hem waren. En dan beloven ze
onder andere om geen vreemde vrouwen te nemen. Dat kunnen en moeten
wij ons ook aantrekken. We moeten huwen met kinderen van God. We
moeten ons niet vermengen met de zonde. We kunnen dat niet serieus
genoeg nemen. Ze gaan ook niet op sabbatdag handelen. Ze geven
hun geld aan de kerk. Ze zorgen dat het huis van God niet aan zijn
lot wordt overgelaten. De belangrijke dingen eerst. Dat wat we kunnen
besteden in de dienst van God, daar moeten we ons op toeleggen. Want
dat komt ten goede aan ons en aan de mensen die God nog niet kennen.
Dat is een heerlijke zaak.
We zien het zo vaak precies
andersom. We hebben het zo vaak over alles wat we eerst zelf moeten
hebben, om dan vervolgens nog een fooitje aan de tempel, aan God
te geven. Maar in werkelijkheid spannen we het paard achter de wagen.
We doen het precies verkeerd. Daar moeten we mee stoppen. Ze waren
helemaal verkeerd bezig en nu zien ze hoe de goede volgorde is. En
daar worden ze blij om. Glorie voor Gods Naam.
Het is er
zomaar ingeslopen. De tegenstander van God is zo listig. Hij
fluistert allerlei halve waarheden in en daar ga je. Hij doet wat Hij
zegt. Als wij doen wat Hij zegt, en wij onze schuld belijden, dan is
Hij genadig en komt ons weer zegenen.
Nehemia 11:1-12:26
26 april [2]
|
11:1 |
…om een op de tien aan te wijzen in Jeruzalem,… |
|
11:17 |
Mattanja, de zoon van Micha, de zoon van Zabdi, de zoon van Asaf, was de leider, die bij het gebed de lofzegging aanhief,… |
|
11:23 |
…een vaste regeling voor de zangers, naar de behoeften van elke dag. |
|
12:24 |
…lof en prijs aan te heffen,… |
Wat
opvalt hier (en dat valt steeds op), is dat er heel veel waarde wordt
gehecht aan het noemen van de namen en afstamming van de mensen
die naar een bepaalde plaats gaan, of een bepaalde afstamming hebben.
Het blijft geen algemeenheid. Het gaat over een concreet persoon met
een concrete opdracht. Hij doet dit en hij doet dat. Het komt erop
aan dat alles in goede orde en organisatie gebeurt. En wel
overeenkomstig de wetten van Mozes en de geboden van God. God had de
instellingen van de priesterdienst gegeven, ook heel concreet.
De voorschriften waren duidelijk. En dat moest allemaal weer hersteld
worden na de ballingschap. Ze hadden het wetboek gelezen. En ze
gingen weer invoeren wat ze kwijtgeraakt waren, zoals de instelling
van het Loofhuttenfeest in hoofdstuk 8. Hier valt op dat ze een
goede verdeling maakten wie er in Jeruzalem gaan wonen en wie in de
andere steden.
Het viel me op dat muziek en lofprijzing ook
heel belangrijk zijn in de dienst aan de HERE. In vers 17 heft
Mattanja bij het gebed de lofprijzing aan. Ziet u het voor u. Het
gebed begint en de lofprijzing ook. We loven en prijzen de hemelse
Vader voor alles wat Hij doet. Hij heeft grote daden gedaan voor zijn
volk. En nu heeft Hij hun de wet teruggegeven, het wetboek. Ze
begrijpen dat ze daaruit moeten leven. En dan gaat het goed. Als ze
het niet doen, dan gaat het niet goed. Daar moeten ook wij uit leven.
Niets meer en niets minder. Geen wonder dat dan ook de lofprijzing
moet aanvangen. Bij zo’n geweldige God past dan ook
lofprijzing. Je kunt wel altijd blijven zingen als je denkt aan de
grote liefde van God, dat Hij naar mij, naar ons heeft omgezien om
ons kinderen van Hem te doen worden. Wie zijn wij dat zo’n
voorrecht ons te beurt valt? We hebben het niet verdiend. Het is
enkel genade. Het is enkel de grote liefde van God waarmee Hij naar
alle mensen kijkt om hen uit de duisternis naar het licht te trekken.
Daar moeten we ons mee bezig houden. Daar moeten we zelf vol van zijn
en blijven. En we weten allemaal dat dat gemakkelijker gezegd is dan
gedaan, maar het is wel een opdracht, waartoe we ons moeten zetten.
En als we het doen, dan ervaren we het ook. Het is Gods grote liefde.
Het is geweldig om te gaan zien, dat we vanuit van boven moeten
leven. Hij zegent ons en beschermt ons ook, of juist zelfs, in de
moeilijkste omstandigheden.
In vers 24 lezen we van een
vaste regeling voor de zangers van de dag. Elke dag werd er gezongen.
We moeten veel meer zingen. Het is belangrijk dat we ons leven vullen
met de liederen van de Heer. Hij zegent ons. Hij is onze Vader.
Hij is liefde. Hij is groot om te loven en te prijzen. Dank U, Heer.
Nehemia 12:27-47
27 april [2]
|
12:31 |
…en stelde twee grote zangkoren op om in optocht voort te trekken; één naar rechts over de muur… |
|
12:36 |
De schriftgeleerde Ezra ging voor hen uit. |
|
12:40 |
Toen stelden de beide zangkoren zich in het huis Gods op;… |
|
12:43 |
…want God had hen verheugd met grote vreugde;… |
|
12:46 |
Want… in de tijd van weleer, ligt de oorsprong van de zangers, van het loflied en de lofzangen aan God. |
Ziet
u het voor u? Twee grote zangkoren. Over de muur. Zingen en nog eens
zingen. Wat een machtig gezicht. Ik zie het voor me. Zoals je wel
eens een groot koor op een foto ziet met de koorkleding aan. Een
prachtig gezicht. Een machtig lied uit de kelen van de zangers. Wat
een machtig geluid. Nehemia stelt een groot koor samen. En daar gaan
ze, de ene helft over de ene muur en de andere helft over de andere
kant van de muur. En dan ten slotte stellen ze zich op in het huis
van God. Wat een machtig gezicht. Je zou er zo een prachtige
opname van maken. Een wereldwijde cd, een wereldwijde video. Machtig
gezicht. Daar in het zonovergoten heilige Jeruzalem. Nehemia,
geweldig. De muur is klaar. Wat een wonder. Wat een zegen. We
genieten.
Wat een vreugde. Want God had de vreugde in hun hart
gelegd. De priesters helpen en zijn druk in de weer voor de zorg van
het huis van God. Wat een drukte. Wat een menigte. Alles is goed
georganiseerd. Er is grote vreugde. Het is een lust voor het oog. Het
is prachtig om te lezen. Er is ook heel wat te vieren. Want het
grote wonder van de herbouw van de muur is klaar. Wat is er niet aan
vooraf gegaan om de tempel te herbouwen. Lees Ezra. Wat een
bouwwerk. En wat een durf. Het volk was in ballingschap. De
tegenstand is groot. Maar het volk bouwt door. Ze geven niet op.
Nehemia en Ezra zijn voorbeelden van moedige mannen Gods die
ondanks tegenstand doorgaan. Dat is nodig. De tegenstand en de
tegenwerking, de slappe mensen, de mensen die altijd wat hebben
te zeggen waarom iets niet kan. Die zijn er altijd. Die proberen
altijd de zaak te traineren. De zaak op te houden. Maar wij moeten
moedig zijn, en aan Nehemia en aan Ezra denken. Tegen de stroom in
gaan. Niet opgeven. Doorgaan.
Wat een vreugde om dit boek te
lezen. Je wordt er steeds enthousiaster van. Je ziet het ook voor
je. Ook voor vandaag. Er is ook vandaag nodig, dat we het werk van
God zien. En de muren, die in ons eigen leven in puin liggen,
herbouwen. En de muren, die in de samenleving in puin liggen,
herbouwen. Hoe? Door het woord van God te proclameren. Telkens
opnieuw. Niet bang zijn. Gewoon zeggen. Of ze het nu horen willen of
niet. Moedig zijn, anderen moed inspreken. Steeds opnieuw. Ik kan er
niet over zwijgen. Weet je wat er dan gebeurt? Als dan de muur
herbouwd is, dan is er grote vreugde. Elk initiatief om Gods woord te
proclameren geeft grote vreugde. In de eerst plaats voor jezelf, maar
ook voor alle anderen die door dat woord gegrepen worden, want God
legt die vreugde in onze harten. En overal waar de vreugde Gods in
harten wordt gelegd vangt lofprijzing aan en gaan de mensen hun
muziekinstrumenten opzoeken. Prijs de Heer.
En het
hoofdstuk eindigt met de organisatie om de bijdragen bijeen te
brengen. Waar het werk van God is daar wordt ook het geld bijeen
gebracht. Dat is ook deel van de organisatie om de muur te herbouwen.
Dat geldt ook voor vandaag. Help mee met de bouw van de muur. Ook om
de zangers van het nodige te voorzien.
Nehemia 13:1-31
28 april [2]
|
13:3 |
…zonderden zij al wie van gemengde afkomst waren, van Israël af. |
|
13:8 |
Ik was er zeer over ontstemd en wierp al het huisraad van Tobia het vertrek uit. |
|
13:13 |
…en het was hun taak, aan hun broeders uit te delen. |
|
13:14 |
Gedenk mij, mijn God, hierom en wis de weldaden niet uit, die ik aan het huis van mijn God en aan zijn instellingen bewezen heb. |
|
13:17 |
Wat doet gij daar voor slechts, dat gij de sabbatdag ontheiligt? |
|
13:19 |
…en ik beval, dat men ze niet zou openen tot na de sabbat. |
|
13:22 |
Gedenk mij ook hierom, mijn God, en ontferm U over mij naar uw grote goedertierenheid. |
|
13:25 |
Ik onderhield hen hierover, vervloekte hen, sloeg enigen van hen, trok hun de haren uit,… |
|
13:27 |
…en ontrouw zijt tegenover onze God door vreemde vrouwen te huwen? |
|
13:31 |
Gedenk mij, mijn God, ten goede. |
Het
komt er steeds weer op aan om de wet van God, het woord van God te
lezen. We kunnen dan steeds ontdekken waar we afwijken van deze
regels en zegeningen ten leven. Daar gaat het om. We moeten niet
links en niet rechts kijken. We moeten gewoon doen wat er staat. Dat
was ook in de dagen van Nehemia het geval. Ze lezen de wet en
ontdekken dat ze niet met vreemde vrouwen mochten huwen. Dat lijkt
een logische zaak, maar toch was het gebeurd. Ze herstellen de
zaak en bekeren zich hiervan.
Dan ontdekt Nehemia, dat de
priester, let wel, de kerkelijke leider zelf, voor één
van de vijanden tegen de herbouw van de muur, Tobia, een vertrek in
de tempel heeft ingericht. Hoe is het mogelijk? Dat zal toch niet
waar zijn? Nehemia gaat er eigenhandig heen en gooit al het
huisraad van Tobia eruit. Dat zal me een opschudding gegeven hebben.
Maar wie haalt het ook in zijn hoofd om in het huis van God een
ruimte in te richten voor de vijand? Dan haal je toch zelf de
problemen over je heen. Nehemia is nog maar een korte tijd weg
geweest of hij vindt bij zijn terugkomst allerlei afwijkingen
die hij eigenhandig en hardhandig aan de kaak stelt en recht trekt.
Daar moeten wij ook zelf altijd alert op zijn. Het schiet er zomaar
in. Niet aan toegeven. Meteen korte metten maken, De boel herstellen.
En niet te zachtzinnig, want zachte heelmeesters maken stinkende
wonden. Het sluipt er zomaar in. Kijk maar wat Nehemia doet. Er waren
er zelfs die de taal van de vreemde volken gingen spreken, dat is te
gek. Hij vervloekt hen, hij sloeg hen, hij trekt hen de haren uit,
vers 25. Nou nou, dat is duidelijke taal. Niet mis te verstaan. Maar
wie haalt het ook in zijn hoofd. Gelijk heeft hij. Zo, dat is
duidelijk.
En dan eindigt het met weer het huwen met vreemde
vrouwen. God had het nog zo verboden. En dan wordt Salomo aangehaald
die door zijn vreemde vrouwen aan het einde van zijn leven zondigde.
En wat deed hij? Hij liet ze hun kinderen aan de Moloch offeren. En
dat was toch juist verboden? Dat deden de heidenen. En nu stond
Salomo het toe in zijn land. En wat gebeurde er? Het rijk werd in
tweeën gedeeld. De tien stammen en de twee stammen. En ze hadden
voortdurend oorlog. En nu zijn ze in ballingschap. Waarom? Omdat ze
ook weer hun kinderen aan de Moloch offerden. Je ziet het toch zelf
wat er van gekomen is. Het volk werd in ballingschap gestuurd. En tot
vandaag aan de dag is het volk verspreid over de wereld. God neemt
het hoog op. En Nehemia waarschuwt hen door dit voorbeeld aan te
halen. Denk maar niet dat God het nu door de vingers ziet. Geen zegen
kunnen we verwachten als we doorgaan met het doden van de
kinderen om ons eigen heil te bewerken. Prijs de Heer voor zulke
duidelijke taal. We moeten daar ook vandaag aan de dag onze lering
uit trekken. Wat ethisch niet bij God hoort, daar moeten we ons van
bekeren. En dat betekent geen kinderen doden door abortus en het
doden van oudere mensen is helemaal verschrikkelijk. Wie heeft ooit
zoiets in zijn hoofd gehaald? Nee toch. Stoppen. En nu
meteen.
Nehemia pleit op God, Die belooft wat Hij doet. Hij
vraagt God om hem te gedenken. O God, ontferm U. Dat klinkt ook
vandaag. O God, ontferm U. O God, laat mij handelend optreden in Uw
dienst. Dank U, Heer, voor zulke klare taal. We kunnen er niet
omheen. Aan ons de taak om er naar te handelen. Geef ons moed en
kracht om grote schoonmaak te houden in ons eigen leven.