Psalmen
drs. L.P. Dorenbos
Schreeuw om Leven – Hilversum
Titel:
Psalmen
drs. L.P. Dorenbos
Hilversum – Stichting Schreeuw
om Leven
ISBN 90-71732-44-4
NUR
707
Trefwoorden: bijbel, profetie, israël
©
Stichting Schreeuw om Leven – Hilversum 2005
Ruitersweg
35-37, 1211 KT Hilversum
Tel. 035 624-4352, Fax 035
624-9141
E-mail info@schreeuwomleven.nl
Internet
www.schreeuwomleven.nl
Bijbelcitaten NBG vertaling
1951
Coördinatie Alex
C.F. van Vuuren & Joop B. Buker
Medewerking J.A.G. Delhaas,
Christa Kruithof,
Ben Prins, Gerda Schotanus
Omslag
en vormgeving Cees Baanvinger, Zoetermeer
Joop B. Buker, Joel
assist, Bloemendaal
In de serie brochures In twee jaar
de Bijbel door volgt
drs.
L.P. Dorenbos het rooster van Schreeuw om Leven
Bijbellezen.
In twee jaar de Bijbel door
In
het kader van het Schreeuw om
Leven Bijbelleesplan:
“In twee jaar de Bijbel door”
geeft drs. L.P. Dorenbos dagelijks in een persoonlijke notitie zijn
gedachten weer tijdens het lezen van het bijbelgedeelte voor die dag
ter bemoediging en als een oproep en een stimulans om te lezen, te
herlezen en te doen wat er staat, zonder de pretentie dat het zou
gaan om een gedegen bijbelstudie.
Mogen de lezers erdoor
gezegend worden.
Inhoudsopgave
|
Voorwoord |
|
|
|
|
|
Psalmen |
5 |

Psalm 1:1-6
15 april [1]
|
1:1 |
Welzalig de
man, die niet wandelt |
|
1:2 |
maar aan des
HEREN wet zijn welgevallen heeft, |
|
1:3 |
Want hij is als
een boom, geplant aan waterstromen, |
|
1:4 |
Niet alzo de
goddelozen: |
|
1:5 |
Daarom houden
de goddelozen geen stand in het gericht, |
|
1:6 |
Want de HERE
kent de weg der rechtvaardigen, |
Echt
een psalm om helemaal uit te werken. Een psalm om uit je hoofd te
leren. Het gaat om het houden de wet van de HERE. Daar vaar je wel
bij. Je moet je afzonderen van de goddeloze die aan God noch gebod
doet. Bij God ben je als een boom geplant aan waterstromen, met
vrucht en loof. Geen verwelken, maar almaar bloeien en ondernemen en
gelukken. Daar gaat het om. Dat is prachtig. Wie wil dat
niet?
Goddelozen houden geen stand. Zij vergaan. Zij zijn niet
voor de eeuwigheid, niet voor het paradijs. Wat ze doen, kan wel heel
wat lijken. Ze hebben vaak een grote mond. Maar ze zullen vergaan. Ze
zijn er niet meer. Als kaf voor de wind. Dat klinkt vernederend voor
de goddelozen. En dat is het ook. Maar dat is niet het doel van deze
psalm, het is een oproep om de weg van de onrechtvaardigheid te
verlaten en God te volgen. Het is nooit discriminerend bedoeld, maar
een oproep. Als je het discriminerend vindt, dan bekijk je het vanuit
je goddeloosheid. Dan kun je er hevig tegen tekeergaan. Dat gebeurt
ook. Het onrecht viert hoogtij. En iedereen die zich er tegen verzet,
die weg van de HERE wil gaan, die krijgt de wind van voren. Maar zo
is het niet. Het is God die de mens schiep. Hij wil redden. Hij wil
mensen als bomen die vrucht dragen, die ondernemen en bij wie
dingen gelukken. Dat geldt voor alle terreinen van de samenleving.
Het gaat om het herstel van de samenleving. Dat heeft met alle
aspecten van het leven te maken. Dat bouwt een samenleving op. Daar
kan ieder tot zijn recht komen.
Vanuit de verbrokenheid wil
God een nieuwe weg banen. De weg van recht en gerechtigheid. Daarom
kwam Messias Jezus om de verzoening tot stand te brengen. De ene weg!
Dáár hebben we wat aan. Dáár kunnen we
mee verder. Daardoor kunnen we ook onderscheiden waar het op aankomt.
Blijf bij Jezus. Blijf bij het Woord. Weet je het niet meer? Vraag
het Jezus. Weet je het niet? Blijf lezen en studeren in het Woord van
God. Blijf bidden om wijsheid en Hij zal je die geven. Probeer het
maar. Echt doen. Het werkt omdat Hij het zegt. Leer Psalm 1 uit je
hoofd.
Psalm 2:1-12
16 april [1]
|
2:1 |
Waarom woelen
de volken |
|
2:2 |
De koningen der
aarde scharen zich in slagorde |
|
2:3 |
Laat ons hun
banden verscheuren |
|
2:4 |
Die in de hemel
zetelt, lacht; |
|
2:5 |
Dan spreekt Hij
tot hen in zijn toorn, |
|
2:6 |
Ik heb immers
mijn koning gesteld |
|
2:7 |
Ik wil gewagen
van het besluit des HEREN: |
|
2:8 |
Vraag Mij en Ik
zal volken geven tot uw erfdeel, |
|
2:9 |
Gij zult hen
verpletteren met een ijzeren knots, |
|
2:10 |
Nu dan, gij
koningen, weest verstandig, |
|
2:11 |
Dient de HERE
met vreze |
|
2:12 |
Kust de zoon,
opdat hij niet toorne |
‘De
messiaanse koning’ is in de NBG-vertaling boven deze psalm
gezet. Het gaat erom dat de wereld wel tekeer kan gaan, maar dat de
HERE regeert. De machtigen der aarde denken dat zij het recht en de
macht zelf in hun hand hebben. Maar de HERE lacht. Wat is dat
gekrioel van die koningen toch klein in zijn ogen. Zij denken zonder
God te kunnen rekenen en zijn kinderen te kunnen aanpakken en
vervolgen. Maar de werkelijkheid is dat God regeert. Hij heeft alles
in de hand. De aarde is zijn schepping. Hij weet dat de zonde in de
wereld gekomen is en dat de duivel probeert zoveel mogelijk
duisternis en dood te bewerkstelligen. Maar als God optreedt dan is
het afgelopen. Dan zijn de goddelozen als kaf in de wind. Zoals in
Psalm 1 staat. Het gaat om het herstel van alle dingen. Het gaat
om zijn heilige berg. Daar woont Hij en daar blijft Hij wonen. Daar
zal zijn rijk van recht en gerechtigheid gegrondvest worden. Van nu
aan tot in eeuwigheid. Prijst de HERE.
Wij moeten van de Zoon
van God spreken. Wij moeten proclameren. Wij moeten niet zwijgen. Wij
moeten zeggen dat er redding is bij Jezus. Er is een veilige haven
uit de woelige wereld met goddeloze machthebbers. Mijn zoon zijt gij;
Ik heb u heden verwekt. De aankondiging van de Messias in Psalm 2.
Dat is een wonder. Alles is gericht op de komst en de regering van de
Vredevorst. Heerlijk. Wat een vooruitzicht. Wat een zegen.
Het
kan wel lijken of de machthebbers van de aarde niet te verslaan zijn,
maar deze psalm zegt: Gij zult hen verpletteren met een ijzeren
knots, hen stukslaan als pottenbakkerswerk. Nou dat aardewerk is niet
zo sterk. Dat gaat snel stuk. Dus we moeten door het gebral van de
wereldmachten heen kijken. We moeten ons niet in de luren laten
leggen. Hij regeert. Hij heeft alle macht. Hij volvoert zijn
plan. Hij herstelt alles. Dus het is het beste dat de koningen der
aarde zich tot God richten. Dat ze zich door Hem laten gezeggen.
Want anders komt het niet goed.
Dient de HERE met vreze en
verheugt u met beving. We hebben te maken met een heilig God. We
moeten Hem aanbidden. We moeten Hem gehoorzamen. Want Hij laat niet
met zich spotten. Hij wil ons alles geven maar we moeten er geen
loopje mee nemen. Prijst de HERE. Welzalig allen die bij Hem
schuilen! Met een uitroepteken – want daar komt het op neer.
Het kan stormen. Het kan tekeergaan. Maar we moeten bij Hem schuilen.
We moeten bij Hem blijven. We moeten het van Hem verwachten. Het kan
dan lijken of we naar de mens gesproken aan de verliezende hand zijn,
maar vanuit God gesproken zijn we aan de winnende hand. Het kan niet
stuk. Doe mee. De uitnodiging klinkt. Komt allen tot Mij die vermoeid
en belast zijt en Ik zal u rust geven, want mijn juk is zacht en mijn
last is licht. Heerlijk toch. Wat wil je nog meer?
Psalm 3:1-9
17 april [1]
|
3:1 |
Een psalm van David, toen hij vluchtte voor zijn zoon Absalom. |
|
3:2 |
O HERE, hoe
talrijk zijn mijn tegenstanders; |
|
3:3 |
velen zeggen
van mij: |
|
3:4 |
Maar Gij, HERE,
zijt een schild dat mij dekt, |
|
3:5 |
Als ik luide
roep tot de HERE, |
|
3:6 |
Ik legde mij
neder en sliep; |
|
3:7 |
Ik vrees niet
voor tienduizenden van volk, |
|
3:8 |
Sta op, HERE,
verlos mij, mijn God! |
|
3:9 |
De verlossing
is van de HERE, |
Je
zult maar voor je zoon moeten vluchten. Je zult maar de koning zijn
en je zoon rebelleert tegen je en een hele boel mensen lopen achter
hem aan. Dan moet jij vluchten en dan word je onderweg ook nog
uitgescholden door Simeï. Lees de geschiedenis maar eens na. Wat
een tragische toestand. Koning David, de machtige koning, wordt
door een rebellerende zoon de stad uitgejaagd, Zo zie je maar hoe het
allemaal kan verlopen. Je vraagt je af waarom moet het allemaal
gebeuren? Zou het nog iets te maken hebben met Bathseba. Zou het
ermee te maken hebben dat David zijn kinderen niet recht toe recht
aan opgevoed heeft. Heeft het te maken met Tamar. David heeft
dat ook onder de dekmantel gehouden. Hij wist ervan, maar heeft
de schande verborgen. Daar moeten we goed op letten. Hoe heeft
het zo ver kunnen komen met Absalom? Hoe heeft hij het aangedurfd om
te rebelleren tegen zijn vader? Daar moeten we eens goed over
nadenken.
We moeten dan ook over onszelf nadenken. Hoe gaan
wij met onze kinderen om? Laten we het ook maar een beetje sudderen.
Je kunt niet vroeg genoeg beginnen met je kinderen van de Here Jezus
te vertellen. Ze moeten zo vroeg mogelijk zien waar ze vandaan komen.
Dat ze van God zijn, dat is heel belangrijk. Al dat geleuter dat
kinderen het niet begrijpen slaat nergens op. Zij hebben een vader en
wij hebben een Vader die in de hemel is. Dus het begrip vader
begrijpen ze heel goed. We moeten met de opvoeding weer van de basis
af beginnen. We zijn heel veel van het elan van het begin kwijt
geraakt.
David blijft vertrouwen op God. Hij schuilt bij Hem.
God is een schild in de gevaren. De HERE antwoordt altijd als je luid
roept. Je hoeft niet te vrezen voor tienduizenden. Er kan een
geweldige overmacht zijn, maar God is toch sterker. Roep tot God om
op te treden. De HERE verbrijzelt de vijanden. De verlossing is van
de HERE, uw zegen is over uw volk. Daar gaat het om. De verlossing is
van de HERE. Bij Hem kunnen we altijd schuilen. In alle nood. Hij is
altijd sterker. Hij zal je altijd beschermen. Zijn zegen is altijd
over ons. Ook al lijkt het er naar de omstandigheden niet altijd
naar. De HERE is groot.
Psalm 4:1-9
18 april [1]
|
4:2 |
…die mij
ruimte maakt in mijn benauwdheid; |
|
4:4 |
…de HERE hoort, als ik tot Hem roep. |
|
4:5 |
Weest toornig,
maar zondig niet; |
|
4:9 |
In vrede kan ik
mij te ruste begeven en aanstonds inslapen, |
Een
avondlied staat er in de NBG-vertaling boven. Voor mij is het een
psalm voor elk uur van de dag. Je kunt het benauwd hebben, maar God
geeft ruimte. Hij verheft je boven de omstandigheden uit. Wees mij
genadig en hoor mijn gebed. Blijf maar dicht bij Jezus schuilen. Dat
valt niet mee als de vijand op de loer ligt, maar toch is het de
veiligste plaats. Waar moet je anders heen vluchten dan naar God?
De
mensen om je heen proberen je in een kwaad daglicht te stellen. Ze
doen alsof jij er niet toe doet. Maar het gaat erom dat jij het van
God blijft verwachten. Want die mannen die jouw eer versmaden,
die leven niet lang. Over hun lot is reeds besloten. Dus blijf bij de
HERE. Ga er niet tegen tekeer. Wees toornig op je legerstede, maar
laat het ze niet merken. Geef ze geen kans om tegen je tekeer te
gaan. Vertrouw op de HERE. Je hebt meer vreugde in je hart bij de
HERE, dan met alle rijkdom en oogst en alles wat de wereld je kan
geven. Dat is de werkelijkheid waar we steeds aan vast moeten
houden.
Daarom is het zo belangrijk dat we onze kinderen het
vroeg vertellen en ze het inprenten. Het maakt dat ze de dingen zien,
zoals ze werkelijk zijn. Vaak zien we dat niet zo, maar zien we eerst
op de aardse dingen. Dat is ook vanzelfsprekend, want dat is
zoals we het met onze natuurlijke ogen zien. Daar hebben we mee te
maken. Maar het geheim is dat we moeten zien vanuit God. Want Hij
alleen doet mij rustig en veilig wonen. Daardoor kunnen we rustig
slapen. Dag aan dag, keer op keer. Dat is het. O,
HERE, help ons. Dank U wel.
Psalm 5:1-13
19 april [1]
|
5:3 |
Sla acht op mijn hulpgeroep, o mijn Koning en mijn God,… |
|
5:4 |
HERE, des
morgens hoort Gij mijn stem, |
|
5:7 |
…Gij
richt te gronde de leugensprekers, |
|
5:9 |
HERE, leid mij
door uw gerechtigheid |
|
5:11 |
Doe hen boeten,
o God, |
|
5:12 |
Maar verheugen zullen zich allen die bij U schuilen,… |
|
5:13 |
Want Gij zegent
de rechtvaardige, o HERE, |
Ze
kunnen wel tekeergaan, die leugensprekers, de mannen van bloed en
bedrog. Kijk ze eens om zich heen slaan. Het lijkt wel of onze
stemmen niet meer gehoord worden. Het is één en al
leugen. Zo lijkt het wel als we om ons heen kijken. Het is
verschrikkelijk. Het is één en al afval en zonde. Hoor
HERE, hoor naar mijn stem. Ik roep U aan en ik weet dat U hoort. De
dwazen houden geen stand voor uw ogen. Ik weet het HERE, want dat
heeft U Zelf gezegd. Maar het lijkt erop dat ze een steeds grotere
mond hebben. Nu drugs, dan abortus, daarna weer euthanasie,
vervolgens weer het homohuwelijk. Het lijkt een race om alles wat U
verboden heeft in wetten vast te leggen. Maar HERE God, U blaast
erin. Het gaat om uw gerechtigheid. Het gaat om uw wet. U bent onze
rechter, U bent onze wetgever. U bent onze koning en niemand anders.
Dat wil ik uitroepen. Dat wil ik vasthouden. Daar wil ik over
spreken. Zij zijn niet betrouwbaar. Zij spreken leugen en buigen het
recht. Het is verschrikkelijk HERE. Maar U doet hen boeten. Ze
zullen het weten. U blijft waar en waarachtig. U haat de zonde en
doet de ongerechtigheid weg.
Maar verheugen zullen zich allen
die bij U schuilen… daar Gij hen beschermt. Want Gij zegent de
rechtvaardige, o HERE. Gij omgeeft hem met welbehagen als met een
schild. En zo is het. Ga daar maar uit leven. Moet je doen. Daardoor
kun je wel problemen krijgen met de ongerechtigheid en de afval en de
verloedering. Maar God blijft je omringen met zijn liefde en
bescherming en zijn schild. Daar ben je veilig. Echt waar.
Psalm 6:1-11
20 april [1]
|
6:2 |
O HERE, straf
mij niet in uw toorn, |
|
6:5 |
Keer weder,
HERE, red mijn ziel, |
|
6:8 |
Mijn oog is dof
geworden van verdriet, |
|
6:10 |
…de HERE
heeft mijn smeking gehoord, |
|
6:11 |
Al mijn
vijanden zullen beschaamd staan, |
David
heeft het hier wel heel moeilijk. Hij is bang voor de toorn van God.
Hij weet van zijn straffende hand. Verschrikkelijk. Hij weet van Gods
liefde die je wil beschermen. Zijn Woord is de waarheid. Je moet geen
spelletje met God spelen. Hij weet dat God alles ziet. Daarom is het
zo belangrijk om dag en nacht in de gemeenschap met God te blijven.
Anders gaat het niet goed. Dan kom je in de hand van de goddelozen.
Dan heul je met de vijand. En dan komt het oordeel. Hier wordt David
gepijnigd door verdriet en zorg om Gods oordeel. We weten niet
wat er aan de hand is, in welke situatie David zich hier bevind. Hij
denkt dat hij sterven moet. Hij is er erg aan toe. Hij moet huilen en
huilen. Hij heeft ontzettend veel verdriet. Maar hij roept tot de
HERE. Wees mij genadig HERE, want ik kwijn weg.
Zou hij
ernstig ziek zijn geweest. Dat kan, dat kan je ook zo afmatten. Wat
is de mens. Hij roept tot God. Het zijn de bedrijvers van
ongerechtigheid die David lastig vallen. Die het steeds maar op hem
aanleggen. Hij weet zeker dat de HERE zijn wenen gehoord heeft. Hij
gaat er op staan. Hij gaat staan op het Woord van God. Want wat God
zegt, dat doet Hij ook. Hij hoort het hart dat schreiend tot Hem
gaat. Hij laat geen bidder staan. Hij wil troost geven in de smart.
Blijf maar dicht bij Jezus. Schuil maar bij Hem. Want Hij hoort. Hij
is er altijd bij. Hij weet van het lijden van deze wereld. Hij weet
van dood en ellende. Hij heeft zijn eigen leven gegeven om weer te
herstellen, om de dood als laatste prikkel te overwinnen. Hij is het
Leven en in Hem kunnen we met al ons verdriet leven.
De HERE
heeft mijn smeking gehoord, de HERE neemt mijn bede aan. Weg zijn
alle vijanden. Weg is alle aanval. Want Hij maakt je sterk. Zelf ben
je zwak, maar Hij geeft je kracht. Soms tegen jezelf in. Het is
immers ook zijn kracht. Wij ontvangen zijn kracht in onze zwakheid.
Het is zo waar. Het is de werkelijkheid. We gaan er zo maar aan
voorbij als we steeds maar blijven zitten bij onze eigen
zwakheden, ons eigen verdriet, ons eigen willen. Wij kunnen ons
zelf niet verlossen. Hij is het die ons kracht geeft. Gelukkig maar.
Hoe zouden we anders kunnen leven. Prijs de HERE.
Psalm 7:1-18
21 april [1]
|
7:2 |
HERE, mijn God,
bij U schuil ik, |
|
7:9 |
De HERE richt
de volken. |
|
7:11 |
Mijn schild is
bij God, |
|
7:15 |
Zie, wie met
ongerechtigheid bevrucht werd, |
|
7:16 |
Hij delft een
kuil en graaft die uit, |
|
7:18 |
Ik zal de HERE
loven naar zijn gerechtigheid, |
David
heeft het benauwd. Maar hij blijft pleiten op de HERE God, want Hij
is de rechtvaardige rechter. Hij kan bij Hem schuilen. Het gevaar kan
groot zijn, maar bij de HERE ben je veilig. Hij is onschuldig, maar
wordt beschuldigd. Hij gaat vrijuit, maar de vijanden proberen hem in
hun eigen ongerechtigheid om te brengen. Maar David blijft zien op de
rechte lijn tot God. God regeert. De vijanden kunnen tekeergaan. Maar
wie een kuil graaft voor een ander valt er zelf in. Dat is een
gezegde geworden in ons land en misschien ook wel in andere landen.
Maar het is het woord van God. Pas op, onrechtvaardigen, want het
oordeel komt. Als je je niet bekeert, dan komt het onheil
onherroepelijk. God wil je vergeven. Hij wil je redden, maar
verhard je je, dan haal je het oordeel zelf over je heen. Dat kan
niet anders. Dat gaat gebeuren. En dat zie je ook voor je ogen. Want
de werken van de duisternis nemen toe als de onrechtvaardigen op
de troon zitten. Het onheil dat ze stichten komt op hun eigen hoofd
terecht.
Daarom kan David ook eindigen met de woorden: Ik zal
de HERE loven naar zijn gerechtigheid, en de naam des HEREN, des
Allerhoogsten, psalmzingen. We kunnen liederen zingen in de nacht,
zoals Paulus in de gevangenis. We kunnen het moeilijk hebben. We
kunnen ziek zijn of oud of zwak of het niet meer zien zitten. En hoe
vaak is dat niet het geval? Juist dan moeten we gaan zingen. We
moeten het soms tegen onze eigen wil doen. Maar dan komt wel de vrede
Gods over je.
De tegenstander van God zit niet stil om je
telkens opnieuw uit je vrede met God te halen. Hij zit vol list en
bedrog. En we weten het maar al te goed, want we hebben daar elke dag
mee te maken. Dat loeder ligt op de loer. Maar God is sterker. Hij
helpt ons. Hij redt ons. Hij laat ons nooit in de steek. Hij staat
daar met zijn almacht boven en wil ons beschermen en redden. Hij
staat klaar om de onbekeerlijke en onrechtvaardige tegenstander neer
te vellen. Ook hem roept Hij, maar dan moet hij wel opschieten. Want
er is een einde aan Gods geduld. Mag Hij misschien?
HERE God
dank U wel dat u altijd bij ons wilt zijn, We bidden voor onze
tegenstanders dat zij zich omkeren om aan het oordeel van U te
ontsnappen.
Psalm 8:1-10
22 april [1]
|
8:2 |
O HERE, onze
Here, |
|
8:3 |
Uit de mond van
kinderen en zuigelingen |
|
8:4 |
Aanschouw ik uw
hemel, het werk van uw vingers, |
|
8:5 |
Wat is de mens,
dat Gij zijner gedenkt, |
|
8:6 |
Toch hebt Gij
hem bijna goddelijk gemaakt, |
|
8:7 |
Gij doet hem
heersen over de werken uwer handen, |
|
8:8 |
schapen en
runderen altegader |
|
8:9 |
de vogelen des
hemels en de vissen der zee, |
|
8:10 |
O HERE, onze
Here, |
Over
deze psalm raak je niet uitgesproken. Het is een prachtige psalm. Ook
geen wonder dat de psalm begint en eindigt met: O HERE, onze Here,
hoe heerlijk is uw Naam op de ganse aarde. En ja zo is het. Het is de
heerlijke Naam van de HERE. En die HERE, de schepper van hemel en
aarde, heeft ons gemaakt. Niet zo maar, maar bijna goddelijk. Hij
heeft ons met heerlijkheid en luister gekroond.
Alles ligt aan
zijn voeten. Uit de mond van kinderen en zuigelingen hebt Gij sterkte
gegrondvest. Wie zou dat ontkennen? Als we een zuigeling zien, dan
zien we daarin de almacht van de Schepper. Wat is er mooier dan een
kind. Het is prachtig. Wie raakt daardoor niet vertederd? Het is
fantastisch. Het is om nooit over uitgesproken te raken. Hoe blij
zijn vaders en moeders niet met een kind. Heerlijk toch om zo’n
kind in je armen te hebben. Hoe heerlijk is het om kleinkinderen te
hebben. Wat kun je daar van genieten. Ja natuurlijk, het is soms ook
heel moeilijk met kinderen. Het vraagt een grote inspanning om ze op
te voeden. Want ook in de kinderen is de zonde gekomen. De boze rukt
aan alle kanten op om ons stuk te krijgen. Hij heeft het op het
hartje van de kinderen gemunt. Het is te gek hoeveel kinderen de
dupe worden van de aanvallen van de boze. Daarom is het zo belangrijk
dat kinderen opgevoed worden in de vreze des HEREN. Het is
fantastisch om te zien hoe de HERE God alles in het werk stelt om de
kinderen te helpen. Hij zegt dan ook niet voor niets, dat wie één
van deze kinderen aanraakt het beter ware dat een molensteen om zijn
hals gebonden was en hij was gezwolgen in de diepte van de zee. God
heeft de kinderen op het oog. Kinderen zijn geboren aan het hart
van de Vader. Heerlijk om daar geboren te zijn. Het is fantastisch.
Het is heerlijk om te schuilen aan de voeten van Jezus. Het is veilig
schuilen bij God.
Gij die uw majesteit toont aan de hemel. Er
gaat niets boven de almacht van God. Er is niets dat sterker is. Het
is fantastisch om dat te weten en te schuilen bij de HERE God. Als je
de mens ziet dan denk je: is het echt waar dat God hem bijna
goddelijk gemaakt heeft? Wat zijn we nietig als we de sterren en de
maan zien en alle grote dingen die God gemaakt heeft. Wat is het
mensenkind dat Gij zijner gedenkt? En ja hoor. God heeft hem bijna
goddelijk gemaakt. Wat een geweldige kracht. Wat een geweldige
nabijheid bij God. Daar word je enthousiast van. Want we zitten
allemaal wel eens in de druk. Dan is dit het geheim om je aan Hem
vast te houden. Niet omdat jij het gelooft of het bedacht hebt,
maar omdat God het zo gemaakt heeft. En soms moet je zelfs tegen je
eigen wil in aan Hem vasthouden. En dan zul je merken dat het werkt.
Hij staat altijd klaar om te helpen, nee nog sterker: Hij kwam juist
in de eerste plaats voor de verbrokenen van hart, de gevangenen, de
kleinen, zij die in de druk zitten. Lees het maar na in Jesaja 61 en
alle andere plaatsen.
Daarom is Psalm 8 zo heerlijk. Ik word
er blij van. O, HERE God, bewaar onze kinderen. Ze hebben het zo
moeilijk. Ze worden zo aangevallen. Help ze! Houdt ze vast! Dank U
HERE dat uw kracht groter is dan onze kracht en hun kracht. We moeten
uw steun en bescherming afsmeken over ons en onze kinderen. Dank U
wel HERE God. O HERE, onze Here, hoe heerlijk is uw Naam op de ganse
aarde?
Psalm 9:1-21
13 mei [1]
|
9:5 |
Want mijn
pleitzaak en mijn geding hebt Gij berecht, |
|
9:7 |
…de vijanden zijn weg – eeuwige puinhopen –,… |
|
9:8 |
Maar de HERE zetelt voor eeuwig,… |
|
9:9 |
…ja, Hij
oordeelt de wereld in gerechtigheid, |
|
9:10 |
Daarom is de
HERE een burcht voor de verdrukte, |
|
9:11 |
…want Gij hebt nooit verlaten wie U zoeken, o HERE. |
|
9:13 |
…want
Hij, die de bloedschuld wreekt, gedenkt hunner, |
|
9:17 |
De HERE deed Zich kennen, Hij handhaafde het recht;… |
|
9:18 |
De goddelozen keren om naar het dodenrijk,… |
|
9:19 |
…niet voor immer gaat de hoop der ootmoedigen teloor. |
|
9:21 |
Jaag hun schrik
aan, HERE, |
Zo
is het. De volken kunnen tekeergaan. De mensen kunnen worden
verdrukt. De vijanden gaan tekeer. Maar God zit op de troon. Ook wij,
als christenen kunnen in de druk zitten. We aanbidden God. We loven
en prijzen Hem. We weten dat Hij machtig is en onoverwinnelijk. Maar
toch, de vijanden lijken het voor het zeggen te hebben. Dan moeten we
niet verslappen, maar juist de HERE aanlopen en het van Hem
verwachten. Met Hem doorgaan. Want het kan wel lijken dat de heidenen
het voor het zeggen hebben. Maar één zucht van de adem
van de HERE God en weg zijn zij. Eeuwige puinhopen, zegt de
psalm.
Wij geloven in een God die eeuwig leeft. Die alle macht
heeft. Die gerechtigheid oefent. En die de verdrukte helpt en
redt uit de nood. Die de zwakke en de verdrukten niet vergeet, maar
juist alles in het werk zet om hem te redden. Hij oordeelt de wereld
in gerechtigheid. Hij richt de natiën in rechtmatigheid. Wat een
God. We weten allemaal dat de zonde in de wereld is. Dat ook wij
daaraan onderworpen zijn. Daar hebben we allemaal mee te maken. We
zien voor onze ogen onrecht en onrechtmatigheid. Het lijkt wel of dat
de wereld en de mensen beheerst. Maar God is een God van recht. Hij
duldt het niet. En daarom kunnen we temidden van alle ellende God
loven en prijzen.
Hij woont op Sion. Dat is de plaats van zijn
woning. Daar wordt het recht uitgeoefend. Daarvan zal straks de
wet uitgaan. De wet van recht en gerechtigheid. Wees mij genadig
o HERE. Want we kunnen alleen maar leven uit genade. Hoe zouden
we anders kunnen leven. Het is de genade van God die ons in leven
houdt. Het zijn de barmhartigheden Gods dat wij niet omgekomen zijn!
Anders waren we allang vergaan. Dat weet David. Want hoe vaak heeft
de HERE hem niet gered uit benauwde omstandigheden. Het is een vallen
en opstaan. Maar met God zijn we meer dan overwinnaars. Geweldig
om dat te weten. De goddeloze keert terug naar het dodenrijk en
wordt daarmee in de poel des vuurs geworpen. Maar de rechtvaardige
zal voor eeuwig leven. De volken zullen niet anders kunnen dan
erkennen dat ze stervelingen zijn. Glorie voor zijn Naam.
David
leefde eeuwen voor de komst van Messias Jezus, maar wij mogen
terugzien op een geweldige vervulling van profetie en zien uit
naar de wederkomst van Messias Jezus in heerlijkheid. Wij weten
al zoveel meer dan David. Dus hebben we nog meer reden om op Hem te
vertrouwen. Het is heerlijk om bij de HERE te schuilen. Glorie voor
zijn Naam.
Heb je die vrede niet. Lees dan de Bijbel. De vrede
van God komt naar je toe. Dat kan niet anders, want God heeft juist
het goede op het oog voor wie Hem zoeken en vrezen.
Psalm 10: 1-18
14 mei [1]
|
10:4 |
…al zijn gedachten zijn: Er is geen God. |
|
10:5 |
…hij blaast tegen allen die hem benauwen; |
|
10:6 |
hij zegt in zijn hart: ik zal niet wankelen,… |
|
10:7 |
…onder zijn tong zijn ongerechtigheid en onheil,… |
|
10:8 |
Zijn ogen bespieden de zwakke,… |
|
10:11 |
Hij zegt in zijn hart: God vergeet het,… |
|
10:14 |
Gij ziet het,
want Gij aanschouwt moeite en verdriet, |
|
10:16 |
De HERE is
koning, eeuwig en altoos. |
|
10:17 |
De begeerte der
ootmoedigen hebt Gij, HERE gehoord; |
|
10:18 |
om recht te
doen de wees en de verdrukte, |
Ja
wat hier staat daar lijkt het heel vaak op. De goddeloze gaat tekeer.
Die denkt: Er bestaat geen God. Maar hij rekent buiten de Waard. Hij
gaat tekeer. Hij verdrukt het recht van de weduwen en wezen. Hij
schuwt niet om onrecht te laten gelden. Hij ziet de zwakke aan en
laat ze in zijn strik vallen. Lees maar na. En kijk ook maar om je
heen. Want een goddeloosheid. Wat een zonde. Wat een haat en
nijd. Wat een onrecht. Wat een verbijten en vereten. We kunnen dat in
het groot zien, maar we zien dat ook in het klein. Wat kunnen we het
elkaar toch lastig maken. Wat is er toch een gekijf en getwist. Dat
gaat almaar door. Het lijkt wel of dat het normale leven is. De
goddeloze heeft dan ook alle reden om te zeggen: Er bestaat geen God.
Het gaat hem immers voor de wind. En zie eens die arme tobbers die
het van God verwachten. Dat is toch zielig. Zo wordt er vaak gespot.
Het lijkt de omgekeerde wereld wel. Maar de werkelijkheid blijft de
werkelijkheid. Het is de roep van de ellendige om recht. HERE, sta
op, hef uw hand op!
De HERE God ziet het ook. Het gaat Hem ter
harte. Hij lijdt er het meest onder. Want Hij heeft de hemel en
de aarde gemaakt. En zie het was zeer goed. Hoe kan het ook anders
dat de Maker het meeste lijdt onder het niet functioneren van
wat Hij gemaakt heeft. Hij zal er dan ook alles aan doen om het weer
in orde te krijgen. Zo kan het toch niet verder. Daarom is de oproep
van de zwakke en de onderdrukte dat de HERE optreedt om de goddeloze
de mond te snoeren. Want God is Koning eeuwig en altoos. Daarom
hoeven we niet te twijfelen en daaraan moeten we ook niet twijfelen.
De begeerte der ootmoedigen hoort God. Hij vergeet het niet. Het
kan even duren maar God zal komen met recht en gerechtigheid. Om
recht te doen aan weduwe en wees in hun druk. God is altijd het
eerste bezig om de zwakke op te richten uit hun druk. Dat is het
karakter van God. Daar gaat het om.
Als wij het soms niet meer
zo zien zitten is het goed deze psalm weer eens te lezen. We kunnen
soms zo in de druk zitten, dat we het niet meer zien. Dat ligt niet
aan God, want Hij blijft ons oprichten en helpen. Daarom doen we er
goed aan om het van Hem te verwachten. Soms tegen eigen gevoel of
situatie in. We moeten Hem niet in de weg lopen maar ons in zijn
blijdschap houden, om een uitweg te vinden die ons hart opheft. Want
uiteindelijk gaat het om het leven met Hem, een eeuwig leven. We zijn
wel ín de wereld, maar niet vàn de wereld. Als we ons
leven en de wereld zien vanuit het perspectief van God, dan lijden we
met Hem mee om de zonde en de ongerechtigheid in de wereld, maar dan
heffen we ons op om onder zijn vleugels te blijven schuilen, want
alleen daar ben je veilig. Al zoveel mensen hebben geprobeerd om het
anders te doen, maar net als de psalmdichter zegt: De HERE is Koning,
eeuwig en altoos. En dat duurt het langst!
Psalm 11:1-7
15 mei [1]
|
11:1 |
Bij de HERE schuil ik. |
|
11:2 |
…om oprechten van hart in het duister te treffen. |
|
11:3 |
Wanneer de
grondslagen zijn vernield, |
|
11:4 |
…zijn
ogen slaan gade, |
|
11:5 |
De HERE toetst de rechtvaardige en de goddeloze;… |
|
11:6 |
Hij regent op de goddelozen vurige kolen en zwavel,… |
|
11:7 |
Want de HERE is
rechtvaardig |
Een
indrukwekkende psalm. Vers 3: Wanneer de grondslagen zijn vernield,
wat kan de rechtvaardige doen? Je zou er alle kanten mee op kunnen.
In de zin van: Wat moeten we nog doen, nu de grondslagen zijn
vernield. Dan kan de rechtvaardige toch zeker niets meer doen. Of:
Zie, nu zijn de grondslagen vernield en nu is het afgelopen. Het
is een onvoorstelbare toestand. Als de grondslagen zijn vernield
dan is er zeker sprake van een ernstige situatie. Hoe is het gekomen
dat de grondslagen zijn vernield? De goddeloze heeft de macht
gegrepen. De mensen zonder God en gebod denken dat ze het zelf
wel kunnen. De weduwen en de wezen worden verdrukt. Het is
verschrikkelijk.
Bij de HERE schuil ik, zegt de dichter David.
Ik verberg me niet in de bergen, daar schieten ze me als een vogel
neer. Want ze hebben het op mijn leven gemunt. Zij willen de
oprechten van hart in het duister treffen. Pas op! Vlucht, maar
vlucht alleen om te schuilen bij de HERE. De HERE woont in zijn
heilig paleis. Hij heeft in de hemel zijn troon. Daar kan het onrecht
niet komen. Van daaruit ziet Hij recht en onrecht. Van daaruit toetst
hij de harten van ieder mens en wie geweld bemint die haat Hij. Op de
goddeloze regent Hij vurige kolen en zwavel. Nou dat is niet zo best.
Daar ga je aan te gronde. Denk aan Sodom en Gomorra.
Want de
HERE is rechtvaardig en Hij heeft gerechtigheid lief; de oprechten
zullen zijn aangezicht aanschouwen. Dus als de grondslagen zijn
vernield, dan zal de rechtvaardige die bij God schuilt recht en
gerechtigheid blijven uitoefenen. Want God vanuit de hemel haat
het onrecht. Hij zal allen, die recht en gerechtigheid nastreven,
zegenen en krachtig maken. Soms, nee meestal, gaat dat door strijd
heen. Want hoe is het gekomen dat er zoveel onrecht is. Dat komt
omdat er zoveel zonde is toegelaten. Hoe? Dat komt ook omdat de
kinderen van God er maar een potje van hebben gemaakt. De zonde
dringt ook zo maar door in de gemeenschap van de kinderen van God.
Daar kan iedereen zo zijn eigen verhaal over vertellen. Maar dan gaat
het er niet om, om daar maar bij te gaan neerzitten en erin te
berusten. Dan gaat het erom dat we ons in Gods heilige woning laten
optrekken en met Hem recht en gerechtigheid liefhebben en dat
ook toepassen in de situatie waarin God ons gezet heeft. Dat is
meestal niet eenvoudig. Want vaak is daar nauwelijks ruimte voor.
Soms gaat dat onder grote druk en verdrukking. Want de boze legt het
aan om je in het hart te treffen. Gemeen je te pakken, je te
verleiden. En daar weten we alles van. Daar moet je weerstand tegen
bieden. Dat het niet vanzelf gaat dat hebben wij ook wel
ontdekt. Maar om er bij te gaan klagen en ach en wee te roepen,
dat heeft nog nooit iemand geholpen. Je zult zelf in de kracht van
God moeten opstaan om de grondslagen te vernieuwen. Te beginnen bij
jezelf. De ontdekkingsreis is dat je gaandeweg sterker wordt. Dan sta
je verbaasd over de verandering die er in je leven optreedt. Daar
kunnen ook zoveel mensen voor ons van getuigen. Glorie voor de Naam
van God. Heerlijk toch. Dat helpt.
Psalm 12:1-9
16 mei [1]
|
12:2 |
Help toch, HERE, want er zijn geen vromen meer;… |
|
12:4 |
De HERE verdelge alle gladde lippen… |
|
12:6 |
Om de
onderdrukking der ellendigen, het zuchten der armen, |
|
12:8 |
Gij, HERE, zult ze gestand doen,… |
De
mensen steken hun tong uit. Ze denken met hun woorden het te kunnen
winnen. Wat wordt er toch veel gesnoefd. Wat wordt er toch een grote
mond opgezet. Het lijkt wel of de boosheid, de valsheid en de leugen,
het bedrog het wint. Het zit overal. Je hoeft de krant maar op te
slaan of je krijgt weer een laag snoeven over je heen. Het zit
overal. Waar zijn de vromen? Zijn ze er niet meer?
De kinderen
Gods worden ondergesneeuwd. Ze worden verdrukt. Het Woord mag niet
meer gesproken worden. Dat ervaart de dichter. Hij roept uit tot God.
En God antwoordt, want God antwoordt altijd. Hoe dan? Ik hoor er zo
weinig van, zeggen we dan. Hoort God ons wel? Ja natuurlijk, zegt
God, want ik kom de onderdrukten te hulp. Ik maak Mij op om uitkomst
te bieden. Want, zegt de dichter, de woorden van God zijn zuiver. Zo
zuiver dat je het niet kunt uitdrukken. Zevenvoudig gelouterd.
Nou daar kan niemand tegenop.
Dan moeten we op die gelouterde
woorden ook vertrouwen. Dan moeten we zelf met ons hart en met onze
mond een toontje lager zingen. Want wij zien alles nog maar ten dele,
maar we mogen zeker weten dat Hij zijn hart gezet heeft op de
rechtvaardige. Hij duldt de onrechtvaardige niet. Hij zal ze de mond
snoeren. Al lijkt het erop dat het onrecht zegeviert. We moeten ons
oog veel meer op de Here Jezus gericht houden. We moeten niet op de
omstandigheden ons vertrouwen zetten. We moeten het in het
perspectief van de eeuwigheid zien. Dan weten we dat God
overwonnen heeft op het kruis van Golgotha. Hij heeft de duivel
overwonnen. Hij weet zijn schepselen te bewaren. En dan kunnen we het
nog moeilijk hebben. Dan kunnen we het niet meer zien zitten. Dan
kunnen we zelfs vervolgd worden en het met de dood moeten bekopen,
maar God is rechtvaardig. Hij zal ons verlossen. Want wij verwachten
naar zijn beloften een nieuwe hemel en een nieuwe aarde waar
gerechtigheid woont. Dan weegt het lijden van deze tijd niet op
tegen de kroon die gereed ligt. Heerlijk toch. Daar kunnen we mee
leven. Dank U HERE. Want U brengt in veiligheid wie daarnaar
smachten.
Wat mogen we ook in deze tijd, maar in alle tijden,
smachten en uitzien naar die zekerheid en die tijd. We leven maar een
korte tijd op aarde. We moeten allen sterven. Zo is het van den
beginne ook niet geweest. We werden geboren om eeuwig te leven. De
dood is de laatste prikkel die overwonnen wordt. We geloven in de
opstanding. Heerlijk om daar nu al in te geloven. We moeten vooral
onze lampen brandende houden. Want we moeten niet door matheid van
ziel verslappen. Dat is levensgevaarlijk.
Dank U HERE dat U
ons de kracht geeft om staande te blijven, vaak dwars door zwakheid
en zonde heen. Dank U wel voor zoveel genade.
Psalm 13:1-6
17 mei [1]
|
13:2 |
Hoelang, HERE? Zult Gij mij voortdurend vergeten? |
|
13:3 |
Hoelang zal mijn vijand zich boven mij verheffen? |
|
13:4 |
…opdat ik niet inslape ten dode;… |
|
13:6 |
Ik wil de HERE zingen, omdat Hij mij heeft welgedaan. |
Uit
het leven gegrepen. Het lijkt wel of de HERE je vergeet. Je merkt er
niets van. Je voelt niets. De vijanden gaan tekeer. Wat moet ik nu
HERE? Hoort U dan niet? Waarom hoort U niet? Ik heb het toch zo
moeilijk. Dat ziet U toch wel. Dat is toch niet eerlijk, dat ik zo
moet lijden door de verdrukking. Ik geef de moed maar op, want U
hoort toch niet. Ik heb zo mijn best gedaan. Ik doe het toch zo goed.
En U hoort niet. Dat is niet eerlijk. Dat kan toch niet. Vreselijk
HERE. Maar U moet mij ook helpen, want ik wil ook niet dat ik wankel
en dat mijn vijanden zeggen dat ze gewonnen hebben. Want dan hebben
zij hun zin. Dan heb ik U verloochend en dat is het laatste wat ik
wil. HERE help me, dat ik U niet verloochen? Daarom vat ik moed en
roep het uit: Ik echter vertrouw op uw goedertierenheid. Ik wil de
HERE zingen, omdat Hij mij heeft welgedaan.
Dat is
geloofsmoed. Dat is zingen tegen jezelf in. Dat is kracht die de HERE
geeft. Want we zijn zo vaak alleen maar met onszelf bezig. Ook al
denken we dat we helemaal gelijk hebben. Neen, we moeten blijven
zingen, loven en prijzen, want de HERE is goed en altijd te
prijzen. Wij zien wat er om ons heen gebeurt. Wij zien wat voor ogen
is, maar God ziet het hart aan. Wij moeten nog een korte tijd door
dit lijden heen, maar we zijn al deel van het eeuwige Koninkrijk van
recht en gerechtigheid. We kijken veel te veel horizontaal en dat
schiet niet op. We moeten ons oog hemelwaarts richten. Vooral als we
zwak zijn en het niet meer zo zien zitten. Dat is ons houvast. Dat is
God die ons draagt als op vleugels van een arend. Heerlijk toch.
Glorie voor zijn Naam. Prijs de HERE.
Psalm 14:1-7
18 mei [1]
|
14:1 |
De dwaas zegt
in zijn hart: |
|
14:2 |
De HERE ziet… of er… is… één, die God zoekt. |
|
14:3 |
…er is niemand die goed doet, zelfs niet één. |
|
14:5 |
…want God is bij het rechtvaardig geslacht. |
|
14:6 |
…maar de HERE is zijn toevlucht. |
|
14:7 |
Och, dat uit
Sion Israëls redding daagde! |
Ja,
dat kun je wel, als dwaas, zeggen: Er is geen God. Maar dat zijn de
onrechtvaardigen. De HERE kijkt over de aarde en ziet wat er
allemaal gebeurt. Hij ziet dat alle mensen zijn afgeweken. Er is er
niet één die zonder zonde is. Ze hebben allemaal
gezondigd. En zo is het, dat weten we zelf maar al te goed. De zonde
heerst in ons sterfelijk lichaam. Daar moeten we goed van
doordrongen zijn. Maar daar moet het niet bij blijven. We moeten
de HERE aanroepen. We moeten het van Hem verwachten. We moeten niet
in het kamp van de onrechtvaardigen terecht komen, die roepen:
Er is geen God, om vervolgens er maar rustig lustig op los te leven.
Want God is bij het rechtvaardig geslacht. Daar hoef je niet aan te
twijfelen. En dat voelt ook iedereen aan. God laat je niet in de
steek. Hij helpt je altijd. Hij zal een keer brengen in het lot van
zijn volk. Uit Sion zal redding komen. Gods beloften zijn eeuwig en
vast en zeker!
De HERE is en blijft je toevlucht, ook al maak
je nog zoveel ellende mee. We moeten op Hem blijven vertrouwen. We
mogen verlangen naar uitredding. Dat de HERE een keer brengt in de
ellende van zijn volk. En die verlossing gaat komen. Dat is vast en
zeker. Dan zullen we juichen. Wat een belofte. Maar het gaat soms
door tranen heen. Want er is nog zoveel onrecht om ons heen en ook in
ons eigen hart. O HERE, help mij staande te blijven op uw Woord.
Psalm 15:1-5
19 mei [1]
|
15:1 |
HERE, wie mag
verkeren in uw tent? |
|
15:2 |
…en waarheid spreekt in zijn hart, |
|
15:3 |
die met zijn tong niet lastert,… |
|
15:5 |
…hij
leent zijn geld niet op woeker… |
HERE,
wie mag verkeren in uw tent? Wie mag wonen op uw heilige berg? Hij,
die onberispelijk wandelt en doet wat recht is. Je zou deze psalm uit
je hoofd moeten leren. Dat is toch heel simpel en duidelijk. Hij die
goed doet. Naar de naaste omziet. Hij is rechtvaardig. Hij doet goed.
Hij spreekt geen laster. Er worden heel concrete dingen genoemd. Je
leent geld niet op woeker. Je doet de naaste geen kwaad. Je kunt het
allemaal invullen. Een ieder onderzoeke zijn eigen hart of hij
zich moet bekeren van de verkeerde weg en weer op de goede weg moet
gaan wandelen.
Het ging er immers om, wie mag wonen op de
heilige berg. Het gaat dus om je eeuwig heil. Het gaat om hel of
hemel. Je wordt uitgenodigd om de weg van de hemel te kiezen. Als je
op die weg gaat, dan ga je goed. Dan zie je de liefde opbloeien. Dan
helpt de sterke de zwakke. Dan wil je niet anders dan de HERE dienen.
Dat is goed. Daar word je blij van. Daar kun je je aan vasthouden.
Geloof je het niet, probeer het dan. Je mag God uitdagen. Want wat
Hij wil is zo vanzelfsprekend. Het enige probleem is dat we vaak zo
traag zijn in het horen en het doen. Zo vaak naar onze eigen stem
luisteren. Dan ga je de verkeerde kant op. Daarom moeten we dicht bij
het Woord blijven. Daaruit kunnen we kracht putten, elke dag. Ook
vandaag, met deze psalm. HERE, mogen we vandaag onberispelijk
wandelen. God is goed.
Psalm 16:1-11
20 mei [1]
|
16:1 |
…want bij U schuil ik. |
|
16:2 |
…ik heb geen goed buiten U. |
|
16:5 |
O HERE, mijn erfdeel en mijn beker,… |
|
16:7 |
Ik prijs de HERE, die mij raad heeft gegeven,… |
|
16:8 |
Ik stel mij de
HERE bestendig voor ogen; |
|
16:10 |
…want Gij geeft mijn ziel niet prijs aan het dodenrijk,… |
|
16:11 |
Gij maakt mij
het pad des levens bekend; |
Zo
maar een psalm. Daar zit weer heel veel in. Het is de zekerheid die
ervan afstraalt. Het is nogal aanmatigend. Het klinkt zo vast en
zeker. Maar het is ook de oproep: Bewaar mij. Buiten U wil ik niets
hebben. Want de vijanden liggen op de loer. Die willen mij in
woorden, gedachten en daden van U aftrekken. En dat eindigt niet
in vreugde, maar in verdriet, ja zelfs tot in het dodenrijk.
Ik
stel mij de HERE bestendig voor ogen. Wat betekent dat? Wat moeten we
ermee? De hele dag bijbelteksten opzeggen? De hele dag vroom zitten
doen? Neen, het is gewoon leven, maar wel leven vanuit de zekerheid
dat de HERE God altijd bij je is. Je Hem voor ogen stellen. Als het
goed gaat èn als het niet zo goed gaat. En hoe vaak gaat het
niet goed? Maar dan moeten we juist wel vasthouden, want als het niet
goed gaat dan zal er wel weer aan je gerukt worden. En zo is
het. Want je hoeft maar iets te doen of je zit met je denken al weer
op het verkeerde spoor. Dan ga je bergafwaarts en dat gaat heel snel.
Maar het kost enorm veel inspanning om weer boven, de berg op te
klauteren.
Als je dicht bij God blijft, je Hem bestendig voor
ogen stelt, dan zal Hij met zijn bescherming komen. Daar kun je je in
verheugen. Dan geeft Hij gegarandeerd eeuwige rust. En als die
rust weer wordt aangevallen dan bidden tot God. Je verzetten tegen de
aanvallen. In zijn rust blijven. Vooral niet opstandig worden.
Want het kan wel eens een hele tijd duren voordat je naar lichaam,
ziel en geest weer in balans bent, niet meer in de dip zit en met
plezier het leven ziet. Dat kan alleen maar door dicht bij God te
blijven. Dat betekent Hem aanvaarden, uit je Bijbel lezen en bidden.
Ik ontdek steeds meer dat niet ik de Bijbel lees, maar dat de Bijbel
mij leest. Dat is een geheim. Als je denkt dat dit een open deur
intrappen is, dan nodig ik je uit om met mij de Bijbel door te lezen.
God is een genadig God. Hij wil het goede voor de mensen. Deze
psalm staat daar vol van. Lees hem nog maar eens. En dan
onbevooroordeeld, want we hebben steeds zoveel vooroordelen
klaar liggen. Luister naar de stem van God.
Gij maakt mij het
pad des levens bekend. Laat je dat dan ook bekend maken en loop niet
de kantjes eraf. Je leven hangt er vanaf. En wie wil niet genieten
van de liefelijkheid die in zijn rechterhand is en wel voor eeuwig?
Recht toe, recht aan, op weg naar de eeuwigheid. Glorie voor zijn
Naam.
Psalm 17:1-15
21 mei [1]
|
17:1 |
…leen het oor aan mijn gebed,… |
|
17:2 |
…uw ogen schouwen wat recht is. |
|
17:5 |
…mijn
treden hielden uw spoor, |
|
17:6 |
Ik roep U aan, omdat Gij, o God, mij antwoordt;… |
|
17:7 |
…Verlosser
van hen, |
|
17:8 |
Bewaar mij als de appel van het oog,… |
|
17:13 |
…red met uw zwaard mijn leven van de goddeloze,… |
|
17:15 |
…en bij het ontwaken mij verzadigen met uw beeld. |
Wat
kun je omringd worden door tegenstanders. Wat kan het tekeergaan in
je leven. Hier gaat het om daadwerkelijke vijanden. Die staan je naar
het leven. Die komen je te vuur en te zwaard aanvallen. Je zit in het
nauw. Je kunt geen kant op. En dan roepen tot de HERE God. Ik roep U
aan. Ik wil rechtvaardig leven. Ik ben gehoorzaam aan U. Ik schuil
onder uw vleugelen. Ik ben niet rechts en niet links gegaan. HERE,
red mijn van mijn tegenstanders. Doe hen bukken. Versla hen. Vaag hen
weg. U bent machtig. U kunt dat doen. U laat mij niet in de steek.
Bewaar mij als de appel van uw oog, berg mij in de schaduwen van
uw vleugelen. Dat is een veilige plaats. Daar kan niemand bij komen.
Daar ben ik veilig. De vijand kan tekeergaan, maar hij doet maar,
want ik bent veilig geborgen bij God. Doe mijn vijanden weg. HERE,
verlos mij.
Wat kun je het benauwd hebben. Toch, bij alles
rustig blijven en schuilen bij de Allerhoogste God. Wat er ook
gebeurt, daar ben je veilig. Zelfs dan kan het heel moeilijk zijn.
Dan kunnen de vijanden zeer dichtbij komen. Maar geborgen in
Hem. Dan ben je onaantastbaar. Zelfs al proberen ze je naar het leven
te staan. Zelfs als ze aan je leven komen, dan ben je nog geborgen in
Hem. Want Hij staat boven leven en sterven. Je bent met Christus
geborgen in God. Dan kunnen ze je leven nemen, maar je bent en blijft
geborgen voor de eeuwigheid. Daarom is het zo belangrijk om de
HERE aan te roepen. Om altijd bij Hem te schuilen. Je mag, je moet
roepen, dat Hij je vijanden wegjaagt. Hij wil niets liever. Maar Hij
wil erom gebeden worden.
Hij wil ons steeds weer trekken in
het centrum van zijn wil. We zijn daar zo weer uit. We zijn zo vaak
op drift. We wijken zo van Hem af. Net alsof het vanzelf gaat. Maar
dan komen ook vijanden. Die je proberen helemaal in hun greep te
trekken. En dan komt het er op aan. Roep tot de HERE. De verdrukking
werkt echter ook volharding uit. En dat komt je alleen maar ten
goede. Vaak is het zo, dat als je achteraf kijkt, dat je ontdekt, dat
de verdrukking ook zegen heeft uitgewerkt. Voor het moment brengt het
geen plezier. Het kan heel moeilijk zijn, maar daarna zie je dat het
tot je geestelijke groei heeft bijgedragen. Daarom kunnen we ook
altijd vertrouwen dat Hij ons nooit in de steek laat. Daarom kunnen
we ook altijd vertrouwen dat Hij ons beschermt als de appel van het
oog. Prijs de HERE.
Psalm 18:1-20
22 mei [1]
|
18:3 |
…mijn God, mijn Rots, bij wie ik schuil,… |
|
18:4 |
Geloofd zij de
HERE,… |
|
18:7 |
Toen het mij
bang te moede was, riep ik de HERE aan, |
|
18:14 |
De HERE deed de donder in de hemel weerklinken,… |
|
18:17 |
Hij reikte van
omhoog, greep mij, |
|
18:20 |
Hij leidde mij
uit in de ruimte. |
Nou,
nou, dan zit je wel in de verdrukking. David werd belaagd door Saul.
Die staat hem naar het leven. We kennen de geschiedenis. Maar God
redde hem steeds weer. Telkens trad God op. Het is opvallend dat
David de redding zonder reserve aan de HERE toeschrijft. De HERE
deed dit en de HERE deed dat. Het is niet: Ik deed dit en ik deed
dat. Neen het was: de HERE. En zo is het ook. We roepen in
benauwdheden tot Hem en dan hoort Hij. Hij wil ons altijd helpen. Hij
is altijd nabij.
Hier lezen we dat God de natuurkrachten
inschakelt om David te redden. Als de HERE blaast dan gebeurt er wat.
Dan gehoorzamen de natuurkrachten. Dan gaan de golven omhoog. Dan
bewegen de bergen. We lezen hier van gigantische natuurkrachten,
die allemaal opgeroepen worden om David te beschermen. Wij
kennen dat niet. We denken dat dat onmogelijk is. Maar hier staat het
klip en klaar. David twijfelt er in het geheel niet aan. Voor hem is
het gesneden koek. Hij ontrukt je aan de macht van de vijand. En
zo is het. Alles wat gebeurt, is in handen van de HERE. Wij mogen
leven uit zijn genade. We mogen Hem aanroepen in de nood. Op Hem
vertrouwen met geheel ons hart. We moeten nooit twijfelen, maar
blindelings vertrouwen op de kracht van de HERE God. De vijanden
zullen alles doen om je in het nauw te brengen om je te vernietigen.
De duivel heeft het op ons leven voorzien. Hij is de mensenmoorder
van den beginne. Hij is erop uit om ons te verslinden. En daar gaat
God tegenin met zijn almacht. God is de Almachtige. Hem kun je niet
weerstaan.
Het is eigenlijk stom dat we zo weinig
vertrouwen op de HERE God. Hij is groot en machtig. Hij wil ons
beschermen. Hij wil ons helpen. Hij is altijd bij ons. We moeten heel
eenvoudig op Hem vertrouwen. Looft de HERE. We kunnen er niet genoeg
van krijgen. Want als je eenmaal gaat ontdekken wat de macht van God
is en wat dat ook voor de natuur kan betekenen, dan sta je versteld.
Water is daarbij heel belangrijk. We lezen het hier weer. Wij in dit
deltalandje beseffen maar al te goed hoe het kan gaan met de
rivieren en de zee. Wat een machtige Heiland. En dan te denken aan de
Here Jezus. Daar putten we alle kracht uit. Hij heeft onze zonden
verzoend op het kruis van Golgotha. Heerlijk. Daar mogen ook wij uit
putten. Gode zij dank.
Psalm 18:21-30
23 mei [1]
|
18:23 |
Want al zijn
verordeningen stonden mij voor ogen |
|
18:26 |
Jegens de getrouwe toont Gij u getrouw,… |
|
18:30 |
Met U immers
loop ik op een legerbende in |
David
pleit erop dat hij de geboden des HEREN heeft gehouden. Hij is niet
afgeweken. Hij is op het rechte pad gebleven. Dat weet hij heel
zeker. Hij kent zijn Woord en is erbij gebleven. Dat is dan weer de
eenvoudige les. Blijf bij de geboden van de HERE, dan ga je goed. Ga
met God, dan ga je goed. Het was telkens weer spannend. Maar David
roept de hulp van de HERE in. Hij pleit op zijn belofte. Hij smeekt
de HERE om hem te verlossen van zijn vijanden. En dat doet de
HERE God.
Het lijkt erop dat David het vanzelfsprekend vindt
dat de HERE hem redt. Want al zijn verordeningen stonden hem voor
ogen en zijn inzettingen deed hij niet weg. Dat is geloofstaal. Daar
kunnen we ons aan spiegelen. Hoe dat moet? Heel eenvoudig. Lees je
Bijbel, bid elke dag, opdat je groeien mag. Daar gaat het om. Het is
ook geen moeilijke zaak. Je moet het gewoon doen. En als je het doet,
dan word je er door gezegend. Jegens de getrouwe betoont Gij U
getrouw. Trouw met trouw. Jegens de reine toont Gij U rein.
Met
U immers loop ik op een legerbende in en met mijn God spring ik over
een muur. Dat is nogal wat. Het geloof geeft je kracht. Je voelt je
sterk. Je voelt je gedragen. Hier wordt geloofstaal gesproken. En zo
ervaren we het toch ook. We moeten volledig op de HERE vertrouwen. We
moeten niet twijfelen. We moeten niet links en niet rechts
kijken. We moeten dicht bij Jezus blijven. Daar staat de hele Bijbel
vol van. HERE, dank U wel voor zoveel liefde, voor zoveel vertrouwen,
voor zoveel bescherming. Wij zijn veilig bij U. Wij zullen de weg des
levens lopen als we U blijven gehoorzamen. De vijanden kunnen
oprukken. Maar U redt mij. U beschermt mij.
We sterven wel,
maar we hebben het eeuwige leven. We zijn verborgen met Christus in
God. Glorie voor zijn Naam. Wat een leven, wat een zegen. Dan gaat je
hart zich verheugen en dan schiet je vol van de oneindige zegen van
God. HERE wat een zegen, wat een liefde, wat een genade. Dank U wel
HERE God.
Psalm 18:31-43
24 mei [1]
|
18:31 |
Gods weg is
volmaakt; |
|
18:36 |
Ook gaaft Gij
mij het schild uws heils, |
|
18:41 |
Gij deedt mijn
vijanden mij de rug toekeren, |
Gods
weg is volmaakt; des HEREN woord is zuiver. Hij is een schild voor
allen die bij Hem schuilen… die mijn voeten maakt als die
der hinden en mij op mijn hoogten doet staan; die mijn handen oefent
ten strijde, zodat mijn armen een koperen boog spannen. Wat een
geweldige kracht. Wat een opbeurende psalm. Gods weg is goed. Gods
weg is de beste, de beste altijd. Dan word je opgetild in de hemelse
gewesten om met God de vergezichten te zien van zijn eeuwig plan van
recht en gerechtigheid. Dan zie je de almacht van God. Dan ben je wel
in deze wereld, maar niet meer van deze wereld. Hij maakt je sterk.
Hij maakt je voeten als die der hinden. Dan ga je toch met een
snelheid vooruit. Je moet in die wegen van de HERE gaan staan.
Je moet er niet aan twijfelen. Je moet gehoorzamen en gaan. Hij
laat je immers gaan. Voor David is er geen twijfelen aan. Hij bekijkt
alles vanuit de HERE. En dan gaat het goed. Dan gaan je voeten ook
als van hinden. Dan maakt hij je paden recht. Dan geeft Hij je het
schild van zijn heil. Als we dat lezen, dan gaan onze gedachten
direct uit naar de geestelijke wapenrusting. Trek die aan dan ga je
goed. Dan ben je beschermd tegen de aanvallen van de boze. En je weet
het. Het Woord is het zwaard des geestes. En daar zijn we nu mee
bezig. Wat kun je beter doen dan je vermeien in het Woord van God.
Elk moment, dat je daar mee bezig bent, ga je goed. Dan raak je niet
in de war. Want als je weer op je eigen kracht gaat vertrouwen dan
val je in je eigen denken en doen. Dan ben je gauw uitgepraat. Dan
zit je binnen de kortste keren te navelstaren. Dan raak je heel snel
je vreugde kwijt. Daarom vertrouw op God.
Een prachtige tekst
is: uw nederbuigende goedheid maakte mij groot. Prachtig toch? Zie je
het voor je? God buigt zich neder met zijn grote liefde en goedheid
en dan worden wij zo groot. Het is ook, zoals Jacobus zegt: als jij
je vernedert voor de HERE, dan zal Hij je verhogen. Wat een
geweldige God. En dan even verder: Gij deed onder mij bukken wie
tegen mij opstonden. En wat kunnen ze tegen je opstaan. Je ziet het
voor je. Het lijken wel reuzen. Wat moet jij daar nu tegen beginnen?
Je kunt er zo onder gebukt gaan. En dan staat daar dat God ze laat
bukken. We kijken over ze heen. Ze lijken wel niets meer. Dank U HERE
voor zoveel liefde. Mijn vijanden gaan op de vlucht. Ze zijn bang. Ze
zullen ons niet meer kunnen pakken. Want de beschermende armen van de
HERE zijn altijd om ons heen. Wat zijn we toch stom dat we ons zo
vaak weer in de war laten brengen door ons eigen denken en doen
terwijl de oneindige liefde van God zo voor het grijpen ligt. Glorie
voor zijn Naam!
Psalm 18:44-51
25 mei [1]
|
18:44 |
…Gij
steldet mij tot hoofd der natiën, |
|
18:47 |
De HERE leeft.
Geprezen zij mijn Rots, |
|
18:49 |
…Gij hebt mij gered van de geweldenaar. |
|
18:50 |
Daarom loof ik
U, o HERE, onder de volken |
|
18:51 |
Hij schenkt
zijn koning grote uitreddingen, |
God
heeft David verhoogd. God stelde hem aan het hoofd van volken. God
legde zijn vijanden onder zijn voeten. God deed de twisten van het
volk verstommen. God doet het. God heeft de leiding in het
leven. God weet wat goed voor ons is. We moeten het van God
verwachten. We moeten niet God er een beetje bij halen als we Hem
nodig hebben. Daar laat God zich niet voor gebruiken. Dat wist
David maar al te goed. Hij had God zo diep ontmoet in goede en
in slechte tijden. Er bleef niets bij hem over dat hij maar kon
denken dat hij een el aan zijn lengte zou kunnen toevoegen. Daarom
looft hij de HERE God. Hij krijgt er niet genoeg van. Het wordt als
het ware een climax naarmate we het einde van de psalm
naderen.
Ja, je kunt God dan ook voortdurend prijzen, als je
zo ervaren hebt dat God altijd bij je is. En dat kunnen en mogen
wij ook doen. Wat hebben we toch een onvoorstelbare zegen in ons
leven. Wat een voorrecht om geboren te mogen zijn in een land met
zoveel welvaart en zegen. En daar moeten we ons blijvend voor
inzetten. Wat missen de mensen zonder God toch ontzettend veel. Is
het niet geweldig om te weten dat we mogen leven uit de eeuwige
genade van God. Dat doet je toch klimmen over al je zorgen en
problemen en je eigen gedachten, Problemen en gedachten die je
zo gauw in de weg staan. Probeer het maar. Geef je restloos over aan
God. Dat wil niet zeggen dat je zelf niet meer mag denken en doen.
Integendeel, maar je denken en je doen wordt gericht vanuit de kracht
die God geeft. Dat is het geheim van deze psalm. Gods beloften
zijn waar. Van eeuwigheid tot eeuwigheid. Zijn plannen falen niet.
Hij laat je nooit in de steek.
Hij is trouw. Ook aan David en
zijn nageslacht voor altijd. Dat is dus voor Altijd. Daar hoeven
we niet aan te twijfelen. Ook niet aan zijn beloften over de komst
van het eeuwige rijk van recht en gerechtigheid. Daar was David voor
verkozen. Er zou altijd iemand op de troon van David zitten. Spraken
de engelen daar al niet van? Was die trouw ook niet de basis van
het verbond met Abraham. Ja en amen.
Psalm 19:1-15
26 mei [1]
|
19:2 |
De hemelen
vertellen Gods eer, |
|
19:5 |
…toch gaat hun prediking uit over de ganse aarde… Hij heeft daarin een tent opgeslagen voor de zon, |
|
19:6 |
die is als een
bruidegom die uit zijn bruidsvertrek treedt, |
|
19:8 |
De wet des
HEREN is volmaakt, |
|
19:9 |
De bevelen des
HEREN zijn waarachtig, |
|
19:11 |
Kostelijker zijn zij dan goud,… |
|
19:12 |
…in het houden ervan ligt rijke beloning,… |
|
19:14 |
Behoed ook uw knecht voor overmoed,… |
|
19:15 |
Mogen de
woorden van mijn mond |
Een
psalm van David. Als ik een nobelprijswinnaar voor letteren mocht
aanwijzen dan zou ik David voorstellen. Wat een hoogstaande
poëzie. Dat is geen geringe zaak. David is een romantisch man.
Hij weet met woorden te spelen. Hij weet zijn hart weer te geven. Hij
ziet alles om zich heen en weet het te omschrijven op een manier
dat je hart er door geraakt wordt. Het is van hart tot hart. Het is
een geweldige zaak. Wat een zekerheid. Wat een liefde. Wat een
aanbidding.
Hoe hij in deze psalm de zon beschrijft! Het is
van hoog gehalte. Je ziet het voor je. Het is prachtig. Ik word daar
enthousiast van. Hoe hij de zon als kroon van schepping neerzet! God
maakte de hemel en de aarde. De psalmist geeft God alle eer. Je ziet
God de aarde maken. Hij maakte de aarde met zijn handen als een
pottenbakker. De hele aarde, dag en nacht, spreken van de almacht van
de HERE God. Het is wereldomvattend. Daar wil je bij horen. Je kijkt
dan dwars door al het onvolkomene heen, want daarachter zie je de
almacht van God. Hoe geweldig Hij het allemaal gemaakt heeft! Hebben
we dat allemaal niet? Als we iets moois in de natuur zien, of we zien
een pasgeboren baby in de wieg. Dan word je vertederd. Dan raak je
onder de indruk. Dan zie je dat er iets is ver boven je eigen kunnen
uit. Dan zie je met je eigen ogen dat er een Schepper is. En zo is
het. Je kunt met je verstand doorzien dat God de hemel en de aarde
geschapen heeft. Dat kan niet anders. Je komt met je eigen
geredeneer niet verder dan dat je denkt dat je bestaat. Je weet
eigenlijk maar een heel klein gedeelte van de werkelijkheid. Kijk
eens naar de zon. David zegt, dat God in het heelal een tent heeft
opgeslagen voor de zon. Het is onvoorstelbaar. Wat een gloed, wat een
kracht, wat een precisie!
Ja, dan gaat David ertoe over om de
geboden van de HERE God te prijzen. De wet des HEREN is volmaakt, zij
verkwikt de ziel. Het lijkt alsof hij nog aan de zon denkt. Zonder
zon kom je ook nergens. Als er geen zon was, dan was er geen leven.
Zo is het met de wet. De wet verkwikt de ziel. De wet houd je op het
rechte spoor. Er is dus ook een schaduwkant aan het leven. Als je de
wet niet houdt dan ben je bezig met het kwade, dat wat niet van God
is. Daarom is de wet een zegen. Het gebod des HEREN is louter; het
verlicht de ogen. Het houdt je scherp op koers. Heel veel mensen
krijgen negatieve gedachten als ze denken aan de wet. Maar dat is
niet juist. De wet is een zegen. De bevelen van God verheugen het
hart. Kostelijker zijn zij dan goud, ja, dan veel fijn goud. Je moet
je erdoor laten vermanen. In het houden ervan ligt rijke beloning.
Welke beloning dan? Nou, daar staat de Bijbel vol van. Waar liefde
woont, gebiedt de HERE zijn zegen. Wat een zegen. Wat een liefde. Wat
een vrede. En ieder weet precies dat het zo werkt. Het begint al heel
dichtbij in je eigen hart. Dwaal je af, God ziet het. Pas op voor
overmoed. Pas op voor de afval, de tegenstander ligt op de loer. In
woorden, gedachten en daden moeten en mogen we afgestemd zijn op de
HERE.
En dan het prachtige einde: Mogen de woorden van mijn
mond en de overleggingen van mijn hart U welgevallig zijn. Daar
moeten we naar streven. Daar moeten we ons naar uitstrekken. Daar
gaat het om. We moeten daarom dicht bij Gods Woord blijven. Doe je
dat, dan kom je goed uit. Doen en doen en doen! Ook al heb je er geen
zin in. Of heb je er geen tijd voor. Dat is de bron. Daar komt de
kracht vandaan. Dat is de zon der gerechtigheid. Ben je daar los van,
dan kom je kracht te kort. O HERE, mijn rots en mijn verlosser. Dank
U HERE. Dank U voor uw liefde. Dank U voor uw oproep. Vul mijn hart
vandaag met uw liefde.
Psalm 20:1-10
27 mei [1]
|
20:2 |
De HERE antwoorde u ten dage der benauwdheid,… |
|
20:5 |
Hij geve u naar
uw hart, |
|
20:6 |
…de HERE vervulle al uw begeerten,… |
|
20:7 |
…Hij
antwoordt hem uit zijn heilige hemel |
|
20:8 |
…maar wij roemen in de naam van de HERE, onze God. |
|
20:10 |
O HERE, schenk
de koning de overwinning, |
Waar
moet onze hulp vandaan komen? Het kan toch alleen maar van onze God
komen. Als we in benauwdheid zijn, dan moeten we Hem aanroepen. Dat
Hij ons antwoorde uit Sion. Hij regeert het grote wereldgebeuren.
Waarop vertrouwen we? Wij vertrouwen op de HERE. Hij heeft alle
macht en majesteit. Hij doet grote legers terugdeinzen. Hij doet het
water van de Rode Zee en de Jordaan splijten. En niet één
keer, maar telkens als Hij het goed denkt in de vervulling van zijn
plan ten leven. O HERE, hoor naar het gebed van uw knecht. Luister
naar ons gebed. Wij bidden en wij smeken U, dat U ons beschermt.
Stuur uw legermachten. HERE wij verwachten het van U. Van wie zouden
wij het anders verwachten? O HERE onze God. Dank
U wel voor zoveel zekerheid. Voor zoveel
scheppingskracht.
HERE, vergeef! Wij hebben gezondigd. Wij
hebben uw geboden overtreden. Wij hebben gezondigd. We hebben het
verspeeld. Wij doen belijdenis van onze zonde. Wij doen boete in
stof en in as. HERE, o HERE, vergeef ons. Dank U wel voor uw almacht
en uw grote liefde. Dank U wel dat U hoort naar het gebed te dezer
plaatse. Want U wilt gebeden zijn. U bent onze God. Als we denken aan
de nood in ons eigen land, dan smeken we de HERE. HERE,
help. HERE, ontferm u. HERE, vergeef. Het kan zo niet
langer.
HERE, laat ons hart op U gericht zijn. Wilt u de
wensen van ons hart vervullen. U antwoordt uit de hemel met uw
machtige heilsdaden. Als U spreekt, dan gebeurt het. Het zijn niet
onze machtige legers die de boel in de hand hebben, het zijn uw
machtige daden. U volvoert uw plan. U stuurt machtige legers. U
regeert het grote wereldgebeuren. HERE help ons.
We danken u voor al uw liefde en genade. HERE, hoor naar ons
gebed. Wij roepen U aan, schenk ons de overwinning. U antwoordt als
wij roepen. Wij roepen tot U. HERE wij roepen U aan.
Psalm 21:1-14
8 mei [2]
|
21:3 |
Zijn hartewens hebt Gij hem geschonken,… |
|
21:4 |
Want Gij treedt hem tegemoet met rijke zegeningen. |
|
21:5 |
Leven vroeg hij van U; Gij gaaft het hem,… |
|
21:8 |
Want de koning
vertrouwt op de HERE |
|
21:9 |
Uw hand zal al uw vijanden vinden,… |
|
21:12 |
Als zij onheil over U willen brengen,… |
|
21:13 |
Ja, Gij zult hen de rug doen keren,… |
|
21:14 |
…wij willen uw sterkte met psalmen bezingen. |
Want
de koning vertrouwt op de HERE. Daar gaat het om. Waar vertrouwen wij
op? Vertrouwen we op ons eigen inzicht? Vertrouwen we pas als we het
kunnen begrijpen? Vertrouwen we God pas als Hij doet wat wij zeggen
of willen of denken? Hoe zit het nou? Is God iemand of iets dat
wij hebben uitgedacht? Heeft Hij ons het denken gegeven of
hebben wij Hem in ons denken bedacht? Waar blijft ons vertrouwen? Als
Hij ons het vertrouwen gegeven heeft, waarom nemen we het dan van Hem
af door alleen op Hem te vertrouwen als hij ons de overwinning
geeft? Hier zien we een David die echt wel in de druk gezeten heeft.
Dat is nog eens iets anders dan ons veilig belegde boterhammetje.
Wij hebben niets te klagen. Misschien gaan ze af en toe tegen ons
tekeer, of ze doen een beetje moeilijk, of iets valt ons tegen, maar
voor de rest hebben we een luizenleventje. Dan is het andere koek met
David en andere koek met onze miljoenen broeders en zusters die
in landen leven waar ze vervolgd worden, waar ze in het geheim bijeen
komen, omdat ze anders hun baan kwijt raken of in de gevangenis
terecht komen. Daar weten we alles van uit de geschiedenisboeken en
ook uit hedendaagse rapporten. We kennen de verhalen van de
martelaren. Zij hebben zich laten folteren en kruisigen, maar ze
hebben hun geloof niet verloochend. Ze zijn trouw gebleven aan de
roepstem van God. Want zij verwachtten een beter vaderland. God
is goed en nooit genoeg te prijzen. Hij verkwikt ons. Hij helpt ons.
Hij redt ons. Hij laat ons niet in de steek. Hij wil ons altijd
helpen en ons geleiden. Hij schenkt ons zijn heil. En dat is de taal
van David.
David begrijpt helemaal dat hij zijn leven niet te
danken heeft aan zijn kracht, zijn overwinning, zijn wijsheid of wat
dan ook, maar dat het de kracht, de opdracht, de genade, de
liefde, de weg van God is geweest, die hem het leven heeft doen
behouden. Het was God, die vanuit zijn grote liefde, David nog het
leven gaf. Hij bestuurt de hand van de vijand. Hij laat het toe niet
om de vijand gelijk te geven, maar omdat Hij ons zijn grote
liefde en vertrouwen geeft; omdat Hij ons wil helpen te begrijpen dat
we ons eigen vertrouwen moeten inleveren voor de grote trouw van God.
En wat zijn we hardnekkig. Wat zijn we tegenstribbelend. Want hoe
vaak gaan we in tegen de wil van God, weten we het beter, zitten we
te klagen in plaats van te danken.
En David weet wat God doet
met zijn vijanden: Hij doet hen weg. Hij rekent ze hun
ongerechtigheid toe, omdat zij God niet hebben willen accepteren. En
Hij verdelgt hen. Ze willen onheil over jou brengen, maar het
omgekeerde gaat gebeuren: God brengt onheil over hen. Dat staat vast.
Daar hoef je niet aan te twijfelen. Ook al zie je er zelf niet alles
of helemaal niets van. Hoe vaak lijkt het niet dat de bozen het voor
het zeggen hebben! Ze maken zich nergens druk over, maar ze zijn
allemaal slachtoffer van de tegenstander van God. God roept hen tot
gehoorzaamheid, maar zij hebben het aardse, duivelse leven liever
met al zijn tijdelijke geneugten, waarvan ze niets mee kunnen nemen
in het graf.
De HERE verheft zich in zijn kracht. Dat staat
vast. Wij willen uw sterkte met psalmen bezingen. Wat een heerlijk
leven om met God te leven. Prijs de HERE. Hij is God. Alleen al in de
psalmen kun je de grootheid van God voor eeuwig zingen. En dan komt
alles nog door de genade van Jezus Christus. Hij is onze verlosser.
Hij verzoent onze zonden. Hij is de Weg, de Waarheid en het Leven.
Hij is de toegang tot het eeuwige Koninkrijk van God. Heerlijk
evangelie. Lees het en leef het. Het is de waarheid. Pas dat toe in
je leven. Doen!
Psalm 22:1-22
9 mei [2]
|
22:2 |
Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten,… |
|
22:3 |
Mijn God, ik
roep des daags, en Gij antwoordt niet, |
|
22:4 |
Nochtans zijt
Gij de heilige, |
|
22:6 |
…op U hebben zij vertrouwd en zij zijn niet beschaamd. |
|
22:8 |
Allen die mij zien, bespotten mij,… |
|
22:10 |
Gij toch hebt mij van de moederschoot getogen,… |
|
22:11 |
…aan U
werd ik overgegeven bij mijn geboorte, |
|
22:12 |
Wees dan niet
verre van mij, |
|
22:14 |
…zij
sperren hun muil tegen mij open – |
|
22:15 |
Als water ben
ik uitgestort… |
|
22:16 |
…in het stof des doods legt Gij mij neer. |
|
22:17 |
…een
bende boosdoeners heeft mij omsingeld, |
|
22:18 |
…zij kijken toe, zij zien met leedvermaak naar mij. |
|
22:19 |
Zij verdelen
mijn klederen onder elkander |
|
22:20 |
Maar Gij HERE,
wees niet verre; |
|
22:21 |
Red van het
zwaard mijn ziel, |
|
22:22 |
Verlos mij uit
de muil van de leeuw, |
Je
kunt je soms verlaten voelen. Je kunt tot de HERE God roepen en het
lijkt of Hij er niet is. Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij mij
verlaten? Woorden vanaf het kruis. Indrukwekkend. In het hart van de
verzoening. De Godverlatenheid, die op ons moest rusten, werd
van ons afgenomen en op Messias Jezus gelegd. Mijn God, mijn God,
waarom hebt Gij mij verlaten? Dat klonk als een stille scherpe
schreeuw door het aardedonker van de drie uren duisternis. Dan
voel je je ook verlaten. Dat is verschrikkelijk, om helemaal aan je
lot overgelaten te zijn. Zo iets voelde David ook. De vijanden
loerden van alle kanten. Ze gaan tegen hem tekeer. Maar toch zegt
hij: Nochtans zijt Gij de Heilige, die troont op de lofzangen van
Israël. En zo is het. Dat moet dwars door alles heen ook steeds
weer ons uitroepen zijn. We kunnen het helemaal niet meer zien
zitten. Maar toch: Gij zijt de Heilige! En als we roepen tot Hem, dan
zullen we ook niet beschaamd uitkomen. Want Hij is een God die redt.
Daar staat de Bijbel vol van. Daar mogen we op pleiten. Dat doet
David dan ook. Want als hij op zichzelf ziet is hij een worm Ze
bespotten hem aan alle kanten. Ze roepen dat God hem maar moet
redden, daar vertrouw je toch op? Het snerpt door hem heen. Hij roept
om hulp, maar ervaart niet dat er hulp is. Hij roept God aan, die hem
van de moederschoot gedragen heeft. Hij weet niet anders dan in de
bescherming van God te zijn. Dat is uiterste geborgenheid tegen
totale verlatenheid. Daarom is het contrast ook zo groot. En was dat
ook niet bij de HERE Jezus zo? Hij was de Zoon van God. Dat is
uiterste geborgenheid. En dan verstoten zijn in de eeuwige
verlatenheid. Dat is vreselijk! Dat is ondraaglijk. De vijanden
loeren en brullen en gaan tekeer. Wat kun je dan in angst zitten.
Maar nochtans klinkt het dan, soms tegen jezelf in: Glorie voor uw
Naam.
We zijn nu dicht bij het kruis. Het is de
kruiswoorden-psalm. Wat een diepgang. Wat een profetie. Het
leven is afgemat. Mijn hart is geworden als was. In het stof des
doods legt Gij mij neer. Als we denken aan de Here Jezus en lezen wat
Hij doorgemaakt moet hebben, dan kunnen we dat nooit bij benadering
ervaren, want het gaat zo diep. Daar komen we niet bij. Een bende
boosdoeners staat om het kruis, die zijn handen en voeten
doorboren. Zij verdelen zijn kleren onder elkaar. Zien we het onder
het kruis? Ze doorboren handen en voeten. Ze verdelen kleren en
werpen het lot. Dat is profetie. Dat is aankondiging van het
lijden en sterven van Messias Jezus. Het is vervulde profetie. Daar
worden we blij van. Hoe vaak leven we niet aan de profetie voorbij!
Maar vanaf Adam en Mozes en de profeten wordt het uitgelegd. De hele
wereldgeschiedenis is gericht op de komst van de Messias. Hij de
verzoener van de zonden. Hij ging die weg. Verschrikkelijk. Wat een
vreugde om dan geborgen te zijn in Hem. Dan kan de mens je van
alles aandoen, maar je bent geborgen in Hem. Want het kruis
heeft daar ook gestaan voor mij. Het kruis wil daar staan voor
iedereen. Iedereen mag vluchten naar het kruis om weer op te staan in
nieuwe kracht. We kunnen ons verlaten voelen. Ons hart kan smelten
als was. De vijanden kunnen rukken aan de poort, maar God laat ons
nooit in de steek. Dat is het evangelie. Niet dat we het zelf kunnen,
of iets aan ons heil kunnen bewerken, neen, het is de genade die met
grote stromen neerdaalt om ons te verkwikken. Heerlijk om dat te gaan
ontdekken in het rijke Woord van God. David wist er van. Hij kende de
strijd. Maar nochtans klampte hij zich aan God vast. Dat is de
marsroute. Dat is de weg. Gaan!
Psalm 22:23-32
10 mei [2]
|
22:23 |
Ik zal uw naam
aan mijn broeders verkondigen, |
|
22:24 |
Gij, die de
HERE vreest, looft Hem, |
|
22:25 |
Want Hij heeft
niet veracht noch versmaad |
|
22:27 |
De ootmoedigen
zullen eten en verzadigd worden, |
|
22:28 |
Alle einden der
aarde zullen het gedenken |
|
22:29 |
Want het
koninkrijk is des HEREN, |
|
22:30 |
Alle welgedanen
der aarde eten en aanbidden; |
|
22:31 |
Het nakroost
zal Hem dienen, |
|
22:32 |
zij zullen zijn
gerechtigheid verkondigen |
Wat een profetie. Het zal gaan gebeuren. Het lijkt er misschien niet op, maar het is toch echt waar. Heel de wereld zal Hem loven. Heel de wereld zal moeten erkennen dat Hij God is. Heel de wereld zal zich tot Hem bekeren. Dat is een blijde toekomst. Daar kunnen allen die ootmoedig zijn en nu niet serieus genomen worden, omdat de heidenen dit niet willen zien en de machthebbers tekeergaan, zich aan vasthouden. De Messias gaat komen. Zij zullen tegen Hem tekeergaan. Zo is het vroeger gegaan. Ze hebben Hem doorstoken. Ze hebben inderdaad zijn klederen verdeeld. Zij hebben zich tegen Hem gekeerd. God zond zijn Zoon, maar in drie jaar hebben ze Hem uit de weg geruimd. Het lijkt er niet op dat Hij de wereld regeert, welnee. Weg met Hem! Kruisig Hem! Niets mee te maken. Zo lijkt het vandaag ook. Ze willen de Messias niet. Ze willen Hem uit de weg ruimen. Weg met Israël, weg met de christenen, zeggen ze. Wij weten wel beter. Wij zullen de aarde wel beheren. En zo nemen de geweldenaars de macht. De primitieven. Ze denken dat ze de wijsheid in pacht hebben en vervolgen de kleinen en de ootmoedigen. Maar dat zal veranderen. Daarom kan David de HERE loven en prijzen. Hij houdt zich vast aan zijn machtige God, die alles in zijn hand heeft. Want kijk toch eens in de geschiedenis, hoe God met almachtige hand hen uit Egypte geleid heeft. Die God, dat is God. En al gaan de vijanden tekeer, dat blijft de werkelijkheid. Heerlijk toch? Wat een houvast. God hoort het geroep van zijn kinderen. Hij vergeet hen niet. De HERE is groot. Prijs de HERE. Grijp het. Het komt zo maar naar je toe. Looft de HERE.
Psalm 23:1-6
11 mei [2]
|
23:1 |
De HERE is mijn herder, mij ontbreekt niets; |
|
23:2 |
Hij doet mij
nederliggen in grazige weiden; |
|
23:3 |
Hij verkwikt
mijn ziel. |
|
23:4 |
Zelfs al ga ik
door een dal van diepe duisternis, |
|
23:5 |
Gij richt voor
mij een dis aan |
|
23:6 |
Ja, heil en
goedertierenheid zullen mij volgen |
Deze
psalm komt zo weldadig naar je toe. Je kunt er wel over blijven
nadenken. Het verheugt je helemaal. Je raakt er door bevangen.
Het is zo rustgevend. Het is zo overtuigend. Je wordt er
helemaal vol van. Het komt zo overstelpend naar je toe. Je voelt
je helemaal geborgen. Je bent omringd door alle liefde en goedheid
van God. David moet zich op een hoogtepunt van zijn leven hebben
bevonden. Dat kan op de top van een berg zijn geweest of in een diep
dal van duisternis. Want deze psalm omspant het hele spectrum van de
hoogte- en dieptepunten van het leven van een mens. Want er gaat
niets buiten de almacht van God om. Alles kan tekeergaan. Het kan je
heel erg moeilijk gemaakt worden. Je kunt het helemaal niet meer
overzien. Maar de HERE is mijn herder, mij ontbreekt niets.
Maar
hoe kan dat nou? Het ontbreekt je aan alles! Je hebt niets. En je
hebt alles! Dat is het grote geheim van de aanwezigheid en de
bescherming van God. We zijn in een wereld waar de dalen van de
moeiten steeds maar weer opdoemen. En als ze niet voor jou
opdoemen, dan doemen ze wel op voor de wereld om je heen. Er zijn
altijd wel dalen voor heel veel mensen op deze wereld. Als wij in de
zon leven, dan zijn er zoveel mensen die in de duisternis leven. En
waar je ook kijkt, de doodgravers zijn almaar bezig om doden te
begraven. De dood heerst in ons leven. Vandaag leven we en morgen
sterven we. Als we denken alles onder controle te hebben, dan breekt
het ons het andere moment bij de handen af. Zo gaat het almaar door.
Zou er nu nooit een einde komen aan al die ellende? Waarom leven we
en waarom heeft het allemaal zin? Zo tobt de mens maar voort. En dan,
midden in die woestijn, komt dit kleinood, deze psalm, die door de
eeuwen de parel is van alle psalmen, op ons af en verkwikt ons
hart. Een geheime kracht. Gods kracht. Gods ondoorgrondelijke liefde.
God, die weet hoe moeilijk wij het kunnen hebben, die Zelf lijdt aan
de zonde in de schepping. Alles vergaat, maar Gods Woord houdt stand
in eeuwigheid. En dat woord, dat vecht zich door de woestijn van
het leven heen naar de eeuwige zekerheid van de komst van dat eeuwige
rijk van recht en gerechtigheid, zoals het bedoeld is geweest
van den beginne. Je kunt het ook met je verstand doorzien. Het kan
niet zo zijn dat we geboren worden om te sterven. Het kan niet
zo zijn dat de schoonheid van de schepping er alleen maar zou zijn om
weer te sterven. De dood loert, als het leven komt. En de dood
probeert het leven al in de kiem te smoren. Het is verschrikkelijk.
Het is te gek. Wat een ellende. Maar ver daarboven uit is God, die
ons in deze psalm optilt en meeneemt in zijn eeuwig Koninkrijk waar
het goed rusten is.
Als de HERE inderdaad mijn herder is, dan
ontbreekt mij ook niets. Hij leidt mijn leven. Hij doet mij
nederliggen in grazige weiden. Hij voert mij aan rustige
wateren. Dat doet Hij. Alles in ons leven komt van Hem. We moeten het
van Hem verwachten. Hij daalt op ons neer. Wij hoeven niet naar Hem
omhoog te klauteren en te ploeteren. Want je bent al moe als je
er aan begint. Want op je eigen kracht kom je er nooit. Dan val je
steeds weer naar beneden. Neen, het is precies andersom. Hij daalt
neer en komt met zijn liefde en almacht in ons leven wonen. Als
we het gaan ontdekken en vanuit Hem leven, dan is er inderdaad ook
geen haar op ons hoofd die maar denkt dat wij er iets aan toegevoegd
hebben. Dan kunnen we alleen maar in verbazing naar boven kijken en
zeggen: Duizendmaal, duizendmaal dank, o HERE. Heerlijk om dat te
mogen ontdekken.
Hij verkwikt dan ook je ziel. Hij vernieuwt
je denken. Hij leidt je. Hij heelt je. Heerlijk. Heerlijk. En weet je
wat er gebeurt? Hij leidt je in rechte sporen. Hij neemt je bij de
hand. Deze kant op. Niet links en niet rechts. Nee, rechtdoor, achter
Mij aan. Zie op de Here Jezus. Hij droeg het kruis. Hij verzoende
onze zonden. Hij wees de weg. Ik ben de Weg, de Waarheid en het
Leven. Geloof je het niet? Probeer het maar. Je zult het ontdekken;
niet omdat jij zegt, dat het waar is, maar het is de Waarheid. Het is
de Weg, het is het Leven. Dan ga je in rechte sporen. Waarom? Niet om
mijn naam. Niet omdat ik dat vind, wat denk je wel? Komt helemaal
niets van in. Neen! Maar alleen maar om zijns Naams wil. Wij kijken
veel te veel van beneden naar boven. We kijken tegen God aan, in
plaats dat we gaan staan in de oneindige genade en zegen van de HERE
God. Waar moeten we het ook anders zoeken. Dat is een heerlijke
zekerheid. Want als we dat niet doen, dan staan we in het
aanvalsgebied van de tegenstander van God. Want er is oorlog. De
duivel gaat rond als een briesende leeuw, zoekende wie hij kan
verslinden. Hij zal ons almaar aanklagen. En ons in twijfel brengen.
Hij komt in ons eigen denken en doen en zegt: Je kunt het niet; wie
ben jij wel dat je denkt in Gods genadige zegen te kunnen gaan staan?
En dat is ook zo. Wij kunnen het ook niet. Dat moet Hij doen. En Hij
doet het ook. Sta in zijn zegen. Stop je eigen geredeneer en je zult
ontdekken dat de duivelse stemmen verstommen. Ze gaan weg. Hij zal
van je vlieden en je komt in het licht des levens te staan. Heerlijk
toch? Om zijns Naams wil. Hoe meer het op je afkomt, hoe
enthousiaster je wordt.
Als we denken aan wat er over de
herder in de Bijbel gezegd wordt, dan weten we dat er goede en valse
herders zijn. Steeds maar weer. Maar Jezus is de Goede Herder. Hij
jaagt de huurling weg. Hij luistert niet naar de dwaalleraars,
maar ontmaskert ze. Daar kunnen we nog lang over door schrijven. Maar
lees het zelf maar. Je komt het tegen op elke bladzij in de Bijbel.
Blijf in de geboden en inzettingen van God. Dan gaat het je goed.
Maar doe je het niet, dan haal je zelf het oordeel over je heen. Dan
gaat het niet goed. Maar als je vernacht in de schuilplaats van de
Allerhoogste, dan ga je ontdekken dat er vrede en rust is temidden
van de aanvechtingen en de duistere plaatsen. Want zelfs al ga ik
door een dal van diepe duisternis, ik vrees geen kwaad, want Gij zijt
bij mij; uw stok en uw staf, die vertroosten mij. Hoe is het mogelijk
dat je toch blij kunt zijn als je door dit dal van die duisternis
gaat? Dat is het geheim van de alles overheersende kracht van God.
Hij gaat boven alle pijn en moeite uit. Hij trekt je op in zijn
denken en doen. Hij beschermt je, zodat je niet meegesleurd
wordt in het denken van de dood. Daar staat de Bijbel vol van. Wat
een voorbeelden. Wat een getuigenissen elke dag, wanneer we in lijden
en sterven velen en velen zien schuilen bij de HERE God. Dat kan toch
niet van de mens zelf komen? Dat komt van God zelf. Want God heeft
ons geen kalme reis beloofd, maar wel een behouden aankomst. Ja, zo
is het. Hoe kunnen we anders standhouden in de boze dag? Dat kan
alleen als we blijven schuilen bij Hem. En waarom kan dat? Omdat Hij
gezegd heeft dat we het niet zullen kunnen, maar dat we boven
bidden en denken geborgen zijn in Hem. Het is dan ook een
werkelijkheid. Niet omdat wij dat kunnen, want het breekt ons bij de
handen af. Maar omdat Hij ons de kracht schenkt. We kunnen het niet
genoeg herhalen. Het komt van God en niet van ons. Want Gij zijt bij
mij. Niet ik ben bij God, neen: Gij zijt bij mij. Hij is er. Hij is
almachtig. Hij beschermt. Hij weert de pijlen af. Zijn levenslessen
vertroosten mij. Zijn stok en zijn staf houden me op het rechte
spoor. De herder zet zijn leven in voor zijn schapen. En wee de valse
herders. Ik zal die valse herders!, zegt God. En dat doet Hij dan
ook. Hij beschermt de zijnen. Heerlijk toch?
En dan gaan de
vijanden tekeer. Maar God richt voor ons een dis aan. Hoe kan dat
nou? De vijanden schreeuwen en brullen en staan ons naar het leven.
En God maakt ons een heerlijke tafel klaar, waar vrede en recht en
overvloed van afstraalt. Dat kan toch niet? Ja, en dat is het geheim.
Hij doet het. Hij geeft kracht. Hij zet de vijand te kijk. Ze kunnen
je van alles aan doen, maar wij blijven getuigen en eten van de
rijkvoorziene dis van God. Heerlijk. Wat een zegen. Het kan je dan
wel eens te veel worden. Maar Hij is er en Hij blijft er. Hij zalft
je hoofd met olie. Heerlijk. Wat een ontspanning. Wat een zegen. Het
vloeit over. Alles komt zo weldadig op je af. Alle toestanden om je
heen verbleken bij die overweldigende aanwezigheid van God. En
daar waar God is, daar kan de boze niet zijn. Daar wordt het licht,
volledig licht. Daar wordt het leven pas echt leven. Daar ervaar je
de totale bescherming en de liefde van God. Wat doen we God toch
tekort, door toch steeds maar in ons eigen denken en doen om te
blijven tobben. En wat doen we ons zelf tekort, door het maar steeds
niet van Hem te verwachten. Maar we hebben een God genadig en
lankmoedig en groot van goedertierenheid. Hij laat je als
zondaar niet staan.
Ja, heil en goedertierenheid zullen mij
volgen, al de dagen van mijn leven. Niet wij halen dat heil en de
goedertierenheid over ons heen. Neen, het is God Zelf die met dat
heil en die goedertierenheid ons zal volgen. Niet zo maar een beetje
en zo nu en dan. Neen, al de dagen van mijn leven. Dus altijd.
Wandelen in het licht van de HERE God, is wandelen in de stroom
van zijn genade en de altijddurende stroom van zijn overstelpende
goedertierenheid. Want zo is het toch? Als we niet leven van de
genade, dan kunnen we voor Hem helemaal niet bestaan. Wat is het
mensenkind dat Gij zijner gedenkt en het mensenkind dat Gij naar
hem omziet? We weten het toch allemaal? En hoeveel komen we niet
tekort! Maar Gode zij dank. Ik zal in het huis des HEREN verblijven
tot in lengte van dagen. Als je dat dan allemaal ziet, dan wil je
toch ook niet anders dan tot in lengte van dagen in het huis des
HEREN verblijven. En weer kan het niet genoeg herhaald worden. Jij
bent het niet die het initiatief neemt, neen, het is de liefde
van God die neerdaalt in ons leven en ons trekt naar Hem toe, om te
ontdekken de oneindige genade en liefde van Hem. Wat een rijkdom.
Daar kun je je hele leven mee vullen. Daar wil je van verhalen.
Daar kun je niet over zwijgen. Daar wordt je leven mee gekleurd.
Daarom is er altijd hoop in bange dagen. Er is altijd uitkomst. De
HERE is mijn Herder. Ik kan er niet over zwijgen. Laten we er
mee door gaan. Glorie voor zijn Naam.
Psalm 24:1-10
12 mei [2]
|
24:1 |
Van David. Een
psalm. |
|
24:2 |
Want Hij heeft
haar op de zeeën gegrond |
|
24:3 |
Wie mag de berg
des HEREN beklimmen, |
|
24:4 |
Die rein is van
handen en zuiver van hart, |
|
24:5 |
Die zal van de
HERE een zegen wegdragen |
|
24:6 |
Dat is het
geslacht van wie naar Hem vragen; |
|
24:7 |
Heft, poorten,
uw hoofden omhoog, |
|
24:8 |
Wie is toch de
Koning der ere? |
|
24:9 |
Heft, poorten,
uw hoofden omhoog, |
|
24:10 |
Wie is Hij
toch, de Koning der ere? |
Niet
ter discussie. Dat staat vast en zeker. Des HEREN is de aarde en haar
volheid. Want Hij heeft de aarde gegrondvest. Vast en zeker. Wat een
dwaasheid om maar te denken dat het anders is. Het is vast en
zeker. En iedereen die denkt dat het anders is, is een
afgodendienaar. Die liegt en spreekt de waarheid niet. Pas dus
op voor al die valse voorlichters die zeggen dat het anders is
gebeurd dan door de schepping van God. Ze proberen de mens af te
brengen van het geloof in God. En dat zal altijd mislukken, want God
schiep de hemel en de aarde en al wat er in is.
Dus wie
behoort aan God toe? Dat zijn de mensen die rein van hart en handen
zijn. Die de geboden van God onderhouden. Die zijn wil doen. Dan zul
je de zegen van de HERE ontvangen. Dan zul je het zien. Dat zal God
je duidelijk maken. Daar heerst vrede. Het geslacht dat naar Hem
vraagt. Die het aangezicht van de HERE zoeken. Het is steeds
maar weer hetzelfde liedje, herhaling op herhaling: Gods geboden en
inzettingen onderhouden, daar is zegen aan verbonden. Dat kan je
alleen maar helpen. Daar is het om te doen. Dan verwacht je de
Koning. Dan zal Hij door de poorten binnengaan. Dan zal Hij zijn rijk
van recht en gerechtigheid grondvesten met macht en majesteit. Dan
zal de stad feest vieren, want de Koning komt. Wat een Messiaanse
psalm. Wat een psalm van de komst van het rijk van recht en
gerechtigheid. Hij zal regeren. Hij zal met macht en majesteit
alles onder zijn voeten leggen. Hij zal binnentreden. En
iedereen zal het weten. Het gaat gebeuren. Dan zal alles weer zijn
zoals het was. En de wet zal uitgaan van Jeruzalem. Alle volkeren
zullen weten dat Hij de HERE God is. Wat een zegen. Eén groot
feest.
Het is nu al feest in je hart als je de geboden van de
HERE God onderhoudt en in zijn wegen wandelt. Want je wandelt op de
weg van het eeuwige leven. Want daar gaat het om. Niemand wil toch
het feest van de intocht van de grote Koning missen? Hij kwam
Jeruzalem binnen. Het was feest. Maar het kruis werd opgericht. Hij
weende over Jeruzalem. Lees het toch! We leven in profetische
tijden. Dank U HERE, voor al uw vastigheid en al uw zekerheid. Uw
profetie staat vast. Vergeef ons toch dat we het zo vaak vergeten en
vergeestelijken, terwijl het er toch staat. HERE, help ons het
te zien. Dank U wel, HERE God.
Psalm 25:1-22
1 september [1]
|
25:1 |
Van David. |
|
25:2 |
mijn God, op U
vertrouw ik; laat mij niet beschaamd worden, |
|
25:4 |
HERE, maak mij
uw wegen bekend, |
|
25:5 |
leid mij in uw
waarheid en leer mij, |
|
25:8 |
Goed en
waarachtig is de HERE; |
|
25:9 |
Ootmoedigen
doet Hij wandelen in het recht, |
|
25:10 |
Alle paden des
HEREN zijn goedertierenheid en trouw |
|
25:11 |
Om uws naams
wil, HERE, |
|
25:18 |
Zie op mijn
ellende en moeite, |
|
25:20 |
Bewaar toch mijn ziel en red mij;… |
|
25:22 |
O God, verlos
Israël |
Er
kan van alles om je heen gebeuren. Je kunt midden in de grootste
problemen zitten. Je kunt geen soms kant meer op. Je ziet het
niet meer zitten. Wat moet ik nu weer doen? En dan komt deze psalm.
We weten niet waar David over inzat. Hij heeft heel wat meegemaakt.
Hij zat vaak in de knel. Hij wist dat ook zijn hart en leven vol van
zonden was. Maar hij ziet steeds weer op de HERE. Hij weet het, en
heeft een groot verlangen om steeds dieper ingewijd te worden in de
wegen van de HERE. Hij weet dat, als hij volgt wat de HERE verlangt,
dat hij dan goed uitkomt. Want zijn wegen zijn goed en vol van
goedertierenheid, recht en genade. En dat zijn goede woorden. Dat is
een richting waarop het met God wandelen is. Hij beseft dus telkens
weer, dat hij alleen maar kan leven uit vergeving. De zonde kleeft
ons aan. En dat doet je steeds weer herhalen: O God, wees mij, arme
zondaar, genadig. We hebben een genadige God. Want als we met al ons
lek en gebrek maar bij Hem schuilen, dan zijn we veilig. Dan
weten we ons verzekerd van zijn liefde. Blijf maar dicht bij Jezus.
Blijf maar in de vertrouwelijke omgang met Hem. Hij, de Schepper van
hemel en aarde. Hij onze Schepper. Daar kan niemand tegen op. Daar
gaan de vijanden voor op de vlucht. Die lopen vast. Die komen
verkeerd terecht. Die beërven het heil niet. Vast en zeker. Die
hebben daar geen recht op. Maar God is met de ootmoedigen en de
reinen van hart, de vromen, de rechtvaardigen. Dus ootmoedig, rein
van hart, daar moeten we ons naar uitstekken. Niet naar de
snoevers, niet naar de grootsprekers, niet naar de machtigen
zonder God. Neen, de vertrouwelijke omgang met God. Dat is heerlijk.
Dat is veilig.
Dan lezen we ook het slot van de psalm, waar
David zegt: O God, verlos Israël uit al zijn benauwdheden. Daar
gaat het om. Het gaat in het hele wereldgebeuren om David en
zijn troon. De belofte. Er zal weer een Koning zijn op de troon van
zijn vader David, tot in alle eeuwigheden. Dat is vast en zeker.
Glorie voor zijn Naam. We zien de voetstappen van de HERE Jezus
al. Dank U, HERE.
Psalm 26:1-12
2 september [1]
|
26:1 |
Van David. |
|
26:2 |
Toets mij,
HERE, en beproef mij, |
|
26:3 |
Want uw
goedertierenheid houd ik voor ogen, |
|
26:8 |
HERE, ik heb
lief de stede van uw huis, |
|
26:11 |
Ik echter
wandel in onschuld – |
|
26:12 |
Mijn voet staat
op effen baan – |
Het
is heerlijk als je op de HERE vertrouwt. Dat geeft vrede en rust.
Waar haal je het vandaan, op Hem te vertrouwen? Het geheim is dat Hij
naar je toekomt. Hij geeft je zijn vrede. Het is niet jouw
vrede, maar het is zijn vrede. En je zult het ervaren dat het werkt.
Het is geen religieus gepraat. Het is een werkelijkheid. Het is
een duidelijke leefregel. Indien je het niet doet, dan ben je op het
verkeerde spoor. Dan kun je met je verstand ook zien dat je dan niet
op het terrein van de liefde bent. Dan ga je de weg van de zonde op.
En daar moet je je nu juist van afwenden. Dat kan, want daar geeft
God je de kracht voor. Dat kun je ook niet in je eigen kracht, maar
als je je uitstrekt naar God, dan kom je in zijn levenskring terecht.
Je hebt de HERE lief, omdat je weet dat je dan in je denken, doen en
beleven veilig bent. En dat niet slechts op bepaalde terreinen van
het leven, maar op alle. Verlos mij en wees mij genadig. Houd mij op
een effen baan. In de samenkomsten zal ik de HERE prijzen. Dat zul je
dan ook doen. Daar kun je mee verder.
Soms zijn we een eind
van de HERE weg. Dan zijn we verslapt en dan merken we het meteen.
Dan gaat ook de vrede en de vreugde op de loop. Dat gaat vanzelf.
Daarna is het soms heel moeilijk om weer terug te keren. Dat kost
inspanning. Je voelt je schuldig. Je ervaart dat je op het
verkeerde pad bent. En dat is ook zo. Maar het geheim is dat we te
maken hebben met de grote goedertierenheid van God. Die staat
niet eerst aan de deur om je door het stof te laten gaan. Die nodigt
en opent zijn armen. Je mag zo weer verder zingen, want je weet zelf
heel goed hoe de vork verkeerd in de steel heeft gezeten. Daarom
wordt in deze psalm ook gesteld dat de dichter bij de vijanden van
God weg blijft. Daar is het niet veilig. Daar krijg je last mee. En
daar ga je ook mee van God af. Het is allemaal zo simpel dat je haast
denkt: zo eenvoudig kan het niet zijn. Maar het geheim is dat
het inderdaad zo simpel is. Dicht bij Jezus blijven, dan ben je
veilig. Want Hij heeft alle tegenspraak van de zondaren tegen zich
verdragen. Hij heeft de straf op Zich genomen, die wij moesten
dragen. Daarom is het veilig schuilen bij Hem. Heerlijke zekerheid.
Glorie voor zijn Naam.
Psalm 27:1-14
3 september [1]
|
27:1 |
Van David. |
|
27:3 |
Al legert zich
een leger tegen mij, |
|
27:4 |
…dit
zoek ik: |
|
27:6 |
En
nu heft mijn hoofd zich op …ik wil zingen, ja psalmzingen de HERE. |
|
27:9 |
Verberg uw aangezicht niet voor mij,… |
|
27:13 |
O, als ik niet
had geloofd des HEREN goedheid te zullen zien |
|
27:14 |
Wacht op de
HERE, wees sterk, |
De
vijanden kunnen soms tekeergaan en op je af komen. Je ziet het niet
meer zitten, weet niet waar heen te vluchten. Je kunt aardig in het
nauw komen, maar dan komt het er op aan dat je dicht bij de HERE
schuilt. Te weten dat, hoe dicht de vijanden je ook op de hielen
kunnen zitten, je toch veilig bij Hem kunt schuilen en Hij je op een
hoge rots zet, hoog boven je vijanden. Ook al lijkt het dat je
helemaal verzwolgen wordt door de vijanden. Je roept dan tot de HERE
dat Hij je staande houdt en je verlost uit de banden van de boze.
Iedereen kan je verlaten hebben, ja zelfs je vader en je moeder, maar
je blijft op de HERE vertrouwen, want Hij verlaat je nooit.
Het
is dan ook heel belangrijk dat je dicht blijft bij het onderricht dat
de HERE jou wil geven. En dat onderricht is niet ver weg. Dat
onderricht komt door zijn Woord en Geest heel direct naar je toe. Hij
wijst je de weg. Hij houdt je op het rechte spoor. Hij verheft je
boven je vijanden. Hij blaast de vijanden weg. Ze kunnen tegen je
tekeergaan. Ja, ze kunnen zelfs je leven nemen. Maar jij bent in de
overwinning, want God is hoger dan alle vijanden. Moge de lering van
de HERE je zo dicht nabij komen, dat je in alle omstandigheden
dat vertrouwen mag hebben en houden. Dat is genade. Dat is zijn grote
liefde. Dat is zijn leven.
Hij weet hoe we het kunnen hebben.
Daarom heeft hij zijn eniggeboren Zoon gegeven, opdat een ieder die
in Hem gelooft niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe. Wat een
grote liefde. En wat een genade dat David in deze psalm ook al zo
overtuigd is van die liefde van de HERE, dat hij het hier ook uit kan
zingen. Wat een prachtige psalm. Wat zijn de psalmen toch heerlijk!
Ik krijg er niet genoeg van. Dank U, HERE.
Psalm 28:1-9
4 september [1]
|
28:2 |
Hoor naar mijn
luide smekingen, |
|
28:5 |
Omdat zij niet
letten op de daden des HEREN |
|
28:7 |
De HERE is mijn kracht en mijn schild;… |
|
28:8 |
De HERE is hun kracht,… |
|
28:9 |
…weid hen en draag hen tot in eeuwigheid. |
De vijand kan dichtbij komen. Maar ik roep tot de HERE. Bescherm mij! Help mij dat ik niet in het kamp van de tegenstander terecht kom. Help mij, HERE. Dank U, HERE, voor uw almacht. Voor uw liefde. Voor uw bescherming. De HERE is mijn kracht en mijn schild. Hij beschermt mij. Hij breekt de goddelozen af. Hij bouwt hen niet op. Ze kunnen wel tekeergaan, ze kunnen wel proberen om mij af te breken, maar het zal hun niet gelukken. Een veste des heils is Hij voor zijn gezalfde. David weet van de kracht en de almacht van de HERE. Hij twijfelt er niet aan. Temidden van de grote nood waarin hij vaak verkeert, weet hij steeds weer op de HERE te zien, die hem uitredt en boven zichzelf verheft, zodat hij op Hem vertrouwt. Dat is de grote kracht die de HERE wil uitstoten in het leven van iedereen die het van Hem verwacht. Je praat dan vaak tegen jezelf in. Want met je eigen denken en doen denk je dat het een verloren zaak is. Dan weet je niet hoe je de vijand moet weerstaan. Maar steeds opnieuw is het het uitroepen naar de HERE om je te helpen, om niet op de omstandigheden te zien, maar op de almacht van de HERE God. Dan zie je wonderen gebeuren. Want het hele leven is één wonder. Dat kunnen we zien in het leven van David. Het is telkens de HERE die hem uitredt uit de meest benarde situaties. Daar moet je durf voor hebben. Je moet er wel op uittrekken, maar steeds met het volle vertrouwen op de HERE. Dan zul je ontdekken dat het hele leven een wonder is. Een wonder waar je zelf het meest verwonderd naar staat te kijken. Want van onszelf zijn we niet zulke helden, maar met de kracht van God gaan we ontdekken dat de HERE onze kracht is. En die kracht kan bergen verzetten. Die kracht draagt ons tot in eeuwigheid. Prijs de HERE, mijn Rots. Met Hem springen we over muren! Hij is in onze zwakheid onze kracht.
Psalm 29:1-11
5 september [1]
|
29:1 |
Een psalm van David. |
|
29:2 |
…geeft de HERE de heerlijkheid van zijn naam,… |
|
29:3 |
De stem des
HEREN is over de wateren, |
|
29:7 |
De stem des HEREN klieft vuurvlammen, |
|
29:8 |
de stem des HEREN doet de woestijn beven;… |
|
29:9 |
…de stem
des HEREN doet de hinden jongen werpen… |
|
29:10 |
De HERE troonde
boven de zondvloed, |
|
29:11 |
De HERE zal
zijn volk sterkte verlenen, |
Hoe
machtig klinkt de donder. De slagen rollen. De bliksem schicht. Het
licht van de ene kant naar de andere. De wateren zijn machtig. De
regen klettert neer. Het is één grote, machtige
manifestatie van het uitspansel. Wie zit daar achter? Het is
natuurgeweld. Maar wie geeft het natuurgeweld? Hoe is het allemaal
ontstaan? Waar komt het vandaan? We denken niet meer aan de HERE. We
denken aan de weermannen, die alles verklaren. We denken aan de
wetenschap die bliksem, donder en wolken en regen prachtig gaat
verklaren. We denken dan: de bliksemafleider staat op de toren, dan
gaat het goed, we hoeven nergens bang voor te zijn. Maar dan slaat de
bliksem in. Een machtig vertoon van Gods almacht. God is groot en
niet genoeg te prijzen. David wist het in deze psalm. Hij staat
midden op het veld en is midden in de donder. Hij zal het vaak hebben
meegemaakt. Dan schuilt hij in de spelonken. Dan kan het plotseling
uit de hemel neerdalen. Dan worden het kolkende waterstromen, die
alles meenemen in hun onstuimige kracht. Niets is er tegen bestand,
zo hard regent het. Wat een machtige vertoning van Gods almacht in de
natuur. Het is de stem des HEREN over de wateren.
We moeten
weer worden als de kinderen, die daar heel bang de hand van de HERE
in zien. En het is ook de stem van de HERE. Het is de HERE, die ons
weer eens duidelijk maakt hoe de vork in de steel zit. Hij troont
boven de zondvloed. Hij is machtig boven het firmament. Hij regeert
het grote wereldgebeuren. Het komt van Hem en wij zullen niet
eens in onze hoogmoed verklaren hoe God het allemaal gemaakt
heeft. We mogen alles verklaren en God wil ons ook alles verklaren,
zolang we het ontvangen als een geweldige kracht van boven. We moeten
niet van beneden naar boven kijken, maar we moeten met Hem van boven
naar beneden kijken. En dat kunnen we. Want we zijn met Christus
gestorven en begaven en met Hem opgewekt om met Hem, vanuit de
hemelse gewesten, samen met al de heiligen, te zien de vergezichten
van de hoogte, de breedte en de diepte van de almacht van Hem. Dan
wil je je knieën wel buigen voor die God, om dan in zijn kracht
op te staan om met geweldig elan Hem te loven en te prijzen.
Daar
begint David dan ook mee. Geeft de HERE de heerlijkheid van zijn
Naam. Buigt u neder voor de HERE in heilige feestdos. Als we eenmaal
de almacht van God gaan ontdekken, of beter: er aan ontdekt worden,
dan worden we almaar enthousiaster. Dan springen we op. Dan gaan
we aan het werk. Dan zien we het zitten. We blijven vol bewondering
kijken naar die heilige God. De HERE troont als koning in eeuwigheid.
De HERE zal zijn volk sterkte verlenen. De HERE zal zijn volk
zegenen met vrede. Dat geldt voor het volk, maar dat geldt ook voor
ieder als individu. Want als we de almacht van God gaan ontdekken,
dan ontdekken we dat Hij een zegenende God is. Hij wil het goede voor
de mensen. Hij komt naar ons toe met zijn onvoorwaardelijke liefde en
geduld en kracht. Dan is het zelfs mogelijk om temidden van de
grootste strijd liederen tot God te zingen. Dat is het wonder van
Gods almacht. Dat wil Hij. Dat doet Hij. Zo is Hij.
Psalm 30:1-13
6 september [1]
|
30:2 |
Ik zal U
verhogen, HERE, want Gij hebt mij opgetrokken, |
|
30:3 |
HERE, mijn God,
tot U riep ik om hulp, |
|
30:5 |
Psalmzingt de
HERE, gij zijn gunstgenoten, |
|
30:6 |
want een
ogenblik duurt zijn toorn, |
|
30:7 |
In mijn
onbezorgdheid had ik gedacht: |
|
30:11 |
Hoor HERE, en
wees mij genadig, |
|
30:12 |
Mijn rouwklacht hebt Gij veranderd in een reidans,… |
|
30:13 |
…opdat
mijn ziel U zou psalmzingen, en nimmer verstommen. |
Je
kunt leven en nergens aan denken. Je kunt inderdaad denken dat je
nooit iets zal overkomen. Dan ineens is het er, nooit verwacht. Het
verandert drastisch en radicaal je leven. In mijn onbezorgdheid,
zegt David, zal ik nimmer wankelen. En dan gebeurt het. Hij roept de
HERE aan in zijn nood. En de HERE redt hem. Hij geneest en trekt hem
op uit de groeve. En daarom zal ik U verhogen, mijn leven lang. Als
je dat gaat ontdekken in je leven, dan wil je dat ook. Dan zie je
ineens hoe het allemaal zit. Dan ervaar je dat je leven en sterven
van God afhankelijk is, en niet andersom. We leven, omdat God ons
genadig is. Want we verdienen allemaal de dood. Het is de genade van
God, die zijn eigen Zoon niet gespaard heeft maar voor ons allen
overgegeven heeft, dat we nog een ademtocht van hem krijgen. Het gaat
om het opgetrokken zijn door God. In die bescherming en die
veiligheid moeten we blijven. Dan leven we eeuwig. Dan worden we wel
aangevallen, maar dan weten we de brandende pijlen van de boze
te weren. Dan kunnen we Hem psalmzingen. Want een ogenblik duurt zijn
toorn, een leven lang zijn welbehagen! God is goed. Hij heeft het
eeuwige leven van een ieder van ons op het oog. Daar gaat het om. Het
is niet alleen een gedachte, het is een heerlijke absolute zekerheid!
Daar zit het leven vol van. Daar staat de Bijbel vol van. Daar zit ik
vol van. Daar mag een ieder vol van zitten. Hoe? Heel eenvoudig: laat
je volstromen met de liefde en de waarheid van God. Niets meer en
niets minder. En dat doet David. En dat doen wij. Opdat mij ziel U
zou psalmzingen en nimmer verstommen. HERE, mijn God, voor altoos zal
ik U loven. Wat een leven. Leven in het altoos loven van de HERE
God, dat kan niet anders, dan je hart en je leven vullen met
blijdschap. Dat kan niet anders, dan dat je de zorgen en de moeiten
waar het leven vol van is, wegduwt en je laat vullen met die
onvoorstelbare, onverklaarbare eeuwige rust en vrede in je hart waar
je zelf versteld van staat. Dat is leven. Leven vanuit de eeuwige
genade van God die in zijn grote liefde naar jou heeft omgezien,
omdat hij niet wil dat sommigen verloren gaan, maar dat allen tot
bekering komen. Glorie voor zijn Naam. Dank U, HERE.
Wat een
vreugde, wat een feest. David is gered vanuit de groeve. Hij riep de
HERE aan in zijn nood. Dat mogen wij ook doen. We mogen roepen uit de
nood van ons leven. We mogen Hem aanroepen en pleiten op zijn Woord.
Want God is een God van genezing. Hij wil gebeden zijn. Hij wil dat
we heel concreet de vragen bij Hem neerleggen met een oprecht hart.
En Hij hoort. Want zal een vader stenen voor brood geven als zijn
kind Hem om brood vraagt? Wat een domme vraag! De vraag is het
antwoord: Gods weg is de beste. De beste, altijd. Daar gaat het
om. God is goed en nooit genoeg te prijzen. Wat zit er een zegen in.
Wat kan het me troosten. Wat maakt het me afhankelijk van U.
Dank U.
Psalm 31:1-9
7 september [1]
|
31:2 |
Bij U, HERE,
schuil ik… |
|
31:4 |
…want Gij zijt mijn steenrots en mijn vesting,… |
|
31:5 |
…want Gij zijt mijn veste. |
|
31:6 |
In uw hand beveel ik mijn geest;… |
|
31:8 |
Ik wil juichen
en mij verheugen over uw goedertierenheid, |
|
31:9 |
Gij toch hebt
mij aan de vijand niet prijsgegeven, |
Je
kunt vreselijk in de nood zitten. Je kunt het niet meer zien zitten.
Je kunt denken: Hoe red ik me hier ooit uit. Het gaat verkeerd. Zo
kan het niet langer. Wat moet ik nu doen? O HERE, help me. Het wordt
steeds moeilijker. De mensen zijn tegen je. Alles breekt je bij de
handen af. Ze haten je. Ze geven je geen kans. Ze vervolgen je, en
wat dies meer zij. Dan komt de roep om hulp in de ellende. God waar
bent U? God, help me. God, laat me niet in de steek. Ik heb het zo
moeilijk. HERE, red mij van de strik van de vogelvanger, laat mij
niet omkomen in de verdrukking. Red mij HERE, want U bent mijn God. U
bent mijn schuilplaats. U bent mijn veste. Bij U ben ik veilig. Bij U
ben ik geborgen. Mij kan niets overkomen. Ze kunnen tekeergaan,
en wat kunnen ze niet tekeergaan, maar Gij zijt bij mij. Daarom
schuil ik bij U. Ik weet: daar ben ik veilig. Daar kan niemand mij te
pakken nemen. Daar moet ik blijven en vernachten in de schaduw van de
Allerhoogste. God is goed. Hij laat je niet in de steek. Je kunt het
moeilijk hebben met de omstandigheden waar je in terecht bent
gekomen, maar God houdt je vast. Hij is lankmoedig en groot van
goedertierenheid. De vijanden kunnen het op je aanleggen maar Gods
bescherming, daar kan niemand tegen op. Dat is een veste. Dat is
een burcht. Die is onneembaar, die is veilig. Wat een heerlijke
gedachte.
David weet wat het is om achtervolgd te worden. Hij
weet wat gevaar is. Maar hij weet ook wat wonderlijke uitreddingen
zijn. Hij weet wat zijn God kan. Wat het betekent om in de nood op
God te vertrouwen. Met mijn God spring ik over muren. Want je kunt
het benauwd hebben, maar dan ineens is daar de kracht van God. Je
krijgt vleugels als een arend. Dan word je als het ware opgetild
boven jezelf uit en dan vlieg je op de vleugels van Gods wind. Dan
word je onaantastbaar, want dan ben je geborgen in Christus bij God.
Dat is een heerlijke gedachte. Dat betekent niet dat je het niet
benauwd kunt hebben. Dat je het niet uitschreeuwt naar God. Dat je
helemaal ervaart, dat alleen God het is Die er wat aan kan doen. Hoe
vaak zijn we niet in zo’n situatie? Maar dan komt God. En Hij
redt je. Hij redt je in alle omstandigheden van het leven, want Hij
laat je nooit in de steek. Hij weet wat vijanden je kunnen
aandoen.
En de laatste vijand is de dood. Die komt
onherroepelijk. Je weet nooit wanneer. Maar dan kun je toch
rustig en stil in Hem zijn, omdat je weet dat de dood je wel tracht
te halen, maar dat je over de dood heen geborgen bent in Hem. Want
het is waar. Niets kan je scheiden van de liefde van Christus, die
alles vermag. Het woord ‘rots’ valt herhaaldelijk. Jezus,
de Messias is de rots, op Wie je kunt bouwen. Dan sta je vast. Dat is
vijandbestendig. Daar kun je het eeuwige leven aan verbinden. Een
heerlijke gedachte. Dat stijgt uit boven al het aards gewriemel; de
kleine dingen die ons zo bezig kunnen houden. Dat zijn de nietigheden
van de mens, waar je niet mee verder komt. Maar op God kun je bouwen.
Zijn goedertierenheid is eindeloos. Hij redt je. Hij helpt je. Hij
houdt je vijanden op een afstand. Het is goed om in Zijn
goedertierenheid te leven. Glorie voor God! Gij hebt mijn voeten in
de ruimte doen staan. En mijn vijanden kunnen wel van alles denken,
maar U bent overwinnaar. Vast en zeker.
Psalm 31:10-19
8 september [1]
|
31:10 |
Wees mij
genadig, o HERE, want ik ben benauwd; |
|
31:11 |
Want mijn leven
vergaat in kommer en mijn jaren in zuchten, |
|
31:12 |
…wie mij op straat zien, vluchten voor mij weg. |
|
31:14 |
…terwijl
zij met elkander tegen mij beraadslagen, |
|
31:15 |
Maar ik
vertrouw op U, HERE, |
|
31:16 |
Mijn tijden
zijn in uw hand, red mij |
|
31:17 |
Doe uw
aanschijn lichten over uw knecht, |
|
31:18 |
…laten
de goddelozen beschaamd worden, |
|
31:19 |
Laten de
leugenlippen verstommen, |
Het
gaat niet best. Wees mij genadig, want het gaat niet goed. Ik kwijn
weg. Ik ga zienderogen achteruit. Het leven trekt weg, vanwege mijn
ongerechtigheid. En mijn vijanden gaan tekeer. Ze beraadslagen hoe ze
mij uit de weg kunnen ruimen. Ze hebben alleen maar kwaad in de zin.
Ik zie het niet meer zitten. HERE, red mij uit mijn benauwdheden.
HERE, laat mij niet in de steek. Zo begint dit tweede deel van deze
psalm. Maar als een contrast komt dan: Maar ik vertrouw op U, HERE.
Zo is dat. Dwars tegen alle ellende en achtervolging en alle
verdachtmaking in. Gij zijt mijn God. Mijn tijden zijn in uw hand. U
weet wanneer mijn einde gekomen is. Ik voel me ellendig. Ik verkwijn.
En als het uw tijd is, dan is het uw tijd, want mijn tijden zijn in
uw hand. Wat een goddelijke berusting. Wat een geloofskracht temidden
van allerlei tegenslagen en ellende. Dan staat als een huis: Gij zijt
mijn God. Punt uit. Dat is mijn ijkpunt. Dat is mijn koers. Mijn
baken. Mijn licht in de duisternis. Dank U HERE. Dat is de
erkentelijkheid, waar we uit mogen leven, waar we kracht uit kunnen
putten. Verlos mij HERE, uit de hand van mijn belagers. Uw
goedertierenheid is over mij. Laten de goddelozen tot zwijgen
gebracht worden in het dodenrijk. Nu kunnen ze nog denken dat ze het
voor het zeggen hebben. Maar U weet beter en ik weet ook beter. U
rekent met hen af. Vast en zeker. Zij zullen verstommen. Nu
spreken ze nog hooghartig en verwaten tegen de rechtvaardige,
maar dan is het afgelopen. Eens en voor altijd. Daar hoef je niet aan
te twijfelen. Toen niet en nu ook niet. Heerlijk evangelie. We kijken
verder dan onze neus lang is. Wij kijken over de dood heen. Wij
hebben een dimensie meer. Het is de goddelijke dimensie, omdat
we met Hem zijn opgewekt. Met Hem mogen we vergezichten zien van Zijn
oneindige liefde en eeuwig koninkrijk van recht en gerechtigheid,
waar we reikhalzend naar uit mogen zien. Ook al moeten we in dit
tranendal nog van alles doorstaan.
Ieder heeft zo zijn deel te
dragen. Maar we weten dat het zeker is, dat aan deze wereld een einde
zal komen en dat recht en gerechtigheid, met de nieuwe hemel en
de nieuwe aarde, zullen nederdalen. Dan zullen we in een punt des
tijds veranderd worden en altijd met de HERE zijn. Dat gaat door heel
veel strijd heen. Daar weet David van mee te praten. Daar weten de
geloofshelden en de martelaren van mee te praten. Maar in al die
mensen zullen wij de diepte en breedte, hoogte en rijkdom zien van
Christus. Dat weten we nu al. Dan zullen we ten volle zien, wat een
heerlijke toekomst. Het is waar, dus blijf bij die waarheid.
Psalm 31:20-25
9 september [1]
|
31:20 |
Hoe groot is
het goed |
|
31:21 |
Gij verbergt
hen in het verborgene van uw aanschijn |
|
31:22 |
Geprezen zij de
HERE, |
|
31:24 |
Hebt de HERE
lief, al zijn gunstgenoten; |
|
31:25 |
Wees sterk en
uw hart zij onversaagd, |
Dan
komt de psalm tot een einde. Tot een conclusie. Het is ook de cadans
van de dichter David. Hij is het die steeds maar weer ervaart, dat
God goed is voor wie Hem vrezen. Hij heeft een schat voor hen
bewaard. Geprezen zij de HERE, want Hij betoont Zijn
goedertierenheid. Daar hoef je niet aan te twijfelen. Hij
verbergt je in het verborgene van zijn aanschijn. Daar zijn we
veilig. Daar kan geen vijand komen. Daar lopen ze allemaal op stuk en
zo moet het ook. Hoe kunnen we anders staande blijven in deze strijd,
als we niet onvoorwaardelijk kunnen rekenen op de
goedertierenheid en bescherming van God. Dat kan toch niet anders.
Neen, dat kan inderdaad niet anders. God omringt je van voren en van
achteren. Je bent onaantastbaar. Je bent gewapend in de geestelijke
wapenrusting en alle brandende pijlen van de boze ketsen af. Dat is
nog eens een bescherming. Als wij denken, ik ben verbannen uit zijn
ogen, is Hij daar om ons te beschermen. In het heetst van de strijd
geeft Hij ons de kracht om staande te blijven en het geeft dan niet
wat voor strijd dat is. Het is God die je nooit met Zijn
goedertierenheid in de steek laat. God is goed en nooit genoeg te
prijzen. Wat een genadige en beschermende God.
Daarom, hebt de
HERE lief, al zijn gunstgenoten. We zijn genoten van zijn gunst. De
HERE bewaart de getrouwen. Dat is vast en zeker. Daar hoef je niet
aan te twijfelen, en dat doe je dan ook niet. Maar Hij vergeldt de
trotsen. Dat is ook zeker. Dus pas op dat je niet bij de
hoogmoedigen, bij de trotsen hoort. Laat je niet in de war brengen.
Blijf bij God, wat er ook gebeurt. Laat je niet verleiden om in het
kamp van de tegenstander terecht te komen, want dan kom je verkeerd
uit. Hoe groot kan de verleiding niet zijn. Want het lijkt er vaak op
dat de trotsen het beter hebben, dat het hen voor de wind gaat. Zij
doen alsof ze de wereld in hun macht hebben en kijken neer op de
kleinen, de ootmoedigen. Maar de werkelijkheid is precies
andersom. God ziet de zijnen. Hij is bij de verbrokenen van hart. De
nederigen van Geest. Hij laat de gevangenen vrij. Hij troost de
treurenden. Hij is daar waar de nood is. Hij laat de zijnen nooit in
de steek, dat is een werkelijkheid waar we ons steeds weer naar
moeten uitstrekken. En zijn we het kamp van de tegenstander
genaderd, dan moet je je altijd weer indenken hoe het ook al weer
was. Want de trotsen houden er een korte termijn politiek op na. Ze
komen en ze gaan. Ze zijn als het gras, maar het Woord van God blijft
tot in eeuwigheid. Daar kun je op bouwen. Dat is levend en krachtig.
Dat scheidt vanéén. Dat is een licht op je pad en een
lamp voor je voet. Opdat je niet struikelt, maar het licht des levens
hebt. Dus wees sterk en onversaagd. Gij allen die op de HERE hoopt.
Prijs de HERE!
Psalm 32:1-11
10 september [1]
|
32:1 |
Welzalig hij,
wiens overtreding vergeven, |
|
32:2 |
welzalig de
mens, |
|
32:3 |
Want zolang ik zweeg, kwijnde mijn gebeente weg… |
|
32:5 |
…ik
zeide: Ik zal de HERE mijn overtredingen belijden, |
|
32:6 |
Daarom bidde
iedere vrome tot U |
|
32:7 |
…Gij bewaart mij voor benauwdheid,… |
|
32:8 |
Ik leer en onderwijs u aangaande de weg die gij gaan moet; Ik raad u; mijn oog is op u. |
|
32:10 |
Talrijk zijn de
smarten van de goddeloze, |
|
32:11 |
Verheugt u in
de HERE en juicht, gij rechtvaardigen; |
Zo
is het. Belijd je zonden. Je kunt er lang over doen of je kunt er
kort over doen. Je kunt van allerlei smoezen naar voren halen om het
niet te doen. Je kunt je eigen gelijk willen verdedigen. Je kunt je
schoon praten. Je kunt dit of je kunt dat, maar het komt erop neer
dat God alles ziet. Hij kent je zitten en je opstaan. Hij kent van
verre je gedachten. Als je denkt dat je iets voor God kunt verbergen,
vergeet het maar. Het ligt allemaal open voor Hem. Dat is niet
bedreigend maar dat is bevrijdend. Want als dat dan zo is, dan hoef
je je ook niet in allerlei bochten te wringen, kom er dan maar mee
voor de draad en belijd je zonden. Want Hij is een vergevend God. Hij
wil niet dat de zondaar verkwijnt of ten onder gaat. Hij wil redden
en behouden. En het is bevrijdend als je je ongerechtigheden voor de
HERE belijdt. Dat heeft David ervaren. Op zonde komt de straf, maar
het offer van de HERE Jezus reinigt ons van alle zonden. Er komt geen
einde aan de vergevende genade van God. Want alzo lief heeft God de
wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon gezonden heeft, opdat een
ieder die in Hem gelooft niet verloren ga, maar eeuwig leven
hebbe.
Dat is God. Hij gaf alles wat Hij had. Want Hij weet
hoe hardnekkig de duivel is om de boel kapot te maken. Die kan je
stuk maken voordat je je zonden belijdt. Die zal alles doen om
te voorkomen dat je je zonden belijdt. Die zal er alles aan doen om
je in de zonde te houden. En daar weten we allemaal van. Daarom is
deze psalm een heerlijke, eerlijke, openbarende, psalm. Want het is
waar, dat als we onze zonden niet belijden, ons gebeente wegkwijnt,
dat het ons drukt. Je kunt het wegdrukken – en hoe gewiekst
zijn we daar niet in – maar het vreet aan je. Je merg
verdroogt, staat er, als in zomerse hitte en je wordt er niet blij
van. Het neemt je krachten weg. Het is de drukkende liefdevolle
hand van God die zegt, doe toch niet zo stom, kom er mee voor de
draad. Je weet toch dat Ik een vergevend God ben. Maar je moet er wel
mee komen. De boze krachten in je leven moet je krijgsgevangen maken
door het bloed van Jezus. Dat is de verlossende kracht, waarmee je
gered door het leven kunt. Dat geeft je blijdschap en kracht,
volharding, weerstand en alles wat goed is. Dat geeft je liefde en
vrede in je hart, omdat God in je woont.
Daarom bidde iedere
vrome tot U, ten tijde dat Gij U laat vinden. Zo moet ons gebed zijn.
HERE, ik wil U aanroepen en bidden om vergeving. Ik wil U danken
voor het offer van uw Zoon. Gij zijt een vergevend God. U laat een
bidder nooit in de steek. Want als wij onze zonden belijden, dan bent
U een verhoorder van gebeden. Dan komt U en herstelt U. Dan
mogen we grote dingen verwachten. Dan kunnen de vijanden komen
met een stortvloed van geweld en aanvallen, maar die zullen mij niet
kunnen grijpen. Want U bent de overwinnaar. God is goed en nooit
genoeg te prijzen Heerlijk Evangelie.
God leidt je op die weg.
Uw Woord is de waarheid. Uw Woord is een lamp voor mijn voet en een
licht op mijn pad. Ik zal niet struikelen. U houdt mijn hand vast. Ik
leer u, Ik onderwijs u aangaande de weg die gij gaan moet. Wees
gehoorzaam! Talrijk zijn de smarten der goddelozen, maar als je op de
HERE vertrouwt, omringt Hij je met goedertierenheid. Verheugt u in de
HERE en juicht, gij rechtvaardigen; jubelt, allen, gij oprechten van
hart. Het is feest in je hart en in je leven. Niets kan je scheiden
van de liefde van God. En wat kan het tekeergaan in je leven, maar
Gode zij dank, God laat je nooit in de steek. Het is feest. Zie je de
feestgangers? Zie je de hemel? Hoor je het eeuwig hallelujakoor.
Het is al feest en het wordt steeds mooier. Glorie voor uw Naam!
Psalm 33:1-22
11 september [1]
|
33:1 |
Jubelt, gij rechtvaardigen, in de HERE… |
|
33:3 |
Zingt Hem een nieuw lied,… |
|
33:4 |
Want des HEREN woord is waarachtig,… |
|
33:5 |
Hij heeft
gerechtigheid en recht lief, |
|
33:6 |
Door het woord des HEREN zijn de hemelen gemaakt,… |
|
33:7 |
…Hij legt watervloeden in schatkamers op. |
|
33:8 |
De ganse aarde vreze voor de HERE,… |
|
33:9 |
Want Hij sprak
en het was er, |
|
33:10 |
…Hij verijdelt de gedachten der natiën; |
|
33:11 |
…de raad des HEREN houdt eeuwig stand,… |
|
33:12 |
Welzalig het
volk, welks God de HERE is, |
|
33:13 |
…Hij slaat alle mensenkinderen gade;… |
|
33:15 |
…Hij, die hun aller harten vormt,… |
|
33:16 |
Geen koning wordt behouden door een machtig leger,… |
|
33:18 |
Zie, des HEREN oog is op hen die Hem vrezen,… |
|
33:20 |
Onze ziel
verwacht de HERE, |
|
33:21 |
Ja, in Hem
verheugt zich ons hart, |
|
33:22 |
Uw
goedertierenheid, HERE, zij over ons, |
Deze
psalm zou je uit je hoofd moeten leren. Want het is inderdaad waar.
Het komt allemaal van de HERE. Hij heeft de hemel en de aarde
geschapen, de zee en al wat daar in is. Hij heeft de zon en de maan
gesteld, Hij heeft de zeeën gemaakt. En zie het was zeer goed.
Het is prachtig. Hoe kunnen we niet genieten van de schoonheid van de
schepping? Kunnen wij iets toevoegen aan de golven? Kunnen wij de
kolken van de waterstromen tegenhouden? De ganse aarde vreze
voor de HERE. Want als wij moeten erkennen, dat het niet onze kracht
is die de aarde gemaakt heeft, maar dat het door de adem van zijn
mond is gebeurd, dan mogen we wel eens een toontje lager zingen. God
sprak en het geschiedde. Zijn Woord is de waarheid. Maar wij zijn
vaak eigenzinnig. Wij denken dat het allemaal met ons verstand is te
doorzien. Dat is een drogreden. Zo werkt dat niet. Het is belachelijk
om dat te denken. Het is het meest vanzelf sprekende dat er een
God is, Die alles gemaakt heeft. Dan moet ons eigen ik capituleren en
dat is moeilijk. Dan gaan we er zelf aan. Dan zit er iemand anders op
de troon.
We kunnen de HERE loven en prijzen. Hem een nieuw
lied zingen. Want Zijn Woord is waarachtig. Daar word je blij van en
het maakt je vrolijk. Want dan zie je alles in het perspectief van
Hem, van zijn grootheid en luister en majesteit. Heerlijk is
zijn Naam! Hij zit ook vandaag op de troon. Hij spreekt en het
gebeurt.
En dan verbreekt de HERE de raad der volken. Hij
verijdelt de gedachten der natiën. De raad des HEREN houdt
eeuwig stand. En die raad, die hoger is dan onze gedachten, bepaalt
het wereldgebeuren. Die volvoert zijn plan en zijn plan is te lezen
in zijn Woord. Daarom lezen, lezen en nog eens lezen. Elke dag maar
weer. Niet als dwang, maar genieten van en studeren in de openbaring
die in zijn Woord staat. Als een houvast. Om zicht te krijgen op Hem.
Want we moeten eens en vooral weten dat wij niet de Bijbel lezen,
maar dat de Bijbel ons leest. God leest ons. Hij kent onze harten,
Hij ziet van uit Zijn hoge hemel de harten van alle mensen aan. Hij
doorgrondt al onze werken. Wat een kracht. Wat een grootsheid. Want
Gods ogen doorlopen de ganse aarde om krachtig bij te staan, hen wier
hart volkomen naar Hem uitgaat. God is groot en nooit genoeg te
prijzen. Hoe is het mogelijk, maar het is waar. En Messias Jezus zei,
toen de discipelen bedroefd waren omdat Hij moest lijden en sterven:
Het is beter dat Ik heenga, want al Ik heenga dan komt de Trooster,
de Heilige Geest en Die zal altijd bij u wonen. Deze zal u de weg der
waarheid aanwijzen. Hij zal u openbaren wat gij weten moet. En zo is
dat. Hij wijst ons de weg. Wij zijn geborgen in Christus in God. Wat
een zekerheid, een rust geeft dat, om te weten hoe de koers van ons
leven is. Het is éénrichtingsverkeer naar de
Hemelpoort. Prachtig! Heerlijk! Daar word je blij van. Glorie voor
zijn Naam! Prijs de Heer!
Het zijn niet de legers der volken
die de overwinning behalen. Neen, het is de HERE Die de legers leidt
en in zijn plan laat passen. Het heeft alles te maken met de
voleinding der wereld. Daar is alles wat op aarde gebeurt aan
onderhevig. Daarom is het belangrijk om je hart en je hoofd
opwaarts te heffen en op Jezus te zien. Zie, des HEREN oog is op hen
die Hem vrezen, die op Zijn goedertierenheid hopen. Om hun ziel van
de dood te redden, en hen in het leven te houden zelfs in de felste
nood.
Onze ziel verwacht de HERE, Hij is onze hulp en ons
schild. Ja, in Hem verheugt zich ons hart, ja, op Zijn heilige
Naam vertrouwen wij. Uw goedertierenheid, HERE, zij over ons,
gelijk wij op U hopen.
Psalm 34:1-23
12 september [1]
|
34:1 |
…toen hij zich bij Abimelech als een waanzinnige gedroeg,… |
|
34:2 |
Ik wil de HERE
te allen tijde prijzen, |
|
34:5 |
Ik zocht de
HERE en Hij antwoordde mij. |
|
34:8 |
De Engel de
Heren legert Zich |
|
34:9 |
…welzalig de man die bij Hem schuilt. |
|
34:10 |
…want wie Hem vrezen, hebben geen gebrek. |
|
34:11 |
…maar
wie de HERE zoeken, |
|
34:12 |
…ik zal u de vreze des HEREN leren. |
|
34:14 |
Bewaar uw tong voor het kwade… |
|
34:15 |
…wijk
van het kwade en doe het goede, |
|
34:16 |
De ogen des HEREN zijn op de rechtvaardigen,… |
|
34:17 |
…het aangezicht des HEREN is tegen hen die kwaad doen,… |
|
34:19 |
De HERE is
nabij de gebrokenen van hart |
|
34:20 |
Talrijk zijn de
rampen van de rechtvaardige, |
|
34:21 |
Hij behoedt al
zijn beenderen, |
|
34:23 |
De HERE verlost
de ziel van zijn knechten, |
Als
er één was die weet wat het is om in de ellende en de
druk te zitten dan is het David wel. Wat heeft hij in de rats
gezeten, toen Saul achter hem aanzat en hem probeerde te doden. En
later de ruzie in zijn familie met zijn zoon Absalom. Wat heeft
hij meegemaakt toen hij verkeerd ging met Bathseba. Het kostte
hem het kind. Dat is verschrikkelijk en daar word je toch moedeloos
van. Dan zie je het toch niet meer zitten. Dan kun je niet meer
bidden. Dan geef je God de schuld. Dan roep je waarom, met een
verwijtende gedachte naar God, want God is toch een God van wonderen?
Hij kan er toch wat aan doen en zo is het ook. God doet grote
wonderen. Hij heeft de hemel en de aarde gemaakt God is goed en niet
genoeg te prijzen.
Maar deze psalm, zoals zo vele psalmen,
beginnen met de HERE God te loven. Want als je gaat ontdekken,
dat God alleen maar het goede wil geven aan hen die tot Hem roepen,
dan besef je dat het kwaad niet van God komt, maar dat Hij je wil
steunen en helpen om door dit tranendal heen te komen. Het gaat er
alleen maar om, dat je sterk in Hem wordt. Dan ontdek je dat Hij het
is Die in de strijd van jouw leven naast je staat en je vasthoudt en
je met zijn Woord en Geest op het pad der waarheid en redding houdt.
Een heerlijk evangelie. Hij gaf Zijn Zoon in de dood om onze zonden
te verzoenen. Want waar zonde is, is straf. En wij verdienen de dood.
Er moet geofferd, verzoend worden. Dat is de weg naar de vrijheid en
de bevrijding. Waar schuld beleden wordt, daar ontstaat nieuw leven.
Daarom roept David het hier ook uit, na de gebeurtenis bij Abimelech.
Ik beroem mij in de HERE. Laten de ootmoedigen het horen en zich
verheugen. Let niet op de schreeuwerige hoogmoedigen, die je er onder
proberen te werken. God zit op de troon. God is met de ootmoedigen
van hart. Dat is wat David ervaren heeft in al zijn strijd en daar
heeft hij het hier over. Daarom kunnen we de HERE te allen tijde
prijzen.
De Engel des HEREN legert zich rondom wie Hem vrezen
en redt hen. Heeft u er wel eens aan gedacht dat de Engel des HEREN
zich rondom ons legert? En dan Hij ons redt. Het staat hier toch, dus
het is zo! Soms openbaart die Engel des HEREN zich ook. Er zijn
verschillende voorbeelden in de Bijbel waar dat gebeurt. God is goed.
Hij openbaart zich door zijn Woord en Geest. En de Geest woont in
ons. Dat is een onvoorstelbare werkelijkheid. Dat is de waarheid van
waaruit wij mogen leven. Jezus in je hart. Waar je ook bent, daar is
Jezus en Hij openbaart Zijn kracht in onze zwakheid. Hij troost ons.
Hij beschermt ons juist op die plaatsen en momenten, dat het heel
moeilijk is. De HERE is goed. Vreest de HERE, gij, zijn heiligen,
want wie Hem vrezen hebben geen gebrek. Je zult volledig ervaren dat
je het goed hebt. Wie de HERE zoeken hebben geen gebrek aan enig
goed. Je verheugt je in de HERE. Dat is je vreugde. Dat is je goed.
Waarom zijn wij toch vaak helemaal vastgeketend aan zaken die
ons helemaal in de greep hebben? Daar gaan we dan ook geestelijk aan
kapot. Het is onvoorstelbaar.
Kom dan ook. Ik zal je de vreze
des HEREN leren. Dan moet je leven en je tong voor het kwade bewaren.
Wijk van het kwade en doe het goede, zoek de vrede en jaag die na.
Dat is duidelijke taal. Dat heeft niets met vrezen te maken. Dat
is gewoon doen wat God zegt. De geboden van God zijn goed voor alle
mensen. Gewoon doen wat Hij zegt. Heerlijk evangelie. Doe het maar,
dan zul je zien dat het werkt.
Want de ogen des HEREN zijn op
de rechtvaardigen, en zijn oren op hun hulpgeroep. Zou God ons dan
niet horen? Hij hoort ons. Hij is dicht bij ons. Hij redt ons uit
alle benauwdheden. Ze kunnen je leven nemen, maar God blijft in je
leven. Hij is je redding. God is goed! De HERE is nabij de
gebrokenen van hart en Hij verlost de verslagenen van geest. Dat
is Messiaanse taal. Hij kwam voor de verbrokenen van hart. Hij zet de
gevangenen vrij. Hij troost de ootmoedigen. Zalig zij, die vervolgd
worden om mijns Naams wil. Hij is bij hen. Het is de grote troost en
zekerheid dat God altijd bij ons is. Hij helpt ons. Hij verlost ons.
Hij richt ons op. Talrijk zijn de rampen van de rechtvaardige en
je denkt waar moet dat heen. Maar uit alle redt de HERE. Want Hij
laat je nooit in de steek. Hij bouwt je op. Hij behoedt al je
beenderen, niet één daarvan wordt gebroken. Dat brengt
ons bij het kruis. Ze braken zijn beenderen niet. Het is
Messiaanse, profetische taal, in deze psalm. Het is de aankondiging,
de bevestiging van onze redding, door het bloed van het Lam aan het
kruis. Het is vast en zeker. En het is geschied. Het is volbracht. De
verlossing is zeker. Heerlijk evangelie. Prijs de HERE! God is
goed!
Het onheil doodt de goddeloze en wie de rechtvaardigen
haten, zullen er voor boeten. Hun rijk van trots en hoogmoed zal
vallen. Het zal daarmee afgelopen zijn. Gods Koninkrijk breekt baan.
De HERE richt Zijn Koninkrijk op. Hij komt met duizelingwekkende
vaart. Het is fantastisch. Het is heerlijk. Glorie voor zijn Naam! We
kunnen er met deze psalm weer tegen. Rustig blijven in de bescherming
en de almacht van God. Niet naar links of naar rechts buigen, maar
naar de stem luisteren die achter jou je wijst om op zijn pad te
gaan. Want zijn Woord is een lamp voor je voet en een licht op je
pad. Vertel Hem je plannen, dan zal Hij je paden recht maken. Zo
werkt het. Je moet het gewoon in praktijk brengen. En word je
van de weg af getrokken, klauter er weer op. Want Hij trekt je met de
koorden van zijn liefde. Hij laat je niet vallen. Hij staat altijd
met de reddingsboei van zijn reddende liefde klaar. Glorie voor zijn
Naam! Prijs de HERE!
Psalm 35:1-18
13 september [1]
|
35:1 |
Twist, HERE,
tegen wie met mij twisten, |
|
35:3 |
…zeg tot mijn ziel: Ik ben uw verlossing. |
|
35:5 |
Laten zij
worden als kaf voor de wind, |
|
35:7 |
…zonder oorzaak dolven zij een kuil voor mijn leven. |
|
35:8 |
…het net, dat hij verborgen had, vange hemzelf,… |
|
35:9 |
Maar mijn ziel
juicht in de HERE, |
|
35:10 |
al mijn
beenderen zeggen: |
|
35:13 |
…ik verootmoedigde mij met vasten,… |
|
35:14 |
…zo liep
ik rond; |
|
35:16 |
Een kring van
goddeloze spotters |
|
35:17 |
Hoelang, Here,
zult Gij toezien? |
|
35:18 |
Dan zal ik U
loven in een grote gemeente, |
Laten
beschaamd en te schande worden, wie mij naar het leven staan. Twist,
HERE, tegen wie met mij twisten, bestrijd wie mij bestrijden. Dat is
duidelijke taal. Dat is God oproepen en op zijn Woord
vertrouwen. Hij zal ons niet verlaten. Hij zal ons beschermen. Hij
zegent hen wie op Hem hopen. Dat zijn de zegenende en beschermende
woorden van God. Je bent geborgen in Christus in God. Ik ben met
u tot aan de voleinding der wereld, heeft Hij beloofd. De HERE is
nabij de gebrokenen van hart. Hij laat de zijnen niet in de steek.
Niets kan ons scheiden van de liefde van Christus. Het zijn de
woorden van de Bijbel. Het zijn de woorden van God. Het zijn de
zegeningen, die van Hem neerdalen op ons en ons oprichten en staande
houden in de strijd. Het is een strijd, want de tegenstander van God
gaat tekeer als een briesende leeuw, zoekende wie hij kan
verslinden. We hebben niet te strijden tegen vlees en bloed, maar
tegen de boze machten in de hemelse gewesten. Laten we niet bang
zijn, maar ons oog richten op Jezus, onze overste Leidsman en
Verlosser. Strekt dan de knikkende knieën en maakt een recht
spoor, opdat hetgeen kreupel is, in het lid gerake. Wat een oproep en
troostende en bewarende woorden. We moeten niet bang zijn. We moeten
sterk en moedig zijn. God is aan onze kant.
David twijfelt er
ook niet aan dat God de goddelozen neerslaat. Die kunnen wel denken
dat zij de macht in handen hebben. Maar zo is het niet, want God is
almachtig. Hij spreekt en de goddeloze is uitgeroeid. Het lijkt of de
meerderheid de minderheid knecht. Wat zouden we moeten doen als
God niet zou ingrijpen? Maar God is goed en niet genoeg te prijzen.
Glorie voor zijn Naam! We moeten nooit twijfelen aan de almacht van
God. We kunnen in de druk zitten. We kunnen in rouw rond gaan, in zak
en as. We kunnen vastende de nood bij de HERE brengen, maar we moeten
nooit denken dat God niet bij machte is om een einde te maken aan de
verdrukking. God is goed. God is machtig. Strijd, HERE, die met mij
twisten. HERE, doe er wat aan! HERE, help mij! HERE, laat mij niet in
de steek! HERE, hef de bazuin! HERE, ga de strijd aan! En de HERE
strijdt, want Hij heeft alles geweldig geschapen. We kunnen de HERE
loven en prijzen, want Hij is goed. “Mijn ziel juicht in de
HERE, jubelt in zijn verlossing; al mijn beenderen zeggen: HERE, wie
is als Gij, die de ellendige redt van wie sterker is dan hij, en de
ellendige en de arme van wie hem berooft?” Dat is nog eens
taal. Herhaal: “…die de ellendige redt van wie sterker
is dan hij, en de ellendige en de arme van wie hem berooft?”
Vers 10. Wie is als Gij? En daar gaat het om. Wie is als Gij? Niemand
en niets. Hij redt. Hij verandert de dingen. Hij maakt ons vrij. Hij
is nabij de verbrokenen van hart. Hij richt je op. Hij doet je
Hem loven en prijzen tot op de vuilnisbelten van deze wereld.
Niets
kan ons scheiden van de liefde van God. Het gaat niet om geld of
goed. Het gaat om de almacht van de HERE, om Hem te loven en te
prijzen. Glorie voor Zijn Naam! Wat een evangelie. Wat een
Godsvertrouwen. Gaat dat gemakkelijk? Neen, we zien het hier bij
David. Hij twijfelt niet aan de almacht van God, maar Hij roept de
HERE op om in zijn nood te helpen, zijn vijanden te bestrijden. God
moet het doen. God weet wat het beste voor ons is. Hij laat ons nooit
in de steek. Ook al is het moeilijk, want hoe kan het niet moeilijk
in dit leven zijn? Maar dan is Hij nabij in de nood. Dan woont Hij op
de bodem van ons hart, ook al zijn we gevloerd, ook al zijn we in zak
en as. Al proberen de vijanden ons pootje te lichten. Maar dan is ons
gebed, dat Hij ons verlost en dat ze mogen vallen in de kuil die ze
voor ons gegraven hebben. Zo is het, en zo gaan we moedig verder.
Want God is onze Rechter, God is onze Wetgever en God is onze
Koning. Glorie voor zijn Naam!
Psalm 35:19-28
14 september [1]
|
35:20 |
Waarlijk, van
vrede spreken zij niet, |
|
35:21 |
zij sperren hun
mond open tegen mij, |
|
35:22 |
Gij hebt het
gezien, HERE, zwijg niet; |
|
35:24 |
Doe mij recht naar uw gerechtigheid, o HERE, mijn God,… |
|
35:25 |
…dat zij niet zeggen: Wij hebben hem verslonden! |
|
35:26 |
…laten
met schande en smaad bekleed worden, |
|
35:27 |
Laten jubelen
en zich verheugen, |
|
35:28 |
En mijn tong
zal van uw gerechtigheid gewagen, |
De
vijanden kunnen vaak zeer boos zijn. Ze kunnen hun haat in koelen
bloede uiten. Ze zijn in staat om de vreselijkste dingen te beramen.
Als haat en ongerechtigheid bezit nemen van een mens, dan is hij
nog erger dan een aanvallend beest. Het is verschrikkelijk wat mensen
elkaar zonder blikken of blozen kunnen aandoen. Ze staan erbij
en zien het gebeuren en verroeren geen vin. Het is onvoorstelbaar.
Daar is de geschiedenis vol van. Wat een wereld, wat een ellende.
Dat heeft David ook gezien. Hij weet het. De blinde haat van Saul en
de haat van de Filistijnen. De meedogenloze laster en de woede
gepraktiseerd. Als je in hun handen valt dan ben je nog niet
klaar.
David roept het uit, roept de HERE, om in te grijpen,
opdat zij niet kunnen zeggen dat zij het hebben gedaan om mij uit te
moorden. Dat ze niet hun gelijk kunnen vieren. Voer mijn
rechtsgeding, o God. En God moet het doen, want hoe kun jij als klein
en nietig mensenkind opboksen tegen die meerderheid van heidenen? Dat
is onmogelijk, het gaat niet. Je gaat er kapot aan als je in eigen
kracht tegen zo’n reus wil opboksen. Onmogelijk. De vijand ligt
op de loer om steeds opnieuw en steeds weer, listig de kinderen Gods
te vermorzelen. Maar dat lukt hen niet, want God zit op de troon
en dat vergeet David niet. Daarom moeten wij dat ook nooit vergeten.
We leven wel in deze wereld, maar we zijn niet van deze wereld. Deze
wereld vergaat. En alles wat met zonde, dood en ongerechtigheid
te maken heeft, zal vergaan. Dat staat vast. God troont in de hemelen
en Hij volvoert Zijn plan van recht en gerechtigheid.
Wij
moeten niet naar links of naar rechts buigen, als we het geweld en de
list en het bedrog van de tegenstander horen. Het is onvoorstelbaar
wat we allemaal horen, maar we moeten heel eenvoudig op Hem
aanlopen en niet bang zijn. Op Hem pleiten met een onwrikbaar
verlangen en een grote zekerheid, dat Hij de Overwinnaar is. Dat Hij
voor ons strijdt. Dat Hij ons nooit in de steek laat. Hij strijdt met
onze vijanden. Hij voert een strijd die naar de overwinning
voert. We zien het voor onze ogen. We zien het om ons heen. We leven
vanuit de profetie van het komende Koninkrijk van recht en
gerechtigheid. Profetie op profetie zien we voor onze ogen
voltrekken. We zien nog door een spiegel in raadselen, en straks
zullen we ten volle zien. Wat gezien kan worden van God, is zijn
almacht en zijn genade en zijn troost. Want we liggen niet neer in
vernedering, we zijn niet in de minderheid, we zijn geen nietig
mensenkind. Dat allemaal, omdat God in Zijn grote liefde en genade
zijn Zoon gezonden heeft, opdat we eeuwig zouden leven. Hij heeft de
Trooster, de Heilige Geest gezonden, opdat Hij altijd bij ons
zou wezen en ons de woorden te binnen zou brengen, die we moeten
spreken.
Dan weten we dat er een gevecht gevoerd wordt op
leven en op dood, maar wij zijn geborgen in Christus in God. Dat is
de schuilplaats van de Allerhoogste. Daar ben je onaantastbaar.
Daar ben je temidden van de strijd veilig. Van daaruit roep je God
aan en vraag je God om haast te maken met het uitroeien van de
goddelozen. Dan roep je Hem aan, dat mensen zich zullen bekeren en de
weg ten leven vinden. Daar kan het leven niet stuk. God is goed en
nooit genoeg te prijzen. Wat een God. Wat een psalm. Laten zij
beschaamd staan, die mij te schande maken. HERE grijp in, doe hen
zwijgen. Vaag hen weg. Laten wij juichen en ons verheugen, wie mijn
rechtvaardiging begeren; dat zij bestendig zeggen: De HERE is groot.
En zo is het en niet anders. Dan loven we en prijzen Hem de hele dag.
Psalm 36:1-13
4 april [2]
|
36:5 |
…op zijn legerstede beraamt hij onheil,… |
|
36:8 |
Hoe kostelijk
is uw goedertierenheid, o God; |
|
36:10 |
Want bij U is
de bron des levens, |
|
36:13 |
…zij zijn neergestoten en kunnen niet opstaan. |
De
zonde kan een mens volkomen in de greep hebben. Dat lezen we in deze
psalm. De boze beraamt onheil op zijn legerstede. Stel je dat eens
voor. ’s Nachts ligt hij te denken welke rottigheid hij de
volgende dag weer uit kan halen. Over lijken gaat hij als het om zijn
eigen belang gaat. De liefde gooit hij te grabbel en tegen de ander
gaat hij tekeer. Zich als sterkste een weg banend en de
zwakkeren wegmaaiend. Maar de goedertierenheid van God is groter,
oneindig. Hoger kun je niet denken. Want er komt geen einde aan. Het
is geweldig! En het is geweldig als we daarin blijven schuilen, onder
de vleugelen van de Here God. Dan kan niemand ons ook maar iets
doen. Dat is geweldig. Daar is bij te leven. Dat is heerlijk.
Blijf maar onder de vleugels van de Here God. Dan kan je, naar het
vlees, wel van alles overkomen, maar je bent veilig en geborgen en
blij naar de geest. Dat is het geheim van God. Dat is ook het geheim
voor ons. Elke dag weer opnieuw. Heerlijk toch?
En dan die
prachtige tekst uit Psalm 36 vers 10: “Want bij U is de bron
des levens, in uw licht zien wij het licht.” “Ik ben de
Weg, de Waarheid en het Leven”, zegt Jezus. Als we in zijn
licht, waarheid en leven blijven wandelen, dan zien we het licht in
ons leven. Ons levenslicht is geborgen en beschut in de schaduw van
de vleugelen van de Almachtige. Pas op, laat je niet meesleuren
en misleiden door de werkers der goddeloosheid. Blijf bij koning
Jezus. De werkers der ongerechtigheid zullen door God zelf worden
neergestoten. Het is de HERE, Die boven alles staat. Maar blijf
dichtbij Jezus, want daar is het goed toeven. Heerlijk toch om met
deze psalm verder te gaan?
Psalm 37:1-20
5 april [2]
|
37:4 |
…verlustig
u in de HERE; |
|
37:5 |
Wentel uw weg
op de HERE en vertrouw op Hem, |
|
37:11 |
…maar de
ootmoedigen beërven het land |
|
37:20 |
Voorwaar, de goddelozen gaan te gronde,… |
God
heeft Zijn oog gericht op de rechtvaardigen. Het kan wel lijken of de
goddelozen alles voor het zeggen hebben. Maar dan hebben ze het
mis. Dan hebben wij het mis. De HERE zegt: Zij gaan voorbij. Het
kan kort of lang duren, maar ze gaan er aan. Hij roeit ze uit. Maar
zij die de HERE gehoorzamen zullen voor altijd leven. De
rechtvaardigen beërven het land. Wijk dan van het kwade en doe
het goede. Dat kunnen we ons allemaal aantrekken. Al de boze dingen
wegdoen. Daarin zijn we niet gehoorzaam aan de HERE God. Dan zitten
we ook zo in het kamp van de goddelozen. En de goddeloze gaat er toch
aan. Deze psalm van David is een ernstige waarschuwing. Eigenlijk
wordt steeds hetzelfde herhaald. De goddeloze vergaat, maar de
rechtvaardige blijft voor eeuwig bestaan. Heerlijk om door deze psalm
daarin bemoedigd te worden.
Soms lijkt het wel het
omgekeerde, alsof het de onrechtvaardige goed gaat; voor de wind
gaat. Hij kan van alles doen en grote rijkdom verzamelen en macht
uitoefenen. Maar God zegt heel duidelijk: Pas op: Let daar niet op.
Let op zijn daden. Alleen de daden van de rechtvaardige blijven in
eeuwigheid. Heerlijk toch! Daar kunnen we het weer mee doen. Dank U,
HERE! Ik wil me verlustigen in de HERE, dan zal Hij de wensen van uw
en mijn hart geven. Wat een genade. Dat moeten we luid en duidelijk
tegen onszelf en anderen zeggen en er ook uit leven. HERE wilt U de
wensen van mijn hart vervullen? En vult Uzelf maar in wat uw wensen
zijn.
Psalm 37:21-40
6 april [2]
|
37:24 |
…wanneer
hij valt, stort hij niet neder, |
|
37:27 |
Wijk van het
kwade en doe het goede, |
|
37:31 |
…de wet
van zijn God is in zijn hart, |
|
37:34 |
Wacht op de
HERE |
|
37:36 |
…toen iemand voorbijging, zie, hij was niet meer… |
|
37:40 |
…de
HERE helpt hen en doet hen ontkomen want zij schuilen bij Hem. |
De
goddelozen, de machthebbers, de vijanden van God, doen alles om de
kinderen van God ook in hun macht te krijgen. Ze vervolgen ze,
ze houden ze allerlei drogredenen voor. Ze verleiden met geld en
macht. Dat is verleidelijk, want geld en macht en middelen lokken.
Het is een grote verleiding. Maar hier klinkt de cadans: pas op, pas
op. Het lijkt mooi. Maar de goddelozen zullen vergaan. Zij zijn er en
ze zijn er niet meer. Maar de rechtvaardige blijft voor eeuwig
bestaan.
De HERE helpt ons om te ontkomen. We zitten kennelijk
in een gevaarlijk gebied. We worden kennelijk aangevallen. Maar
Hij doet ons ontkomen. Zijn kracht gaat boven alles uit. Hij is niet
te verslaan. Hij is de Overwinnaar over zonde en dood. Hij verlost
ons. Hij doet ons ontkomen aan de goddelozen. Nou, en vul zelf maar
in. Dat kan van alles zijn. Lees de tien geboden er maar op na. Hij
redt ons uit alle verleidingen. Blijf bij Hem schuilen. Pas op! Want
als je even uit deze schuilplaats gaat, komen de boze, goddeloze
dingen en gedachten al weer boven en dan loop je weer averij op. Pas
op, pas op! Daar moeten we niet te lichtzinnig over denken. Want in
het licht van deze psalm is er dus een geweldige strijd gaande, met
de bedoeling ons in het kamp van de goddeloze te krijgen. Pas op! Pas
op!
We moeten de weg van de HERE bewaren. Hoe doe je dat? Door
in zijn wegen te wandelen. We moeten niet opgeven. We moeten
zijn wegen bestuderen. Ze overpeinzen bij dag en bij nacht. Want er
is ontzettend veel verleiding. Want de tegenstander van God probeert
je te pakken. Vul zelf maar eens in wat dat in je eigen leven
betekent. Maak maar eens een lijstje waar we ons hebben laten
verleiden. We staan versteld over deze slimmerik. Maar deze psalm
jaagt ons terug onder de vleugels van de Almachtige, daar is het
veilig vertoeven. Heerlijk zo’n God te hebben.
Psalm 38:1-23
7 april [2]
|
38:2 |
HERE, straf mij
niet in uw toorn, |
|
38:10 |
HERE, al mijn
verlangen ligt voor U open |
|
38:16 |
Want op U,
HERE, hoop ik; |
|
38:22 |
HERE, verlaat
mij niet, |
|
38:23 |
Haast U, mij
ter hulpe, |
Ziekte
is een vreselijke zaak. Je kunt je beroerd voelen. Van iedereen
verlaten. Ja, zelfs van God verlaten. Deze zieke is er wel helemaal
erg aan toe. Hij rot weg. Voelt zich verlaten van alle mensen om zich
heen. Ziekte is een gevolg van de zonden. In het paradijs was geen
ziekte, in de hemel zal geen ziekte zijn. Maar nu is er wel zonde.
Wij zijn allen schuldig aan de zonde, aan de ziekte. Wij hebben
gezondigd. Wij hebben God verlaten. We lijden allen aan de dood. De
dood die de laatste prikkel is. En ziekte gaat veelal aan de dood
vooraf. Wat een lijden in ons eigen leven en wat een lijden in de
wereld. En wat doen we elkaar een lijden aan. Daar kunnen we zelf ook
mee worstelen. De liefde is zo gemakkelijk ver weg en de haat, de
afgunst, de concurrentiezucht, verteert ons. Het staat alles
Gods volmaakte liefde in de weg. HERE, help mij!
Deze zieke
erkent dat alles voor God open ligt. Hij schreeuwt het uit in zijn
nood. HERE, verlaat mij niet! God heeft alle reden om hem te
verlaten. Want wij allen zijn des doods schuldig. Maar zijn
barmhartigheid en genade houden ons dicht bij Hem. De zieke roept het
uit: “HERE, verlaat mij niet, mijn God, wees niet verre van
mij! Haast U, mij ter hulpe. HERE, mijn heil!”
Dat is de
uitroep die in de grote nood van ons fysieke en psychische leven naar
Hem mag en moet uitgaan. Temidden van al het lijden waaraan de
schepping onderhevig is en wij dus ook. Wat kan dat al niet zijn
in het leven van de mensen en ook in ons eigen leven. Dan moeten we
blijven uitroepen: HERE, verlaat mij niet! Want het ergste zou zijn
als wij de HERE loslaten en onze eigen weg gaan. Hoe zijn we dat in
de nood niet geneigd! Daarom: “HERE verlaat mij niet, mijn God,
wees niet verre van mij! Haast, u mij ter hulpe, HERE, mijn heil!”
Dank U, HERE, dat U nooit verre wilt zijn van hen die naar U
uitroepen. Dank U wel HERE. Dank U wel. Ik vlucht naar U.
Psalm 39:1-14
8 april [2]
|
39:6 |
…mijn levensduur is als niets voor U:… |
|
39:7 |
Ja, de mens gaat daarheen als een schaduw,… |
|
39:8 |
En nu, wat
verwacht ik, Here? |
|
39:9 |
Red mij van al mijn overtredingen,… |
|
39:13 |
Hoor mijn gebed, HERE, en neem mijn hulpgeroep ter ore,… |
We
lezen in deze psalm dat David onder grote druk zit van de goddelozen.
Besluit om zijn mond te houden en niet te klagen of God de
schuld te geven. Maar als het hem te heet onder de voeten wordt, dan
begint hij toch tegen de goddeloze in te praten. En een stuk
zelfbeklag te uiten. Ook geheel begrijpelijk, want de goddelozen
kunnen je van alles aandoen, waardoor je buiten zinnen raakt.
Hij laat zich toch verleiden om tegen te spreken, en dan eigenlijk
ook tegen Gods wil en gedachten in te gaan. De vraag van het waarom
van het lijden in ons leven, is nooit te beantwoorden. Opstandigheid
is een strik om je van God af te trekken en daar gaat het hier dan
ook om.
We moeten de hulp van de HERE inroepen, keer op keer,
want anders gaat het gegarandeerd mis en hoe vaak gaat het niet mis?
Daarom zegt hij ook aan het einde: “Neem mijn hulpgeroep ter
ore,… want ik ben een vreemdeling bij U, een bijwoner gelijk
al mijn vaderen.” We moeten schuilen bij de HERE en steeds
opnieuw ons corrigeren en inzetten om ons niet te laten meesleuren
met het denken en doen van de wereld. Heel eenvoudig achter Jezus
aangaan. Glorie voor zijn Naam!
Psalm 40:1-6
9 april [2]
|
40:2 |
Vurig verwachtte ik de HERE,… |
|
40:3 |
Hij trok mij op uit de kuil van het verderf,… |
|
40:4 |
Hij gaf mij een
nieuw lied in de mond, |
|
40:5 |
Welzalig de
man, |
|
40:6 |
Talrijk hebt
Gij gemaakt, o HERE, mijn God, |
Zo
komen we bij Psalm 40. Het zijn allemaal kleinoden van grote waarde.
Parels om bij te leven. Heerlijke liederen. Al uit de tijd van
David. Een klassieker. Waar de Mattheüs Passion niets bij
is. Ze hebben ze in de tijd van David gezongen. Ze hebben ze vandaag
gezongen. Ze hebben ze in tijden van nood en in tijden van voorspoed
gezongen. Eeuwige psalmen. Psalmen zijn de schatkamer van de
gemeente, toen en nu en tot in eeuwigheid.
Het is de HERE Die
het doet. Roep Hem aan en Hij zal je verlossen. Hij trekt je op. Hij
brengt je dicht bij Hem. Hij geeft je een nieuw lied in de mond. Op
U, HERE, vertrouwen we. Mogen de mensen zien dat wij op de HERE
vertrouwen in alle omstandigheden des levens? Vertrouw op de
HERE, met je ganse hart.
Niet afdwalen naar hoogmoed en naar
leugen. Gods hulp is groots. Er komt geen einde aan. Als je uit de
HERE leeft zul je het ook zien. Dan word je hele leven een wonder en
een aaneenschakeling van wonderen en zegen. Het ergste wat je kan
overkomen is dat je afdwaalt uit het centrum van Zijn wil. Daar
moeten we onszelf en elkaar in bemoedigen en voor waarschuwen. Dat
betekent heel simpel dicht bij het Woord van God blijven. Want
daarin zit alle wijsheid en waarheid en kracht. Je komt bij één
conclusie uit, dat Jezus de Koning is Die we maar beter kunnen
navolgen. We zullen er nog veel meer van horen. Prijs de Heer!
Psalm 40:7-18
10 april [2]
|
40:9 |
…ik heb
lust om uw wil te doen, mijn God, |
|
40:14 |
Het behage U,
HERE, mij te redden; |
|
40:18 |
Al ben ik
ellendig en arm, |
Je
kunt in grote nood zitten. Ze kunnen je van alle kanten belagen. En
wat kan je niet tegen zitten? De strijd is vaak zo moeilijk. Je kunt
een zware ziekte hebben, zoals in de vorige psalm. Je kunt tegenslag
in je beroep of je zaak hebben. En wat al niet? Maar dan moet je je
verlaten op de Heer. Bij Hem blijven, ook al begrijp je niet het hoe
en het waarom en het waartoe. Want de zonde heerst in dit leven en de
duivel gaat rond als een briesende leeuw, zoekende wie hij kan
verslinden. Hij zal alle trucs uit de kast halen om de kinderen
Gods te verzoeken. Het is een strijd op leven en dood. Maar David
roept uit naar de HERE of Hij hem wil verlossen uit de macht van zijn
tegenstanders. Hij weet dat alleen God dat kan doen. Er is geen
aanklacht. Want God heeft het goede voor met Zijn kinderen. Hij wil
ze zegenen. Het ergste zou zijn als je uit de bescherming van de HERE
valt. Dan kom je ook in het kamp van de tegenstander terecht. Dan
heul je mee met de wolven in het bos en dat is levensgevaarlijk,
eeuwig levensgevaarlijk.
Daarom eindigt David dan ook: “Al
ben ik ellendig en arm, de HERE gedenkt mijner, Gij zijt mijn hulp en
mijn bevrijder; o mijn God, vertoef niet.” Hoe kunnen we niet
verlangen naar uitkomst. Uitredding. Het gaat erom dat we de HERE God
blijven aanlopen als enige Redder. Er is niemand anders die kan
redden. De ander is de tegenstander van God, die het ons wel steeds
moeilijker zal proberen te maken en heel wat macht heeft om een hoop
ellende te veroorzaken. Maar God staat daarboven.
Als we
beproefd worden, dan is het doel, dat we dichter bij God terecht
komen. En is het ook niet waar dat we zien hoe door lijden heen
mensen dichter bij God komen? God wil Zich openbaren in de zwakken
van geest. Het is heerlijk een God te hebben, Die omziet naar de
verdrukten en de hongerenden. Hij kwam om het verlorene te zoeken.
“O, mijn God, vertoef niet.”
Hij kwam voor de
verbrokenen van hart, zoals Jesaja 61 zegt. Hij nodigt uit: Komt
allen tot Mij die vermoeid en belast zijt…
Psalm 41:1-14
11 april [2]
|
41:2 |
Welzalig hij
die acht slaat op de geringe; |
|
41:5 |
Ik zeide: HERE,
wees mij genadig, |
|
41:11 |
Maar Gij, HERE, wees mij genadig en richt mij op,… |
|
41:14 |
Geloofd zij de
HERE, de God van Israël, |
Hoe
het precies zit met de relatie tussen ziekte en zonde weet ik niet.
Moet ik nog meer over lezen. Ziekte hoort niet bij het leven. Dood
hoort niet bij het leven. Het leven behoort bij het eeuwigheidsleven.
Leven zal weer hersteld worden als de laatste prikkel, de dood,
overwonnen zal zijn. Op het kruis van Golgotha is de dood overwonnen.
Halleluja, de dood is overwonnen. Gelovigen zullen de dood niet
zien! Ons lichaam sterft, maar onze ziel en geest niet. Wij leven in
eeuwigheid.
Ziekte hoort bij de zondeval. En als de ziekte ons
overvalt zijn wij onderdeel van die zonde. Soms is het een
rechtstreeks gevolg van eigen persoonlijke zonde. Soms ook niet
aanwijsbaar, maar we zijn onderdeel van de zonde. Zoals ieders
leven aan de zonde en de dood onderworpen is. Het is verschrikkelijk
hoeveel lijden er kan zijn. We hoeven maar even om ons heen te kijken
en zien onvoorstelbaar lijden. Maar David roept het uit naar de HERE.
Hij kan niet hebben dan anderen hem daarom lasteren en door hem te
lasteren ook zijn hemelse Vader lasteren. Hij roept uit naar
God.
Maar hij begint met een loflied. “Welzalig hij die
acht slaat op de geringe.” Dat kan ook vaak een zwakke, een
zieke zijn. Zie naar hen om. Dat is onze taak. We moeten niet de
zwakken vergeten, omdat we er niet zoveel aan hebben, omdat het
lastig is. Omdat het ons niet uitkomt. Daar zit het leven vol van. De
eenzaamheid van de zwakke, de zieke, de weduwe, de wees, de arme, de
oudere, is groot. We hebben er haast geen oog meer voor. We gaan er
aan voorbij in de jacht van het leven en het televisiekijken en
internetverkeer. Alles gaat veel sneller. Alles kan veel beter.
We konden nog nooit zo goed communiceren als nu en toch: De
eenzaamheid en de ellende is nog nooit zo groot geweest. Wat willen
we toch?
We moeten de zieke niet alleen laten, zoals David
klaagt. We moeten elkaar in de zware dagen bemoedigen. Daar gaat het
om. De zieke zal dan ook gesterkt worden en wijzelf daarbij. Kracht
van de HERE vragen. De HERE God ook samen aanlopen om verder te
kunnen, om uitgered te worden. Het is zo belangrijk om aan het
ziekbed te zitten. David komt dan ook ondanks zijn ernstige
ziekte uit bij de lofprijzing: “Geloofd zij de HERE, de God van
Israël, van eeuwigheid tot in eeuwigheid!” En zo is het.
Amen!
Psalm 42:1-12
18 april [2]
|
42:2 |
Gelijk een
hinde die naar waterbeken smacht, |
|
42:3 |
Mijn ziel dorst
naar God, |
|
42:4 |
Mijn tranen
zijn mij tot spijze |
|
42:5 |
Hieraan wil ik
denken |
|
42:6 |
Wat buigt gij u
neder, o mijn ziel, |
|
42:7 |
Mijn ziel buigt
zich neder in mij, |
|
42:8 |
Watervloed
roept tot watervloed |
|
42:9 |
Des daags zal
de HERE zijn goedertierenheid gebieden, |
|
42:10 |
Ik wil tot God,
mijn rots, zeggen: |
|
42:11 |
Met een
doodsteek in mijn beenderen |
|
42:12 |
Wat buigt gij u
neder, o mijn ziel, |
Een
diepe Psalm. Het is ook deprimerend als de mensen steeds roepen: Waar
is uw God? Met de gedachte: ‘Hij is er toch niet, ha, ha, ha’.
Spotten. En er zijn wat spotters. Ze spotten ook aan het kruis met
Jezus. En wat wordt er ook nu niet gespot. Verschrikkelijk. Daar kun
je ook verdrietig van worden. Ik denk dat de psalmist er ook
verdrietig van was. Misschien zit hij wel in nood. Misschien hebben
ze hem wel in het nauw gebracht. Wat kun je soms in het nauw zitten.
Wat kunnen de mensen dan opdringen. En tegen je tekeergaan.
Maar
dan mogen we ons ook herinneren, hoe we met God en zijn kinderen de
vreugde van de gemeenschap en het samen optrekken beleven. En als we
verder teruggaan. Hoe we ons kunnen verlustigen in de grote daden die
de HERE gedaan heeft. Fantastisch. Het is een prachtige psalm.
“Hoop
op God, want ik zal Hem nog loven.”
Terug naar God. Terug
naar God.
“Mijn ziel buigt zich neder in mij.”
Het
waarom kan opwellen. En bij wie niet. Het grote ‘Waarom?’
Maar dan toch:
“Hoop op God, want ik zal Hem nog loven, mijn
Verlosser en mijn God.”
Heerlijk! Mijn Verlosser en mijn
God.
God laat ons niet in de steek. Hij wil altijd bij ons
zijn. Wat een heerlijkheid. Wat een belofte. We kunnen deze psalm
zingen in alle omstandigheden. Ik vind de melodie ook zo goed. Het is
een fantastische psalm. Het is een eerlijke psalm. We hoeven niet
altijd op de berg te zitten. Maar God is er altijd. Hij wil ons
helpen. En dat is genoeg. Dat is de redding. “…mijn
Verlosser en mijn God.”
Je bent in de druk. Je ziet het
niet meer zitten. Het lijkt of God je verlaten heeft. Je hebt het
slecht. De vijanden liggen op de loer. En de mensen om je heen honen
God: ‘Waar is nou je God?’ Het is als Jezus aan het
kruis. ‘Als je dan de Koning der Joden bent, kom dan af van het
kruis.’ Dan ben je toch in staat om alles naar je hand te
zetten? Maar nee. Het lijden van Jezus was de verzoening van de
zonden der wereld. Dat is vandaag nog zo. Niets kan ons scheiden van
de liefde van Christus. Zelfs de dood niet, zegt Paulus aan het einde
van Romeinen 8. Nou, dat is nog al wat. Dat is ook de hoop en de
troost van deze psalmdichter en dus ook van ons.
O mijn ziel,
wat buigt gij u neder. Waartoe zijt g’in mij ontrust. De
psalmdichter verlangt naar God als een hinde die smacht naar het
water van de waterbeken. Als je dorst hebt dan wil je alles wel
doen om water te vinden. Water is een noodzaak om in leven te
blijven. De hinde smacht. Zo smacht de dichter naar God. Het is een
diep intens verlangen, met alles wat in hem is roept hij. Maar God is
er niet. En kijk, daar staan de vijanden die schamper zeggen, waar is
nu je God? Je hoort het ze zeggen. Als God bestond… waarom dan
dit en dat? En als God dit of dat, waarom is dan deze situatie? Neen,
God bestaat niet. Je kunt het er nu wel over hebben, maar echt, God
bestaat niet. En dat is dan nog tot daar aan toe, maar de mensen die
Hem openlijk honen en bespotten, dat snijdt helemaal door je
hart.
De dichter denkt aan de tijd dat hij met de
pelgrimgangers optrok naar Jeruzalem. Dat was nog eens een
feest. Daar klonken de liederen, dat was echt feest. Fantastisch die
hele stoet op weg naar de tempel in Jeruzalem. Als je daar aan denkt
dan word je blij. Dat kan niet stuk. En het is alsof hij zijn eigen
conclusie trekt. Waarom ben ik toch zo onrustig? Als ik daar
maar aan denk, aan de grootheid van God. En aan het feit dat God er
altijd is. Ik moet op God hopen en me op Hem richten. Mijn Verlosser
en mijn God! Dit mag steeds weer de conclusie zijn op je zoektocht
van binnen naar God. Maak er geen lange tocht van. Begin elke dag
vanuit deze roep. Mijn Verlosser en mijn God! Op U blijf ik hopen in
al mijn zorg en mijn pijn, mijn verdriet, mijn zoeken, en ook in mijn
blijdschap. Of wat er ook aan de hand kan zijn. Ik kan de
omstandigheden niet naar mijn hand zetten. Ik weet wel dat God
er is, mijn Verlosser en mijn God. De Bijbel staat vol van de
aanwezigheid van God. De Bijbel staat vol van de poging van de vijand
van God om de boel in de war te sturen en mij van God af te halen.
Maar het zal niet gelukken. Mijn Verlosser en mijn God. Roep het uit,
zelfs tegen jezelf in. Juist als de boze je weer van God af wil
trekken. Want er is maar één toevlucht en dat is
God.
Buig je voor God en drink uit de rijkdom van water, de
Fontein des levens Die God is. Wat een zegen. Wat een belofte. Wat
een wonder. God gaat boven elke situatie uit. Niet de situatie
bepaalt je leven, maar de liefde van God en jouw afhankelijkheid aan
Hem bepaalt de blijdschap en de richting van je leven. God is groot.
Prijs de Heer! Dan mag je zeggen: “Waarom vergeet Gij mij?”’
Omdat je het niet kan hebben dat je vijanden almaar roepen: “Waar
is uw God?” Dat kan moeilijk zijn. En dan roep je God aan: O
God, openbaar U aan mij en aan mijn vijanden. Je zou het wel van de
daken willen roepen. Maar steeds opnieuw klinkt het in ons
hart:
“Wat buigt gij u neder, o mijn ziel,
en wat
zijt gij onrustig in mij?
Hoop op God, want ik zal Hem nog
loven,
Mijn Verlosser en mijn God.”
Dat moet je boven
je bed hangen.
Psalm 43:1-5
19 april [2]
|
43:1 |
Doe mij recht,
o God, en voer mijn rechtsgeding |
|
43:2 |
Want Gij zijt
de God mijner toevlucht; |
|
43:3 |
Zend uw licht
en uw waarheid; |
|
43:4 |
zodat ik kan
gaan tot Gods altaar, |
|
43:5 |
Wat buigt gij u
neder, o mijn ziel, |
Psalm
43 hoort bij psalm 42. De tegenstanders gaan tekeer. Het lijkt wel of
er geen adem meer is te krijgen. Wat een toestand. De roep is om
licht en waarheid te zenden om bij God te kunnen zijn en
blijven. De God mijner jubelende vreugde. Als we bij God blijven dan
zullen we kunnen jubelen. Het valt niet mee. Het kan allemaal heel
moeilijk zijn. Het is vreselijk om het allemaal te moeten meemaken.
Het kan zijn dat we het niet meer zien zitten. Maar ons gebed kan
zijn om licht en waarheid te zenden.
Als het donker is dan
hebben we veel licht nodig. Heerlijk om dan te weten dat God altijd
het licht wil sturen. Als we het moeilijk hebben, zegt de Here Jezus,
dan wil Hij ons de woorden te binnen brengen, die we moeten spreken.
En zo is het. Daarom kan de dichter ook weer eindigen met: “Hoop
op God, want Ik zal Hem nog loven, mijn Verlosser en mijn God!”
Zo is het. Mijn Verlosser en mijn God! Hij zal ons leiden uit deze
moeilijke tijd. We kunnen in het zwart gaan vanwege al de ellende,
maar Hij wil ons er bovenuit tillen. We zullen dan versteld staan van
onszelf. Of beter gezegd van God. Dat Hij ons er toch doorheen trekt.
Omdat Hij de God is van mijn jubelende vreugde. Hij toch is mijn
Verlosser en mijn God. Dat ik Hem toch kan loven. Dat staat haaks op
je gevoel en de situatie. Maar het is de werkelijkheid van het leven
met God. Want op deze wereld vinden we geen blijdschap en vrede voor
het hart. In dit aardse tranendal overkomt ons veel.
Het
meeste dat ons overkomt is smart, zegt Paulus in de Romeinen brief.
Maar God zij dank ben ik een nieuwe schepping in Christus. In de
wereld lijdt gij verdrukking. Maar houdt goede moed. Jezus zegt: “Ik
heb de wereld overwonnen.” Daar gaat het om. We moeten
beginnen waar de psalm mee eindigt. Het kan stormen in je leven. Ze
kunnen je dwars zitten. Ze kunnen je ook van God proberen af te
houden. Ze kunnen doen alsof ze Gode een welgevallige dienst doen,
maar ondertussen vervolgen ze je. God voert een rechtsgeding tegen
een volk zonder godsvrucht. Gaat het hier over een koning, die met
een volk te maken heeft zonder godsvrucht? Gaat het over een profeet,
die geprofeteerd heeft en daardoor niet meer in het huis van God mag
komen? Hij verlangt naar de tempel om daar bij het altaar te zijn.
Hij verlangt ernaar dat licht en waarheid hem begeleiden en hem
brengen naar de heilige berg. Wat kan de heilige berg anders zijn dan
de berg Sion? De berg waar de tempel op staat? Dat is het centrum van
de wereld. Daar gebeurt het, toen en nu en altijd. Daar kun je naar
verlangen als je er niet vlakbij bent. Daar wil je God loven en
prijzen. Hem loven met de citer. O God, mijn God! Daar kun je het wel
uitroepen. Je blikrichting op Jezus. Je blikrichting op God.
Jezus,
Die zoveel tegenspraak van de zondaars verdragen heeft, staat voor
ons altijd klaar om een ieder die vervolgd wordt, een ieder die het
niet meer ziet zitten, op te vangen. Strekt de slappe handen en de
knikkende knieën en maakt een recht spoor opdat hetgeen dat
kreupel is geneze. HERE help. HERE vergeef. HERE hoor. Het is
geweldig. Het kan niet stuk. Wat kun je verlangen naar God! En je mag
weten: God is dicht bij je. “Hoop op God, want ik zal Hem nog
loven, mijn Verlosser en mijn God.” Dat is de tekst van de dag.
Psalm 44:1-27
20 april [2]
|
44:4 |
…maar uw
rechterhand en uw arm en het licht van uw aanschijn, |
|
44:8 |
…maar
Gij hebt ons verlost van onze tegenstanders |
|
44:9 |
In God roemen
wij de ganse dag, |
|
44:12 |
Gij hebt ons
overgeleverd als slachtvee, |
|
44:15 |
Gij hebt ons
tot een spreekwoord onder de volken gesteld, |
|
44:18 |
Dit alles is
ons overkomen, maar wij vergaten U niet, |
|
44:21 |
Indien wij de
naam van onze God hadden vergeten, |
|
44:22 |
zou God dat
niet uitvorsen? |
|
44:24 |
Waak op! Waarom
slaapt Gij, Here? |
|
44:27 |
Sta op, ons ter
hulpe, |
Het
waren de grote daden van God, waardoor de volken terugdeinsden als ze
het volk van God aanvielen. Wat een grote wonderen zijn er niet
gebeurd? Keer op keer gaf God de overwinning. Het is precies
opgeschreven in de annalen van Israël. De volken rondom
Israël wisten dat. Ze waren beducht voor de macht en de
majesteit van de God van Israël. Dat wordt in deze psalm nog
eens luid en duidelijk herhaald. Zo is het. Wat een geweldige
God.
Maar nu zijn de vijanden in het land. Nee, erger nog,
Gods volk is verstrooid onder de volken. Er is niets meer over. Ze
zijn een schande voor de volken rondom. Die schudden het hoofd. En
zeggen: Waar is hun God nu? Maar ze hebben God niet verlaten. Ze
voelen dat ze bij God horen. Wij willen U trouw blijven. Wij hebben
uw verbond niet verlaten. Waarom, waarom, waarom klinkt het. Een
gebed uit diepe nood. Je zult maar verdrukt worden door de vijanden.
Je zult maar niets meer te vertellen hebben. Het is verschrikkelijk.
Maar zelfs dan verlaten zij hun God niet. Dat is geloofsvertrouwen.
Daar kun je mee verder.
Dat is een geweldig voorbeeld. Om je
te herinneren als je zelf in grote nood zit. En dat kan gebeuren.
Hoeveel mensen zitten niet in grote nood? Kijk de wereld maar rond.
Blijf op God vertrouwen. Hij is niet veranderd. Hij is een eeuwig
God, dwars door de moeilijkheden heen. Roep tot Hem en Hij zal je
antwoorden naar ziel zeker; naar lichaam en omstandigheden als het
past in Zijn heilsplan met jou en je omgeving. Goede uitkomst is
verzekerd. Het eeuwige leven wenkt en des te sterker en feller.
Dat
is me nog al wat. Terwijl de HERE God je beproeft en verlaten heeft,
begin jij de psalm met een loflied op God. Je herinnert je dat het
God is, die Israël uitgered heeft. Het was zijn sterke hand die
hen in het beloofde land bracht. Het waren niet je eigen legers en je
eigen kracht die het allemaal tot stand gebracht hebben. De eer komt
alleen aan God toe. Zo gaat de psalmdichter verder. Dat is
natuurlijk ook zo. Er is niets uit onze eigen kracht dat kan
toevoegen aan ons heil. Het is enkel God en Gods barmhartigheid,
lankmoedigheid en goedertierenheid en genade die ons het heil
aanbrengt. Want alzo lief had God de wereld, dat Hij Zijn enig
geboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder die in Hem gelooft niet
verloren ga, maar eeuwig leven hebbe (Johannes 3:16). Zo is het
en niet anders en zo blijft het, wat ons ook overkomt in ons
leven.
Want ook hier zien we dat het volk in grote druk is.
God heeft Zich van hen afgewend. En toch willen ze Hem niet vergeten.
Ze zijn onder de volkeren verstrooid. Waarschijnlijk is dit een psalm
uit de ballingschap. Daar zitten ze dan in het verre Babel. Daar zijn
ze dan onder volkeren. Ver van de tempel. Ver van God. Maar ze willen
geen andere goden nalopen. Want zou God dat niet zien? Ze roepen God
om aandacht te schenken aan hun situatie. Ze doen het krachtig. O
God, verlaat ons niet. Help ons! De volkeren spotten met ons. Ook
toen voelden zij zich als schapen, die moeten worden geslacht. Zij
zijn in ballingschap, omdat ze ontrouw waren geweest. ‘Want wij
verdienen de straf. Wij hebben het gedaan. Het is onze schuld.’
Want waarom zijn ze daarna ook verstrooid onder de volkeren? Vanwege
hun zonde. Zij hebben gezondigd. Net als wij. Tot vandaag zijn ze
verstrooid onder de volkeren. Het is verschrikkelijk.
Maar
zij roepen hier tot de HERE. En als wij roepen tot de HERE, ons
verootmoedigen en onze schuld belijden, zal God horen. Dan zal
Hij antwoorden. Thans zijn mijn ogen en mijn oren op deze plaats om
te horen naar het gebed, te dezer plaats. Waar is ons gebed? Waar zit
ons hart? O HERE, red ons! O HERE, help ons!
Psalm 45:1-18
21 april [2]
|
45:7 |
Uw troon, o God, staat voor altoos en eeuwig,… |
|
45:8 |
Gij hebt gerechtigheid lief en haat goddeloosheid;… |
|
45:12 |
…laat de koning uw schoonheid begeren,… |
|
45:18 |
Ik wil uw naam
vermelden in alle geslachten; |
“Uw
troon, o God, staat voor altoos en eeuwig.”
“Gij hebt
gerechtigheid lief en haat goddeloosheid.”
Het is een
prachtige psalm. Er wordt gesproken over de schoonheid van de bruid.
De koninklijke bruiloft. Niets mooiers kun je je bedenken. Met alle
pracht en praal. Je kunt er lyrisch van worden. Het is jouw koning.
Kijk eens wat een prachtige bruid. Je wordt daar enthousiast van. Je
bent ook trots, want het is ook jouw koning en koningin. Ze regeren
jouw land. Ze zorgen goed voor hun onderdanen. Ze hebben het beste
met je voor. Heerlijk om daar naar te kijken.
En dan staat
daar die tekst: “Uw troon, o God, staat voor altoos en eeuwig.”
Het gaat hier niet om een gewone troon, maar het is de troon van God.
Die troon van God staat voor altoos en eeuwig. Als we de koning eren,
dan eren we God en als we God eren dan zijn we opgenomen in Zijn
eeuwig plan. Want die troon staat voor altoos en eeuwig. Wat een
bevoorrechte mensen zijn we toch om deze psalm te mogen zingen. Om er
onze blijdschap uit te putten.
Wat staat er dan in het
volgende vers: “Gij hebt gerechtigheid lief en haat
goddeloosheid.” Nou, dat is toch wat we allemaal willen.
Gerechtigheid en geen goddeloosheid. Want goddeloosheid is synoniem
voor duisternis en zonde. Daar kan God niet regeren, maar heerst de
tegenstander van God. En wat die wil, dat weten we allemaal. Die wil
dood en ellende. Daar is de liefde zoek. Daar wil toch niemand bij
horen? O HERE God, help ons om in uw Koninkrijk te blijven. Het
is daar één en al pracht en praal. Waaraan dus geen
einde komt. Het is er blijdschap. Er is eeuwige, hemelse muziek.
Iedereen is blij. Je kijkt je ogen uit. Heerlijk! Heerlijk! Wat een
vreugde. Woorden schieten te kort om het allemaal te beschrijven. We
gunnen de koning Zijn bruid. En die bruid mag er dan ook zijn. We
zien daarin Israël en de Gemeente. Een eenheid voor de troon van
God. Adeldom verplicht. Dat betekent dat wij ons moeten uitstrekken
naar recht en gerechtigheid. Dat we de zonde haten. Dat we naar God
toekomen. Dat we weerstand bieden tegen de boze machten. Dat we ons
niet laten aftrekken van de goede weg.
Dan zullen de volken
ook zien, staat in het laatste vers, dat het God is Die eeuwig
leeft en zijn volk Hem voor altoos looft en eert. Dan zullen ze zien
dat Hij de enige God is voor de hele wereld, waar recht en
gerechtigheid zullen gaan heersen. Glorie voor zijn Naam!
Psalm 46:1-12
22 april [2]
|
46:2 |
God is ons een toevlucht en sterkte,… |
|
46:3 |
Daarom zullen wij niet vrezen, al verplaatste zich de aarde,… |
|
46:6 |
God is in haar midden, zij zal niet wankelen;… |
|
46:7 |
Volkeren
woedden, koninkrijken wankelden, |
|
46:8 |
De HERE der
heerscharen is met ons, |
|
46:10 |
…die oorlogen doet ophouden tot het einde der aarde,… |
|
46:11 |
Laat af en
weet, dat Ik God ben; |
|
46:12 |
De HERE der
heerscharen is met ons, |
Zo,
dat is duidelijke taal. Wie wil er nog iets tegen inbrengen? God is
God en wij zijn mens. Wie durft zich met God te vergelijken? Als Hij
spreekt, dan is het er. Hij spreekt en het regent. Hij spreekt en de
aarde komt tot stand. God zeide: “Er zij licht en er was
licht.” “In de beginne was het Woord en het Woord was bij
God en het Woord was God en alles wat geworden is geworden door
het Woord van God”. God spreekt ook vandaag. God spreekt, omdat
Hij wil dat alle mensen behouden worden. Dat iedereen tot bekering
komt. Het zijn de schepselen van God en Hij wil dat zij ook komen bij
zijn Koninkrijk. Nog vertoeft Hij te komen, maar Hij haast zich met
een onbegrensde snelheid om zijn Koninkrijk van recht en
gerechtigheid te grondvesten. Glorie voor zijn Naam! Zijn Naam is
niet genoeg te prijzen. Het is geweldig. Als je die waarheid
gaat ontdekken, ga je de psalmen zingen en dan word je enthousiast.
Dan wil je niet anders. Dan wil je er ook bij horen. Dan ga je
ontdekken hoe heerlijk het is om er bij te horen. Dan zie je het
weer zitten. Heerlijk Evangelie. Prachtig Woord. God is goed.
Wat
zal het een mooi lied geweest zijn. Muziek in de tempel was
ontzettend belangrijk. Dan word je ook niet bang als er allerlei
dingen om je heen gebeuren waar je geen touw aan vast kunt
knopen. Dan wil je niets anders dan in zijn voetstappen gaan. Dan kan
het donderen en razen, dan kan het oorlog hier en oorlog daar zijn.
Dan kan het ook heel dicht bij jezelf komen, maar dan weet je je
veilig en geborgen. Hier word je rustig en stil aan de meest ruwe
wateren. Hij verkwikt je ziel. Hij tilt je boven alle problemen uit.
Dan word je gedragen als op adelaarsvleugelen. Dan weet je dat je
altijd geborgen bent. God is goed. Want God is in ons midden. De HERE
der heerscharen is met ons, een burcht is ons de God van Jakob. Hij
verbreekt de haat en de nijd der volkeren.
Stop met dat bezig
zijn in eigen kracht. Dat leidt tot niets. Daar komt alleen maar
ruzie van. Maar ga met God. Laat je niet door de boze in de war
brengen. Begin de dag met Hem en eindig de dag met Hem. En alles wat
er tussen in zit, moet je doen in de liefde en de vreze des HEREN.
Gaan ze tegen je tekeer en zie je het niet meer zitten, laat je dan
niet in de war brengen, maar vertrouw heel eenvoudig op Hem. Ook al
kun je je er niets bij voorstellen. Dan blijft toch staan, wat hier
geschreven staat: ik blijf op de HERE vertrouwen ook al verplaatste
zich de aarde. Nou, nou, dan moet je wel van goede huize komen om een
argument te bedenken, waardoor jij in de war zou kunnen raken. Dat
kan dus helemaal niet. Dus blijf maar heel eenvoudig gaan, met God.
God is goed! De HERE der heerscharen is met ons, een burcht is ons de
God van Jakob. God is goed! Dank U, HERE God. Ik loof en prijs uw
Naam!
Psalm 47:1-10
23 april [2]
|
47:2 |
Alle gij
volken, klapt in de handen, |
|
47:3 |
Want de HERE,
de Allerhoogste, is geducht, |
|
47:4 |
Hij brengt
volken onder ons, |
|
47:5 |
Hij kiest ons
erfdeel voor ons uit, |
|
47:6 |
God is
opgevaren onder gejuich, |
|
47:7 |
Psalmzingt
Gode, psalmzingt, |
|
47:8 |
Want God is de
Koning der ganse aarde, |
|
47:9 |
God regeert
over de volken, |
|
47:10 |
De edelen der
volken zijn bijeenvergaderd, |
Hij
is hoog verheven. Hij is de hoogste. Zie je Hem komen met al zijn
engelen en al zijn macht en majesteit? God troont in de hemel ver
boven de mensen. Hij regeert het grote wereldgebeuren. Daar kan
niemand tegen op. Hij is machtig. Hem kunnen we loven en prijzen. Als
we aan Hem denken, dan welt er een lied op in ons hart; daar worden
we vrolijk van. Dan wordt het vrede en blijdschap. Dan voelen we ons
goed en dan voelen we ons veilig. Want God is bij ons. Hij beschermt
ons. Niets kan ons scheiden van de liefde van Christus, want Hij is
onze Burcht. Bij Hem schuilen we. Dan worden we steeds gelukkiger.
Dan zien we het zitten temidden van de grootste strijd in ons leven
of om ons heen. Hij heeft het beste met ons voor. Hij houdt van ons.
Hij kastijdt ons maar met één doel, n.l. om ons in de
schaapskooi van Koning Jezus te houden. God is op de troon. En wij,
zijn dienstknechten, mogen Hem volgen en Hem dienen. Dat is een groot
voorrecht. Hij wil ons in Zijn dienst hebben en als we dicht bij Hem
blijven is het veilig. Dan hoeven we ook niet bang te zijn, want God
beschermt ons.
Wat kan het om je heen woeden, wat kan het
tekeergaan. Dan denk je dat je er nooit meer uit komt. Maar God ziet
het. Hij bergt je in zijn hut. Hij laat je niet in de steek. Dat is
een heerlijke gedachte. Want stel je voor dat niemand naar je
omkijkt? Daar word je toch verdrietig van? HERE, help ons, om door de
moeite van het leven U te blijven vertrouwen. Maak mij dapper om de
chaos buiten de deur te houden. De boze probeert de boel in de war te
sturen, maar we nemen het niet. Jezus is overwinnaar. Hij gaf zijn
leven op het kruis van Golgotha. God is eindeloos goed. God kiest
Zich een land en Hij kiest Zich een volk. Dat volk woont op Zijn
erfdeel en het kan lang duren of het kan kort duren, maar God blijft
bij zijn belofte. Zij zullen terugkeren. Ze zullen door de volken
uitgespuugd worden. De vijand ziet geen kans om ze vast te houden.
God is goed en nooit genoeg te prijzen. Zijn plannen falen niet.
Psalm 48:1-15
24 april [2]
|
48:2 |
Groot is de
HERE en hoog te loven |
|
48:3 |
…is de
berg Sion, ver in het noorden, |
|
48:4 |
God doet in
haar paleizen |
|
48:5 |
Want zie,
koningen kwamen bijeen, |
|
48:6 |
zodra zij het
zagen, stonden ze ontzet, |
|
48:10 |
Wij gedenken, o
God, uw goedertierenheid |
|
48:11 |
Gelijk uw naam,
o God, zo is uw lof |
|
48:12 |
Laat de berg
Sion zich verheugen; |
|
48:13 |
Gaat rondom
Sion en trekt er omheen, |
|
48:14 |
richt uw
aandacht op haar voormuur, |
|
48:15 |
Waarlijk, zo is
God, onze God, voor eeuwig en altoos; |
Ja,
waarlijk, dat is God voor eeuwig en altoos. God woont op Sion, dat is
de berg van zijn woning. Zijn tempel is prachtig. God doet legers
terugdeinzen. God is machtig. Koningen kunnen samensmeden om de stad
te veroveren, maar als ze bij de heilige berg komen deinzen ze terug.
Dan doet God ze afdruipen. Dan grijpt Hij in. Hoe vaak is dat
niet gebeurd in de geschiedenis. Als het volk zijn God zoekt, dan
zoekt God zijn volk. Als het volk zondigt, dan komen de vijanden en
dan raken ze in de druk. Daar waar God uit de samenleving
verdwijnt, komt de duivel, die de leegte invult. De boze is de
overste dezer wereld, hij gaat over de gehele aarde en probeert
te verslinden. Hij rooft en steelt, het is oorlog. Het is een
wereldoorlog, want hij gaat rond als een briesende leeuw, zoekende
wie hij kan verscheuren. Hij heeft het op Gods kinderen gemunt.
Vooral de kinderen van Gods uitverkoren volk. God laat het stormen.
God grijpt in. God doet ons beven. God wil dat we in zijn
bescherming blijven. Dat kan als we in zijn tempel blijven
wonen. Het wonder is dat ons lichaam die tempel is, wanneer het de
woonplaats van de Heilige Geest is. Het is toch onvoorstelbaar. Dat
kan toch niet, als we dat vergelijken met de heilige tempel op de
berg Sion? De woning van God, daar waar God troont. Bedenk je dat ons
lichaam een tempel van de Heilige Geest is. We hebben geen idee hoe
heilig we zijn. Hoe uitverkoren we mogen zijn.
God zond zijn
Zoon naar deze wereld, omdat Hij de wereld zo lief had, opdat een
ieder die in Hem gelooft, niet verloren ga maar eeuwig leven heeft.
Verder nog, het is beter voor u dat Ik heen ga, want anders kan de
Trooster, de Heilige Geest, niet komen. En als Hij komt, zal Hij
u alles te binnen brengen, wat gij weten moet, om staande te blijven
in de strijd. Ik zal u niet als wezen achterlaten. En zo is het.
We zijn geborgen in Christus in God, door de kracht van de Heilige
Geest. De tempel, dat zijn wij. Wat een grote God, die in zijn liefde
en genade omziet naar ons, naar mij als nietig mensenkind en mij
vergelijkt met de tempel. Daar gaat het in deze psalm over. Iedereen
wist van die machtige tempel. Iedereen wist dat God groot was en
geducht om te vrezen. Iedereen wist dat de God van Israël
wonderen deed. Alle volken wisten van de uittocht uit Egypte. Ze
hadden gehoord van het water in de Schelfzee. Ze hadden gehoord
van de kwakkels.
Groot is de HERE, in de stad van onze God, op
Zijn heilige berg. Schoon door zijn verhevenheid. Een vreugde voor de
ganse aarde. God denkt wereldwijd. De hele aarde mag het weten dat
God de Almachtige is. En ze zullen het ook weten, want God brengt
alles weer terug, zoals het geweest is. Het paradijs door Hem
geschapen komt terug. Maar het gaat wel door strijd heen. De vijand
gaat tekeer. Wat is er niet een ellende en ziekte en strijd en dood.
Kinderen worden als een wonder geboren, maar even later sterven
ze weer. God gaat dat veranderen. God is goed en niet genoeg te
prijzen.
Wat een psalm. Je wordt er toch blij van. Zo is het
met elk Woord van God. Het zijn ook de psalmen van God. Wij lezen de
Bijbel niet, de Bijbel leest ons. Wel eens over nagedacht? Dat is het
geheim. God zendt zijn Licht en zijn Waarheid neder om ons te
richten, opdat we op zijn pad van waarheid, liefde en leven blijven.
En het werkt. Het werkt niet omdat wij het lezen. Het werkt, omdat
Hij door zijn Heilige Geest in ons woont en ons alles te binnen
brengt, wat we moeten weten. We hoeven ons dus ook niet bezorgd te
maken, want al onze zorgen zijn bij Hem bekend. We hoeven gelukkig
slechts te leven vanuit en in zijn bescherming. Dan komen we goed uit
en heeft elke dag genoeg aan zijn eigen kwaad. Maar Gode zij dank,
door de HERE Jezus Christus, mogen we onze hoofden en harten opwaarts
heffen, omdat onze verlossing nabij is. Glorie voor zijn Naam! Prijs
de HERE!
Psalm 49:1-21
25 april [2]
|
49:2 |
Hoort dit, alle
gij volken, |
|
49:3 |
zowel geringen
als aanzienlijken, |
|
49:6 |
Waarom zou ik
vrezen in dagen des kwaads, |
|
49:7 |
van hen, die op
hun vermogen vertrouwen, |
|
49:8 |
Niemand kan
ooit een broeder loskopen, |
|
49:9 |
– te hoog
immers is de prijs voor hun leven, |
|
49:10 |
dat hij voor
immer zou voortleven, |
|
49:13 |
Maar de mens
met al zijn praal houdt geen stand; |
|
49:15 |
Als schapen
zinken zij in het dodenrijk, |
|
49:16 |
Maar God zal
mijn leven verlossen |
|
49:17 |
Vrees niet, als iemand rijk wordt,… |
|
49:18 |
…want in zijn sterven neemt hij niets van dat alles mede,… |
|
49:21 |
De mens, die
met al zijn praal geen inzicht heeft, |
Als
je het nu nog niet begrijpt, moet het dan nog scherper gezegd worden.
Het zal je maar gezegd worden. Zo doe je dat toch niet? Je moet toch
wel een beetje eerbied hebben en het staat er zelfs twee keer. Dan
moet het wel echt zo bedoeld zijn. Daar krijg je moeilijkheden mee.
De mens die met al zijn praal geen inzicht heeft, is gelijk aan de
beesten die vergaan. Nou, nou. Je zult maar met een beest dat
vergaat, vergeleken worden. Een kadaver. Maar het is een scherpe
uitspraak over de slaap, waaruit je moet ontwaken om weer tot je
positieven te komen. Het is waar, dat de rijken zich gaan
verlustigen en zwelgen in hun rijkdom. Daar kunnen ze hun hele leven
mee bezig zijn. Hoe houd ik het zaakje bij elkaar? Hoe kan ik nog
meer geld verdienen? Wat moet ik doen om te zorgen dat de boel niet
achteruit gaat, enz. enz. enz.?
Het gaat almaar over geld. We
hebben het wel over waarden en normen, maar als het gaat over ons
hebben en houden, dan gaan de waarden en de normen naar de
achtergrond. Dan is het: Hoe krijg ik het meeste van de koek? En we
hebben al zoveel van de koek. Nou, hier staat het antwoord: Gods
wijsheid is er voor armen en rijken, voor geringen en aanzienlijken.
Let op! Hier gaat het om. Laat je niet in de war brengen. Vul je
leven met de waarheid. De waarheid van God. En hoe kunnen de
belagers om je heen actief zijn om je van je levensvreugde af te
halen? Hoe kunnen ze ook hun oog gericht hebben om te nemen wat jij
hebt? Maar ze kunnen een prijs voor het leven niet bepalen, want die
prijs is nooit te bepalen. Want hoe kan je nu op een schepsel van God
een prijs plakken. Dat gaat helemaal niet. Wat een domme gedachte.
Iedereen sterft. Wijzen en dwazen. Maar de dwaze, hij die zich
vastklampt aan geld en goed, kan niets meenemen naar het dodenrijk.
Dan is het over en uit.
Kijk eens hoe mensen krampachtig tot
in hoge ouderdom alles doen om hun hebben en houden te bewaren. Ze
worden er ziek van. Er komt haat en nijd en de aasgieren kunnen
nauwelijks wachten op de dood. Een mens moet geld hebben, maar laat
het je niet beheersen. Houdt het zicht op God gericht. Hij is de
Schepper van hemel en aarde. Van Hem is het goud en het vee op
duizend bergen. Hij heeft jou geschapen. Hij heeft je een heel klein
tijdje rentmeester gemaakt over een heel klein stukje van zijn
wijngaard. Dat is pas leven. Daarom zegt de dichter: “Vrees
niet, als iemand rijk wordt. God zal mijn leven verlossen uit de
macht van het dodenrijk, want Hij zal mij opnemen.” En daar
gaat het om. Het is gemakkelijker dat een kameel gaat door een oog
van de naald, dan dat een rijke het Koninkrijk van God beërft.
Rijkdom is dus een groot gevaar. De zucht naar geld is de bron van
alle kwaad. Dat is een letterlijke gifspuit in het leven. Deze
wijsheid van God voor rijken en armen, voor aanzienlijken en
geringen, moet wereldwijd verkondigd worden. Het gaat om de eer van
God en om niemand anders. We moeten God dienen met ons geld en goed.
We moeten Hem aanlopen en Hem gehoorzamen en omzien naar de weduwen
en de wezen in hun druk. Hen helpen en niet op ons geld zitten. Dat
is pas grote liefde. Dat is gerechtigheid. Dat is de echte rijkdom.
Dat is de rijkdom in Hem. Hij zal ons verlossen van het
dodenrijk. We sterven allemaal, maar het gaat erom om te sterven in
de HERE. Dat geldt voor de rijke en de arme, de aanzienlijke en de
geringe. God is groot en nooit genoeg te prijzen.
Wat kan er
dan veel ten goede veranderen als we deze principes toepassen. De
rijke zal de arme niet uitbuiten. En de arme zal zijn kansen kunnen
benutten. De rijke wordt nog rijker, maar vanuit de liefde en de
zegen van God, want waar de liefde toeneemt daar neemt de werkkracht,
de productiviteit toe en de samenwerking. Dan gaan daar dingen
gebeuren waar we versteld van staan. Omdat de waarde van het leven
niet het geld is. Het leven is een geschenk waar je geen prijs aan
kunt koppelen. Het leven is het leven door God geschapen en we
zijn geroepen om te woekeren met de talenten die God heeft gegeven.
Die God moeten we liefhebben en de naaste als ons zelf. Je zult eens
zien wat daaruit gaat opbloeien. Dat is een geweldig grote
investering in liefde die omgezet wordt in huizen, bomen, beesten en
nieuwe mogelijkheden. Aan zo’n investering komt geen einde,
omdat er nog zoveel nood in de wereld is, dat we voorlopig niet
uitgewerkt zijn. Glorie voor God! Hij is dezelfde nu, en wil ook
vandaag voorspoed brengen aan allen, die lijden door de vergaarzucht
van de rijken. God is goed! Ga vandaag in die gezindheid en je zult
ontdekken dat je zeker deze wijsheid in praktijk kunt brengen.
Psalm 50:1-23
26 april [2]
|
50:1 |
De God der
goden, de HERE, spreekt en roept de aarde |
|
50:5 |
Vergadert Mij mijn gunstgenoten, die met Mij het verbond sluiten met offers. |
|
50:6 |
Daar verkondigt
de hemel zijn gerechtigheid, |
|
50:14 |
Offer Gode
lof |
|
50:15 |
roep Mij aan
ten dage der benauwdheid, |
|
50:22 |
Verstaat dit
toch, gij, die God vergeet, |
|
50:23 |
Wie lof offert,
eert Mij, |
God
spreekt en het is er. Hij is er van de vroege morgen als de zon
opgaat, totdat zij nederdaalt. God heerst over het grote
wereldgebeuren. Er is niets dat niet aan God onderworpen is. Hij
spreekt en het is er. Het is dus ontzettend belangrijk, dat wij het
alles van de HERE verwachten, Die troont boven alles. Hij daalt met
zijn liefde en almacht op ons neer. Hij wil dat wij Hem loven en
prijzen. Hij hoeft niets van ons, maar wij hebben alles van Hem
nodig. Hoe zouden we kunnen leven als we het niet van Hem ontvangen
hebben? Dat is de geweldige genade en zegen, dat Hij ons altijd nabij
is. Dat hij ons nooit in de steek laat. Tot Hem kunnen we roepen in
onze benauwdheid en Hij zal naar ons luisteren. Hij laat ons nooit in
de steek.
God is goed en nooit genoeg te prijzen. Daarom mogen
we en moeten we Hem onze geloften betalen. Hem loven en prijzen.
Offer Gode lof, en betaal de Allerhoogste uw geloften. Roep Mij
aan ten dage der benauwdheid. Ik zal u redden en gij zult Mij
eren. Daar gaat het om. We moeten het in de goede volgorde zien.
God hoeft niets van ons. Hij heeft onze offers niet nodig. Want al
het vee en alles wat bestaat, inclusief wijzelf, behoort tot Hem. Wij
moeten alles van Hem verwachten. Dat is het grote geheim, dit is de
grote ontspanning. Wij denken maar dat wij van alles moeten doen, dat
wij God moeten behagen, dat wij ons voor Hem moeten waarmaken. Maar
niets is minder waar. Wij kunnen ons niet eens waar maken, want aan
ons kleeft de zonde tot in al onze vezels. Het is door de genade van
God, Die alles regeert en alles in zijn hand heeft, dat wij kunnen
leven van vergeving op vergeving en van genade op genade. Hoe zouden
we anders kunnen leven? En zo is het en zo gaat het voort. God is
goed! Hij is altijd bij ons. Dat is geweldig.
Als we dat
eenmaal goed tot ons laten doordringen, dan beginnen we veel in de
juiste proporties te zien. Dan worden we ontspannen. Dan zien we onze
tekortkomingen ook in het licht van zijn genade. Want wij kunnen voor
Hem niet bestaan. Als we dan ook nog gaan beseffen, dat Hij ons zo
lief had dat Hij zijn enig geboren Zoon gegeven heeft, opdat een
ieder die in Hem gelooft niet verloren ga maar eeuwig leven hebbe,
dan beseffen we toch dat het een voorrecht is om tot Hem te
behoren. Dan kunnen we Hem wel eeuwig loven en prijzen voor zoveel
liefde. Want wie geeft zijn leven nu voor zijn vrienden? Wie kan
grotere liefde geven dan Hij Die zijn leven geeft voor zijn vrienden.
Dat is toch onvoorstelbaar. Daar ga je toch voor op je knieën.
Zo is God. Dat is zijn grote liefde voor ons. Hij heeft ons eerst
lief gehad. En wij mogen in die liefde gaan zwemmen, ons erin
vermeien. Want Hij trekt ons op. Hij laat ons nooit in de steek. Dat
zegt deze psalm, God onze Schepper. Hij heeft ons bijna goddelijk
gemaakt. We zijn zijn schepsels en het schepsel, de pot zal zich
nooit beroemen tegen de Schepper, de pottenbakker. Heerlijk
Evangelie. Wat een zegen. Wat een genade. O HERE God, dank U wel. Het
is een ontdekkingsreis, die je steeds maar hoger voert, die je
steeds maar dieper verlangen geeft om te schuilen bij Hem. Dank
U wel!
Dan is het vanzelfsprekend dat de goddeloze er slecht
aan toe is. Hij moet zich haasten om zich te bekeren, want anders
loopt het slecht met hem af. Hij slaat de goddelozen. Zij volgen het
bedrog. Ze hebben mooie woorden maar ze volgen de leugenaar en
de zonde en God ziet het allemaal. Hij waarschuwt: Pas op, laat je
niet in met zulke lieden. Wat voor mooie woorden ze ook allemaal
uiten. Het is één en al leugen en dat kun je weten. Pas
op. God maakt het hun duidelijk. Bekeer je dan, want Ik laat niet met
Mij spotten. Opdat Ik u niet verscheure, zonder dat iemand redt.
Daar gaat het om. Wie lof offert, eert Mij, en baant de weg dat Ik
hem Gods heil doe zien. Wie wil dat niet? Kom en doe mee met het
heilsplan van God, dan kom je goed terecht.
Psalm 51:1-21
27 april [2]
|
51:2 |
…toen de profeet Nathan bij hem gekomen was… |
|
51:3 |
Wees mij
genadig, o God, naar uw goedertierenheid, |
|
51:4 |
was mij geheel
van mijn ongerechtigheid, |
|
51:5 |
Want ik ken
mijn overtredingen, |
|
51:7 |
Zie, in
ongerechtigheid ben ik geboren, |
|
51:11 |
Verberg uw
aangezicht voor mijn zonden, |
|
51:12 |
Schep mij een
rein hart, o God, |
|
51:13 |
verwerp mij
niet van uw aangezicht, |
|
51:14 |
hergeef mij de
blijdschap over uw heil, |
|
51:16 |
Red mij van bloedschuld, o God, God mijns heils,… |
|
51:19 |
De offeranden
Gods zijn een verbroken geest; |
|
51:20 |
Doe wèl
aan Sion naar uw welbehagen, |
|
51:21 |
Dan zult Gij behagen hebben in offers naar de eis,… |
Hoe
kan het ooit weer goed komen tussen God en David? Het is toch
verschrikkelijk wat hij gedaan heeft? Het is toch ronduit
gemeen? Wat een lage streek. Wat een misbruik van macht. Jij valt op
de mooie vrouw van een ander en je stuurt haar man naar het front met
de kennelijke bedoeling dat hij sneuvelt. Zet hem voor in de
gevechtslinie. En ja hoor, de man sneuvelt. Voor het oog is er niets
aan de hand. Er is een soldaat gesneuveld. Maar God weet het. David
neemt de mooie vrouw, die hij had begluurd toen ze aan het baden was.
Dat was al een verwerpelijke zonde. Je verlustigt je niet in de vrouw
van een ander. Dan wend je je gezicht af. Of je waarschuwt, dat ze
het niet in het openbaar moet doen. Wie weet hoe vaak hij haar
begluurd heeft? Hoe vaak is het gluureffect in ieder van ons
opgestaan? Hoe vaak komen verkeerde gedachten naar boven als we
een vrouw zien. Jezus zegt dan ook terecht: Wie een vrouw aanziet om
haar te begeren, die pleegt reeds echtbreuk. Echtbreuk begint bij het
begeren. En het begeren zit zo aan de oppervlakte van ieder mens. De
zonde huist in ons sterfelijk lichaam. Ik ellendig mens, wie zou mij
verlossen?
En dan komt de profeet Nathan. Hij vertelt een
verhaal over een rijk man, die zijn arme stadgenoot zijn enige schaap
ontneemt. David roept: Die man is des doods schuldig. Waarop Nathan
zegt: Gij zijt die man. David is des doods schuldig. Het is
verschrikkelijk. Hoe kunnen we vaak schijnheilig zijn, de zonde
in de ander radicaal aanwijzen en afwijzen en veroordelen en er tegen
tekeergaan, maar dan onze eigen zonde, de balk in ons eigen oog,
niet zien of verdoezelen of vergoelijken. De straf is
verschrikkelijk. Het kind sterft. David weent en Bathséba
natuurlijk ook. Zij weet het nu ook. David heeft gezondigd. Samen
staan ze schuldig voor God. Wat een verhaal. En toch wordt David een
man naar Gods hart genoemd. De moordenaar wordt een man naar Gods
hart. Hij had begrepen dat alleen onvoorwaardelijke overgave aan God,
het belijden van je schuld, het verbroken zijn van hart, de weg is
waarlangs God zijn dienstknechten kan gebruiken in zijn dienst. En
wat is David gebruikt in zijn dienst. De grote daden van David zijn
bekend. Of beter de grote daden van God.
Dan dicht David deze
psalm. Het is één lofprijzing op de HERE God. Het is
één erkenning van de barmhartigheid en de genade en de
vergevende liefde van God. Het is geen verdoezelen van de zonde, het
is geen goedkope genade. Het is de erkenning van het rechtvaardig
oordeel van God. David heeft gezondigd. Hij is des doods
schuldig. Het is de diepe erkenning van de schuld en het weten dat er
alleen vergeving is op erkenning van je schuld. De zonde moet
gestraft. Zonder straf geen verzoening. De verzoening is bereikt op
het kruis van Golgotha. Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat
Hij zijn eniggeboren Zoon gezonden heeft, opdat een ieder, die
in Hem gelooft niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe. Dat is het
grote wonder, waaruit David ook is gaan leven. En dan kan God met de
mens op stap. Want we hebben te maken met een grote God. Een God Die
het gehele leven en de hele wereld bestuurt. Wiens ogen de ganse
aarde doorlopen om krachtig bij te staan hen wier hart volkomen naar
Hem uitgaat.
We moeten ons uitstrekken naar God. Het van hem
verwachten. Elke dag weer. Hij laat je nooit in de steek. Het komt
van Hem. Laat je vullen door Hem. Dat heeft David begrepen. Red mij
van de bloedschuld. “Schep mij een rein hart, o God,”
“verwerp mij niet van uw aangezicht, en neem uw heiligen Geest
niet van mij.” Blijf dicht bij mij. Want: “De offeranden
Gods zijn een verbroken geest, een verbroken en verbrijzeld hart
veracht Gij niet, o God.” Ontzondig mij met hysop, dan ben ik
rein, want ik ben in zonde ontvangen en geboren. Wie had gedacht, dat
ik tot zulke zonde in staat zou zijn? Ons hart is arglistig. Maar wat
wij denken voor God te verbergen, dat ligt open en bloot voor Hem.
Daar komen we niet mee klaar. God is goed! God is geweldig! We hebben
niets te vrezen. Als je dat gaat ontdekken en soms door moeite en
pijn heen, dan wil je niet anders dan naar God vluchten. Dan zie je
hoe krachtig de zonde kan zijn in je leven en dan ontdek je de
liefdeskracht van God. Dan wil je alleen maar verder met Hem. Prijs
de HERE! Dank u HERE, voor al uw liefde en trouw. Wat een genade
bewezen aan David. Zo bent U rechtvaardig en barmhartig. U richt ons
op. U geeft ons kracht. U zet ons op onze plaats. U houdt ons vast.
Maak mij een willig instrument voor U. Niets kan mij scheiden
van de liefde van God. Ik kan er wel de hele dag over doorpraten.
Glorie voor zijn Naam!
Psalm 52:1-11
28 april [2]
|
52:5 |
Gij hebt het
kwade lief boven het goede, |
|
52:7 |
Maar God zal u voor eeuwig verbreken,… |
|
52:8 |
Dan zullen de
rechtvaardigen het zien en vrezen, |
|
52:10 |
…ik
vertrouw op Gods goedertierenheid, |
|
52:11 |
Voor altoos zal
ik u loven, |
Doëg
beraamde het kwaad. Wat kunnen de tegenstanders gemeen tegen je
tekeergaan. En wat kunnen ze ook op wraak, leugen en boosheid
zinnen. Het is je niet voor te stellen. Ze verharden zich en willen
tegen alles in gaan wat God doet. Ze haten God. Ze doen het eigenlijk
niet zelf, maar de boze geest, die in hen is, heeft hen te pakken.
Boze geesten zijn de vijanden van God. Die gaan rond als een
briesende leeuw, zoekend wie ze kunnen verslinden. Ze zijn uit op de
dood. Ze hebben het kwade lief boven het goede. Er deugt niets van.
Je moet er voor oppassen, want ze proberen je te pakken. Houd je er
verre van. Want je bent in het gebied van de gevaren. Daar moet je je
niet in begeven. Weg er mee!
Maar, en dan komt het, zoals
steeds. De boze kan tekeergaan, het kan lijken of ze de baas zijn.
Maar God laat het er niet bij zitten. Hier staat dan: “Maar God
zal u voor eeuwig verbreken.” Zo, dat is duidelijke taal. God
zal je uit je huizen slepen. Je kunt wel denken dat je alles
bezit en dat je je gang kunt gaan, maar dan heb je buiten de
rechtvaardige God gerekend, Die afrekent met alle onrechtvaardigheid.
Daar is geen wrikken aan. Dat gaat gebeuren. Ze worden ontworteld uit
het land der levenden. Ze worden eruit gegooid. De rechtvaardigen
zullen het zien en ze zullen er om lachen. Dan zien ze hoe het
werkelijk zit. God zit op de troon. Hij duldt geen
onrechtvaardigheid. Hij jaagt ze weg. Hij maakt korte metten met ze.
Weg van de aardbodem. Naar de poel van vuur. Daar is het geween en
het tandengeknars. Zo gaat het met hen die de zonde liefhebben. Ze
denken dat ze sterk zijn in hun rijkdom, maar hun onheil komt over
datgene waarin ze denken sterk te zijn.
Maar ik vertrouw op
Gods goedertierenheid, altoos en immer. Dat is de weg die we gaan
moeten. We kunnen op God vertrouwen. Daar hoeven we niet aan te
twijfelen en daar moeten we dan ook niet aan twijfelen, want God is
goed. Hij heeft het gedaan. Hij volvoert Zijn plan. Hij laat ons
nooit in de steek. En wat heeft David niet in moeilijkheden gezeten.
Hoe hebben ze geprobeerd zijn leven te nemen. En dan toch zegt hij,
dat hij onvoorwaardelijk op God vertrouwt. Hij verwacht het van
de Naam des HEREN, Die hij verwacht temidden van de
gunstgenoten. Het is ook een verwachting, die je samen mag beleven.
Met alle heiligen, om samen te zien de hoogte, breedte, diepte en
lengte van de almacht, genade en liefde van God. Samen met alle
heiligen! Wat een perspectief. Daar kunnen we ons aan vasthouden voor
tijd en eeuwigheid en dat moeten we dan ook maar doen. Dat geeft een
hoop rust in ons leven. Dan zie je de dingen weer in de juiste
proporties. Dan zijn we hemelburgers en verloste zondaren. Jezus is
Koning. Hij is de HERE der heren. Glorie voor zijn Naam!
Psalm 53:1-7
29 april [2]
|
53:1 |
Voor de koorleider. Op: Mahalath. Een leerdicht van David. |
|
53:2 |
De dwaas zegt
in zijn hart: |
|
53:3 |
God ziet neder
uit de hemel |
|
53:4 |
Allen zijn zij
afgeweken, tezamen ontaard, |
|
53:5 |
Hebben zij dan
geen kennis, die bedrijvers van ongerechtigheid, |
|
53:6 |
Daar
verschrikken zij, |
|
53:7 |
Och, dat uit
Sion Israëls redding daagde! |
Ja,
dan ben je wel een dwaas. De dwaas zegt in zijn hart: Er is geen God.
Dat is de grootste dwaasheid, die je maar kan uiten. Want de hele
schepping laat zien, dat er een Schepper is. God is God. Wat een
dwaasheid om dat te ontkennen. En toch wordt het wereldwijd
ontkent. Wat een hoogmoed om te denken dat het allemaal vanzelf
ontstaan is of dat we het zelf gefabriekt hebben. Hoe komen we erbij?
Te gek voor woorden. Dwaas. God ziet neder uit de hemelen op de
mensenkinderen. Wat moet Hij zijn hoofd schudden. Wat moet het Hem
aan Zijn hart gaan. God is in de hemel en wij zijn op de aarde. God
is hoogverheven in de hemel. Wat een eerbied. Wat een grootsheid.
Niemand kan Gods aangezicht zien en niet sterven. Als de engel
nederdaalt, dan vallen de mensen ter aarde. Een verblindend licht.
Vrees niet! Dat is onze redding. Want Ik ben met je. God ziet de
mensenkinderen. Allen zijn afgeweken, allen zijn ontaard, er is
niemand die goed doet, zelfs niet één. En hoe waar is
dat? We zijn allen in zonde ontvangen en geboren. De zonde kleeft aan
ons. We weten het allemaal. Het is vreselijk. We hebben gezondigd en
derven de heerlijkheid Gods. Vreselijk, wat een ellende en wat
een zonde. God had het zo mooi gemaakt. Hij zag dat het goed was. Hij
zag dat het zeer goed was. En nu kijk eens? De kinderen worden
geboren om na zeventig, tachtig jaar weer te sterven. De dood heerst
in ons sterfelijk lichaam. Zijn we daarvoor door God geschapen om al
weer heel gauw te sterven? Werden we voor de zondvloed nog
achthonderd, negenhonderd jaar, na de zondvloed was het niet meer dan
honderd of iets meer. En vandaag aan de dag mag je al blij zijn als
je tachtig wordt. In grote delen van de wereld ben je al
uitgeschakeld als je vijftig bent.
Hebben zij dan geen kennis,
die bedrijvers van ongerechtigheid, die mijn volk opeten als aten zij
brood. God roepen zij niet aan. Dan gaat het ook mis. Als je God niet
aanroept, die vanuit zijn grote liefde, het meeste lijdt onder het
lijden van de mensheid. Die zijn eigen Zoon niet gespaard heeft, maar
voor ons allen overgeven heeft opdat een ieder die in Hem gelooft,
niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe. Hij wil wonen in ons hart.
Hij zendt de Heilige Geest, opdat Die altijd bij ons kan zijn. God is
goed en niet genoeg te prijzen. Maar het is heel simpel. Als we God
niet aanroepen, dan worden we een prooi van de duivel. En waar de
duivel optreedt, daar is ongerechtigheid. Dat kun je aan je zelf
afmeten. Als de zonde, de ongerechtigheid, de boosheid, de vruchten
van het vlees, de overhand op je krijgen, dan ga je de kant van de
duisternis op. Dan benadeel jezelf en de ander. Dan komt het niet
goed met de liefde. Het is zo simpel, dat je er gewoon aan
voorbijgaat. Het kan in ons denken niet zo simpel lijken. Maar zo
simpel is het. Waar je God niet aanroept, daar komt de duivel in de
plaats. Er is geen midden. Er is geen halfweg. Er is geen grijs
gebied.
Maar God weet het en Hij rekent af met de belager. Het
kan lang duren, het kan kort duren, maar één ding is
zeker: God is rechtvaardig. Hij neemt de zonden niet. Hij komt
met zijn Koninkrijk van recht en gerechtigheid. Hij zal zegevieren.
Het is volbracht. Ik kom spoedig. Waakt dan op, dat die dag je niet
overvalt als een dief in de nacht. Wees waakzaam! En twijfel niet.
Houd je oog gericht op Jezus. Blijf dicht bij Hem. Want je bent
geborgen in Christus, in God, door het bloed van het Lam, dat de
zonde der wereld wegnam. “Och, dat uit Sion Israëls
redding daagde!” Dat kun je verzuchten. Want wat is er een
lijden in de wereld. Wat kan de duivel rondgaan als een briesende
leeuw. Maar Hij komt. Hij komt om de aarde te richten, de wereld in
gerechtigheid. We kunnen juichen en zingen en de HERE loven en
prijzen, want zijn Woord is de waarheid. Hij is de Weg. Hij is een
lamp voor mijn voet en een licht op mijn pad. Ik zal niet struikelen.
Ik mag verblijven in de schuilplaats van de Allerhoogste. God is
goed. Prijs de HERE! Wat een vreugde, wat een zekerheid.
Als
God een keer brengt in het lot van zijn volk, dan zal Jakob juichen,
Israël zich verheugen. We mogen uitzien naar die dag. Dat God
zal komen met al zijn engelen en zijn voeten zal zetten op de
Olijfberg en zijn Koninkrijk gaat vestigen en in de laatste slag bij
Armageddon, een einde maakt aan de legermachten van de boze. Dan
zal de wet uitgaan van Jeruzalem. En op de bellen van de paarden zal
staan; de HERE heilig. Glorie voor zijn Naam! Laten we met
reikhalzend verlangen uitzien naar die dag. Beijvert u daarom des
temeer, broeders, om uw roeping en verkiezing te bevestigen, want als
je dat doet, zal je niet meer struikelen, maar royale toegang krijgen
tot dat eeuwige Koninkrijk van God. Wat een profetie. Wat een
zekerheid. Het gaat gebeuren. Het staat vast. God is goed!
Psalm 54:1-9
30 april [2]
|
54:2 |
Verbergt David zich niet bij ons? |
|
54:3 |
O God, verlos
mij door uw naam, |
|
54:4 |
O God, hoor
mijn gebed, |
|
54:5 |
Want vreemden
staan tegen mij op, |
|
54:6 |
Zie, God is mij
een helper, |
|
54:7 |
Hij zal het
kwaad vergelden aan wie mij benauwen, |
|
54:8 |
Ik zal U
vrijwillig offers brengen, |
|
54:9 |
omdat Hij mij
gered heeft uit alle benauwdheid, |
Kun
je je het voorstellen? Saul zit achter David aan. Hij had het op zijn
leven gemunt. Daar is geen twijfel aan. David is op de vlucht. Als
jaloersheid en haat zich meester van je maakt, dan ben je in staat
tot de meest vreselijke dingen. Dan sta je de ander graag naar
het leven. Hetzij letterlijk, hetzij figuurlijk. Wat worden er
ontzettend veel figuurlijke moorden gepleegd. Ik zou hem dit en ik
zou hem dat wel willen aandoen. En meestal is dat niet veel goeds.
Wat kunnen andere mensen je aandoen? Ze halen het bloed onder je
nagels vandaan. Dat klopt. En dan word je uitgedaagd om ook in die
fout te vervallen. Dat zijn de zogenaamde aanleidende oorzaken
tot ontzettend veel ellende en soms zelfs tot oorlog, ja tot
wereldoorlogen. De zonde, de haat en nijd, is de kanker in de
wereld.
Dan komen de mensen die zeggen dat David zich ophoudt
in hun gebied. Wat gemeen. Ze verraden je. Je bent de klos. Je bent
als opgejaagd wild, je bent als vogelvrij en nu verraden de mensen je
ook nog. Om een wit voetje bij Saul te halen. Om niet in de
moeilijkheden te komen. Wat kun je je daar veel bij voorstellen,
als je denkt aan wat de Joden in de oorlog, maar ook door de eeuwen
heen, is overkomen. Vreselijk. Wat een ellende. Wat een verraad. En
wat een verraad vandaag aan de dag.
David roept tot God. Dat
is ook de enige redding. Dat is ook de enige schuilplaats. Waar
moet je het anders zoeken. God is je redding. Nou, daar blijkt dan
niet veel van in de situatie van David. Saul staat hem naar het leven
en de mensen verraden hem. Noem dat nu maar hulp van God. Het lijkt
eerder dat God hem in de steek gelaten heeft. Waarom laat God dat
toe? Waarom dit en waarom dat? Dat is toch geen werk? Als God echt
liefde is, dan laat Hij mij toch niet zo creperen? En vul het maar
aan. Het is uit het leven gegrepen. Het is verschrikkelijk. Wat moet
God toch ver weg zijn voor David. Hoe vaak betrekken we dat ook
niet op onszelf, als iets ons dwars zit. Wat zijn we toch vreselijk
bekrompen mensen. Wat denken we klein van Gods almacht in onze vaak
tijdelijke en soms langduriger problemen en situaties, die, in feite
gemeten aan de eeuwigheid die voor ons ligt, niet veel inhouden,
al kan het ook heel moeilijk zijn. De geweldenaars staan mij tegen,
want zij houden God niet voor ogen. Keer op keer komt dat terug. Als
je God niet voor ogen houdt, dan gaat het mis. Dan kom je terecht in
de kring der spotters, gewelddienaars, zondaars, bozen,
onrechtvaardigen, enz. Pas op dat je daar ver vandaan blijft.
Maar
David slaat om. Hij komt op juiste koers. Hij weet zeker: God is hem
een Helper. Psalm 23: De HERE is mijn Herder. Zelfs al ga ik door een
dal van diepe duisternis…, Gij zijt bij mij. De HERE is het
Die mij schraagt. Ik wankel. Ik ben in de druk. De vijanden liggen op
de loer. Ze staan mij naar het leven, maar de HERE is het Die mij
schraagt. Dwars door alles heen. Hij zal optreden. Kwaad dat ze mij
aan doen, zal op hun eigen hoofd terechtkomen. Dat is vast en zeker.
Daar hoef je niet aan te twijfelen. Daarom kunnen we de HERE God
altijd loven en prijzen. Zelfs temidden van de grote druk. Dat is het
geheim van de werkelijkheid van het leven met God. Want God is goed.
Hij redt je uit de benauwdheden. Vaak heel letterlijk. En dan zie je
op je vijanden neer. Dan weet je dat God goed is. Soms ook niet
zo letterlijk, maar wel letterlijk in geestelijke zin, dat je ondanks
je moeilijkheden en de dingen die je niet kunt vatten, zeker weet dat
de HERE je Helper, je Goede Herder is.
Dat is het geheim van
een leven met God en in God. Want niets kan je scheiden van de
liefde van God. Als God zijn eigen Zoon niet gepaard heeft in zijn
liefde voor ons, wat kan ons dan nog van Hem scheiden? Dat is het
geheim van de verborgen omgang met God. De vijanden snappen dat niet.
Die denken dat als ze jou een kopje kleiner maken, dat het wel
afgelopen zal zijn, maar niets is minder waar. God is goed! Hij is de
Bron en de Kracht van ons leven in alle omstandigheden van ons leven.
Want het lijden van deze tijd weegt niet op tegen de eeuwigheid die
voor ons ligt. Halleluja.
Psalm 55:1-9
1 mei [2]
|
55:1 |
Voor de koorleider. Bij snarenspel. Een leerdicht van David. |
|
55:2 |
Neem, o God,
mijn gebed ter ore, |
|
55:3 |
…in mijn onrust zwerf ik kreunend rond, |
|
55:4 |
vanwege het
geschreeuw van de vijand, |
|
55:5 |
…verschrikkingen des doods zijn op mij gevallen,… |
|
55:7 |
…zodat
ik zeg: O, had ik vleugelen als een duif, |
|
55:9 |
Ik zou mij
haastig een wijkplaats zoeken |
HERE,
God, wat gaat de vijand tekeer. Wat is er een afval om mij heen. Ik
neem het gebed van uw knecht David over. Ik leef nu zoveel duizenden
jaren later. Uw Woord is niet veranderd. Uw liefde is dezelfde. uw
Woord is vast. Het is tijd- en weerbestendig. Maar de vijand is
gekomen. Die roept nu andere dingen. Die slaat om zich heen om alles
wat van U is, kapot te maken. Ze wijken af van uw Woord. En ze
proberen ons kapot te maken. Ze gaan tekeer alsof wij de grootste
boosdoeners zijn. Maar HERE, uw Woord is de waarheid. Ik wil weg
gaan van al dat boze geschreeuw. Weg van dat gelal. Het is niet om
aan te horen. Hoe durven ze uw Woord te krenken. Hoe durven ze U te
beledigen. Ze vloeken en ze tieren. En ze willen niets met mij te
maken hebben. Maar HERE, God, U bent er en U blijft er. Want uw
Woord is de waarheid. Het is zo waar. Het is zo heerlijk om bij
U te schuilen. Naar mijn eigen vlees te werk gaande, zou ik wel
willen wegvliegen en een veilige woonplaats zoeken, ver van het
geschreeuw en het getier van uw en mijn tegenstanders. Maar met U kan
ik verder. HERE, hoor naar mijn stem. Dank U wel.
Uit het
leven gegrepen. Want als we zien hoe de vijand tekeer kan gaan tegen
het Woord van God, het is onvoorstelbaar. Daar is ook de Bijbel vol
van. Het volk dient God en het valt zo maar weer af. Wat toch
verschrikkelijk. Het lijkt wel of we niet tegen de aanvallen van de
boze bestand zijn. Steeds weer is er afval. En je kunt je vaak niet
eens voorstellen hoe verschrikkelijk dat kan zijn. Het gaat goed en
dan is er de aanvaller, de mensenmoordenaar van de beginne. Daarom is
het ook zo belangrijk om heel dicht bij het Woord van God te
blijven. Dan ben je veilig. Dan zie je het zitten. Dan worden je
gedachten niet verward. HERE, help mij, HERE, help ons om staande te
blijven in deze geestelijke strijd. Dank U, dat U dat ook doet.
Want waar zouden we anders moeten gaan? Alleen bij U is
vergeving. Bij U houden we het vol. Dank U HERE!
Psalm 55:10-24
2 mei [2]
|
55:10 |
Verwar hen,
HERE, verdeel hun spraak. |
|
55:12 |
…verderf is daarbinnen,… |
|
55:14 |
Maar gij zijt
het, een mens – mijns gelijke, |
|
55:15 |
wij, die samen
vertrouwelijke omgang genoten, |
|
55:17 |
Maar ik, ik
roep tot God, |
|
55:18 |
…Hij hoort mijn stem. |
|
55:19 |
Hij verlost mijn ziel in vrede van de strijd tegen mij,… |
|
55:20 |
God hoort en
Hij zal hen vernederen |
|
55:21 |
Hij strekt zijn handen uit tegen hen met wie hij vrede had,… |
|
55:23 |
Werp uw
bekommernis op de HERE, |
|
55:24 |
Maar Gij, o
God, zult hèn doen neerdalen |
We
bidden om verwarring. De tegenstanders denken dat ze hun gang kunnen
gaan. Maar we bidden om verwarring in het kamp van de tegenstander.
God kan verwarring in het leger van de tegenstander zenden. Hoe vaak
is het niet gebeurd in de strijd. Dan greep God in en op
onverklaarbare onmogelijke wijze kwam er verwarring en het leger
ging op de vlucht. Daar moeten we eens een studie over maken. Je zult
versteld staan. Als God ingrijpt, dan is de vijand nergens. Dan
gaan ze op de loop. Ze zijn bang, ze willen almaar de boel van God
kapot te maken. De vreselijkste dingen halen ze uit. Ze schrikken
voor niets terug. Het is vreselijk. Hoe halen ze het in hun hoofd.
Daar moet een stokje voor gestoken worden. Je vraagt je af hoe dat
moet, want wat kun je doen tegen zoveel tegenstand? Tegen zoveel
geweld? Ze doen alsof je er niet bent, alsof je een vuiltje bent, die
ze zo weg kunnen poetsen. Maar niets is minder waar. De HERE is er.
Hij zal ons beschermen. Het allerergste is als je vijand iemand is
met wie je vroeger bent opgetrokken in de vreze des HEREN. En hoe
vaak komt dat niet voor? Dat zijn vaak de felste tegenstanders. Die
proberen je onderuit te halen. Maar dat moeten we niet nemen. Wij
moeten de HERE aanroepen. Want de HERE zal verlossen Wij kunnen tegen
die grote meerderheid niet op. Maar God zal ons redden. Want Hij
heeft er de meeste problemen mee. Hij laat Zijn eer niet roven. Hij
neemt het niet. Dat staat vast en zeker. Hij Die van oudsher
troont!
Als je volhardt in je zonde, als je onbekeerlijk bent,
dan zal Hij straffen. Niet omdat Hij wil straffen, maar omdat jij
onbekeerlijk bent. Dat is vreselijk, te vallen in de handen van de
HERE God. Maar dan moet je ook luisteren naar de roepstem van God.
Hij wil ons helpen. Hij wil ons redden. Hij wil ons alles geven wat
we nodig hebben. Hij biedt het heil aan. Hij trekt ons naar Zich toe.
Glorie voor zijn Naam!
Dus: Werp uw bekommernissen op de HERE,
Hij zal voor je zorgen. Hij zal nimmermeer toelaten, dat de
rechtvaardige wankelt. De mannen van bloed en bedrog zullen vallen,
maar: “Ik echter, vertrouw op U.”
Psalm 56:1-14
3 mei [2]
|
56:1 |
Van David, Een kleinood, toen de Filistijnen te Gath hem gegrepen hadden. |
|
56:2 |
Wees mij genadig, o God, want de mensen vertrappen mij,… |
|
56:4 |
Ten dage dat ik vrees, vertrouw ik op U; |
|
56:5 |
op God, wiens
woord ik prijs. |
|
56:6 |
De gansen dag verminken zij mijn woorden;… |
|
56:7 |
…terwijl zij loeren op mijn leven. |
|
56:8 |
Stort de volken in toorn neder, o God! |
|
56:9 |
Mijn omzwerving
hebt Gij te boek gesteld, |
|
56:10 |
…dit weet ik: dat God met mij is. |
|
56:11 |
Op God, wiens
woord ik prijs, |
|
56:12 |
op God vertrouw
ik, ik vrees niet; |
|
56:13 |
Op mij, o God,
rusten geloften, U toegezegd, |
|
56:14 |
want Gij hebt
mijn leven gered van de dood; |
Je
zult maar in zo’n gevaarlijke situatie zitten. De Filistijnen
hadden David gevangen genomen. Daar kan alleen maar heel veel slechts
uitkomen. Ze loerden op zijn leven. David smeekt ook om genade. Want
hij zit vreselijk in het nauw. Dat kan niet goed gaan. Maar, wat doet
hij? Hij roept in de kerker en prijst de HERE. “Ten dage dat ik
vrees, vertrouw ik op U.” Dat is krachtige taal. Hoe kunnen wij
soms in het nauw zitten en dan roepen we tot de HERE, maar we
vertrouwen niet erg op Hem. We zien het eigenlijk niet zitten. Op God
vertrouw ik, zegt David, ik vrees niet; wat zou vlees mij aandoen?
Niets toch? Dat is duidelijk. David ziet de almacht van God en daar
is niets tegen bestand. Dan kun je in een kerker zitten, maar God is
toch sterker.
God weet alles, de vijand kan verschrikkelijk
tekeergaan. Ze kunnen op je loeren en al je gangen nagaan om je
tegen te werken. Maar de vijanden hebben het al verloren. Want God is
met mij. “Op God, wiens Woord ik prijs.” We mogen gaan
staan op het Woord van God. Dat kan niet stuk. Dat moet je ook doen.
Altijd en overal. We moeten er blij van zijn en worden. Want God
verlaat je nooit. Hij is altijd met je. Je mag in de overwinning
staan. De HERE is groot. Prijs zijn Naam! Hij is er ook nu. In welke
situatie je ook zit. Hij wil je helpen. Hij wil je redden. Prijs de
HERE! Wat kan een mens je dan aandoen?
We hebben de verlossing
in Christus. De profetieën van God zijn ja en amen. En wat een
beloften. Het kan niet stuk. Heerlijk toch? Lofoffers zal ik U
betalen. Want gij hebt mijn leven gered van de dood, zodat ik
voor Gods aangezicht mag wandelen in het licht des levens. Daar
word je toch blij van? Daar zit zo’n enorme bescherming in, dat
je er steeds meer van wilt weten. Daar kan je het elke dag, dus ook
vandaag, mee doen. Lees het nog maar eens. En dan moet je je er niet
tegen verzetten, zo in de trant van, het kan toch niet. Wat moet ik
er mee? Want daar zitten we vol van. Neen, daar moeten we mee leven.
De woorden van God komen naar jou toe. We moeten het neer laten
dalen in onze ziel. Daar valt het op de bodem van je hart. Daar
kan het alleen maar rust brengen. Want ook wij worden aangevallen
door de boze, die steeds maar andere dingen in ons hart wil pompen.
Onrust, leugen en bedrog, opstand. We weten er alles van. Maar
leer van David dat temidden van de grootste nood hij naar God
ging en kon prijzen, omdat God hem daar de kracht voor geeft. En dat
is vandaag nog zo. Alle kracht komt van God, anders kan het toch
niet?
Psalm 57:1-12
4 mei [2]
|
57:1 |
Een kleinood, toen hij voor Saul in de spelonk vluchtte. |
|
57:2 |
Wees mij
genadig, o God, wees mij genadig, |
|
57:4 |
…God zal zijn goedertierenheid en waarheid zenden. |
|
57:5 |
…hun tong een scherp zwaard. |
|
57:6 |
Verhef U boven
de hemelen, o God; |
|
57:7 |
…zij
groeven een kuil voor mijn aangezicht, |
|
57:8 |
Mijn hart is
gerust, o God, mijn hart is gerust; |
|
57:10 |
Ik zal U loven,
o Here, onder de volken, |
|
57:11 |
want hemelhoog
is uw goedertierenheid, |
|
57:12 |
Verhef U boven
de hemelen, o God; |
Je
zult maar moeten vluchten voor Saul, die je steeds op de hielen zit.
Dan heb je je verborgen in een spelonk en dan komt Saul daar ook
binnen. Wat een spanning. Ziet u het voor u. Stil, geen enkel geluid
maken, want anders verraad je je. Dan kost het je je kop. Het is
echt een leven op leven en dood. We kennen allemaal de geschiedenis.
Op dat moment dicht David deze psalm. Het is uit het leven gegrepen.
Hij kent de benauwdheid. Hij kent de dreiging. Maar temidden van
alles looft en prijst hij de HERE God. Hij weet zeker dat Die hem zal
verlossen. Daar pleit hij op. David weet heel goed, dat alleen God de
bescherming tegen de vijand geeft. Hij komt met zijn straf, tegen de
vijand, van boven. Dat was toen, maar dat is vandaag, ook
hier.
David is temidden van alle spanning en gevaar de rust
zelve. Hij laat zich door God opheffen in de hemel. Zijn heerlijkheid
is over de ganse aarde. “Mijn hart is gerust, o God, mijn hart
is gerust; ik wil zingen, ja psalmzingen.” “Ik zal U
loven, o Here, onder de volken, ik zal U psalmzingen onder de natiën;
want hemelhoog is uw goedertierenheid, tot aan de wolken reikt uw
trouw. Verhef U boven de hemelen, o God; Uw heerlijkheid zij over de
ganse aarde.” Wat is het toch een prachtige psalm. Hoe is het
mogelijk temidden van zoveel gevaar dit allemaal te zeggen. Dat is
toch geweldig. Het is toch geweldig om dat te doen. Dat komt niet van
David zelf. Dat komt van boven. Dat is de kracht waaruit wij leven.
Dat is de liefde, de barmhartigheid, de genade, de lankmoedigheid,
de goedertierenheid van God. Hij wil ons de kracht geven om boven
alle verdrukkingen uit je uit te trekken om boven de problemen van
alle dag uit te stijgen, hoe moeilijk die ook kunnen zijn. Dat is
toch geweldig. Dat is het leven met God. Als we op onszelf zien, dan
komt er niets van terecht. Maar als we het van God verwachten, dan
zijn we zalig. Dan hebben we het niet over onze problemen, maar dan
zingen we psalmen. Dat is toch precies het tegenovergestelde van wat
we ons voorstellen. Maar toch is het zo. Dat is God. Hij wil ons
vullen met zijn liefde. Dat is het grote wonder.
Wat kunnen we
toch vaak in de weer zijn, vol met vragen of we het wel goed doen, of
we de wil van God wel kennen, of we wel bij Hem horen, enz. enz. Maar
dat is nu juist het omgekeerde van wat we moeten doen. God is er. Hij
wil ons zegenen. We kunnen het zelf ook helemaal niet. We weten ook
niet waar we heen moeten. We komen onszelf ook steeds weer tegen,
daarom is Hij er. Hij weet de kracht van de zonde. Daarom wil Hij
zijn liefde en kracht uitstorten in onze zwakheid. Heerlijk toch?
David, dank je wel! HERE God, dank U wel, dat U dit wonder in het
leven van David, temidden van de grootst mogelijke moeilijkheden
manifesteert. Een les voor ons allemaal. Daar word je blij van. Dan
zie je het weer zitten. Hoor ik al de psalmzingers om me heen en in
mijn eigen hart? Prijs de HERE!
Psalm 58:1-12
5 mei [2]
|
58:1 |
Verderf niet. Van David. Een kleinood. |
|
58:2 |
Spreekt gij,
goden, inderdaad recht? |
|
58:3 |
Veeleer
bedrijft gij euveldaden in het hart, |
|
58:4 |
De goddelozen
zijn van de geboorte aan afvallig, |
|
58:5 |
Hun venijn is gelijk het venijn van een slang;… |
|
58:7 |
O, God, verbrijzel hun tanden in hun mond,… |
|
58:9 |
…laten zij vergaan als een slak die voortkruipend wegsmelt,… |
|
58:11 |
De
rechtvaardige zal zich verheugen, |
|
58:12 |
En de mensen
zullen zeggen: |
Neen,
natuurlijk niet, de goddeloze doet wat recht is in zijn eigen ogen.
Hij buigt het recht. Zij zijn van de geboorte af afvallig, ze dwalen
van de moederschoot aan. Dat is nogal wat. Dat is een harde
veroordeling. Durven wij dat te zeggen? Zijn wij niet vaak veel te
aardig en vol met compromissen als het gaat om de goddeloze? We weten
dat ze de ene goddeloze daad na de andere doen en toch zijn wij nog
poeslief. Want je moet vooral aardig blijven. En daar gaat het nu
juist om. Wat een ellende richten ze aan. Het is toch vreselijk, wat
de goddelozen aanrichten? Kijk nu eens om je heen wat een
verloedering. Wat een vreselijke wetten in ons land. Wat een
spotternij als het over God gaat. En wij maar aardig zijn. God is het
een gruwel. Hij rekent af met dat venijn. God verbrijzelt de
ongerechtigheid. Daar mogen, moeten we naar uitzien. Dat moeten
we van de HERE smeken. Daar moeten we Hem voor aanlopen in gebed en
verootmoediging. En we moeten daar geen doekjes om winden. We moeten
het aan de kaak stellen. We moeten elkaar opwekken en roepen om er
weerstand aan te bieden. Want voor je het weet is het kwaad ook
je eigen hart en huis binnengeslopen. En dan ben je al gauw
monddood.
De rechtvaardige zal zich verheugen als hij de wraak
van God ziet. Dat is ook grote vreugde als een bolwerk van de boze
geslecht is. Daar mogen we op pleiten. Dan zullen de mensen ook
zeggen, kijk eens de rechtvaardige ontvangt loon, toch is er een
God, Die recht doet op aarde. En daar gaat het om. Het gaat er niet
om dat wij eer behalen voor wat we doen. Maar het gaat om de eer van
God. Die eer wordt gekrenkt. En die krenking begint bij onszelf als
we de boel de boel maar laten. Hoe vaak doen we dat niet? We laten
alles maar gaan. We komen er nauwelijks tegen in verzet. Dat is
verkeerd. Dat moeten we niet nemen. We moeten opstaan en de eer
van God hoog houden. Niet links en niet rechts. Alleen maar Gods naam
hoog houden. En God let op de harten van zijn kinderen of die op Hem
gericht zijn, want dan komt Hij met zijn kracht om die in onze
zwakheid uit te storten en dan zul je nog eens zien wat er kan
gebeuren. De Bijbel staat daar vol van. Daar word je blij van. Dan
zit je nooit in de put, want je weet dat God aan je kant staat. En
met God ben je de meerderheid want niemand is hoger en machtiger dan
God.
Psalm 59:1-18
6 mei [2]
|
59:1 |
…toen Saul zijn huis had laten bewaken om hem te doden. |
|
59:2 |
Red mij van mijn vijanden, o mijn God;… |
|
59:4 |
Want zie, zij loeren op mijn leven;… |
|
59:5 |
…zonder
dat er ongerechtigheid is,… |
|
59:7 |
…zij huilen als honden en lopen de stad rond. |
|
59:9 |
Maar Gij, HERE,
belacht hen, |
|
59:10 |
Mijn sterkte,
op U wil ik acht slaan, |
|
59:11 |
Mijn goedertieren God trede mij tegemoet… |
|
59:14 |
Vernietig hen
in grimmigheid, vernietig hen… |
|
59:17 |
Ik echter
bezing uw sterkte, |
|
59:18 |
Mijn sterkte, U
wil ik psalmzingen; |
Ik
heb het eigenlijk nog nooit zo sterk gezien als nu. Stel je voor je
zit in je huis en de vijanden liggen rondom je huis. Ze staan je naar
het leven. Het ziet er naar uit dat ze je zullen pakken, want wat zal
je doen tegen zo’n overmacht? Zo moet David zich gevoeld hebben
toen Saul in de gaten had waar hij zich schuilhield. En wat doet
David? Hij loopt God aan en roept zijn hulp in. Dat God de goddelozen
maar mag verdelgen. Dat hij hen doet struikelen. Wat doen ze
vreselijke dingen? Ze smaden God. Ze zondigen. David loopt God aan.
Want anders kan hij ook niet doen. Hoe moet hij anders gered worden
dan door de kracht van God? Zo is het toch altijd in ons leven. We
leven uit de kracht en de bescherming van God. Als we dan in de
benauwdheid komen, door wat voor reden dan ook, dan moeten we heel
eenvoudig op de HERE vertrouwen, dat Hij ons beschermt en ons
redt dwars door alles heen. Het kan soms heel anders lopen dan wij
ons voor ogen stellen, maar we zien achteraf altijd dat God een
positieve bedoeling heeft om ons te redden en te beveiligen. Heerlijk
toch? Wat een les kunnen we hieruit leren. En dan gaan we de HERE
psalmzingen.
De vijanden lopen rond de stad. Ze loeren en ze
loeren op zijn leven. Wat doe je dan als je ’s morgens opstaat?
Dan houd je je hart vast wat er nu weer gaat gebeuren. Maar dat doet
David niet. Hij bezingt Gods sterkte en jubelt over de
goedertierenheid van God. “Want Gij waart mij een burcht.”
En over die sterke God wil hij psalmzingen. “Want God is
mijn burcht, mijn goedertieren God.” Heerlijk toch? Daar kun je
mee verder. Dat is Godsvertrouwen. Dat is de werkelijkheid die God je
wil geven. Heerlijk en nog eens heerlijk.
Psalm 60:1-14
7 mei [2]
|
60:2 |
…en Joab op de terugtocht de Edomieten in het Zoutdal had verslagen, twaalfduizend man. |
|
60:3 |
…Gij zijt verbolgen geweest; herstel ons! |
|
60:5 |
Gij hebt uw volk harde dingen doen zien,… |
|
60:6 |
Gij hebt hun die U vrezen, een banier gegeven,… |
|
60:7 |
…Geef overwinning door uw rechterhand en antwoord ons. |
|
60:8 |
God heeft
gesproken in zijn heiligdom. |
|
60:10 |
…op Edom
werp ik mijn schoen, |
|
60:12 |
Zijt Gij het
niet, o God, die ons verstoten hadt; |
|
60:14 |
Met God zullen
wij kloeke daden doen, |
Hier
is het volk in strijd gewikkeld geweest. David heeft ze verslagen.
Hij roept God aan. Het volk heeft kwade dagen gehad. Waarschijnlijk
zijn ze op het verkeerde pad gegaan en is God met de straf gekomen.
Nu zijn ze ten strijde getrokken met David en David heeft de
overwinning behaald. Hij geeft God de eer. God had hen verstoten en
toen ging het mis. Maar nu is God met hen opgetrokken en hebben ze de
overwinning behaald. Weer een les. Zorg dat je in Gods bescherming
blijft, dan gaat het je goed. Dan kan God iets met je doen. Anders
gaat het verkeerd. Dan gaat het niet goed. Dan lukt het niet. God
laat niet met zich spotten. Hij wil ons de overwinning geven, maar we
moeten dan wel in zijn spoor blijven wandelen. Mensenhulp is ijdel.
Het moet Gods hulp zijn. Heerlijk om dat steeds maar weer te
ontdekken. Want we denken zo vaak te menselijk. Alsof we het
zelf allemaal wel redden. Maar zo is het niet. God wil ons helpen.
Hij redt!
En met God zullen we kloeke daden doen, want Hij
zelf zal onze tegenstanders vertreden. Zo zit het, en niet
anders. We moeten dat steeds voor ogen houden. We moeten ons wel
toerusten tot de strijd. Maar dan moeten we het wel van Hem
verwachten. Wat is ook hier weer het Godsvertrouwen van David
groot. Hij ziet het zitten met God. Hij heeft een goede kijk op de
dingen. Daar kunnen we van leren. Dan gaan er dingen gebeuren die we
zelf niet voor mogelijk houden. Maar met God zien we het zitten.
Heerlijk toch? Glorie voor zijn Naam! Dank U HERE! U bent onze Helper
en Redder. Inderdaad, met U doen we kloeke daden omdat U het doet.
Psalm 61:1-9
19 juli [2]
|
61:2 |
Hoor toch, o
God, mijn smeking, |
|
61:3 |
Van het einde
des lands roep ik tot U, |
|
61:4 |
Want Gij zijt
mij een schuilplaats geweest, |
|
61:5 |
…laat mij schuilen, geborgen onder uw vleugelen. |
|
61:7 |
Voeg dagen toe aan de dagen van de koning,… |
|
61:8 |
…moge hij voor altoos tronen voor Gods aangezicht. |
|
61:9 |
Dan wil ik uw
naam voor immer psalmzingen, |
Waar
zou David geweest zijn? Wat zou er gebeurd zijn? Zou Saul achter hem
aan zitten? Hij zit in de druk. Hij bidt. Hij roept tot God. Hij zit
in moeilijkheden. Hij pleit op God. HERE, hoor naar mijn
smeking. HERE, sla acht op mijn gebed. Want Gij zijn mij een
schuilplaats geweest. Ik weet het heel zeker. Zet mij op een
rots en leidt mij uit de moeilijkheden. Laat mij niet in de steek. Ik
weet niet meer hoe het moet. U alleen kunt mij redden. Laat mij toch
voor altoos in uw tent vertoeven. Luister naar mijn geloften. Ik ben
altijd trouw aan U geweest. Luister naar mij. U kunt mij redden. U
bent mijn schuilplaats.
We zien het voor ons. Het is ook
een bede die ons op de lippen kan komen, als we het niet meer zien
zitten. Als tegenslagen ons overvallen. Als het lijkt dat God ver weg
is. Niets is minder waar. Dat weet David ook wel. Want aan de ene
kant roept hij tot God: HERE, hoor toch! Aan de andere kant weet hij
heel zeker dat hij bij God alleen veilig kan schuilen. Hij pleit op
de beloften dat God eens de grote koning op de troon zal bevestigen.
Het is een belofte aan Abraham gedaan. Het is een eeuwigdurende
belofte. Dat weet David en daar pleit hij op. Het kan lijken of er
niets van die belofte uitkomt, maar David weet dat dat niet zo is.
Hij woont bij God en God woont bij hem.
Midden door onze
smekingen heen blijft de eeuwige waarheid staan, dat God God is en
dat Hij nooit genoeg te prijzen is, zelfs niet in de grootste nood.
Maar onze smeking mag zijn of God ons wil redden uit al deze nood.
Want Gij hebt het erfdeel gegeven aan hen die uw Naam vrezen. Het
gaat er dus om, om in alle omstandigheden op God te blijven
vertrouwen. Hij belooft ons het eeuwige leven. Hij laat ons nooit in
de steek. Hij zond de Heilige Geest, de Trooster, om altijd bij ons
te zijn. Om ons te binnen te brengen wat wij moeten spreken als
de nood groot is. Om ons de weg te wijzen, die we moeten gaan. Om ons
te leren, dat het lijden wordt gedragen door het lijden van de
Messias. Zijn lijden is groter dan alles wat ons kan overkomen.
De
schepping zucht en ziet met reikhalzend verlangen uit naar de
openbaarmaking van de zonen Gods. Maar niets kan ons scheiden
van de liefde Gods. Want als God dan zijn eigen Zoon niet gespaard
heeft, maar voor ons allen overgegeven heeft, dan kan ons toch ook
niets meer scheiden van de liefde Gods? Wat zou ons dan kunnen
scheiden? Vul het zelf maar in. Denk er eens over na. Dat kan toch
niet? Hoe is het mogelijk dat de heilige, hoogverheven God zijn Zoon
geeft om te sterven voor mij, nietig mensenkind? Dat kan toch
helemaal niet? Dat is onmogelijk! Zouden wij dat doen? Zouden wij ons
leven willen geven voor die zondige, steeds weer tegen mij
rebellerende mensen? Zouden wij niet allang de boel de boel gelaten
hebben en gezegd hebben: laten ze het zelf maar uitzoeken, ik bemoei
me er niet meer mee? Maar zo niet God! Hij heeft ons zo lief, dat Hij
zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft. Dat is je toch niet voor te
stellen? Zouden wij dan maar niet een toontje lager zingen en God
aanroepen en Hem op onze knieën danken. Omdat Hij zeker het
beste met ons voor heeft en omdat Hij ons dwars door de nood en zelfs
dwars door de dood, vasthoudt en opneemt in zijn eeuwig paradijs, het
Koninkrijk van recht en gerechtigheid, dat met duizelingwekkende
vaart komende is? Glorie voor zijn Naam. Prijs de HERE!
Psalm 62:1-13
20 juli [2]
|
62:2 |
Waarlijk, mijn
ziel keert zich stil tot God, |
|
62:3 |
waarlijk, Hij
is mijn rots en mijn heil, |
|
62:5 |
Waarlijk, zij
beraadslagen |
|
62:8 |
Op God rust
mijn heil en mijn eer, |
|
62:9 |
Vertrouwt op
Hem te allen tijde, o volk, |
|
62:10 |
Waarlijk een
ademtocht zijn de geringen,… |
|
62:11 |
… als
het vermogen aanwast, |
|
62:12 |
…de sterkte is Godes. |
|
62:13 |
Ook de
goedertierenheid, o HERE, is uwe, |
Van
Hem is mijn heil. Waarlijk, Hij is mijn rots en mijn heil. Mijn
sterke rots, mijn schuilplaats is in God. Dat is duidelijke taal. Je
weet waar je moet schuilen. Je weet waar je je heil van kunt
verwachten. Het is in de HERE God, en nergens anders. Je kunt in de
druk zitten. Ze kunnen je achtervolgen. Ze kunnen je naar het
leven staan. Ze kunnen proberen je van een hoogte af te gooien.
Ze kunnen proberen je het leven moeilijk te maken. Het doet er niet
toe. Ik blijf in stilheid de HERE verwachten. Ik vertrouw op de HERE
te allen tijde. Dat is geloofstaal. Dat is zekerheidstaal. Dat is
geen twijfeltaal. Dat is niet heen-en-weer-slinger- taal. Dat is een
vast fundament. Dat is de rots. Daar kun je op bouwen. Daar wankel je
niet. Daar sta je vast. Daar kan het stormen, maar je blijft staande.
En wat kan het stormen! Wat kan het tekeergaan! Wat kan het leven je
tegen zitten. Op vele manier dan ook. Het kan je gezondheid zijn, het
kan je baan zijn, het kunnen andere omstandigheden zijn, het kunnen
je vijanden zijn, vul het maar in. Maar het gaat erom dat je je heil
blijft verwachten van de HERE. Hij laat je niet in de steek. Op
Hem kun je vertrouwen. Het leven met Hem is grote vreugde en
veiligheid en heil. Keer in stilte tot de HERE God. Daar zul je pas
rust vinden, en elders niet. Je kunt de hele wereld afzoeken, maar je
zult alleen terecht kunnen bij God. Heerlijk evangelie. Wat een
zegen. Wat een genade. Daar word je blij van. Daar kun je mee verder.
Glorie voor God.
Om je heen kunnen ze je zegenen met hun mond,
maar van binnen vervloeken ze je. Uit het leven gegrepen. Met de
vroomste woorden kunnen ze je te lijf gaan. Je denkt er heel wat van,
maar ondertussen steken ze een dolk in je rug. Vroomheid en
bedriegerij. De Bijbel, de geschiedenis en het leven zit er vol van.
Keer je daar van af. Doe er zelf niet aan mee. Bezondig je niet.
Ontmasker die leugen. Weersta de vijand. En zoek je heil bij
God, de schuilplaats, de rots. Stort je hart uit voor zijn
aangezicht, want Hij is onze schuilplaats. Het is een ademtocht, dat
we hier zijn. Hij blaast en we zijn er niet meer. Het is zo voorbij.
Laten we ons niets verbeelden. God is goed.
Stel geen ijdele
hoop op de dingen die je niet toebehoren. Alles is van God. Het is
geleend goed. Als je vermogen aanwast, zet dan je hart er niet op.
Maar zet je hart op God en dankt Hem dat je er een tijdje rentmeester
van mag zijn. Je hebt het tweemaal gehoord. God heeft gesproken, stel
je vertrouwen op de HERE God. Blijf daarbij. De sterkte is Godes en
niemand anders. Niets en niemand anders kan de plaats van God
innemen. Dat is ijdelheid en bedrog. Geloof het niet. De
goedertierenheid is van U, o HERE. En Gij zult ieder vergelden
naar zijn werk. Het veiligste is om je vertrouwen op de HERE God te
stellen. Ga je je vertrouwen stellen op mensen en/of geld, dan kom je
verkeerd uit. Want God blaast erin en het is voorbij. Maar het heil
bij de HERE God is voor eeuwig. Prijst de HERE. Dank U wel. Wat een
zegen. Wat een rust temidden van welke strijd dan ook.
Psalm 63:1-12
21 juli [2]
|
63:1 |
…toen hij in de woestijn van Juda was. |
|
63:2 |
O God, Gij zijt
mijn God, U zoek ik, |
|
63:3 |
Zo heb ik U in
het heiligdom aanschouwd, |
|
63:4 |
Want uw
goedertierenheid is beter dan het leven; |
|
63:5 |
Zo wil ik U
prijzen mijn leven lang, |
|
63:6 |
Als met vet en
merg word ik verzadigd, |
|
63:7 |
wanneer ik Uwer
gedenk op mijn legerstede, |
|
63:8 |
Want Gij zijt
mij een hulp geweest, |
|
63:9 |
Mijn ziel is
aan U verkleefd, |
|
63:10 |
Maar wie mijn
leven zoeken te verderven, |
|
63:11 |
Men zal hen
overleveren aan de macht van het zwaard, |
|
63:12 |
Maar de koning
zal zich in God verheugen; |
David
is in de woestijn van Juda. Daar zal hij wel zijn, omdat Saul hem
naar het leven staat. Wat heeft David een psalmen gedicht vanuit de
nood. De nood leert bidden. Je wordt vanzelf naar God toe gedreven,
omdat je eigen mogelijkheden uitgeput zijn. Zolang we het zelf
wel kunnen redden, komt steeds ons eigen geredeneer, ons eigen ik,
onze eigen trots, onze eigen hoogmoed om de hoek kruipen om God weg
te duwen. Wat onteren we God daarmee! Wat moet Hij daarvan een
verdriet hebben. Hij schept ons bijna goddelijk, en wij maar een
beetje om Hem heen proberen te lopen. Wat moet de pot tegen de
pottenbakker zeggen?! Hij heeft ons gemaakt! Wij zijn het leem. Hij
kneedt ons. Wat denken we wel? God geeft de overwinning! God leidt
ons leven. David heeft het geweten. Hij getuigt ervan, ook in deze
psalm. Lees maar mee: Mijn ziel dorst naar U als een hert naar de
waterstromen, in een dorstig land zonder water.
En dan gaat
zijn blik naar het heiligdom. Zijn hart en ogen aanschouwen God, om
zijn sterkte en heerlijkheid te zien. Wat was het een heerlijkheid!
Alles was door God zelf heel precies omschreven. Het was vanuit het
heiligdom dat God met Mozes sprak. God sprak en er was water. God
sprak en de overwinning was daar. God sprak en de zee week
uiteen. God sprak en de muren van Jericho vielen. Enzovoort,
enzovoort, enzovoort. Er komt geen einde aan. En ook vandaag is dat
nog net zo. God spreekt en het is er. En het is het grote geheim om
te blijven in de goedertierenheid van God. Dat is zelfs beter dan het
leven. Want leven doe je eeuwig vanuit de goedertierenheid van God.
Dan wellen de lofzangen op in je hart. Dan word je blij. Dan zie het
zitten, zelfs in de grootste nood als ze je naar het leven staan. God
is goed en nooit genoeg te prijzen. Het is alsof je met het mooiste
verzadigd wordt. Je lippen loven Hem je leven lang. “In de
schaduw van uw vleugelen jubel ik.” Wat kun je daar mooie
liederen op maken. Wat zijn de psalmen geweldig om te zingen. Ze
komen aan in de hemel. Ze vullen je hart met blijdschap en duwen de
donkere plekken weg. Of nog beter: ze reinigen en helen je hart. Daar
hebben we allemaal dringend behoefte aan. God is goed. Hij wil
het goede voor alle mensen. Niemand uitgezonderd. En dat moeten we
proclameren. Glorie voor zijn Naam.
“Mijn ziel is aan U
verkleefd.” Zo moet het zijn. Je wilt niet anders. En als je je
in je eigenwijsheid ervan los wilt maken, dan heb je daar een hele
klus aan, want trek jij maar eens iets dat verkleefd is van elkaar.
Het is net als bij het huwelijk: die twee worden één.
En wat God samengevoegd heeft, scheide de mens niet. Glorie voor zijn
Naam. God is goed. Dank U, HERE. Op deze morgen gaat mijn hart van
vreugde op, om ook dicht bij U te schuilen. Want het is waar. U leest
mij vanmorgen en ik kom onder het beslag van uw Heilige Geest, die
mij vult met blijdschap en liefde. Dank U wel.
Wie proberen de
rechtvaardigen te verdelgen, die zullen slecht uitkomen. Ze komen in
de diepten der aarde. Daar is de poel des verderfs. Daar moet je niet
terecht komen.
Maar wij en de koning zullen zich in God
verheugen; ieder die bij Hem zweert, zal zich beroemen, omdat de mond
der leugensprekers is gestopt. Het kan het omgekeerde lijken voor
onze ogen, maar de werkelijkheid is het leven te zien vanuit Gods
ogen. En God ziet de rechtvaardigen aan, Hij zoekt de ootmoedigen
op. Hij gaat uit van de zaligsprekingen. Hij kwam om te redden en
niet om de macht te vestigen vanuit het aardse gedoe. Daar moeten wij
ook steeds van bekeerd worden. Hij vestigt zijn rijk van recht en
gerechtigheid. “Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat
Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder die in Hem
gelooft niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe.” Glorie
voor zijn Naam! Wie wil nu niet het eeuwige leven uit genade
ontvangen, waar recht en gerechtigheid heerst en waar alle tranen van
je ogen worden afgewist en we eeuwig zullen zingen voor Gods troon?
Psalm 64:1-11
22 juli [2]
|
64:2 |
…behoed mijn leven voor de verschrikking van de vijand;… |
|
64:3 |
…voor het woelen van de bedrijvers der ongerechtigheid, |
|
64:4 |
die hun tongen wetten als een zwaard;… |
|
64:5 |
…plotseling schieten zij op hem, zonder iets te ontzien. |
|
64:6 |
…zij zeggen: wie ziet ze? |
|
64:7 |
Zij zinnen op
euveldaden: |
|
64:8 |
Maar plotseling treft God hen met een pijl; |
|
64:9 |
Hun tong doet hen over zichzelf struikelen;… |
|
64:11 |
De
rechtvaardige zal zich in de HERE verheugen |
Wat
kan de vijand tekeergaan. Wat kunnen ze gemene dingen doen. Als het
kwaad je te pakken heeft, dan ben je niet meer te houden. Want de
vijand van God wil niets anders dan de boel van God kapot maken.
Niets weerhoudt hem om de vreselijkste dingen te doen. En wij, als
kleine door God geschapen kinderen, hebben daar alles mee te
maken. Want de boze heeft het met name op het hart en het leven van
Gods kinderen gemunt. Als je dicht bij God wilt leven, dan kun
je er zeker van zijn dat de boze je probeert aan te vallen. David
weet daar alles van. Hij roept dan ook tot de HERE: “Behoed
mijn leven voor de verschrikking van de vijand… want ze
wetten hun tong als een zwaard.” Ze zinnen op euveldaden. En
plotseling vallen ze je aan. Maar plotseling komt dan God en treft
hen met een pijl. Ze struikelen over hun eigen tong. Daarna is het
afgelopen. Het is gebeurd. God treedt op. Dat staat vast. Ze denken:
God ziet het niet. Maar God ziet het en doorgrondt het. Hij laat hen
struikelen over hun eigen boze plannen. Ze vallen in hun eigen strik.
Het kan kort duren of het kan lang duren, maar dat is de weg van de
onrechtvaardigen. Maar zij die de HERE verwachten schuilen bij Hem.
Zij zullen zich in de HERE verheugen.
Daar ligt weer de nadruk
op de schuilplaats des HEREN. Er is kennelijk gevaar. We worden
kennelijk bedreigd. Waarom moet er anders een schuilplaats zijn? Want
God wil ons beschermen. Hij weet hoe venijnig en gemeen de aanvallen
van de vijand zijn. Die leven zonder God en die beramen de gemeenste
plannen en denken ook nog dat God het niet ziet. Ook wij kunnen dat
soms denken, want hoe is het mogelijk dat God niet ingrijpt bij de
bedrijvers der ongerechtigheid? Wat is er een ongerechtigheid in de
wereld! Het is onvoorstelbaar! Het is verschrikkelijk! Wat een
ellende! Wat een toestand. Je wordt er toch beroerd van. Maar we
moeten oppassen om niet het zicht kwijt te raken op de weg van
God. We mogen net als David het uitschreeuwen tot de HERE, dat Hij
ons uitredt uit de verschrikking van de vijand. Want God wil gebeden
zijn. Hij wil aangeroepen zijn. We mogen Hem aanroepen of Hij ons wil
verbergen voor de raadslag der boosdoeners. En Hij wil de gebeden
verhoren. Soms heel anders dan wij ons voorstellen, maar Hij
heeft het alleen maar gemunt op de redding en de bescherming van ons
hart. Soms gaat dat door kastijding heen. Hij wil ons bijschaven en
ons kneden naar zijn wil. We doen er goed aan om ons onvoorwaardelijk
aan Hem over te geven. Waarom moeten we het Hem moeilijk maken om ons
te kastijden? Een vader kastijdt zijn zoon uit liefde. Maar hij heeft
er geen plezier in. Hij heeft liever dat hij hem gehoorzaamt, want
dan wordt het allemaal wel een beetje gezelliger. Dat moeten we ons
bij elke stap in ons leven voor ogen houden.
Blijf dicht bij
Hem. Blijf in zijn liefde. Schuil bij Hem. Zelfs al gaat het soms
tegen je eigen gevoel in. God is goed. Daar hoef je niet aan te
twijfelen. God redt ons uit de grootste nood. Wat staat de Bijbel
daar niet vol van. God is altijd daar waar de nood is. Zijn Zoon
de HERE Jezus is altijd daar waar mensen in de druk zijn. Hij
kwam om te redden. Hij kwam om de verbrokenen van hart te
ondersteunen. Hij liet de gevangenen vrij. Hij is er voor de weduwe
en de wees. Hij is er voor de armen. Hij laat hen niet in de steek.
Zo kun je op de vuilnisbelt van dit leven de HERE God loven en
prijzen, omdat je dwars door de nood van deze wereld heen ontdekt
hebt, dat God oneindig goed is en met een duizelingwekkende vaart
aanstormt op het eeuwige Koninkrijk van recht en gerechtigheid, waar
vrede en liefde en geluk en blijdschap en alles wat goed is heersen.
Daar proeven we al iets van als we ons leven veilig weten in de
schuilplaats des Allerhoogsten.
Dan kan het onvoorstelbare
gebeuren, dat we midden in de grootste nood en strijd van het leven
toch de onvoorstelbare en ondoorgrondelijke vrede van God in ons
leven ervaren. Hij is dan heel dichtbij. Hij zal ons dan de woorden
te binnen brengen, die we moeten spreken. Als ze Hem vervolgd hebben,
dan moeten we ons niet voorstellen dat wij niet vervolgd zouden
kunnen worden. Dan ontdek je dat het een eer en een voorrecht is om
om Jezus wil in zijn lijden te mogen delen. Dat is een groot
geheim, maar dat is het leven met God en uit God. Want het is zijn
genade en liefde die vanuit zijn heiligdom zo dicht bij ons komt, dat
het woont in ons hart. Het is niet voor te stellen dat die hoge,
heilige God kwam om door zijn Zoon Jezus en de Heilige Geest in ons
hart te wonen?! Dank U, HERE God. Bij U wil
ik schuilen voor altijd. Prijs de HERE.
Psalm 65:1-14
23 juli [2]
|
65:2 |
U komt stilheid
toe, een lofzang, o God in Sion; |
|
65:3 |
Hoorder van het
gebed, |
|
65:4 |
Ongerechtigheden
hadden de overhand over mij; |
|
65:5 |
Welzalig hij,
die Gij verkiest en doet naderen, |
|
65:6 |
Met geduchte
daden antwoordt Gij ons in gerechtigheid, |
|
65:7 |
Gij, die de
bergen vastzet door uw kracht, |
|
65:8 |
die het bruisen
der zeeën doet bedaren, |
|
65:9 |
Daarom vrezen
zij die de einden bewonen |
|
65:10 |
Gij bezoekt het
land en verleent het overvloed, |
|
65:11 |
Gij drenkt zijn
voren, Gij doorvochtigt zijn kluiten, |
|
65:12 |
Gij kroont het
jaar van uw goedheid, |
|
65:13 |
de dreven der
steppe druipen, |
|
65:14 |
de landouwen
zijn bekleed met kudden, |
Ja,
zo is het. De beek Gods is vol water. Daar waar water is, daar geeft
de HERE zijn zegen. Daar groeien de gewassen. Daar is overvloed. De
dreven der steppe druipen, de heuvelen omgorden zich met gejuich. Zo
is het. Alleen als er groei en bloei is, dan zullen we kunnen eten.
De koeien grazen. De aren wuiven. De vruchten rijpen. En wij kunnen
het eten. Maar komt de regen niet, dan is er geen eten. Dan gaan de
planten en de dieren dood. Dan heerst er de dood. En hoe heerst de
dood in de verzengende woestijn! Dat heeft het volk Israël
geweten, toen ze in de woestijn van water omkwamen. Maar God gaf hen
het water. God hield hen in leven. Het komt allemaal van God, want
God doet de zeeën bruisen en bedaren. God doet het gewas groeien
en doet het gewas uitspruiten. Hij heeft het grote wereldgebeuren in
zijn hand.
Het wordt tijd dat we het vanuit God gaan zien en
niet steeds maar weer denken dat we het zelf wel kunnen regelen.
Het allerbelangrijkste is dat we een toontje lager zingen en in
vertrouwen de HERE lofzingen. Hoorder van het gebed, tot U komt al
wat leeft. Ongerechtigheden hadden de overhand op mij, maar Gij
vergeeft ze. Met geduchte daden antwoordt Gij ons in gerechtigheid.
We moeten niet denken dat we het zelf allemaal in de hand hebben. We
doen wel vaak alsof, maar zo is het niet. Daar halen we het oordeel
mee over ons. God laat zijn eer niet roven. Hij lacht en veegt de
vloer met ons aan. Daar waar de liefde Gods wegebt uit je leven, komt
leegheid en ellende. Ook al kun je dan nog zoveel geld en welvaart
hebben, het leven is leeg. Je bent niet meer geborgen in Gods hand,
maar overgeleverd aan de speelbal van de boze. Het is onvoorstelbaar
naïef om te denken, dat wij de bergen vastzetten en de zee
bedaren kunnen. Het is een leugen van de bovenste plank, als de
mensen met hoogverheven stem verkondigen dat het allemaal best goed
komt. Want ze hebben nog niet gesproken of de volgende ramp dient
zich al weer aan. Het is de hoogmoed die de mensen naar het hoofd
stijgt en hen in het oordeel doet belanden. Hoe vaak is de hoogmoed
met kerkelijke vroomheid en eigengereidheid omringd! Het kan
alleen maar goed komen als er onvoorwaardelijke eerbied is voor
het woord van God. En niet andersom. God is goed. God is groot. God
is heilig.
Daarom moeten we steeds weer opnieuw zien, hoe Hij
van boven naar ons toekomt en ons zijn levensregels, zijn geboden ten
leven voorhoudt. Het is met je verstand heel eenvoudig te doorzien
dat de geboden van God goed zijn. Het is dom om eraan voorbij te
gaan. Het is zo simpel en zo eenvoudig, dat we geneigd zijn het
niet te geloven, want we kunnen de simpele dingen niet geloven. En
toch is het zo. Je hoeft er niet voor naar de overkant van de zee om
het te halen. Nee, je hebt de geboden van God in je mond en in je
hart. Het werkt als je het doet. God staat erachter. Het is het
heerlijkst om in die leefregels te blijven en daar je leven mee
te vullen. Glorie voor zijn Naam. Deze psalm staat er vol van. Je
hoeft er niet aan te twijfelen. Wat weer een heerlijk vergezicht.
Prijs de HERE.
Psalm 66:1-20
24 juli [2]
|
66:1 |
Juicht Gode, gij ganse aarde, |
|
66:2 |
psalmzingt de
heerlijkheid van zijn naam; |
|
66:3 |
Zegt tot God: Hoe geducht zijn uw werken;… |
|
66:4 |
De ganse aarde
aanbidde U, |
|
66:5 |
Komt en ziet Gods daden;… |
|
66:6 |
Hij veranderde de zee in het droge,… |
|
66:7 |
…die door zijn sterkte voor eeuwig heerst,… |
|
66:9 |
…en niet toeliet dat onze voet wankelde. |
|
66:10 |
Want Gij hebt ons getoetst, o God,… |
|
66:12 |
maar Gij voerdet ons uit in de overvloed. |
|
66:15 |
Brandoffers van mestkalveren zal ik U brengen,… |
|
66:16 |
Komt,
hoort,… |
|
66:17 |
…of er was een lofzang onder mijn tong. |
|
66:19 |
Voorwaar, God
heeft gehoord, |
|
66:20 |
Geprezen zij
God, die mijn gebed niet afwees, |
De
daden van de HERE God zijn geducht. Kijk toch en je ziet het. Je bent
gewild stekeblind als je het niet wilt zien. Je hebt een
blinddoek voor als je er aan voorbij wilt gaan. De ganse aarde
aanbidde U, en psalmzinge U. Dat is de richting die we moeten gaan.
Want als we de daden zien, dan kunnen we alleen maar onze lof
uiten. Want Hij wil ons zegenen. Hij wil ons in deze aardse tent
vasthouden en redden en beschermen tegen de boze die ons in de
ongerechtigheid wil storten. Pas op. Let op God en laat je niet
verleiden. Hij veranderde toch de zee in het droge. Dat was toch
een machtig wonder. Durf je dan nog te twijfelen aan de macht en de
majesteit van God?
God toetst ons. Hij loutert ons. Soms door
pijn en moeite heen. Want wij zijn zo vaak afgeweken. We gaan zo vaak
onze eigen weg. Maar dat moeten we niet doen. Dan roept God en wil
ons toch weer bij de hand nemen. Hij roept: Bekeer je. Laat je niet
verleiden. Blijf op de weg. Ga met God, dan ga je goed. Pas op de
valkuilen, de verleiding. Hij toetst ons. Hij laat ons soms door
moeilijke wegen gaan om ons in de overvloed te leiden. Want aan
zijn hand komen we in zijn eeuwig Koninkrijk. Dan gaan we zingen en
Hem loven en prijzen. Want Hij heeft ons uitgeleid uit de zonde en
ons gered. Door het bloed van de HERE Jezus, de middelaar tussen God
en de mensen. Dat wil je wel uitbazuinen aan allen die het
willen horen. Je vertelt wat God aan je gedaan heeft. Dat zijn de
grote wonderen in het leven. Het is een wonder. Het komt niet in je
eigen kracht. Het is Gods kracht, die uitgestort wordt in jouw
zwakheid. Je wordt opgericht naar God toe, om bij Hem te schuilen en
vanuit zijn heiligdom Hem te loven en te prijzen. Daar gaat het
steeds maar om in de psalmen van David. Mensen, doe toch niet zo dom
om het van je zelf te verwachten! Mensen, pas toch op dat je niet
meegaat met de zonde en de ongerechtigheid. Je weet toch wat er van
terechtkomt! Je weet toch ook van de geschiedenis van Gods volk? Hoe
zij steeds weer in zonde zijn gevallen en van Gods weg zijn afgeweken
en wat voor ellende er uit is voortgekomen? Blijf dan dicht bij de
geboden van God. Schuil bij Hem. En roep met luide stem tot God in je
benauwdheid. Hij wil je horen. Hij wil je redden. Blijf dicht bij
Hem, dan word je uitgered. Dan laat Hij je niet in de steek. Dan kun
je je blij en veilig voelen in de grootste strijd. Want in Hem word
je onaantastbaar. Je bent dan niet meer van deze wereld, maar in de
andere wereld. Het Koninkrijk der hemelen is al aangebroken in je
leven, hier in je sterfelijk lichaam, dat in een punt des tijd
veranderd wordt in een onsterfelijk lichaam. Dan zullen we altijd bij
Hem zijn.
Dat is ons leven. Dat is pas leven. En dat leven
wordt aan iedereen aangeboden. Niet één
uitgezonderd. Het is de roepstem, die steeds maar klinkt. Kom en maak
haast, want deze dag gaat voorbij. Glorie voor zijn Naam. Stel niet
uit wat je vandaag kunt doen. Vandaag is de dag dat de rest van je
leven begint. Hoe wil je dat doen? Geef je onvoorwaardelijk over
aan de macht van Jezus. Heerlijk evangelie. Wat een aanbod van
genade. Dank U Here Jezus.
Psalm 67:1-8
25 juli [2]
|
67:2 |
God zij ons
genadig en zegene ons, |
|
67:3 |
opdat men op
aarde uw weg kenne, |
|
67:4 |
Dat de volken U
loven, o God; |
|
67:5 |
Dat de natiën
zich verheugen en jubelen, |
|
67:6 |
Dat de volken U
loven, o God, |
|
67:7 |
De aarde gaf
haar gewas, |
|
67:8 |
God zegent
ons, |
Waar
komt het graan vandaan? Hoe groeit het gras? Hoe komen de appels, hoe
de gewassen? Waar komt de groei vandaan? Hoe is het mogelijk dat het
bovenste blaadje in de boom het water krijgt, diep uit de
wortels in de grond? Hoe komt alles tot stand? Het gras verdort, de
bloem valt af, maar toch geeft God die zo’n wonderschone vorm.
Wat een pracht en een praal in de schepping. Ga het maar eens na
hoe het allemaal tot stand komt. Daar kom je niet achter. Je kunt van
alles onderzoeken en verklaringen vinden, maar hoe meer je
onderzoekt, hoe meer je tot de conclusie komt dat het toch allemaal
wel heel mooi en als een wonder in elkaar zit. Dat is geen evolutie.
Dat is een scheppende hand die met de grootst mogelijke precisie en
liefde het zo geschapen heeft dat alles tot zijn recht komt. Hoe
meer men doordringt in de diepten der schepping, hoe meer men
ontdekt, dat er nog veel meer achter zit.
Als de oogst er is
dan kunnen we er van eten. Dan zijn we dankbaar dat er weer een
winter te eten is. Dan slaan we alles in de schuren op. Dan wordt het
verdeeld onder de mensen. Dan zijn we blij dat de oogst er weer is.
De boer zaait, maar God geeft de wasdom. De gelijkenis van de zaaier
en de maaier. God geeft de wasdom. De graankorrel valt in de aarde en
moet sterven, opdat er veel vrucht aan kan komen. Een groter wonder
is er niet. We nemen het als vanzelfsprekend aan, want we weten niet
anders, maar als je er over nadenkt, dan word je stil van het grote
wonder, het grote geheim, dat zich daar in de grond afspeelt. Wat kan
er nu in de grond zijn? Maar de sappen en het vocht en het gehele
proces speelt zich af daar in dat kleine holletje waar de
graankorrel terecht gekomen is. En kijk eens naar het
mosterdzaadje. Het is het kleinste zaadje onder de gewassen en kijk
eens, wat een grote boom komt eruit! Het is je niet voor te
stellen. God is groot. Daar moeten we allemaal van getuigen. Het is
onvoorstelbaar. Daarom komt David tot de blijde uitspraak, dat God
dit wonder en deze genade en dit voedsel laat groeien, opdat de
volken der aarde Hem zullen loven. Het begint bij onszelf. Als
we daaraan denken dan is er niets meer in ons dat niet de HERE,
onze God, wil loven en prijzen. Want we kunnen Hem wel eeuwig
danken en loven en prijzen voor zoveel zorg en liefde. Hij
zegent ons en is ons genadig. Hij doet zijn aanschijn over ons
lichten, opdat de volken zijn weg kennen en tot erkentenis der
waarheid komen. Het is een zegen. Het is Gods genade. Het is
zijn liefde voor de mensen. Hij wil dat alle mensen behouden worden
en tot erkentenis der waarheid komen. En dit is de waarheid: God
richt de volken in rechtmatigheid. Hij haat de zonde. Hij wil dat de
mensen zien dat Hij goed is. Hij straft de zondaren en de
onrechtmatigen. Kijk maar hoe Hij dat doet. Hij zegent de
rechtvaardigen. God zegent ons, opdat de einden der aarde Hem
vrezen. Met deze boodschap van heil kunnen we, nu de oogst
binnen is, Hem loven en prijzen.
Wat een grote kracht zit er
in deze boodschap. Het is een heerlijk evangelie. Want ook bij de
mens is het dat de graankorrel sterft en in de aarde valt en dat God
nieuw leven in ons geeft, opdat wij groeien en bloeien en vrucht
dragen. We mogen opstaan in zijn genade en kracht en ons leven gevuld
weten met zijn kracht en genade. Het is een heerlijk evangelie. Het
is zijn kracht en liefde. God is goed en nooit genoeg te
prijzen. Glorie voor zijn Naam. Prijst de HERE. Wat een dag. Wat een
psalm. Je wordt er blij van.
Psalm 68:1-19
26 juli [2]
|
68:2 |
God staat op,
zijn vijanden worden verstrooid, |
|
68:4 |
Maar de
rechtvaardigen verheugen zich, |
|
68:5 |
Zingt Gode,
psalmzingt zijn naam, |
|
68:6 |
Hij is de vader
der wezen en de rechter der weduwen, |
|
68:7 |
God, die
eenzamen in een huisgezin doet wonen, |
|
68:8 |
O God, toen Gij vóór uw volk uittoogt,… |
|
68:9 |
…beefde de aarde, ook dropen de hemelen… |
|
68:10 |
Een regen van milde gaven storttet Gij uit, o God,… |
|
68:12 |
De Here deed het machtwoord weerklinken;… |
|
68:13 |
De koningen der legerscharen vluchtten, zij vluchtten,… |
|
68:17 |
…waarom
ziet gij afgunstig, gij veeltoppige bergen, |
|
68:18 |
Gods wagens
zijn twee maal tienduizend, |
|
68:19 |
– om daar te wonen, o HERE God. |
Als
God opstaat, dan worden de vijanden verstrooid. God is machtig.
Niemand kan daar tegenop. God spreekt en de bergen wankelen. Hij
is de overwinnaar. Daar hoeven we niet aan te twijfelen. Kijk
eens wat God deed toen Hij sprak in de woestijn. De grootste wonderen
gebeurden. Voedsel was er en het schoeisel aan hun voeten versleet
niet. Veertig jaar lang! Wie heeft daar ooit van gehoord? God sprak
op de Sinaï en Hij is in Jeruzalem komen wonen. De bergen rondom
waren jaloers en het gebergte van Basan met zijn vele toppen.
Maar God koos zich de berg Sion uit om daar te wonen. Om voor eeuwig
daar te zijn. God is goed en nooit genoeg te prijzen. De
rechtvaardigen zullen juichen, nee jubelen, Gode psalmzingen. Ze
zullen Hem loven en danken voor zoveel goedheid. “Baant de weg
voor Hem die door de vlakten rijdt; HERE is zijn naam, juicht dan
voor zijn aangezicht.” Heerlijk evangelie. Wat een vreugde. Wat
een zekerheid. Het druipt van deze psalm af.
De
onrechtvaardigen kunnen tegen je tekeergaan. Maar God is rechter. Hij
doet zijn machtswoord weerklinken en het is afgelopen met de
onrechtvaardigen. Hij verslaat hun legers. En zo zal het gaan.
Hij leidt zijn volk uit de woestijn. Hij laat het wonen in het
door Hem uitverkoren land. Gods wagens zijn duizenden en duizenden.
Daar is geen leger tegen opgewassen. De mensen proberen er van alles
aan te doen om zich tegen God te verzetten, maar het baat niets. Ze
gaan allemaal te gronde. Het kan een tijd lijken, alsof ze de
overhand hebben, maar dat zal niet eeuwig duren. God komt om zijn
Koninkrijk van recht en gerechtigheid te grondvesten. Dat is het
vaste, eeuwige perspectief waar we ons aan mogen en kunnen
vasthouden. Want Hij geeft ons ook de kracht en de genade en de vrede
en de hulp. “Hij is de vader der wezen en de rechter der
weduwen.” Hij is er juist voor hen die zwak zijn. Hij doet de
eenzamen in een huisgezin wonen, Hij leidt gevangenen uit in
voorspoed. Dat is de Messias. Hij kwam voor de verbrokenen van hart,
de armen van geest, de gevangenen, de weduwen en de wezen. Hij redt
hen uit alle nood. Hij doet hen heel dicht en veilig bij Hem
wonen.
Het geheim is dat we dicht bij Hem moeten blijven
wonen. Hij wil in ons hart, in ons leven komen. Hij wil heel dicht
bij ons zijn. Hij is gekomen om ons te redden. Hij had ons lief. Hij
leidt ons uit het diensthuis. En wat was dat niet een groot wonder.
Zo wil Hij ons ook vandaag redden en dichtbij zijn. Het enige dat wij
mogen doen en door genade kunnen doen is om gehoorzaam te zijn aan
zijn roepstem en dicht bij Hem te schuilen. Dan vult Hij ons leven en
ons hart. Dan worden we blij temidden van de grootste stormen en
teleurstellingen. Dan roepen we tot Hem om uitredding en genade.
Want waar moet het anders vandaan komen? Dan weten we zeker, dat Hij
geen stenen voor brood zal geven. Dan ervaren we de vrede Gods die
alle verstand te boven gaat. God is goed. Dank U, HERE, voor zoveel
overweldigende kracht en liefde, die uit deze psalm spreekt. We
zullen hem met volle borst zingen. Het is één van mijn
lievelingspsalmen. Kun je zingen, zing dan mee.
Psalm 68:20-36
27 juli [2]
|
68:20 |
Geprezen zij de
Here. |
|
68:21 |
Die God is ons
een God van uitreddingen, |
|
68:22 |
Waarlijk, God verplettert het hoofd van zijn vijanden,… |
|
68:23 |
Ik breng weder uit de diepten der zee,… |
|
68:25 |
Men ziet uw feeststoet, o God,… |
|
68:27 |
In koren
prijzen zij God, |
|
68:30 |
Vanwege uw
tempel, ter wille van Jeruzalem |
|
68:31 |
…verstrooi de volken die behagen scheppen in strijd. |
|
68:33 |
Gij
koninkrijken der aarde, zingt Gode, |
|
68:34 |
Hem, die door
de aloude hemel der hemelen rijdt. |
|
68:35 |
Geeft Gode
sterkte; |
|
68:36 |
Geducht zijt
Gij, o God, uit uw heiligdom; |
“Geprezen
zij de HERE. Dag aan dag draagt Hij ons; die God is ons heil.”
Hij redt ons uit. Hij laat ons nooit in de steek. Hij is de God van
Israël, de springader Israëls. En dan zal Hij hen ook
uitredden. Dat kan toch niet anders? Hij is het die Israël heeft
laten ontstaan. Hij leidt hen door de tijd heen. Hij heeft hen uit
Egypte uitgeleid. Hij heeft hen doen wonen in het land. Hij heeft
zijn troon voor eeuwig gevestigd. Er zal altijd een afstammeling van
David op de troon van zijn vader David zitten. Daar hoeven we niet
aan te twijfelen. Totdat Silo komt. De lijdende knecht des HEREN van
Jesaja 53. Hij kwam om de zonden te verzoenen en niet alleen voor
zijn volk maar voor die van de gehele wereld. Want zo lief heeft God
de wereld gehad. Het gaat om Israël en de volkeren. Hij zal
alles richten in gerechtigheid. Dat is het grote plan van God. Daar
hoeven we niet aan te twijfelen. God is goed en nooit genoeg te
prijzen. Glorie voor zijn Naam. Prijst de HERE.
Zie je de
overwinningsstoet, de zangers en de reidansen, de vreugde? Zie je ze
dansen als Jezus Jeruzalem binnentrekt? Daar komt de feeststoet. Maar
dat wordt door de tegenstanders tegengehouden. Neen, het kan niet de
Messias zijn. Dat moet een overwinnende Messias zijn, want God zal
toch komen met al zijn engelen om de vijand te verslaan? Daar past
geen lijdende knecht des HEREN in. Zij begrepen niet dat alleen op
schuld en verzoening de overwinning kan worden behaald. Waar
zonde is, daar is schuld en daar moet verzoening en vergeving
plaatsvinden. En niet andersom. God is rechtvaardig en goed. Zie je
ze drommen? Hij brengt zijn volk weer, uit de diepten van de zee.
Waarheen en hoe ze ook onder de volken verspreid zijn. Hij brengt ze
terug. Hij voert ze op een hoge berg. Vanwege Jeruzalem, zijn heilige
berg.
Koningen komen van de volkeren en brengen geschenken. Ze
zullen erkennen dat de HERE God is. En elk jaar zullen ze komen en
het Loofhuttenfeest vieren. Gij koninkrijken der aarde, zingt Gode,
psalmzingt de HERE. Hoor hoe God zijn machtige stem laat klinken.
Verwacht het van Hem. Hij regeert het grote wereldgebeuren. Nu is de
tijd dat Hij komt op de wolken om de wereld te regeren in recht en
gerechtigheid. Om de nieuwe hemel en de nieuwe aarde te grondvesten
waar gerechtigheid heerst. Zijn majesteit is over de volken. Zijn
majesteit is vol van kracht. God is goed en nooit genoeg te prijzen.
Het is een heerlijke zekerheid om bij die God te schuilen. Dan wellen
de psalmen en de lofzangen op in je hart. Dan word je blij. Dan zie
je het zitten. Dan wil je verder gaan. HERE God, dank U wel voor al
uw liefde en trouw. Voor uw grote daden. Voor uw kracht en macht en
majesteit. Help mij om in uw liefde te blijven en mijn dag met uw
macht en majesteit te vullen. Dank U HERE voor alles wat U doet.
Psalm 69:1-13
28 juli [2]
|
69:2 |
Verlos mij, o
God, want het water |
|
69:3 |
…ik ben
gekomen in diepe wateren, |
|
69:4 |
Ik ben moede
door mijn roepen, mijn keel is hees, |
|
69:6 |
O God, gij kent
mijn verdwaasdheid, |
|
69:7 |
Laat om mij niet beschaamd worden wie U verwachten,… |
|
69:8 |
Want om
uwentwil draag ik smaad, |
|
69:10 |
…want de
ijver voor uw huis heeft mij verteerd, |
|
69:12 |
…ik
maakte een rouwgewaad tot mijn kleed, |
David
moet het nu toch wel heel moeilijk hebben. Ze zitten hem op de
hielen. Hij voelt zich gezonken in een diepe put. Hij roept het uit
naar de HERE. Hij heeft er een hese keel van. Maar het lijkt of
niemand hem hoort. Zijn vijanden roepen de grofste dingen naar hem.
Ze luisteren niet naar hem. Ze proberen hem een kopje kleiner te
maken. Waar is nu God die David kan redden? David roept het uit dat
zijn ongerechtigheden vele zijn. Hij roept het uit, dat toch de
rechtvaardigen er niet onder lijden, omdat David zondigt. Hij weet
dat geen mens volmaakt is voor God. Wij allen derven de heerlijkheid
Gods. David is een vreemde geworden onder zijn broeders. De mensen
moeten niets meer van hem hebben. Dat is uit het leven gegrepen. God
wil gebeden zijn. Hij wil dat de mensen Hem aanroepen. Je moet
blijven bidden en volharden. Ook al lijkt het er helemaal niet op.
Want het allerbelangrijkste dat je in je leven kunt doen, is God
zoeken en dicht bij Hem blijven. Daar ben je veilig. God heeft de
touwtjes in handen. We moeten niet denken dat wij het allemaal wel
even zullen regelen. God zit op de troon. En wij, wij moeten Hem
gehoorzamen, waar de weg ook naar toe leidt. Het kan soms zo moeilijk
lijken dat je je afvraagt: Hoe kom ik hier ooit weer uit? David
beseft dat hij om Gods wil de smaad draagt. Er is zonde, dus is er
straf. Soms weten we niet waar we de oorzaak moeten zoeken, als we
het leed en de rampen om ons heen zien. Maar duidelijk is dat
God ons er iets mee wil zeggen. We kunnen wel uitroepen en naar God
schreeuwen om hulp en erbarming, maar de wortel van de zonde ligt in
de mens zelf. En alleen door het bloed van Jezus zullen we daar weer
herstel in kunnen brengen.
De vijanden kunnen nog zo vele
zijn, maar Gods legerscharen overtreffen alles. Daar mogen wij
ons aan vasthouden, ook al is de vijand soms akelig dichtbij.
Dat is onze troost, beide in leven en sterven. De mensen
kunnen over je roddelen in de poort. Dat kan pijn doen, want de
mensen liegen er maar op los. Ze hebben het nergens over, als ze jou
maar kunnen krenken. Om dan nog in rust en vrede dicht bij de HERE te
blijven, valt niet mee. Dan kun je het soms wel uitschreeuwen: God,
waar bent U? Red mij, want mijn belagers zitten me op de hielen.
HERE, red! Dat mag allemaal. God wil gebeden zijn. Hij heeft een open
oor voor de luide smekingen van zijn kinderen. Hij wil ons altijd
helpen ook al lijkt Hij ver weg. Blijf roepen, want Hij hoort.
Psalm 69:14-37
29 juli [2]
|
69:14 |
Maar mijn gebed
is tot U, HERE, |
|
69:15 |
Red mij uit het slijk, opdat ik niet verzinke,… |
|
69:17 |
Antwoord mij, o
HERE, want rijk is uw goedertierenheid, |
|
69:19 |
Nader tot mijn
ziel, bevrijd haar, |
|
69:21 |
De smaad heeft
mij het hart gebroken, |
|
69:22 |
Ja, zij gaven
mij gif tot spijze, |
|
69:24 |
Laten hun ogen
verduisterd worden, zodat zij niet zien, |
|
69:25 |
stort over hen
uw gramschap uit, |
|
69:28 |
Voeg schuld bij
hun schuld, |
|
69:29 |
Laten zij uit
het boek des levens worden uitgedelgd, |
|
69:31 |
Ik zal de naam
van God prijzen met een lied, |
|
69:33 |
De ootmoedigen
zullen het zien, zij zullen zich verheugen; |
|
69:34 |
Want de HERE
hoort naar de armen, |
|
69:35 |
Dat hemel en
aarde Hem loven, |
|
69:36 |
Want God zal
Sion verlossen |
|
69:37 |
het kroost van
zijn knechten zal het beërven, |
Hoe
kan dat nou? De psalm begint in mineur. David heeft het vreselijk
moeilijk. Hij ziet het niet meer zitten. Iedereen spot met hem.
Ze proberen hem te pakken op allerlei manieren. Ze drijven de spot
met hem. Ze geven hem gif, ze troosten hem niet. Hij probeert enige
troost te vinden, maar hij vindt het niet. En nu dit laatste stuk van
de psalm: “ik zal de naam van God prijzen met een lied.”
Dat kan toch niet? Je kunt toch niet zo in de misère zitten en
dan de Naam van God prijzen met een lied, terwijl je keel schor is
van het schreeuwen om hulp tot God die niet antwoordt? Hoe zit
dat dan? David komt vanuit de diepte van zijn ellende naar boven om
de macht en de majesteit van de HERE God te erkennen. Hij weet dat
hij ook de dood verdient. Dat hij niet rechtvaardig is en dat hij
smaad lijdt om zijn eigen zonden. Maar God zal rechtvaardigheid
uitoefenen. De vijanden kunnen nog zo tekeergaan, maar God zal hen
uitdelgen uit zijn boek. Als zij zich niet bekeren, dan komt er niets
terecht van hen. Dan zal God zijn toorn over hen uitstoten, omdat zij
de rechtvaardigen hebben gekweld en de naam van God hebben gelasterd.
Dat staat voor David zo vast als een huis. Dat mag ook voor ons zo
vast staan als een huis. God laat niet met zich spotten en Hij zal
zichzelf de machtige tonen en zijn kinderen redden.
David is
ellendig en in smart, maar in zijn hart weet hij: “uw heil, o
God, bescherme mij.” Dat is het geheim. Je kunt het
ellendig hebben. En wat is er niet een ellende! Het kan zo maar om de
hoek komen. En dan zit je er midden in. Maar het heil van God dat
vast en zeker is, dat beschermt je dwars door alles heen. Als je
temidden van je ellende en je zelfbeklag dan weer opgetrokken wordt
in de schuilplaats van de Allerhoogste, waar je veilig bent en een
deel bent van zijn rijk dat komt, dan besef je weer de werkelijke
werkelijkheid. Dan kun je weer een psalm over je lippen krijgen. Want
midden in de nood is er die diepe intense vrede en rust waar je zelf
versteld van kunt staan. Dat is God die je nooit in de steek laat.
Hij redt je uit. De ootmoedigen zullen het zien en zich verheugen.
Het zijn niet degenen die brallen en hoogmoedig zijn die het rijk in
hun pacht hebben. Als God spreekt, spreekt hij vanuit de liefde voor
de ootmoedigen en de verbrokenen van hart, de weduwen en de wezen,
hen die God nodig hebben. Hij is daar waar het lijden het zwaarst is.
Hij hoort de armen en zijn gevangenen veracht Hij niet. Hij is bij
hen in de gevangenis. Hij geeft hen gedachten van vrede en geluk. Een
wonder, een onmogelijkheid, maar vanuit het hart van God komt de
onoverwinnelijke liefde die alle verstand te boven gaat. Een
werkelijkheid waar tot op de dag van vandaag heel velen van kunnen
getuigen.
Want God zal Sion verlossen en de steden van Juda
bouwen, opdat zij daar wonen en het bezitten. Het kroost van zijn
knechten zal het beërven, en wie zijn Naam liefhebben, zullen
daarin wonen. Glorie voor zijn Naam. God zij geloofd en geprezen. Hij
is er altijd. Hij is onoverwinnelijk. Wat een heerlijke gedachte dat
niets ons kan scheiden van de liefde van God. Prijs de HERE.
Psalm 70:1-6
30 juli [2]
|
70:2 |
O God, haast U
om mij te redden, |
|
70:3 |
Laten beschaamd
en schaamrood worden, |
|
70:4 |
laten zich
omkeren van schaamte, |
|
70:5 |
Laten in U
jubelen en zich verheugen |
|
70:6 |
Ik ben wel
ellendig en arm – |
God
is groot. God is groot. God is groot. Dat moeten we keer op keer
zeggen. Want als we dat maar blijven zeggen en zien, dan zien we de
zaak in de juiste proporties. Want je kunt arm zijn en ellendig,
zoals David hier. En dan mag je het uitroepen om hulp en bevrijding.
Want God is onze grote bevrijder. Hij weet wat goed voor ons is. Zij
die de rechtvaardigen kwellen, die moeten het oordeel ontvangen. Zij
die spotten en je achterna roepen, die je te schande proberen te
maken. En wat kunnen ze dan allemaal uithalen. Maar God zal hen
oordelen. Daar hoeven wij ons niet druk over te maken. Wij moeten ons
druk maken dat, in welke omstandigheden we ook verkeren, we onze blik
op de HERE Jezus gericht houden. Wat heeft Hij niet allemaal
meegemaakt! En hoe was Hij staande gebleven tot in de bittere dood
aan het kruis! Als Hij dat dan voor ons over gehad heeft, wat kan ons
dan scheiden van de liefde van Christus? Zelfs de dood niet. Dat
is het geheim van het leven in Christus. Dat is het geheim van het
leven in de verdrukking. Want ze hebben de HERE Jezus vervolgd,
waarom zullen ze ons dan niet vervolgen? Maar maak je niet bezorgd
tegen de dag van morgen, want elke dag heeft genoeg aan zijn eigen
kwaad. En in de ure der benauwdheid, maak je dan niet bezorgd wat je
moet zeggen, want de HERE Jezus zelf zal je de woorden in de mond
leggen. Dat is een groot wonder. Dat is je niet voor te stellen. Maar
het is waar. Daarom mogen we in Hem jubelen. En dan kunnen we
bestendig zeggen: God is groot! Ik ben wel ellendig en arm – o
God, red mij en help mij. Haast U, o God, vertoef niet. U bent mijn
bevrijder. We mogen erop pleiten. Hoe dan ook.
Wat komt dit
thema ontzettend vaak terug in de Bijbel. Het is ook uit het leven
gegrepen. We komen zoveel lijden tegen in ons leven en in het leven
der mensheid, dat je je afvraagt: Hoe verhoudt zich dat tot de liefde
van God? Maar het geheim is, dat je door de liefde van God juist in
staat bent door dat lijden heen gedragen te worden. Want we zijn
allen onderdeel van dat lijden. We zijn allemaal onderdeel van de
zonde. We hebben allemaal gezondigd en derven de heerlijkheid Gods.
Wij zijn des doods schuldig. Maar Hij heeft onze zonden op Zich
genomen. Wij hebben de dood verdiend, maar Hij heeft de dood en de
verzoening op Zich genomen. Dat is het grote geheim. Zonder Messias
Jezus komen we geen stap verder. Dat is het grote aanbod van genade.
Een heerlijk evangelie. Dat mag je proclameren. Dat mag je van de
daken roepen. Dat gebeurt ook in deze psalm. God is groot. God is
groot. God is groot. Dat moet je bestendig blijven roepen. En Hij
heeft de regie in handen. Hij wil je vasthouden op zijn weg. Hij wil
je uitredden. Hij laat je niet in de steek. Dat is het grote geheim.
Prijs de HERE.
Psalm 71:1-24
31 juli [2]
|
71:1 |
Bij U, o HERE, schuil ik;… |
|
71:3 |
Wees mij tot een rots ter woning,… |
|
71:4 |
O God, bevrijd mij uit de hand van de goddeloze,… |
|
71:6 |
…op U
heb ik gesteund van de moederschoot aan, |
|
71:9 |
Verwerp mij
niet ten tijde des ouderdoms, |
|
71:13 |
Laten beschaamd
worden en vergaan, |
|
71:17 |
O God, gij hebt
mij onderwezen van mijn jeugd aan, |
|
71:18 |
wil mij dan ook
tot mijn ouderdom en grijsheid, |
|
71:20 |
Gij, die mij
vele benauwdheden en rampen hebt doen zien, |
|
71:22 |
Dan zal ook ik U met de harp prijzen,… |
|
71:24 |
Ook zal mijn
tong de ganse dag |
De
Here HERE is mijn verwachting. God heeft de dichter gesteund vanaf de
moederschoot aan. Hij heeft zijn hulp op de HERE gesteld. Zijn leven
lang heeft hij de HERE zijn God gediend. Hij heeft het van Hem
verwacht. Nu vraagt hij ook om bescherming nu hij oud geworden is.
Hij wil tot het einde van zijn leven bij de HERE God blijven. Hij
heeft heel wat ellende en beproeving in zijn leven gezien. Maar
hij smeekt om Gods bescherming, ook voor de rest van zijn leven. Want
hij weet hoe arglistig de tegenstanders zijn om je op hoge leeftijd
nog uit te laten glijden, als je krachten minder worden en je
gedachten misschien iets minder stabiel. God is er ook dan. God
beschermt ook dan. God laat je nooit in de steek. Het is alsof
deze dichter dat ook heel goed weet. Hij wil het alleen bevestigd
hebben. Hij vraagt naar de bekende weg. Hoe vaak doen wij dat niet?
We weten het wel, maar we willen het dan toch graag nog bevestigd
zien. En dat geeft ook niets. Hoe vaak worden de woorden van de
dichter niet weer herhaald. Er is steeds dezelfde vraag om
bevestiging en bemoediging. Dat heb je ook nodig. Zeker als je
behoorlijk in de druk zit. Dan wil je steeds opnieuw bevestigd
hebben, dat het waar is dat de HERE God leeft, dat je niet hoeft te
twijfelen. Dat is het heerlijke leven met God. Wat een genadige en
ontfermende God.
Hij weet dat je krachten in de ouderdom
afnemen. Hij weet hoe erg het is om met de dood geconfronteerd te
worden. Hij weet wat het is om een ziekbed te hebben in de ouderdom.
Hoeveel wordt er in de ouderdom niet geleden? Want de dood is de
laatste prikkel. De dood wordt verzwolgen. En dan zullen we
onvergankelijkheid aandoen. Daar is het wachten op. Dat is onze
bestemming. Dan weet de dichter ook dat, als hij opgetrokken is uit
het dodenrijk, hij dan ook de harp zal bespelen en zal zien de
grootheid en de volmaaktheid van God. Dan zullen zijn lippen jubelen.
Dan zullen we psalmen zingen. Dan zul je de hele dag jubelen. Er komt
geen einde aan. Want rondom de troon van God wordt het eeuwige
Halleluja gezongen. Daar is ons zingen een voorproefje van. Maar
dan zullen we verbijsterd staan van zoveel schoonheid en liefde en
blijdschap. Dan zullen alle tranen van je ogen afgewist worden. Dan
is er geen ziekte en geen dood meer. Dan zul je de machtige daden van
God verkondigen. Heerlijk is zijn Naam.
We komen steeds
weer op hetzelfde terug. Het is onze opdracht om in Gods nabijheid te
blijven, wat ons ook overkomt in dit leven. We moeten niet van het
spoor van Hem afraken. We moeten ons inspannen om bij Hem te blijven
schuilen. We moeten steeds weer ontdekken, dat we nooit uit zijn hand
kunnen vallen. Hij regeert het grote wereldgebeuren. Ze kunnen
wel tegen je tekeergaan, maar Hij is overwinnaar en in Hem ben
je absoluut veilig. Daarom, verheug je, want je leven is verzekerd in
Christus in God. Glorie voor zijn Naam.
Psalm 72:1-20
1 augustus [2]
|
72:1 |
Van Salomo. |
|
72:2 |
Hij richte uw
volk met gerechtigheid, |
|
72:3 |
Mogen voor het
volk de bergen vrede dragen, |
|
72:4 |
Hij verschaffe
recht aan de ellendigen des volks, |
|
72:5 |
Men vreze U,
zolang de zon er is, |
|
72:6 |
Hij zij als de
regen die neerdaalt op het grasland, |
|
72:7 |
In zijn dagen
bloeie de rechtvaardige |
|
72:8 |
Hij heerse van
zee tot zee, |
|
72:10 |
…de
koningen van Scheba en Seba |
|
72:12 |
Voorwaar, hij
zal de arme redden, die om hulp roept, |
|
72:13 |
hij zal zich
ontfermen over de geringe en de arme, |
|
72:15 |
En hij zal leven;… |
|
72:16 |
Een overvloed
van koren zij in het land;… |
|
72:18 |
Geloofd zij de
HERE God, de God van Israël, |
|
72:19 |
En geloofd zij
zijn heerlijke naam voor eeuwig, |
De
koning oefene gerechtigheid. Dat is de opdracht van de koning. Hij
regeert zijn onderdanen. Hij is aller dienaar. Hij moet het voorbeeld
geven. Hij helpt de ellendigen en zij die geen helper hebben. Hij
helpt de armen. Hij wil gevreesd worden. Hij heerst van zee tot
zee en van rivier tot rivier. De koningen brengen hem geschenken. Ze
weten dat de God van Israël met de koning is. Het is God die
regeert. Ze weten dat de God van de koning van Israël een
machtige God is en ze kunnen hem beter te vriend houden dan zich voor
de zoveelste keer aan dat volk te stoten.
En weer komt de arme
naar voren. De koning zal hem helpen. Want de koning duldt geen
armen. Voor iedereen moet er te eten zijn. Daar zijn we samen
verantwoordelijk voor. Hij zal hen van de schatten van Scheba
geven. Wie veel heeft dele het met de arme. Dan worden ze er beiden
beter van. Dat is het geheim. Dan zal er een overvloed zijn aan
oogst. En iedereen kan ervan mee-eten. Daar moet voor gebeden worden.
Er moet een voortdurende lof voor God zijn. Want Hij wil vereerd en
geprezen worden. Daar moeten we dan ook aan meedoen. God is groot. En
nooit genoeg te prijzen.
Wat een heerlijke liederen. Ze zijn
hier op aarde al mooi, laat staan in de hemel. Het gaat allemaal
komen. En het lijkt erop, dat het allemaal dichterbij is dan we
denken. God is goed. Zolang de zon opgaat en hij ondergaat zal de
Naam des HEREN worden geprezen. Dat kan toch heel mooi in de kerken
in ons land. Daar hebben we al een voorpoefje van het hemelse. Wat
kan de zang en de muziek mooi zijn. Je wordt helemaal meegenomen als
er goed gespeeld of gezongen wordt. Het hart van de gemeente
resoneert in de lofzang naar God. Daarom is het woord belangrijk,
maar zeker ook zijn de gezangen en de gesprekken daarover belangrijk.
Alle volkeren zullen gaan ontdekken dat zij te maken hebben met de
God van hemel en aarde.
Wat zullen de booswicht, de lasteraar,
de dief en allen die het van zichzelf verwachten, lelijk op de koffie
komen. De zonde heerst in ons sterfelijk lichaam, maar we mogen op
God vertrouwen. Hij laat ons nooit in de streek. Het is een alsmaar
loven en prijzen van de HERE God, die in het leven van Salomo zo
krachtdadig is opgetreden, maar ook in het leven van de profeten.
HERE, help ons dat onze ogen steeds meer geopend worden voor de
schoonheid en de almacht van U en uw schepping. Dank U wel voor
zoveel liefde voor ons en onze schepping. Ik verkies om te blijven
schuilen in uw gemeenschap.
Psalm 73:1-28
25 augustus [2]
|
73:1 |
Waarlijk, God
is goed voor Israël, |
|
73:3 |
Want ik was
afgunstig op de hoogmoedigen, |
|
73:7 |
…hun
ogen puilen uit van vet, |
|
73:9 |
…ze
zetten een mond op tegen de hemel, |
|
73:12 |
Zie, zo zijn de
goddelozen, |
|
73:16 |
Ik tobde erover om het te begrijpen,… |
|
73:17 |
…totdat
ik in Gods heiligdommen inging, |