Richteren
drs. L.P. Dorenbos
Schreeuw om Leven – Hilversum
Titel:
Richteren
drs. L.P. Dorenbos
Hilversum – Stichting
Schreeuw om Leven
NUR
707
Trefwoorden: bijbel, profetie, israël
©
Stichting Schreeuw om Leven – Hilversum 2005
Ruitersweg
35-37, 1211 KT Hilversum
Tel. 035 624-4352, Fax 035
624-9141
E-mail info@schreeuwomleven.nl
Internet
www.schreeuwomleven.nl
Bijbelcitaten NBG vertaling
1951
Coördinatie Alex
C.F. van Vuuren & Joop B. Buker
Medewerking J.A.G. Delhaas,
Ben Prins
C.F. Putman Cramer
Omslag
en vormgeving Cees Baanvinger, Zoetermeer
Joop B. Buker, Joel
assist, Bloemendaal
In de serie brochures In twee jaar
de Bijbel door volgt
drs.
L.P. Dorenbos het rooster van Schreeuw om Leven
Bijbellezen.
In twee jaar de Bijbel door
In
het kader van het Schreeuw om
Leven Bijbelleesplan:
“In twee jaar de Bijbel door”
geeft drs. L.P. Dorenbos dagelijks in een persoonlijke notitie zijn
gedachten weer tijdens het lezen van het bijbelgedeelte voor die dag
ter bemoediging en als een oproep en een stimulans om te lezen, te
herlezen en te doen wat er staat, zonder de pretentie dat het zou
gaan om een gedegen bijbelstudie.
Mogen de lezers erdoor
gezegend worden.
Inhoudsopgave
|
Voorwoord |
|
|
|
|
|
Richteren |
5 |

Richteren 1:1-36
1 maart [2]
|
1:2 |
…zie, Ik geef het land in zijn macht. |
|
1:19 |
En de HERE was met Juda,… |
|
1:21 |
De Benjaminieten hebben de Jebusieten, de bewoners van Jeruzalem, niet verdreven, zodat de Jebusieten bij de Benjaminieten in Jeruzalem zijn blijven wonen tot op de huidige dag. |
God
had gezegd de bewoners te verdrijven, maar vele bewoners werden niet
verdreven. Ze bleven gewoon onder de Israëlieten wonen. Hier is
sprake van ongehoorzaamheid en toch, ondanks dat, was God met hen.
Hij deed grote wonderen. Hij gaf keer op keer de overwinning. Was er
sprake van gemakzucht? Al met al slaagden de Benjaminieten en
andere stammen er niet in de bevolking te verdrijven.
Was er
sprake van een gebrek aan vertrouwen op de HERE God? Was er sprake
van verslapping? Het niet zo nauw nemen? Het is in ieder geval niet
goed. Als God zegt dat we Hem moeten volgen, laten we dat dan met
heel ons hart doen. Zodra we halfslachtig worden en op één
punt wel nauwgezet zijn maar op een ander niet, dan wordt het
schipperen. Dan moeten we compromissen sluiten. Dan doen we wel wat
goeds, maar toch ook niet helemaal. Dan komen we terecht in onze
eigen afweging, komen de geboden van God in de knel en gaat het al
heel gauw mis. We worden dan een invalspoort voor de boze. Want de
tegenstander van God, de duivel, de mensenmoordenaar van den beginne,
fluistert ons dan in dat het niet zo nauw komt. Dat het zo ook wel
kan. Dat we toch goed bezig zijn en God dienen, maar in werkelijkheid
gaan we in de richting van een minimumgeloof. De gevolgen
blijven niet uit. Israël heeft tot op de huidige dag last van de
volkeren die ze niet uit hun land verdreven hebben. Dat was ook
voorspeld. Ongehoorzaamheid heeft gevolgen tot in verre
geslachten.
Het zijn heidenvolken. Het land is door de
Here God aan de Israël beloofd. De beloften aan Abraham zijn
vast en voor eeuwig. Als je de heidenvolken onder je laat wonen, dan
word je ook beïnvloed door hun goden. De occulte krachten zijn
dan onder je. Hoe vaak zullen we de komende tijd niet lezen dat
Israël de afgoden achterna gaat. Het is toch om moe van te
worden.
De les voor vandaag is heel simpel. Keer je af van
alles wat niet van God is. Wij wonen ook in een land waarin steeds
meer heidenen wonen. En er zijn steeds meer christenen die er een
loopje mee nemen. Dat is gevaarlijk. Daarom is het zo belangrijk
om elke dag dicht bij het Woord van God te leven. God wil ons vandaag
helpen. Lees zijn Woord! Neem het tot je! Er zijn nog vele gedeelten
waar we ons nog nooit in verdiept hebben. Het geheim van de Bijbel
is, dat het de openbaring van God is. Wij laten ons doorlichten door
de Here God. Wij richten ons op Hem. Daarmee word je afgesloten voor
de boze krachten. Het is Gods bescherming door Jezus Christus. En dan
heb je het goed. Dan word je niet meegetrokken in de put van de
afgrond. Prijs de Heer. Wàt een God en wàt een dag.
Halleluja.
Richteren 2:1-3:4
2 maart [2]
|
2:2 |
Doch gij hebt naar mijn stem niet geluisterd. Wat hebt gij gedaan? |
|
2:12 |
Zij verlieten de HERE, de God hunner vaderen, die hen uit het land Egypte geleid had, liepen andere goden achterna uit de goden der volkeren rondom hen, bogen zich daarvoor neer en krenkten de HERE. |
|
2:15 |
Telkens als zij uittrokken, was de hand des HEREN tegen hen ten verderve,… |
|
2:16 |
…dan verwekte de HERE richters, die hen verlosten uit de macht van hun plunderaars. |
Verschrikkelijk,
Jozua is nog maar net dood en het volk gaat de goden van de
omliggende volken al achterna. Reden: ze hebben niet gedaan wat de
HERE zei. Ze moesten de volkeren verdrijven. Dat was een opdracht.
Daarmee werden ze op de proef gesteld. Maar ze vonden het zo wel
goed. Ze lieten de heidenen onder hen wonen. Ze maakten gebruik
van hen door hen herendiensten op te leggen. Lekker gemakkelijk. En
hun afgodendienst namen ze op de koop toe. Ze hadden de wonderen van
God niet meegemaakt. Ze hadden het van horen zeggen. Namen ze
het misschien daarom niet zo nauw?
En wat gebeurt er? God
sloot een verbond met zijn volk. Hij verbreekt het niet. Maar zij
verbreken het. De Engel zegt het heel duidelijk. Als ze dan ten
strijde trekken, dan kunnen ze ook geen hulp van God verwachten. Ze
lijden de nederlaag. En toch, als ze in grote nood zijn, dan stuurt
God richters, die hen verlossen uit de nood. Maar daar gaan ze dan
ook weer tegen tekeer. Het is toch verschrikkelijk. God wil het goede
voor zijn volk, maar wij mensen schijnen steeds, als het even weer
een beetje goed gaat, de verkeerde kant op te gaan!
Wat is de
zuigkracht van de zonde groot. Als het goed gaat, dan willen we God
wel dienen. Maar als het even tegen zit, dan beginnen we gelijk te
klagen. En dan willen we daarvan ook God ook nog de schuld geven.
Waarom dit en waarom dat? Had U niet dit en had U niet dat? Als U God
bent, dan had U het toch kunnen voorkomen. We vergeten dat God er is
om ons te helpen en dat Hij ons nooit in de steek wil laten. Maar dan
moeten wij niet ongehoorzaam zijn en niet weglopen.
Het is
allemaal zo herkenbaar. Hier zien we hoe het volk vastloopt. De
heidenen zijn rondom hen. Zij hebben goden die je tenminste kunt
zien: de Baäls en de Astartes. Daar kun je wat voor doen. Het is
je toch niet voor te stellen. Wat een hoerendienst. Wat een
gruwelijke offers. De Molochdienst, waarbij, om de welvaart te
verhogen, kleine kinderen in de vurige armen van de Moloch worden
geworpen, waarin ze, al gillend, levend verbranden. Daar kan toch
alleen maar de toorn van God over komen?
Richteren 3:5-31
3 maart [2]
|
3:7 |
De Israëlieten deden wat kwaad is in de ogen des HEREN,… |
|
3:8 |
Toen ontbrandde de toorn des HEREN tegen Israël:… |
|
3:9 |
Toen riepen de Israëlieten tot den HERE,… |
|
3:10 |
De Geest des HEREN kwam over hem,… |
|
3:11 |
Toen had het land veertig jaar rust. En Othniël, de zoon van Kenaz, stierf. |
|
3:30 |
Zo werd Moab op die dag vernederd onder de hand van Israël en het land had rust, tachtig jaar. |
De
tijd der Richteren breekt aan. Ze hadden veertig jaar rust, maar dan
gaat het al weer mis. Veertig jaar is ook een hele tijd. Zou
gehoorzaamheid maar veertig jaren kunnen duren? Komt dan de zonde al
weer insluipen? Houden we het als volk dan al voor gezien? Hoe zit
het toch? De duivel is kennelijk wel machtig.
God zegent hen
en drijft grote legers weg, zoals de koning van Mesopotamië.
Othniël verslaat hen. Dat heeft God toch gedaan? Dat kun je toch
wel onthouden? Of vergeten we Gods grote daden dan zo snel? Is
de weerstand tegen de boze dan zo slap? Worden de dijken zo
gemakkelijk doorbroken, dat we de zonde en de vuiligheid dan maar
weer binnen laten komen? Nee toch zeker.
Laten we de bressen
dichten. Laten we de zonde uitbannen. Laten we niet doen wat kwaad is
in de ogen des Heren, maar wat goed is. Laten we – heel
eenvoudig – gehoorzaam zijn. En dat is ook weer heel eenvoudig:
de geboden van God houden. Die zijn goed voor alle mensen. Doen we
dat niet, dan gaat het verkeerd. En wat erger is, dan trekt God zijn
handen van ons af. Hij geeft ons over in de macht van de zonde. Tot
wij het weer uitschreeuwen en onze zonden belijden en ons
verootmoedigen. God blijft niet aan het marchanderen. Je hebt een
eigen keuzemogelijkheid. Hij wil niet straffen. Je weet van te voren
waar je terechtkomt, je moet het zelf dan maar weten. Dan kom je
terecht in de heerschappij van de boze. De machten der duisternis. En
hoe velen zijn daar al niet in? Je moet het altijd heel concreet
toepassen. Wie een ander aanziet met begerige gedachten is al
een echtbreker. Wie de TV aanlaat bij goddeloze programma’s,
die gaat scheef. Wie het niet nauw neemt in de opvoeding, ziet
zijn kinderen afvallen. Enz. Enz.
We weten maar al te goed
waar het verkeerd kan gaan. We zien het hier bij de richters. Na Ehud
hadden ze tachtig jaar rust. Wat een zegen. In onze tijd is dat een
periode vanaf de tijd van onze (over)grootouders tot nu toe. Dat is
ruim een mensengeslacht. Daarna ging het weer mis. Wij leven vandaag.
We hebben het Reveil in de negentiende eeuw gehad en leven nu op de
bodem van de Reveilgolf. We zakken steeds verder af. Laten we de moed
niet opgeven. Laten we weer de bazuin blazen. Het land in. Niet
weglopen. Laten we niet bang zijn. Blijven roepen tot God. Prijs de
Heer.
Richteren 4:1-24
4 maart [2]
|
4:2 |
Toen gaf de HERE hen over in de macht van Jabin, de koning van Kanaän,… |
|
4:4 |
De profetes Debora,… richtte destijds Israël; |
|
4:5 |
zij was gewoon zitting te houden onder de Deborapalm tussen Rama en Beth-El… |
|
4:9 |
Toen stond Debora op en ging met Barak naar Kedes. |
|
4:14 |
Toen zeide Debora tot Barak: Breek op, want dit is de dag, dat de HERE Sisera in uw macht gegeven heeft: is niet de HERE vóór u uitgetogen? |
|
4:17 |
Sisera dan vluchtte te voet naar de tent van Jaël,… |
|
4:22 |
Toen trad hij bij haar binnen en zie, Sisera lag daar dood, met de pin in zijn slaap. |
Het
lijkt wel een repeterende breuk. Ehud is dood en het volk doet weer
wat kwaad is in de ogen des Heren. En de HERE geeft hen over in de
macht van Jabin, de koning van Kanaän. Op ongehoorzaamheid volgt
straf. Het één is een gevolg van het ander. Verlaten we
God, dan gaat het verkeerd in het land. Dan neemt de duisternis het
licht over. Daar kun je de klok op gelijk zetten. Het gaat hier over
het volk van God.
Maar wij, geënt op de stam Israël
en volgelingen van Messias Jezus, hebben dezelfde opdracht. Wij
moeten in het voetspoor van Koning Jezus lopen, dan gaat het goed.
Doen we dat niet, dan gaat het hollend achteruit. De geboden van God
zijn goed voor alle mensen. Het zijn liefdesgeboden waarbij de boze
wordt tegengewerkt en geen plaats gegund, opdat het goed gaat met de
mensen. Hosea 4 zegt: En het wordt: zo priester zo volk. Brengt
de priester niet meer de rechte boodschap, dan verwildert het volk,
dan komt er verwarring. En zo ging het.
Daar is dan Debora de
profetes. Zij roept Barak en die gaat erop uit tegen Sisera. Er komt
verwarring in het sterke leger van Sisera en heel zijn leger wordt
uitgeroeid. God is met Zijn volk. En Jaël slaat hem een pin door
het hoofd. Precies zoals Debora had voorspeld dat Barak door een
vrouw vernederd zou worden. Het leger wordt achtervolgd. De
koning van Kanaän komt in het nauw en wordt verdelgd. Dat is de
God die we dienen. Hij geeft de overwinning. Laten wij in
gehoorzaamheid Hem achterna gaan. Laten we de vijand bestrijden met
de waarheid. De leugen is in de stad, occultisme en afgodendienst.
Het was een hele cultus. Daar kun je je niet mee vermengen. Dat had
God ook keer op keer gezegd. Maar daar zal dan ook in de toekomst
harder aan gewerkt moeten worden!
We moeten dus geen
compromis sluiten met de vijand, ook vandaag niet. Belagers
liggen op de loer. Laten we zonder zonde blijven en wijzen op die ene
weg tot verzoening door het offer van de Here Jezus. Daar moeten we
niet zachtjes over praten, maar het van de daken schreeuwen.
Richteren 5:1-31
5 maart [2]
|
5:7 |
…leiders
ontbraken in Israël, ja, zij ontbraken, |
|
5:12 |
Waak op, waak
op, Debora! |
|
5:31 |
Zo zullen
omkomen al uw vijanden, o HERE! |
Debora
en haar lied, een begrip. In Hebreeën 11 wordt zij met Barak in
de rij van geloofsgetuigen opgenomen. Zij is een krachtige vrouw, een
moeder in Israël. Zij staat op. Het volk is in nood. Zij roept
hen op, zij roept Barak. Nu de overwinning daar is, zingen ze een
lied. Dat zal een groot feest geweest zijn. Wees op je hoede. Zorg
dat je kracht niet verslapt of verloren gaat. Trek erop uit, de
vijand ligt altijd op de loer. Daar kun je zeker van zijn. Wapen je
tegen hem en sluit nimmer een compromis met hem.
En God geeft
de overwinning. Opnieuw is er verwarring in het kamp van de zeer
sterke tegenstander. De Joden weten maar al te goed, dat ze
normaliter niet tegen dit leger op kunnen, die zevenhonderd
gevechtswagens niet eens meegerekend. Het is een harde strijd. We
moeten nooit opgeven. Het kan verloren lijken, maar we zien hier
hoe Gods volk toch overwint.
Er zijn geen leiders in het land
en Debora staat op. Je ziet wat er gebeurd is. De koning van Syrië
is nergens meer en de koning van Kanaän wordt ook verdelgd.
Door een sterke meerderheid? Welnee! Iedereen was ervan overtuigd dat
Sisera niet was te verslaan wegens zijn vele strijdwagens. De
krijgslust van Israël verslapte, zij zorgden alleen nog voor
zichzelf. Waak op, waak op, Debora! Waak op, waak op, Barak! Het is
een zegelied. Het is tijd om achter hen aan te gaan, zij die opstaan
en de naam des Heren aanroepen. Er is nog veel volk in de stad. We
zien het hier. We hebben aanvoerders nodig.
Geef de moed niet
op! Een kleine, maar gelovige en moedige groep kan het hele zaakje in
rep en roer zetten. We zien het hier. Een merkwaardig verhaal,
Sisera, Jaël, een tentpin en God. Geloofd en geprezen zij de
Here God. De vijanden van de HERE komen om, maar die Hem liefhebben,
zijn als de opgaande zon in haar kracht. Zo is het. Als we de
HERE liefhebben, dan zit er groei in, dan wordt het steeds beter,
steeds vuriger, steeds krachtiger. Net als de zon die opkomt. Is dat
niet geweldig? Die God leeft ook vandaag. We staan op. En gaan door.
Debora, dank je wel! Here God, U bent niet veranderd.
Richteren 6:1-24
6 maart [1]
|
6:1 |
Maar de Israëlieten deden wat kwaad is in de ogen des HEREN;… |
|
6:12 |
De HERE is met u, gij dappere held. |
|
6:14 |
Ga heen in deze uw kracht en verlos Israël uit de greep van Midian. Ik zend u immers? |
|
6:22 |
Wee mij, Here HERE! want ik heb de Engel des HEREN gezien van aangezicht tot aangezicht. |
|
6:23 |
Doch de HERE zeide tot hem: Vrede zij u! Vrees niet, gij zult niet sterven. |
Weer
valt het volk in zonde. Weer komen de vijanden. Weer duurt het een
hele tijd, voordat ze de HERE gaan zoeken en aanroepen. Daar
gaat het om. Zolang we gods water over gods akker laten lopen,
het allemaal niet zo nauw nemen en de boel de boel laten op
allerlei gebied, dan hoeft men van ons niet een sterke daadkracht te
verwachten ten goede.
Het volk roept tot God. God
roept Gideon. Een geringe onder het volk, die moet Israël
verlossen. De Here God kiest zijn kinderen uit. Als we door genade
een kind van God zijn geworden, dan is daaraan de opdracht verbonden
om serieus te nemen wat God gesproken heeft. Dan is het belangrijk
dat we de Bijbel lezen en dat we bidden. Hoe kunnen we ooit weten wat
God bedoelt met het profetisch perspectief van zijn schepping, als we
daar geen studie van willen maken? Maar bij veel mensen ligt studeren
heel moeilijk.
Gideon brengt een offer. De Engel des HEREN
raakt het met de punt van zijn staf aan en vuur verteert het offer.
Gideon schrikt. Nu weet hij zeker dat hij met de Engel des Heren
heeft gesproken, en hij verwacht gedood te worden. Maar dan komt de
HERE zelf en zegt: Vrees niet, gij zult niet sterven. Vrede zij u! De
HERE zelf komt om hem sjalom te wensen. Dat is toch geweldig!
De
HERE is dichtbij. Hij woont in ons hart. Wij zijn geborgen in
Christus, in God, en van daaruit leven we. Het is een feest. God kan
ook vandaag grote dingen doen door kleine mensen.
Richteren 6:25-40
7 maart [2]
|
6:25 |
…haal het altaar van Baäl, dat van uw vader is, omver. |
|
6:30 |
Breng uw zoon naar buiten; hij moet sterven,… |
|
6:31 |
Indien hij een god is, laat hij voor zichzelf strijden,… |
|
6:34 |
Toen vervulde de Geest des HEREN Gideon: hij blies op de hoorn… |
|
6:37 |
…zie, ik leg een vlies wol op de dorsvloer;… |
|
6:38 |
…hij perste dauw uit het vlies, een schaal vol water. |
|
6:40 |
…alleen het vlies was droog,… |
Wat
een verhaal. Je vader heeft een beeld van Baäl in de tuin. En
jij moet het neerhalen. En Gideon deed het. Hij maakte er een altaar
voor de HERE van. Hij offerde de stier, zoals God hem opgedragen had.
De dorpelingen wilden hem doden, maar zijn vader zei: Als Baäl
een god is, laat hij voor zichzelf strijden.
Dan komt de
vijand om hen aan te vallen. Gideon blaast de hoorn. Hij verzamelt
het volk. Op ten strijde. De vijanden verslaan. Hij vraagt God om een
teken en hij legt een vlies wol neer. Tot twee keer toe. Hij
ontvangt het teken, zelfs twee keer. Nu weet Gideon het. Hij wist het
al want God had het hem gezegd. Maar dit zijn de bevestigingen. God
wil ons graag bevestigen in wat we al weten. We weten heel goed, dat
we zonde uit ons leven moeten bannen. Hij wil dat we in
gehoorzaamheid leven. Daar hoeven we eigenlijk geen bevestiging
van te ontvangen, dat is zo duidelijk. Maar toch, God is genadig
en bepaalt ons er steeds weer bij dat we in het rechte spoor moeten
blijven.
Als we om ons heen zien, dan weten we het. Hij geeft
rampen in de samenleving om ons erbij te bepalen dat de zonde
weggedaan moet worden uit ons leven, uit de samenleving. Dat we
op behoren te gaan staan en zijn Naam groot maken. Te beginnen in ons
eigen huis. Daarom, geef de moed niet op. Getuig steeds opnieuw van
de liefde van Jezus. Maak zijn Naam groot. O Here, help mij dat
vandaag te doen. Help het uw kinderen in de kerken te doen. HERE, U
regeert het grote wereldgebeuren.
Richteren 7:1-25
8 maart [2]
|
7:2 |
…anders zou Israël zich tegen Mij kunnen beroemen, zeggende: mijn eigen hand heeft mij verlost. |
|
7:3 |
Wie bang is en beeft, kere terug en sluipe weg. |
|
7:6 |
Het getal nu van hen die slurpten met de hand aan de mond, bedroeg driehonderd man,… |
|
7:15 |
Zodra Gideon het verhaal van de droom en de uitlegging daarvan gehoord had, boog hij zich in aanbidding neder;… |
|
7:16 |
…gaf hun allen horens en ledige kruiken in de hand met fakkels binnen in de kruiken. |
|
7:18 |
Voor de HERE en voor Gideon! |
|
7:20 |
Zo bliezen de drie groepen op de horens, braken de kruiken stuk en hielden in de linkerhand de fakkels en in de rechterhand de horens om te blazen… |
Een
overbekende geschiedenis. Een wonder. De HERE grijpt in. Hij heeft de
regie en wil ook de regie houden. Weg met al die mensen. De reden? Ze
zouden zich eens tegen de HERE kunnen beroemen en denken dat ze
het in eigen kracht hebben gedaan. De HERE kent zijn pappenheimers.
Hij weet dat het eigen ik meteen op de voorgrond zit. Uit het leven
gegrepen. We herkennen ons daar allemaal in. Wij in het
verrationaliseerde westen zitten daar vol van. Voordat God aan het
woord komt, hebben wij weet-ik-niet-wat geredeneerd. En o ja,
natuurlijk mag God ook een woordje meespreken. God heeft en houdt de
regie.
Als Gideon de droom hoort van de koek, komt hij onder
de indruk. Hij valt op zijn knieën in aanbidding. Wat een God.
God overweldigt hem. En zo is het. Als we maar steeds opmerkzaam
zijn, komt God ons tegemoet. Maar we zijn vaak zo dom, dat we onze
ogen en oren sluiten voor de directe nabijheid van God. Hij is er
altijd. Hij houdt ons leven in de hand. In moeilijke en niet
moeilijke tijden. Dit voorbeeld is het bewijs. We moeten er wel
wat voor doen. Laten we ons inzetten. En niet bang zijn om de
vijand te bestrijden. Maar dan wel in zijn kracht. Hij doet het.
Dat
mogen we best met strategie doen. Is het niet geweldig om ze met list
te vangen? Driehonderd man in drie groepen. Een kruik, een fakkel en
horens. En de roep is: Voor de HERE en voor Gideon! Het gaat om de
HERE. Fantastisch! En dan komt er verwarring. De vijanden
slachten elkaar af. Gaan op de vlucht. De HERE heeft het gedaan.
Prijs de HERE! Vandaag is het nog precies zo. De HERE moet het
doen. Hij vraagt moedige strijders. Hij kan verlossen met een
minderheid van dappere helden. Niet beven en niet bang zijn. Op de
HERE vertrouwen! Je wordt er toch enthousiast van dat we zo’n
God hebben?
Wij mogen verder kijken, want we leven verder
in de tijd. Koning Jezus is al op zijn overwinnende victorietocht om
ons te brengen in dat eeuwige rijk van recht en gerechtigheid. Het
kan niet stuk. Het is fantastisch. Wat een zegen. Wat een vreugde.
Wat een God. Dank U Heer!
Richteren 8:1-35
9 maart [2]
|
8:7 |
…uw lichamen met woestijndorens en distels dorsen. |
|
8:9 |
Wanneer ik behouden terugkeer, zal ik deze toren afbreken. |
|
8:23 |
Ik zal over u niet heersen, en ook mijn zoon zal over u niet heersen, de HERE zal over u heersen. |
|
8:27 |
Gideon dan maakte daarvan een efod… hij werd voor Gideon en zijn huis tot een valstrik. |
|
8:28 |
…toen had het land ten tijde van Gideon veertig jaar rust. |
|
8:33 |
En nadat Gideon gestorven was, gingen de Israëlieten opnieuw overspelig de Baäls nalopen en dachten niet aan de HERE, hun God,… |
Wat
een ondankbaarheid! De driehonderd mannen van Gideon waren vermoeid.
En dan wordt hun brood geweigerd. Gideon spreekt een vloek over hen
uit. Laten wij daar de les uit trekken, dat we de strijders in de
dienst van de HERE van leeftocht voorzien. Daar moeten ze zich niet
druk over hoeven maken. Maar hoe vaak laten we ze met een kleine gift
tobben? Pas op! De HERE ziet het.
God doet grote dingen. Meer
dan honderdduizend man verslagen en de rest van het leger gaat er ook
aan, en dat met slechts driehonderd man. Waarin een klein leger,
vertrouwend op de Heer, sterk kan zijn. Driehonderd is een mooi
getal. Waarom driehonderd? Drie maal honderd. Vader, Zoon en Heilige
Geest. Drie is een heilig getal. Waar twee of drie in mijn Naam,
enz.
Heerlijk om te weten dat niet de meerderheid bepalend is,
maar God met zijn uitverkoren knechten. Hij staat aan het hoofd. Hij
voert zijn zegetocht door de velden. Hij verzoende onze zonden. En
niet alleen van ons, maar die van de gehele wereld. De wereld ligt
verloren in schuld. Maar het aanbod van genade is wereldwijd. Ieder
is geroepen om dat aanbod voor niets en uit genade aan te nemen.
Wat
een evangelisatiekracht! Daar word je toch enthousiast van. Daar ga
je mee aan de slag. Daar ga je de dwaalleraars mee te lijf. Het is
geestelijke oorlogsvoering. We moeten wel aan de slag. Here,
help ook vandaag. Dank U dat U het doet. En oppassen! Niet onszelf op
de borst slaan.
Gideon verzamelt goud. Is al gevaarlijk.
Waarom al dat goud? Dat hadden ze genoeg. Want de Ismaëlieten
droegen gouden ringen, staat er zo fijntjes. Die geeft men aan
Gideon. Hij maakt er een efod van. Dit werd hem tot een valstrik.
Geen wonder. Als je ergens anders je hart op zet dan op God alleen,
dan is dat een valstrik. Dat kennen we toch ook? Waar zit ons hart?
Ons hart op Jezus zetten, dan gaat het goed. Gaan we daarnaast, dan
zitten we zomaar verkeerd. Hoe vaak zitten we niet verkeerd? O
Here, help!
Wat gebeurt er later als Gideon sterft? Hij
is nog maar nauwelijks dood, of het volk gaat de Baäl achterna.
Wat een tragiek. Ze vergaten wat God in zijn grote daden voor hen
gedaan had. Houdt geloof dan maar veertig jaar stand? Ze hadden toch
veertig jaar rust gehad en meteen gaat het weer verkeerd. Hoe is het
mogelijk dat God nog geduld heeft met zo’n ondankbaar volk? Hij
doet alles voor ze en zij laten de boel de boel. Ze verdienen alleen
maar het oordeel.
We hebben met een geweldig genadige God
te maken, maar we worden tevens opgeroepen om Hem te volgen. Hij is
rechtvaardig. We mogen met God geen loopje nemen. Daarom: weg met
onze afgoden. Onze ik-gerichte plannen. Terug naar God. En daar
kun je elk moment van de dag mee beginnen. Het heeft geen einde.
Prijs de Heer!
Richteren 9:1-33
10 maart [2]
|
9:4 |
…huurde daarmee lichtzinnige en vermetele mannen,… |
|
9:5 |
…doodde hij zijn broeders,… zeventig man, op één steen. Maar Jotham… bleef gespaard, want hij had zich verborgen. |
|
9:8 |
Eens begaven de bomen zich… |
|
9:9 |
Maar de olijfboom… |
|
9:11 |
Maar de vijgenboom… |
|
9:13 |
Maar de wijnstok… |
|
9:14 |
Toen zeiden al de bomen tot den doornstruik… |
|
9:24 |
…het vergieten van hun bloed, vergelding zou vinden,… |
De
Baäls werden gediend. Afgoderij. Was dat de bedoeling van
Gideon? Vreselijk. God doet grote wonderen en het volgende
geslacht gaat de Baäls achterna. Wat een afschuwelijke
vijand. Het gaat allemaal om de Messias. Die moest geboren worden uit
het Joodse volk. De boze, de vijand, de satan, zal steeds proberen
dit volk uit de lijn van God te krijgen, vaak door het te richten op
afgoderij.
Dan vermoordt Abimélech zijn zeventig
broers. Wat een snode list. Wat gemeen. Jotham vlucht. En
spreekt de gelijkenis van de bomen. Ze komen bij de doornstruik uit
als ze het over Abimelech hebben. Jotham stelt het kwaad aan de kaak.
Hij praat er niet omheen. Maar dan vlucht hij. Want nu staat zijn
leven op het spel. Maar drie jaar later grijpt God in. Hij neemt
het niet langer. De bloedschuld wordt gewroken. Sichem staat op. Er
volgt een reeks verwikkelingen met als resultaat dat Abimélech
gaat aanvallen.
Het lijkt allemaal strategisch en menselijk
bekeken, maar erachter zit de Here God. Die regeert het grote
wereldgebeuren. Hij volvoert zijn plan en duldt geen ongerechtigheid.
Hij voert zijn hemelse legerscharen aan en gebruikt daarvoor Zijn
Woord en Geest. Daarom is het zo belangrijk dat we leven vanuit
de wetenschap dat God regeert. Hij ziet het allemaal. De boze wordt
in toom gehouden. Hij gaat rond als een briesende leeuw, maar God
regeert.
Wij worden allemaal opgeroepen om heilig en
onberispelijk te leven. Als we verkeerd uitkomen, moeten we niet doen
alsof God de schuld is van alles wat verkeerd gaat. Wij zondigen
immers. Dan kunnen we ook verwachten dat het fout gaat. Daarom is de
oproep: stel het kwaad aan de kaak en leef zelf rein en
onberispelijk. En val je in zonde, belijd dat en schuil dicht bij
God. Dat is de veiligste plaats.
Richteren 9:34-10:5
11 maart [2]
|
9:49 |
Zo stierven ook al de inwoners van Sichem-Toren, ongeveer duizend mannen en vrouwen. |
|
9:53 |
Toen wierp een vrouw een bovenste molensteen op het hoofd van Abimélech en verbrijzelde hem de schedel. |
|
9:56 |
Zo heeft God het kwaad vergolden,… |
Wat
een gebeuren. Abimélech gaat de strijd aan en doodt de
inwoners van Sichem. Dat was een volk dat God haatte. God rekent door
Abimélech met hen af. Maar dan, aan het einde, rekent God met
Abimélech af, zoals Jotham had geprofeteerd. Een vrouw gooit
een molensteen die zijn hoofd verbrijzelt. Je zou zeggen: een
incident. Wie had dat kunnen bedenken? Dat is toch toevallig?
Dat heeft toch niets te maken met Gods plan? Maar niets is minder
waar. Het was Gods bedoeling om met Abimélech af te rekenen.
Want hij had zijn zeventig broers gedood. Dat was een gruwel in Gods
ogen. Onrecht kan geen stand houden. God komt met zijn oordeel. Het
gaat op zijn wijze. God regeert. Het gaat er dus om om te blijven in
het voetspoor des HEREN. Dan gaat het goed. Daar komt het steeds weer
op terug. We moeten daar niet te ingewikkeld over doen. De geboden
van God zijn goed voor alle mensen. Dat is eigenlijk heel logisch.
Want het is goed om God te dienen. Het is waar. Het is waar. Wat een
geweldige God hebben we. God ziet alles en wil ons zegenen. Ons
dicht bij Hem houden. We moeten niet links en niet rechts gaan. Mozes
gaf al de geboden. Je kunt ze niet genoeg lezen. Ik denk aan
Deuteronomium 30. Kies dan het leven. Dat gold toen, dat
geldt vandaag. Er is geen sprake van een oud boek, dat vandaag niet
meer geldt. Het is een boek met eeuwigheidswaarde. Niet meer en niet
minder. En geloof je het niet, lees het dan zelf. Het is waar.
Het
is een waarheid die je steeds enthousiaster maakt. Niet omdat het een
vroom religieus gevoel of gedoe is, maar omdat het handen en voeten
heeft in de praktijk van alledag. Daar moeten we van blijven spreken.
Daar moeten we elke dag uit leven. Dat moeten we proclameren op alle
hoeken van de straten. Gods woord is de waarheid.
Richteren 10:6-11:11
12 maart [2]
|
10:6 |
…maar de HERE verlieten zij en dienden Hem niet. |
|
10:16 |
…toen kon Hij Israëls ellende niet langer aanzien. |
|
11:1 |
…hij was de zoon van een hoer; Gilead had Jefta verwekt. |
|
11:8 |
…dan zult gij hoofd zijn over ons,… |
Weer
zo’n merkwaardige geschiedenis. Wat maakt het volk toch
allemaal mee? Ze verlaten weer God. Ze volgen de Baäl. De
afgodendienst is weer in volle glorie actief in het hart van Israël.
Ze dienen de HERE God niet. Wat een ondankbaarheid jegens God. Je
zult er toch moe van worden. Elke keer opnieuw. Het schijnt een
steeds weerkerende zaak te zijn. Dan moet het weer verkeerd gaan. God
geeft hen over in de macht van de tegenstanders. En die knechten
hen.
Dan roepen ze het weer uit tot God. Ja, als het je slecht
gaat, dan ben je wel bereid om tot de HERE God te roepen. Dat is geen
eerlijke zaak. Je hebt het toch zelf gedaan. God wijst hun verzoek
dan ook af. Hij zegt: roep maar tot je eigen goden. Ik begin er niet
meer aan. Maar dan ziet Hij het lijden van zijn volk. Het is en
blijft per slot van rekening zijn uitverkoren volk. Dan kan Hij het
niet langer aanzien. Dat is toch geweldig. Hoe kan een vader het
aanzien als zijn eigen kind in moeilijkheden zit? Het bloed kruipt
waar het niet gaan kan. Het blijven je kinderen. Je hebt er verdriet
van.
Dan volgt de geschiedenis van Jefta, de zoon van een
hoer. Hij wordt verstoten door zijn broeders. Maar hij komt
terug. Hij wordt teruggeroepen. Hem wordt beloofd, dat hij heerser
over het huis van Gilead zal zijn, als hij de overwinning zal
behalen. Hoe zou het aflopen? De hoerenzoon wordt niet uitgebannen,
maar in de familie opgenomen. Totdat ze beslissen dat hij geen
erfdeel zal krijgen en dan kan hij weggaan. Jefta gaat om met
lichtzinnige mannen, staat er. Nou, dat zal niet veel goeds zijn
geweest. Wat is de Bijbel toch een eerlijk boek. We lezen verder.
Richteren 11:12-40
13 maart [2]
|
11:27 |
De HERE, die Rechter is, richte heden tussen de Israëlieten en de Ammonieten. |
|
11:29 |
Toen kwam de Geest des HEREN over Jefta;… |
|
11:35 |
En zodra hij haar zag, verscheurde hij zijn klederen, en riep uit: Ach, mijn dochter, gij buigt mij diep terneer en gij zijt het, die mij in het ongeluk stort; ik heb tegenover de HERE een woord gesproken en kan niet terug. |
|
11:39 |
…zij heeft geen gemeenschap gehad met een man. |
Hij
had maar één dochter. Hij had zich er alles van
voorgesteld. Het was zijn trots. Hij was per slot van rekening een
hoerenzoon. Ze hadden hem uit zijn familie gestoten. Nu was hij trots
op zijn dochter. Dat was zijn nageslacht. Hij had verder geen
kinderen. Hij had toch zeker een zoon willen hebben. Neen, zijn
dochter was nu het een en het al.
Jefta had de Ammonieten
uitgelegd dat het helemaal niet de bedoeling was van het volk Israël
toen het naar Kanaän trok, om hen aan te vallen. Maar de
Ammonieten vielen destijds aan, omdat ze het niet vertrouwden. We
kennen toch de verhalen. Balak en Bileam enz. Maar nu willen de
volken Israël pakken. De Geest des Heren komt over Jefta.
Hij gaat in de aanval en hij verslaat ze. Wat een wonder. God grijpt
in. Hij heeft gehoord naar de ellende van zijn volk. Jefta doet een
gelofte. Dat dat wat uit zijn huis komt de HERE heilig zal zijn. En
wat gebeurt er, zijn enige dochter komt al reidansend om hem eer te
bewijzen, uit zijn deur. Zijn hart krimpt ineen. Zijn dochter.
Moet hij die afstaan aan de HERE? Het zal toch niet waar zijn.
Waarom komt nu uitgerekend zijn dochter uit de deur? Had dat niet
anders gekund? Nu moet hij haar afstaan. Hij had nog zoveel
gehoopt en gedroomd over zijn dochter. Maar nu. Hij zegt: gij stort
mij in het ongeluk. Niet voor te stellen. Maar hij kan niet anders
dan zijn belofte houden.
Ze kreeg twee maanden om afscheid te
nemen. Zij zal nooit een man toebehoren. Met haar vriendinnen
beweent zij haar maagdom. Het wordt een inzetting dat elk jaar de
meisjes van Israël vier dagen de dochter van Jefta bezingen.
Richteren 12:1-15
14 maart [2]
|
12:3 |
Waarom zijt gij dan heden tegen mij opgetrokken om mij te bestrijden? |
|
12:6 |
Zeg eens sjibboleth. Zeide hij dan sibboleth,… |
In
die tijd vielen in Efraïm twee en veertig duizend man. Jefta zal
door sommigen nog wel steeds als de hoerenzoon zijn gezien. De
mannen van Efraïm hebben hem niet geholpen in zijn strijd
tegen de Ammonieten. Toen Jefta hen riep, kwamen ze niet. Maar nu hij
de overwinning heeft behaald, beginnen ze te klagen, dat Jefta hen
niet geroepen heeft. Dat is geen eerlijke zaak. Ze willen zelfs
zijn huis verbranden. Misschien zit er nog wel achter dat ze niet
kunnen hebben, dat deze hoerenzoon zoveel succes heeft. Maar
Jefta vecht terug en er worden twee en veertig duizend gedood. Als ze
de rivier over willen vluchten en ze kunnen het woord sjibboleth niet
goed uitspreken, dan worden ze ter plekke gedood. Het zijn wel
allemaal gruwelijke verhalen. Er wordt nogal wat strijd geleverd. Het
is toch eigenlijk verschrikkelijk. Hier gaat het over een
broedertwist. Hier is geen sprake van een vijand. En in deze
broedertwist sterven twee en veertig duizend mensen. Dat is een
zware slag.
Je ziet ook dat je wel voorzichtig moet zijn met
wat je zegt en wie je beschuldigt. De HERE was met Jefta in zijn
strijd. De geest des HEREN werd vaardig over hem. De geschiedenis van
Jefta staat daar niet zomaar tussen de overige verhalen. De Here
Jezus zegt dat alles in de Schrift ons overgeleverd is ter lering.
Israël was weer in zonde gevallen. Ze dienden de Baäls. God
nam dat niet. De Ammonieten kwamen. God zei: Zoeken jullie het zelf
maar uit met je afgoden. Maar de HERE kon het niet aanzien. Hij, als
Vader moest wel voor zijn kinderen kiezen. Dan wordt Jefta, de
hoerenzoon, een belangrijke strijder, aanvoerder. Het is telkens
opnieuw alsof de HERE God zegt: dat wat jullie verstoten hebben, dat
heb Ik op het oog. Maar ook na de strijd tegen de Ammonieten
beginnen ze toch weer Jefta aan te vallen. Misschien zagen ze nu hun
kans wel schoon om hen uit hun midden te bannen. Want ze wisten naar
de letter van het woord heel goed wat ze moesten doen, namelijk Jefta
accepteren, maar naar de geest maakten ze er ook zelf een potje
van. Wat een huichelarij. Zo is het steeds weer. We moeten daar
steeds weer op beducht zijn.
Richteren 13:1:25
15 maart [2]
|
13:1 |
De Israëlieten deden opnieuw wat kwaad is in de ogen des HEREN;… |
|
13:3 |
Zie, gij zijt onvruchtbaar zijt en baart niet, maar gij zult zwanger worden en een zoon baren. |
|
13:5 |
…hij zal een begin maken met de verlossing van Israël… |
|
13:13 |
De vrouw neme zich in acht voor alles, wat ik haar genoemd heb. |
|
13:20 |
…voer de Engel des HEREN op in de vlam van het altaar. |
|
13:24 |
De jongen groeide op, en de HERE zegende hem. |
|
13:25 |
En de Geest des HEREN begon hem aan te drijven… |
Wat
drijft ons aan? De Geest des HEREN? Dat is een geweldige kracht. Het
is de kracht van God. De Engel des HEREN verscheen. En zij die
onvruchtbaar is, baart een zoon. God zal juist hem gebruiken om een
begin te maken met de verlossing. Simson. Wat een geschiedenis. Er is
niets veranderd vandaag. God is er. Zijn kracht wordt in onze
zwakheid uitgestort. Want wie kan de macht en kracht van God
weerstaan? Niemand. Het is de HERE die hier spreekt. Hij geeft het
volk over in de macht der Filistijnen, omdat ze kwaad doen tegen de
HERE. Dan moet je ook niet zielig zitten te doen. Als je God verlaat,
kun je smart op smart vrezen. Zo gaat dat. Het is een rechte lijn. En
al heb je overvloed, God brengt al je daden in het gericht. God
ziet alles. Manoah en zijn vrouw hebben dat heel concreet ervaren.
Het is weer een genadige en geduldige God die we hier zien. Hij
komt twee keer, op verzoek. Hij blijft bij het offer en dan verdwijnt
hij in een vlam naar de hemel.
God wil als het ware ons in ons
kleingeloof en ons ver van God verwijderd zijn, steeds heel dicht
nabij komen. Dit is zo ondenkbaar voor ons beperkte begrip. We kunnen
Manoah en zijn vrouw niets kwalijk nemen. Er zal maar plotsklaps een
engel naast ons verschijnen. We zouden het amper aan kunnen. Hij zou
zijn hand eveneens op ons moeten leggen en zeggen: vreest niet. Maar
het is wel de werkelijkheid waarin we leven. Messias Jezus wil ons
met al zijn engelen beschermen. Het is geweldig. Hij beschermt ons
ook. Hij wil bezit van ons nemen en zal ons dan beschermen. Het leven
in Hem is bescherming. Probeer het maar, het werkt. Je wilt dan ook
niet anders dan in die bescherming blijven, want dan ben je
geborgen in Christus, in God. En dat is de veiligste plaats op
aarde. Dan kan het niet stuk. Maar je moet wel doen wat gezegd
wordt. Laten we de geboden ten leven bewaren. Laten we er wel naar
handelen. Dat is immers een logische en eerlijke zaak.
Richteren 14:1-20
16 maart [2]
|
14:4 |
…dat dit zo door de HERE beschikt was,… |
|
14:6 |
…zodat hij dien uiteenscheurde, zoals men een bokje uiteenscheurt – … |
|
14:9 |
Hij haalde die eruit, nam die in zijn hand en ging al etende verder,… |
|
14:14 |
Spijze ging uit van de eter, en zoetigheid van den sterke. |
|
14:15 |
…anders zullen wij u en uw familie met vuur verbranden. |
|
14:17 |
Maar zij weende bij hem de zeven dagen,… |
|
14:18 |
Wat is zoeter
dan honig, wat is sterker dan een leeuw? |
|
14:19 |
…sloeg daar dertig mannen dood, nam hun bovenklederen en gaf die aan hen,… |
Wie
had dat raadsel ooit kunnen raden? Maar je zult maar een
bruiloftsfeest hebben met zeven dagen lang een huilende en klagende
bruid. Simson vertelt de oplossing en slaat dertig Filistijnen dood.
De Geest des Heren greep hem aan. Wat een geschiedenis. God grijpt
in. Simson geboren om te verlossen. Uit een onvruchtbare vrouw. Gods
heilsgeschiedenis gaat vaak de weg van de onmogelijkheden.
Waarom moest Simson deze vrouw beminnen? Omdat het zo beschikt was,
omdat hij een begin zou maken met de verlossing uit de hand van de
Filistijnen. Dat zullen zijn ouders zo niet hebben begrepen, denk ik.
En zo begrijpen wij ook vaak heel veel dingen niet. Waarom dit en
waarom dat? Al te veel vragen. Maar het gaat erom dat de Geest des
Heren vaardig over ons wordt en blijft. Here, wat wilt gij dat ik
doen zal? Here, wilt U mijn leven leiden? U weet wat goed voor
mij is.
Het is geweldig om in de weg van de Heer te wandelen.
Het is de weg van grote kracht. We zien de wereld dan niet in de zin
van ons beperkte verstand. Maar we zien haar in het perspectief van
de oneindige mogelijkheden van God. Dat is een geheime kracht. Het is
fantastisch om dat zo te gaan zien. Laat je niet afleiden en
misleiden. Simson liet zich verleiden. Hij wilde van dat gezeur
af. Maar, dan begeef je je op glad ijs. Laat niet met je kalf
ploegen, is een staande uitdrukking geworden.
Richteren 15:1-16:3
17 maart [2]
|
15:5 |
…hij stak in brand zowel de garven als het staande koren en de olijfgaarden. |
|
15:6 |
…en verbrandden haar en haar vader met vuur. |
|
15:8 |
En hij sloeg hun de ruggegraat stuk, een zware slag. |
|
15:14 |
…greep de Geest des HEREN hem aan en de touwen om zijn armen werden als in het vuur verbrande vlasstengels en zijn banden smolten weg van zijn handen. |
|
15:15 |
Daarop vond hij een nog verse ezelskaak, strekte de hand uit, greep ze en sloeg daarmee duizend man dood. |
|
15:16 |
En Simson
zeide: |
|
15:19 |
Daarop deed God een spleet ontstaan in de holte te Lechi, en er stroomde water uit, zodat hij drinken kon, en zijn levenskracht terugkeerde en hij weer opleefde. Daarom noemde hij die bron: Bron van de roepende. |
|
16:1 |
Eens, toen Simson naar Gaza ging, zag hij daar een hoer en kwam tot haar. |
|
16:3 |
Te middernacht stond hij op, greep de deuren van de stadspoort en de beide posten, rukte ze met grendel en al los, legde ze op zijn schouders en bracht ze naar de top van de berg, die tegenover Hebron ligt. |
Wij
zouden meteen vallen over het feit dat Simson naar een hoer ging. Dat
is ook schandelijk. Wat had God daar voor heel concrete dingen over
gezegd? Hier is het alleen een mededeling. Maar God vergeet Simsons
roeping niet. Simson was toch Nazireeër. Hij was de HERE heilig.
Vreselijk om dan je seksuele gevoelens te laten gaan. Nog neemt
God zijn kracht niet weg. Maar de vrouw is een grote verleiding, ook
vandaag. Wat moest hij met die eerste vrouw uit de Filistijnen?
Vanuit zijn geloof klopte dat helemaal niet. Het liep ook slecht af.
Ook met die vrouw en haar gezin, want die worden gedood. Pas op voor
de verleiding van de vrouw. De Spreukendichter is daar heel concreet
over: een zuigende, verlokkende werking is het. Richt je op Jezus en
richt je op je eigen vrouw. Zodra verleidende gedachten opkomen,
wordt er meestal meer gehoereerd in het hoofd dan in werkelijkheid.
Maar Jezus zegt: Een ieder die een vrouw aanziet om haar te begeren,
die pleegt reeds echtbreuk. Eigenlijk is het zo, dat een ieder
die in zijn gedachten seksuele beelden en gevoelens laat
opkomen, al echtbreuk pleegt. En de duivel is vreselijk slim om daar
misbruik van te maken. Wacht u voor deze boze!
Deze
geschiedenis is een prachtige illustratie van Gods kracht. God geeft
Simson deze kracht. Pas op voor Simson. Juda levert hem uit. Ze
zien niet dat hij hun richter is. Dat God hem gegeven heeft, om hen
uit de macht der Filistijnen te verlossen. Wat kun je in je eentje
tegen de Filistijnen doen? Niets toch. Daarom moet Simson weg. Hij is
een gevaar. Hij wil zich niet onderwerpen aan de bezetter. Dat is ook
uit het leven gegrepen. Wat zitten we vaak te zeuren over de
machten, waar we niet tegen op kunnen. Wat moeten we eraan doen? Het
is onmogelijk om tegen zo’n grote macht in te gaan. Maar God
kijkt overal dwars door heen. Simson slaat duizend man dood. De Geest
des HEREN wordt vaardig over hem. Dan komt er een kracht los,
waar we verbaasd van staan. Dan spring je met God over muren. Dan
laat God ook water uit de rots komen als Simson van dorst dreigt om
te komen. Niet te geloven. Dan grijpt Simson de poorten en draagt ze
naar de top. Dat is toch niet mogelijk. Maar zie je Simson al lopen?
En de bijbelvertellers van deze tijd zullen er wel weer een
verklaring van sprookjes en sagen en legenden van maken, want wat in
de Bijbel staat, dat kan toch in het echt niet. Maar de werkelijkheid
is, dat we een God hebben die zijn grote kracht wil uitstorten in
onze levens. Ook vandaag in onze samenleving. Wij mogen opstaan in de
strijd, omdat we een God van grote kracht hebben, die ook vandaag
zijn Geest vaardig wil maken over ons leven.
Richteren 16:4-31
18 maart [2]
|
16:9 |
De Filistijnen over u, Simson! |
|
16:12 |
De Filistijnen over u, Simson! |
|
16:14 |
De Filistijnen over u, Simson! |
|
16:17 |
Geen scheermes is ooit op mijn hoofd gekomen, want van de moederschoot af ben ik een nazireeër Gods. Indien ik geschoren werd, zou mijn kracht van mij wijken,… |
|
16:28 |
Here HERE, gedenk toch mijner en maak mij nog slechts ditmaal sterk,… |
|
16:30 |
Dat ik met de Filistijnen sterve. |
Het
is een overbekende geschiedenis, die van Simson. We vertellen het in
geuren en kleuren aan de kinderen. Het is een dankbaar onderwerp
voor tekenaars. Zie je Simson al machtig en onoverwinnelijk
staan? En nu in de tempel van die afgod. Blind en gebonden. En dan
nog eenmaal met die machtige kracht duwt hij de zware pilaren weg en
stort de gehele tempel in en sterven er duizenden mensen.
Weer
is het een Filistijnse vrouw waar hij op valt. Delila. Zij wordt vaak
afgebeeld als een mooie vrouw. Waarom valt hij toch steeds op
Filistijnse vrouwen? Waren die dan veel knapper dan de vrouwen
uit Israël? Je ging toch niet om met de Filistijnen? Of kwam het
meer voor dat de mannen van Israël zich heidense vrouwen kozen?
Dat mocht toch niet? Waren ze al weer ontaard? Het klopt helemaal
niet.
Dan proberen ze achter het geheim van zijn kracht te
komen. Simson weet zelf ook niet waar het einde van zijn kracht ligt.
Hij maakt tot drie maal dat de mensen zich verbazen. Wat onmogelijk
is, dat doet hij. Zijn kracht schijnt eindeloos. Maar de vrouw
blijft zeuren, dag in dag uit. Dat is ook een beeld waar we op moeten
letten. De vrouw kan een grote verleiding zijn. Wellicht heeft ze al
haar charme en seks in de strijd gegooid. Dat is een gevaarlijke
zaak. Seks is een invalspoort voor de boze. Hoe vaak wordt dat in de
Bijbel niet gezegd? Mannen moeten daar heel beducht voor zijn. De
verleiding is groot. Dan gaat het verstand op de vlucht en komen de
emoties naar voren. Deze vrouw maakt Simson week, tot stervens toe,
staat er. Geen wonder, want er werd een hoop geld geboden.
Uiteindelijk verklapt hij dat hij een Nazireeër is, een
dienstknecht van God. Nooit is een scheermes op zijn hoofd gekomen.
Wij maar denken dat de kracht in zijn haar zit. Niets is minder waar.
Het zit erin, dat God een levenslang verbond heeft met Simson, omdat
hij een Nazireeër is. Ga je een verbond verbreken, dan haal
je het oordeel over je. God laat niet met zich spotten. Dat zien we
hier gebeuren. Zijn kracht is voorbij. Hij wordt gevangen genomen.
Zijn ogen worden uitgestoken. Hij wordt een schouwspel voor de
Filistijnen. Ze spotten met hem. Ze willen dit gevangen monster wel
eens bekijken. En dat gebeurt ook. Dan roept hij tot de HERE God en
die verhoort zijn roepen. Nog eenmaal zijn grote kracht en de hele
tempel stort in. Duizenden mensen sterven. God toont de vijanden zijn
macht en majesteit. Een oproep om trouw aan God te zijn.
Richteren 17:1-13
19 maart [2]
|
17:6 |
In die dagen was er geen koning over Israël; ieder deed wat goed was in zijn ogen. |
|
17:13 |
Toen dacht Micha: Nu weet ik, dat de HERE mij zal weldoen, omdat ik een Leviet als priester heb. |
Ieder
deed wat goed was in zijn ogen. En dat was te zien. Micha maakte een
gesneden beeld. Hij stelde zijn zoon aan als priester. Ziedaar, hij
had zelf een godshuis gebouwd. Zijn moeder had een gelofte gedaan
over het gestolen geld; een vervloeking. Maar als Micha zich
aangeeft, dan geeft ze het geld terug en is van de vervloeking niets
meer te horen.
Dan komt deze Leviet. Die is weggelopen. Dat
kan toch niet? Hij hoort thuis in zijn geslacht. Maar hij gaat, waar
hij kan blijven. En Micha denkt: Dan maak ik hem priester. De Leviet
gaat erop in. Maar hij weet toch ook dat er geen gesneden beelden
kunnen zijn? Wat een vreemde Leviet. Klopt helemaal niets van. En
Micha, naïef, denkt, nu heb ik zelfs een Leviet. Nu zal de HERE
mij geen kwaad doen. Want kennelijk had hij nog wel enige kennis hoe
het zat met het afgezonderde volk van de Levieten. Een kleine
geschiedenis. Zo maar ergens in het boek Richteren. En dan vers 6: In
die dagen was er geen koning in Israël. Vreemd, want er was toch
helemaal geen koning? En de Here God woonde toch in hun midden? De
priesters waren er en er was de dienst in het Heiligdom. Of toch
niet? Een verwarrend hoofdstuk. Er was in ieder geval chaos. Er was
verwarring. Ieder deed dan ook maar wat goed was in zijn ogen. Micha
had dus een eigen godshuis gemaakt met zilveren gegoten beelden. Hij
lapte de wet aan zijn laars, die toch heel letterlijk zei: Gij zult u
geen gesneden beeld maken. Dat was toch om eens en vooral te
voorkomen dat het volk van God niet, als alle heidenvolken rondom
hen, beelden zou maken van hout of steen of goud of zilver, om die te
aanbidden. Het was de HERE een gruwel.
Verwarring alom, als
ieder doet wat goed is in eigen ogen. Terug naar God. Doen wat Hij
zegt. Dan gaat het goed.
Richteren 18:1-31
20 maart [2]
|
18:3 |
…werden zij opmerkzaam op de tongval van de levitische jongeling,… |
|
18:6 |
En de priester zeide tot hen: Gaat in vrede! De tocht die gij maakt, is de HERE welgevallig. |
|
18:10 |
…het is een oord, waar aan niets ter wereld gebrek is. |
|
18:18 |
…zeide de priester tot hen: Wat doet gij daar? |
|
18:19 |
…ga met ons mee en wees onze vader en priester… |
|
18:20 |
Toen werd de priester blij gestemd, hij nam den efod, de terafim en het gesneden beeld en voegde zich bij het volk. |
|
18:30 |
De Danieten stelden het gesneden beeld op,… totdat de bevolking in ballingschap werd weggevoerd. |
Wat
een tragiek. God had de Danieten in het land gebracht en nu lopen ze
een gesneden beeld achterna. Nog wel vereerd door een levitische
priester. Dat kan toch allemaal niet, hoe bedenk je het! Micha zat
helemaal in de fout. De Leviet zat helemaal in de fout. En nu ook de
Danieten. Ze kwamen de efod, de terafim en het gesneden beeld stelen.
Niet om het te vernietigen, maar om het te vereren. De priester
verbreekt de trouw met Micha en gaat met de Danieten mee. Daarna
vernietigen ze de stad Laïs, bouwen een nieuwe stad en stellen
de beelden op. Om weer te worden vereerd door de
priester.
Vreselijk. Ja, als het een land is dat voorspoed
heeft, en er ontbreekt aan niets, dan zal dat wel door die beelden
komen, redeneerde men. Die moesten ze dan ook eerst hebben, voordat
ze de stad van hun medebroeders in puin schieten. De zegen komt van
de afgoden. En niemand heeft het over God of gebod. Ze doen allemaal
mee. En het blijft zo, tot het volk in ballingschap gaat. Hoe is het
mogelijk dat God zoveel geduld heeft? Hij moet het allemaal maar
aanzien. Wat een ondankbaarheid. Wat een ijdel gedrag. Wat
een gemene praktijken.
Wat een leugen en bedrog. Ook in
het intermenselijk verkeer. Hoe is het mogelijk dat God het
allemaal maar toelaat? Het lijkt of dit de gewoonste zaak van de
wereld is. Maar vergeet niet: God grijpt in. Vroeg of laat. De
Israëlieten worden allen in ballingschap weggevoerd. Als
straf op de zonde. Daarom is het zo belangrijk uit deze geschiedenis
te leren, hoe het niet moet.
Hoe vaak reageren wij uit
menselijke berekening en niet uit geloof? Hoe vaak volgen wij de
meerderheid in het kwaad? Een les!
Richteren 19:1-30
21 maart [2]
|
19:8 |
…en blijf nog wat,… |
|
19:20 |
Toen zeide de oude man, Vrede zij u! |
|
19:22 |
…omsingelden de mannen der stad, nietswaardigen, het huis,… Breng de man, die in uw huis gekomen is, naar buiten, opdat wij gemeenschap met hem hebben. |
|
19:25 |
Toen greep de man zijn bijvrouw en bracht haar bij hen buiten, waarop zij gemeenschap met haar hadden en de gehele nacht met haar bezig waren tot den morgen toe. |
|
19:28 |
En hij zeide tot haar: Sta op, laten wij vertrekken. Maar er kwam geen antwoord. |
|
19:29 |
Thuis gekomen, greep hij een mes, nam zijn bijvrouw, verdeelde haar, lid voor lid, in twaalf stukken en zond haar rond in het gehele gebied van Israël. |
|
19:30 |
Overlegt het, beraadt u en spreekt! |
Ik
was het hele verhaal vergeten. Of heb ik het nooit gehoord? Het is
toch een vreselijk verhaal. Zijn bijvrouw liep weg. Ze werd hem
ontrouw. Ze gaat naar haar vader. De Leviet gaat haar achterna. Ze
zullen weer vertrekken, maar de vader probeert het afscheid almaar te
rekken, totdat de Leviet er uiteindelijk genoeg van heeft en
vertrekt. Hij gaat te laat en komt midden in de stad aan op het
marktplein. Gastvrij waren ze allerminst. Niemand nam ze mee. Vreemd,
want dat is toch het eerste wat je doet met vreemdelingen? Alleen een
oude man, die laat van het veld komt, neemt ze mee. Hij weet wat voor
volk er in de stad huist. En zo is het, de mannen komen en eisen van
de oude man de vreemdeling op omdat ze met hem gemeenschap willen
hebben. Het is als Sodom en Gomorra. De HERE een gruwel.
De
bijvrouw en de dochter van de oude man worden aangeboden. De man
neemt zijn bijvrouw en sleurt haar naar buiten. Vreselijk! Hoe is het
mogelijk? Wat is de zin, dat ze de vrouwen naar buiten sleuren. Kan
dat zomaar? Dat is toch gemeen, zou je zeggen. Ze gaan bezig met de
vrouw, de hele nacht door. De volgende morgen ligt ze dood op de
stoep. Vreselijk wat zo’n vrouw moet doormaken. De man neemt
haar mee en verdeelt haar thuis in twaalf stukken en stuurt het naar
de twaalf stammen. Afschuwelijk! Wat een tragedie! Waarom stuurt
hij zijn vrouw in stukken geheel Israël rond? Deze geschiedenis
is opgeschreven en aan ons doorgegeven om ons erbij te bepalen hoe de
situatie is. God wil geen mannen bij mannen. God wil man en vrouw en
trouw in het huwelijk. Geen weglopen, maar bij elkaar blijven en
trouw en vrede beloven. Wat een vreselijke geschiedenis. Trouw in het
huwelijk had alles kunnen voorkomen.
Richteren 20:1-28
22 maart [2]
|
20:7 |
Nu zijt gij allen hier, Israëlieten. Geeft, hier, uw mening en raad! |
|
20:9 |
Ertegen optrekken, volgens het lot! |
|
20:12 |
Wat is dat voor een kwaad, dat onder u gebeurd is? |
|
20:23 |
En de HERE zeide: Trekt tegen hen op. |
|
20:28 |
En de HERE zeide: Trekt op, want morgen zal Ik hen in uw macht geven. |
Het
volk komt in beweging. De levitische man heeft zijn bijvrouw in
twaalf stukken heel Israël rondgestuurd. Dat is nogal een
bizarre vertoning. Wie heeft ooit zo’n actie bedacht? Je zou
zeggen, dat doe je toch niet. Kijk nu eens naar al de wetten waarin
staat hoe je met een overledene om moet gaan. Heel het land is op die
manier ontheiligd. En ook de levitische man doet verkeerd. Is dat nou
een voorbeeld? De HERE brengt beweging. Het hele volk Israël
komt bijeen. Hoor het verhaal aan en beslist om tegen Gibea, de
Benjaminieten op te trekken.
En daar staan ze dan. Tot grote
schrik worden er de eerste twee dagen duizenden Israëlieten
de pan in gehakt. Wat moeten ze doen? De HERE is kennelijk niet met
hen. Anders zou dit niet gebeurd zijn. Ze gaan naar Bethel, waar de
ark is en wenen er tot de avond. Wat moeten ze doen? Te langen leste
vragen ze nogmaals de HERE wat ze nu voor de derde keer moeten doen.
En dan zegt de HERE God: Trekt op, want morgen zal Ik hen in uw macht
geven. Waarom de eerste twee dagen niet? Waarom zoveel bloed, voordat
ze overwinnen? Ze zijn toch met een goede zaak bezig? Het verhaal is
prachtig en indrukwekkend. Ze komen voor het onrecht op. Voor de
gruweldaad in Gibea. Dat kan niet. Ze zijn vastbesloten om de
gruweldaad te wreken. Ze nemen het niet.
Wat een bijbelse
geschiedenis. Dit verhaal zegt heel veel. Het onrecht wordt gewroken.
De mensen komen in beweging. Ze nemen het niet. Ze hebben er een
strijd voor over. Ze zijn allemaal tot de tanden bewapend. En dat
allemaal om de gruweldaden in Gibea. De Benjaminieten leveren de
slechte mannen niet uit. Ze volharden in hun zonde. Dat kun je ook
verwachten. Als je het zo ver hebt laten komen, dan neem je het ook
niet meer zo nauw.
Het is steeds de bedoeling om wat ons
overgeleverd is te actualiseren. Dat zegt Messias Jezus eeuwen later.
Elk schriftwoord is bedoeld om ons te heiligen en op het rechte pad
te houden. Daar kunnen we vandaag weer mee aan de slag.
Richteren 20:29-48
23 maart [2]
|
20:35 |
De HERE deed Benjamin voor Israël de nederlaag lijden,… |
Wat
de HERE heeft beloofd, gaat ook gebeuren. Je moet er wel voor
strijden. Je moet wel je verstand gebruiken. Ze maken een krijgsplan.
Ze laten Benjamin in een hinderlaag lopen. Ze steken de stad in
brand. Benjamin raakt in verwarring. Ze dachten: We doen het net als
de twee eerste dagen en dan hakken we Israël weer de pan
in. Maar dit keer is Israël slimmer. Er vallen mensen, maar
niet zo veel. Als de Benjaminieten de rookpluimen van de stad Gibea
zien, dan raken ze in verwarring. Ze vallen in de hinderlaag en slaan
op de vlucht. Je kunt zeggen: het was de krijgslist van Israël
die hen de overwinning gaf. Maar de werkelijkheid is dat God hun
krijgslist gebruikte om verwarring in het kamp van de tegenstander te
geven. De HERE had immers gezegd: Trekt ten strijde. Heden zal Ik hen
in uw macht geven. En dat zie je voor je ogen gebeuren. De HERE doet
wat Hij belooft.
Maar het is totaal verkeerd om dan maar af te
gaan wachten wat de HERE doet. Neen. Je moet de strijd ingaan. Je
moet je strijdvaardig maken. Je moet heilig leven. Je moet de vijand
weerstaan. Je moet de volle wapenrusting Gods aantrekken. Want de
vijand probeert je steeds maar in de pan te hakken. Dat mag niet en
dat zal ook niet gebeuren als je jezelf toevertrouwt aan de Here God.
Dan zal Hij je beschermen. Hij zal dan de weg met je gaan die goed
voor je is. Hij plaatst je in het overwinningsleger van koning Jezus
waar je zeker bent van de overwinning. Want het is de overwinning op
het kruis van Golgotha. Heerlijk toch? Wat een zegen! Doch dit
is voor velen een rare gedachte. Daar willen de mensen niet aan. Dat
noemen ze een sprookje. Want hoe kan dan dit, en hoe kan dan dat? En
wij zelf hebben ook allerlei vragen. Want hoe kun je dan ooit dit en
dat? We weten het niet zo zeker meer, als we ons menselijk
denken de weg van de HERE laten bepalen. Neen, het is omgekeerd. Gods
gedachten zijn hoger dan onze gedachten. Laten we het van Hem
verwachten. Laten we steeds weer vragen: Here God, wat wilt U dat ik
doen zal?
En het mooie is, dat als je in Zijn wegen wandelt,
dan zal Hij je paden recht maken. Hoe, heel eenvoudig door in
gehoorzaamheid aan zijn liefdesgeboden te wandelen, dan blijf je op
de goede weg. Dat weet je en het werkt zo. Het is veel directer dan
we vaak denken. We maken allerlei poespas om de wil van God te
kennen. De wil van God doen is: Zijn geboden onderhouden. Ik denk aan
de brieven van Johannes. Heerlijk eenvoudig en direct. En het werkt.
Daarom is de overwinning binnen handbereik. In leven en sterven zijn
wij des Heren. Glorie voor die Naam! We lezen dit stuk uit Richteren
om Gods almacht te aanschouwen. Vreselijk toch om te zien, wat
er gebeurt als een volk niet meer de HERE volgt. Je ziet dan dat het
verkeerd afloopt. Wat een afgoderij, wat een Godverlatenheid,
wat een egoïsme, wat een moord en doodslag. Israël staat op
voor het recht. Ze zijn aangedaan in hun gevoelens en daarom in de
benen gekomen. Heel goed. En God geeft de overwinning.
Een
geschiedenis met heel veel vraagtekens, hoe het volk toch zo in zonde
kon vallen. Maar God treedt op door het lot van die ene vrouw, die
het volk in beweging bracht. God is genadig, Hij wil het heil
voor ons. Hij wil ons vasthouden. Daarom is er altijd weer een
weg om naar Hem terug te keren. God is er altijd. Zit je in een zonde
vast? Bid Hem! En Hij zal horen. Stel je vertrouwen in Hem en zoek de
liefde van wijze broeders en zusters. We hebben elkaar ontzettend
hard nodig om in het vertrouwen op de HERE in de schuilplaats van de
Allerhoogste te vertoeven. Prijs de Heer! De dag kan niet stuk.
Richteren 21:1-25
24 maart [2]
|
21:3 |
…dat er thans één stam uit Israël gemist wordt? |
|
21:5 |
Hij zal stellig ter dood gebracht worden. |
|
21:8 |
Toen bleek, dat er uit Jabes in Gilead niemand naar de legerplaats tot de gemeente was gekomen. |
|
21:10 |
…slaat de inwoners van Jabes in Gilead met de scherpte des zwaards,… |
|
21:12 |
…vierhonderd meisjes aan, maagden… |
|
21:13 |
…en kondigde hun vrede aan. |
|
21:14 |
…en men gaf hun de vrouwen,… |
|
21:21 |
…schaakt u ieder een vrouw uit de meisjes van Silo… |
|
21:22 |
Voorzeker, gij hebt ze hun niet gegeven;… |
|
21:23 |
…herbouwden de steden en gingen daar wonen. |
|
21:25 |
In die dagen was er geen koning in Israël; ieder deed wat goed was in zijn ogen. |
Heel
Benjamin is uitgeroeid. Het was ook verschrikkelijk wat de inwoners
van Gilead gedaan hadden. De homomannen wilden met de Leviet doen wat
ze wilden. Toen de gastheer dit weigerde, gaf de man wel zijn
bijvrouw. En ze deden met haar die nacht wat ze wilden. Het is toch
schandelijk. Het is toch verschrikkelijk. De volgende morgen lag ze
dood op de stoep. Toen ontbrandde wijd en zijd de toorn. De man
sneed haar in twaalf stukken en zond naar iedere stam een deel. Toen
de stammen dat hoorden, kwamen ze met vierhonderdduizend man
bijeen om Benjamin een lesje te leren. Gibea lag in Benjamin. En
dan ontstaat er een strijd. Ze verslaan Benjamin en ze moorden heel
Benjamin uit. Er blijft niemand over. Alleen nog zeshonderd man, die
zich verborgen hadden in het rotsgebergte van Rimmon. Benjamin is
uitgeroeid.
Dan komt het volk bijeen in Bethel en beseffen ze
dat één hele stam is uitgeroeid. Er zijn dus geen
twaalf stammen meer, maar elf stammen. En dat is toch wel heel erg.
Ze beseffen wat ze gedaan hebben. Dan roepen ze de volgende dag het
volk bijeen om op het nieuw gebouwd altaar te offeren. Ze zweren
elkaar dat iedereen die niet aan de oproep gehoor geeft, gedood
moet worden. Dan ontdekken ze dat er niemand uit Jabes gekomen is.
Wat is hun eerste gedachte? In plaats van hen allen te doden,
sparen ze vierhonderd maagden, die nog geen gemeenschap hebben gehad.
Al de anderen worden gedood. Deze vierhonderd maagden sturen ze naar
het gebergte Rimmon. Maar dan blijken er nog niet genoeg vrouwen te
zijn voor de overgebleven Benjaminieten. Dan bedenken ze weer een
list. Ze hadden gezworen dat niemand van de andere stammen met een
man uit Benjamin mocht trouwen. Maar ze raadden de Benjaminieten
aan om op de weg naar het dansfeest in een hinderlaag te gaan liggen
en als dan de dansende meisjes optrokken naar het feest, die meisjes
te schaken en tot vrouw te nemen. Dan kon niet gezegd worden dat het
volk tegen het verbod in hun meisjes aan Benjamin had afgestaan.
Zo kwam Benjamin weer aan vrouwen en werd het nageslacht
veiliggesteld en werd de stam Benjamin voor de totale ondergang
bewaard. Wat een merkwaardige geschiedenis. Wat een afval. Wat
een zonde.
En dan eindigt Richteren met het vers: “In
die dagen was er geen koning in Israël; ieder deed wat goed was
in zijn ogen.” Hoe belangrijk is het om dichtbij het woord
en de geboden van God te leven! Het zijn geboden, waarbij het goed
toeven is. Want ze houden je op het spoor der liefde. Ga je een
andere weg, dan kom je verkeerd uit. De Bijbel staat vol met
voorbeelden daarvan. Het is niet zo, dat we te maken hebben met een
toornende God. Neen. We hebben te maken met een genadige God. Hij
weet hoe sterk de macht van de zonde is en wil ons behoeden om de
verkeerde kant op te gaan. God is groot. Hij trekt ons met koorden
van liefde. Ga met Hem, dan ga je goed! Glorie voor zijn Naam!