Zacharia
drs. L.P. Dorenbos
Schreeuw om Leven – Hilversum
Titel:
Zacharia
drs. L.P. Dorenbos
Hilversum – Stichting
Schreeuw om Leven
NUR
707
Trefwoorden: bijbel, profetie, israël
©
Stichting Schreeuw om Leven – Hilversum 2005
Ruitersweg
35-37, 1211 KT Hilversum
Tel. 035 624-4352, Fax 035
624-9141
E-mail info@schreeuwomleven.nl
Internet
www.schreeuwomleven.nl
Bijbelcitaten NBG vertaling
1951
Coördinatie Alex
C.F. van Vuuren & Joop B. Buker
Medewerking J.A.G.
Delhaas
Omslag
en vormgeving Cees Baanvinger, Zoetermeer
Joop B. Buker, Joel
assist, Bloemendaal
In de serie brochures In twee jaar
de Bijbel door volgt
drs.
L.P. Dorenbos het rooster van Schreeuw om Leven
Bijbellezen.
In twee jaar de Bijbel door
In
het kader van het Schreeuw om
Leven Bijbelleesplan:
“In twee jaar de Bijbel door”
geeft drs. L.P. Dorenbos dagelijks in een persoonlijke notitie zijn
gedachten weer tijdens het lezen van het bijbelgedeelte voor die dag
ter bemoediging en als een oproep en een stimulans om te lezen, te
herlezen en te doen wat er staat, zonder de pretentie dat het zou
gaan om een gedegen bijbelstudie.
Mogen de lezers erdoor
gezegend worden.
Inhoudsopgave
|
Voorwoord |
|
|
|
|
|
Zacharia |
5 |
|
|
|
|
Feest in Jeruzalem: Profetische teksten uit Zacharia |
35 |

Zacharia 1:1-21
7 mei [2]
|
1:1 |
In de achtste maand, in het tweede jaar van Darius,… |
|
1:3 |
…bekeert u tot Mij, luidt het woord van de HERE der heerscharen,… |
|
1:5 |
Uw vaderen waar zijn zij? En de profeten, leven zij eeuwig? |
|
1:6 |
Mijn woorden evenwel en mijn inzettingen,… hebben die uw vaderen niet achterhaald,…? |
|
1:8 |
…zie een man, gezeten op een rood paard, en staande tussen de mirten in de diepte, en achter hem rode, voskleurige en witte paarden. |
|
1:10 |
Dit zijn zij, die de HERE heeft gezonden om de aarde te doorkruisen. |
|
1:11 |
…en zie, de gehele aarde verkeert in volkomen rust. |
|
1:12 |
…waarop Gij nu reeds zeventig jaren toornig zijt? |
|
1:14 |
Ik ben voor Jeruzalem en voor Sion in grote ijver ontbrand,… |
|
1:15 |
…de overmoedige volken, die, terwijl Ik maar een weinig vertoornd was, meehielpen ten kwade. |
|
1:16 |
Ik keer in erbarming tot Jeruzalem weder;… |
|
1:17 |
…nóg zal de HERE Sion troosten, Jeruzalem nóg verkiezen. |
|
1:19 |
Dit zijn de horens die Juda, Israël en Jeruzalem verstrooid hebben. |
|
1:21 |
…maar zij zijn gekomen…, om neer te slaan de horens van de volken, die hun horen hebben verheven tegen het land Juda, om het te verstrooien. |
Ja,
zij gingen in ballingschap. Ze hadden gezondigd. Tevoren waren
profeten gekomen om hen te waarschuwen en hen op te roepen tot
bekering. Maar ze bekeren zich niet. Ze blijven offeren aan de
afgoden. Ze offeren hun kinderen aan de Moloch. Vreselijk, dat is dan
wel het einde. Er heerst hoererij, ontucht, toverij, enz. Alle zonden
van de volkeren van rondom. Geen wonder dat de maat vol is en ze in
ballingschap gaan. Nu zijn ze in ballingschap. Maar dat betekent niet
dat ze zich bekeerd hebben, integendeel. Daarom wordt Zacharia
geroepen om hen opnieuw op te roepen tot bekering. Want het woord van
God blijft eeuwig bestaan. De voorvaders zijn allemaal dood maar het
woord blijft het woord. Dus ook nu luidt het woord des HEREN:
“Bekeert u”.
Dan ziet Zacharia gezichten. Hij ziet
een man gezeten op een rood paard en andere paarden. Ze hebben de
aarde doorkruist en de aarde is in volkomen rust. Dan zegt de engel
tegen de HERE: “Hoelang zult Gij nog zonder erbarmen zijn
over Jeruzalem, waarop Gij al zeventig jaren toornig zijt?”
Vreemd. Weten ze dan niet meer dat God aan Jeremia beloofd had dat ze
na zeventig jaar zouden terugkeren. Waarschijnlijk hebben ze de
rollen helemaal niet gelezen. Het is in het vergeetboek geraakt.
Het meest waarschijnlijk is dat ze zich aangepast hebben aan de
afgodendienst van koning Darius. Dat is ook wel het gemakkelijkste.
Dan heb je de minste last.
Daarna geeft God antwoord en zegt
dat Hij voor Jeruzalem en voor Sion in grote ijver zal ontbranden.
Niet zozeer omdat zij zich bekeerd hadden. Neen in het geheel niet,
maar omdat de volken rondom zijn uitverkoren volk onderdrukten.
Terwijl God hen maar een weinig strafte, gaan de overmoedige volken
veel verder in het te gronde helpen van zijn uitverkoren volk. Wee je
gebeente als je je tegen Gods uitverkoren volk keert. Dan kom je
bedrogen uit. Dat gaat niet goed.
Daarom keert God in
erbarming naar Jeruzalem terug. En zijn huis zal daar gebouwd worden.
Hij zal Jeruzalem nóg verkiezen en Sion nóg troosten.
Dat is profetische taal. Midden in de ballingschap. Midden in een
situatie dat het er helemaal niet op lijkt, komt God om zijn eer op
te eisen. Wat denk je, dat God zijn eer laat roven door een stelletje
heidenvolken, omdat zijn volk gekweld wordt om hun zonden? Niks
daarvan, Gód handelt met zijn volk en wij, als volken uit de
heidenen hebben daar alles mee te maken. Als we de profetie voor
Israël en de volkeren vergeestelijken zijn we het zicht kwijt.
Let maar op!
Dan ziet Zacharia vier horens. Die hebben het
volk met harde hand in ballingschap geleid. Ze leven onder de
knoet. De horens houden hen onder de knoet. Maar dan ziet hij vier
smeden en die moeten de horens van de volken neerslaan zodat
Israël het hoofd weer kan opheffen. Want ze waren vernederd,
geknecht. Verhef je dus niet tegen het uitverkoren volk van God.
Hoe dan ook? Want dat ze in zonde tegen hun God leven is duidelijk.
Want anders waren ze niet verstrooid, maar wij moeten daar nog niet
een schepje bovenop doen. Niet in ons denken en niet in ons doen. Dat
geldt ook vandaag. Daarom is Zacharia een zeer actueel boek. Lees
het, dan begint het te dagen bij alles wat er in het Midden Oosten en
de wereld gebeurt. Dank U Heer, dat uw woorden ieder verlicht die er
oprecht ernst mee maakt. En we doen er beter aan om dat te doen, want
anders komen we verkeerd uit.
Zacharia 2:1-3:10
8 mei [2]
|
2:1 |
…en zie, een man met een meetsnoer in de hand. |
|
2:2 |
Ik ga Jeruzalem opmeten en zien hoe groot zijn breedte en lengte zal zijn. |
|
2:4 |
…als een open plaats zal Jeruzalem daar liggen vanwege de menigte van mensen… |
|
2:5 |
En Ik zelf, luidt het woord des HEREN, zal haar een vurige muur zijn rondom, en heerlijkheid binnen in haar. |
|
2:6 |
Op, op! Vlucht uit het Noorderland! …want naar de vier windsteken des hemels heb Ik u uiteengedreven,… |
|
2:7 |
Op, redt u naar Sion, gij die woont bij de dochter van Babel. |
|
2:8 |
…– want wie u aanraakt, raakt zijn oogappel aan –… |
|
2:9 |
Dan zult gij weten, dat de HERE der heerscharen mij gezonden heeft. |
|
2:10 |
Jubel en verheug u, gij dochter van Sion! want zie, Ik kom in uw midden wonen, luidt het woord des HEREN,… |
|
2:11 |
…en zij zullen mij tot een volk zijn, en Ik zal in uw midden wonen. |
|
2:12 |
En de HERE zal Juda op de heilige bodem als zijn erfdeel in bezit nemen en Hij zal Jeruzalem nog verkiezen. |
|
2:13 |
Zwijg, al wat leeft, voor het aangezicht des HEREN, want Hij maakt Zich op uit zijn heilige woning. |
|
3:1 |
Vervolgens deed Hij mij de hogepriester Jozua zien, staande vóór de Engel des Heren, terwijl de satan aan zijn rechterhand stond om hem aan te klagen. |
|
3:2 |
De HERE echter zeide tot de satan: De HERE bestraffe u, satan, ja de HERE, die Jeruzalem verkiest, bestraffe u; is deze niet een brandhout uit het vuur gerukt? |
|
3:3 |
Jozua nu was met vuile klederen bekleed, terwijl hij voor de Engel stond. |
|
3:4 |
Doet hem de vuile klederen uit. … Zie, Ik neem uw ongerechtigheid van u weg, Ik trek u feestklederen aan. |
|
3:5 |
…en trokken hem een staatsiegewaad aan,… |
|
3:6 |
Hierop vermaande de Engel des HEREN Jozua: |
|
3:7 |
Zo zegt de HERE der heerscharen: Indien gij in mijn wegen wandelt en de door Mij opgedragen taak waarneemt,… en Ik zal u doen verkeren onder hen die hier staan. |
|
3:8 |
…– zij zijn immers mannen die ten wonderteken dienen – voorwaar, zie, Ik zal mijn knecht, de Spruit, doen komen; |
|
3:9 |
voorwaar zie, van de steen die Ik vóór Jozua neerleg – op die ene steen zijn zeven ogen – zal Ik zelf het graveersel graveren, luidt het woord van de HERE der heerscharen, en Ik zal op één dag de ongerechtigheid van dit land wegdoen. |
|
3:10 |
Te dien dage, luidt het woord van de HERE der heerscharen, zult gij elkander nodigen onder de wijnstok en onder de vijgenboom. |
Het
derde gezicht. Een man met een meetsnoer. Jeruzalem binnen de muren
is te klein. Hij meet hoe breed en lang de grenzen van Jeruzalem
moeten zijn om alle mensen te kunnen herbergen. Want ze zullen
allemaal terugkeren naar het land. Hoe in de wereld kunnen die
allemaal binnen de muren van Jeruzalem wonen? Maar dat hoeft dan niet
meer. Want de HERE zal zelf een vurige muur rondom Jeruzalem zijn.
Wie kan die vurige muur van de HERE ooit doorbreken? Die vurige muur
is het bewijs dat het volk onaantastbaar is. Onoverwinnelijk.
Geen leger kan daar tegenop. Dan zal Jeruzalem veilig gelegen zijn;
een heerlijke toekomst. Dat is profetie. Dat is zekerheid. Dat zal
gebeuren. Daar hoef je niet aan te twijfelen. Glorie voor zijn
Naam. Daarom vlucht uit het Noorderland.
Op, op! De HERE
beweegt de hand tegen de vijanden van zijn volk. Want wie hen
aanraakt die raakt zijn oogappel aan. Dat is gevaarlijk. Dat heeft
gevolgen. Dan zul je je deerlijk verwonden. God neemt het niet.
Ze zullen buit worden van zijn volk. En zij zullen weten dat Ik
de HERE der heerscharen ben. Daar zul je je trekken van thuis
krijgen. Als we dan bedenken dat eeuwen en eeuwen de kerk geloofd
heeft dat er geen beloften voor land en volk van Israël zijn.
Hoe ze, tot op vandaag, zijn volk keer op keer hebben uitgemoord, dan
kun je gerust je hart vasthouden wat voor rampen ons zullen treffen.
Want het antisemitisme viert hoogtij hier. Vreselijk
Als je
zegt bijbelgetrouw te zijn, dan moet je het wezen ook. Hier staat
het: Jubel en verheug je dochter van Sion, want God komt zelf in uw
midden wonen. Hij zal hun tot een God zijn en die volken die
erkennen dat Hij God is, die zullen ook door Hem beschermd woorden.
De HERE zal Juda de heilige bodem als erfdeel geven. Dat is toch
duidelijk? Dat is toch niet voor tweeërlei uitleg vatbaar? Dan
moet je het ook geloven en er naar en uit gaan leven. Ook met het oog
op alles wat er politiek rondom Israël gebeurt. Want het gaat
gebeuren. Dus zwijg met al je eigen geredeneer. Want God maakt
zich op uit zijn heilige woning om te doen wat Hij beloofd heeft. We
leven in enerverende tijden. We moeten het gaan zien. Als je het
door Gods genade mag gaan zien, dan word je bevrijd van een last,
omdat je dan het perspectief van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde
mag gaan zien, waarop gerechtigheid woont. Glorie voor zijn Naam.
Lezen, lezen en herlezen. Dan zie je wat er staat. Dan geloof je wat
er staat.
Het vierde gezicht. Merkwaardig. Daar staan de Engel
des HEREN, de satan, de hogepriester Jozua en Zacharia. God liet het
Zacharia zien. De satan heeft het hoogste woord. Jozua staat daar met
vuile klederen. Dat moet de zonde zijn, de afval, de goddeloosheid
waarmee Israël zich bezondigd heeft. God had hen mooie klederen
gegeven. Het was zijn uitverkoren volk. Hij had hen willen
zegenen, want Hij had hen uitverkoren van onder de volkeren om hen te
zegenen. Hij had hen zijn geboden gegeven. Als ze die zouden
onderhouden, dan zou het goed gaan. En wat gebeurt er? Ze hebben God
verlaten. Ze hebben er een eigen eredienst van gemaakt. Het is toch
verschrikkelijk?
En wat doet dan de satan? De aanklager aller
broederen, de mensenmoorder van den beginne, hij klaagt hen aan. Het
is net als bij Job. De satan zal je wel de kwade, verkeerde gedachten
binnenbrengen. Je gelooft wel, maar je hebt moeite. Hij is er dan
meteen bij, om te zeggen dat je het toch niet kunt. Zie je wel, jij
denkt dat je God kunt dienen, maar kijk eens, je maakt er niets van.
Dan kom je nog verder in de put. De satan probeert de mensen naar
beneden te drukken. Je ziet het tafereel voor je. Wie heeft hier het
grootste woord? De satan. Hoe heeft hij het grootste woord kunnen
krijgen? Dat is ook duidelijk hier. Kijk eens hoe vuil de klederen
van de hogepriester zijn. De duivel is in de kerk gekomen. Hij heeft
de regie overgenomen en er religie van gemaakt. Kijk nu eens. Maar
dan treedt de HERE op. “De HERE bestraffe u, satan, ja de HERE,
die Jeruzalem verkiest, bestraffe u; is deze niet een brandhout uit
het vuur gerukt?” Hier gaat het om: de verkiezende liefde van
God. Is het niet de HERE, die Jeruzalem verkiest?
Ja, zo is
het. Het is de HERE die verkiest. Hij heeft Jeruzalem verkoren. Het
is zijn stad. Hij wil er wonen. Hij wil zijn profetie vervullen. Daar
kan niemand aan tornen. Dan kan de satan nog zo tekeergaan. Dan kan
hij nog zoveel succes hebben en dan kan het volk nog zo
afgeweken zijn, maar God komt en volvoert zijn plan. Jeruzalem
is als een brandhout uit het vuur gerukt. God grijpt in. Hij neemt
het niet langer. Hij treedt op.
Dan zien we Gods ingrijpen.
Jozua moet schone klederen aantrekken. De door de zonde bezoedelde
kleren uit en schone kleren aan: reiniging, heiliging, Zacharia
wordt ook enthousiast en zegt: “Laat ze een reine tulband op
zijn hoofd zetten.” Die was kennelijk ook vies. Wat een
heiligschennis. De dienst in de tempel moest de HERE heilig zijn. Ze
hadden er een vieze boel van gemaakt. Verschrikkelijk. Dat kan toch
helemaal niet?
Natuurlijk komt de vermaning. Jozua, als je in
mijn wegen wandelt, dan zul je weer hogepriester zijn, dan zal Ik je
weer zegenen. En de geboden weet je, Ik heb je ze voorgehouden, Ik
heb er mijn beloften aan verbonden. Maar je moet het dan wel doen.
Luister goed Jozua en de mannen die voor u zitten. Ik zal mijn Spruit
doen komen. Op de steen die voor Jozua ligt zijn zeven ogen en Ik
zelf zal het graveersel graveren op de steen. Ik zal in één
dag de ongerechtigheid van dit land wegdoen. Dat is een
profetie. De Spruit, de Messias, zal komen. Hij is de
Hogepriester. Hij zal zitten op de troon van zijn vader David. Hij
zal in één dag de ongerechtigheid van dit land wegdoen.
Er is dus zo’n geweldige ongerechtigheid, dat God zelf
eraan te pas moet komen om die ongerechtigheid weg te doen. Dat
zal gaan gebeuren. Er is niets aan te veranderen. Ze komen niet zelf
tot bekering. Ze verharden zich. En dan komt God en Hij neemt op één
dag hun ongerechtigheid weg.
Dat is je toch niet voor te
stellen. Maar dat is Gods plan met deze wereld. Hij heeft zich een
volk en een land verkoren, verkozen, waarlangs Hij de verlossing
van de wereld wil laten verlopen. Hij werkt hard voor het herstel van
alle dingen. Hij schiep de hemel en de aarde. Hij zag dat het zeer
goed was. Daarom zal Hij niet rusten voordat alles weer is,
zoals het was. Daarom zendt Hij de Verzoener van de zonden. Want wij
kunnen zelf onze zonden niet verzoenen. Dat kan alleen door
Messias Jezus, de Zoon van God. Wat een liefde, wat een genade. Wat
een toekomst. Het is geweldig. Heerlijk, als je daar aan denkt. Als
we naar ons zelf kijken, dan kan het ook niet anders. We kunnen
onszelf ook niet verheffen. Het is alleen maar genade. God redt ons
als een brandhout uit het vuur. Want hoe kunnen we voor Hem bestaan?
Maar gered zijn we door het bloed van Christus en daar mogen we ons
in verblijden en verheugen. Dat is het mooiste wat je in je leven kan
overkomen. Dat gun je iedereen. Glorie voor zijn Naam. Dank U
Heer.
Als we in die tijd zijn aangeland, dan zijn we niet meer
op de vlucht of bang. Neen, dan zullen we in vrede leven en de
vijgenboom en de wijnstok brengen hun vruchten voort en wij zitten
eronder en nodigen elkaar en genieten van de vrede die alom heerst.
Dat is de toekomst van allen die tot het uitverkoren volk behoren.
Dat is de toekomst voor allen die hun gewaden gewassen hebben in
het bloed van het Lam. Glorie voor zijn Naam.
Zacharia 4:1-5:11
9 mei [2]
|
4:2 |
Ik zie daar een kandelaar,…; hij heeft zeven lampen… |
|
4:3 |
…en twee olijfbomen steken boven hem uit,… |
|
4:6 |
Dit is het woord des HEREN tot Zerubbabel: niet door kracht noch door geweld, maar door mijn Geest! zegt de HERE der heerscharen. |
|
4:7 |
…heil, heil, zij hem! |
|
4:9 |
…, en gij zult weten, dat de HERE der heerscharen mij tot u gezonden heeft. |
|
4:10 |
Want wie
veracht de dag der kleine dingen? |
|
4:14 |
Zij zijn de twee gezalfden die vóór de HERE der ganse aarde staan. |
|
5:2 |
Ik zie een vliegende boekrol,… |
|
5:3 |
Dit is de vloek die uitgaat over het ganse land:… |
|
5:4 |
…, en hij overnacht in zijn huis en vernietigt het,… |
|
5:6 |
Dat is een efa,… |
|
5:7 |
En zie, het loden deksel werd opgelicht en daar zat een vrouw in de efa. |
|
5:8 |
Dat is de goddeloosheid. |
|
5:9 |
En zij droegen de efa weg tussen hemel en aarde. |
|
5:11 |
Is dit gereed, dan zetten zij haar daar op haar plaats. |
Een
kandelaar met twee olijfbomen daar bovenuit, links en rechts. Wat is
dat? De engel zegt: “Weet gij niet, wat dat betekent?”
Met andere woorden dat moet je toch wel weten, maar Ik zal het je
uitleggen. “Dit is het woord des HEREN tot Zerubbabel: niet
door kracht noch door geweld, maar door mijn Geest! zegt de HERE der
heerscharen. Wie zijt gij, grote berg? Voor het aangezicht van
Zerubbabel wordt gij een vlakte; hij zal de gevelsteen naar voren
brengen onder het gejubel: heil, heil zij hem!”
Het is
de Geest des HEREN die de grote dingen doet. De vijand kan nog zo
groot lijken. Hij kan wel een berg lijken waar je niet omheen kunt.
Maar door de kracht van de Geest van God wordt het een vlakte. Het
stelt niets vooral dat vertoon van macht. De HERE blaast erin en het
is niet meer. Daar staat de Bijbel vol van. Wat een wonderen.
Wat een grote, machtige daden van God. Hij verwarde legers. Hij liet
het water wijken. Hij trad op en het gebeurde. Hij sprak en het was
er. En steeds als mensen terugkeren naar de HERE God, dan gebeurt er
een groot wonder. Zo zal het ook gaan met het uitverkoren volk en het
uitverkoren land. Het is een heerlijke toekomst. Wij kijken aan, wat
voor ogen is, maar God kijkt het hart aan. God zal de tempel
voltooien. We zullen ons kunnen verblijden, als we het paslood zien,.
dan wordt er gebouwd tegen de verdrukking in. Het zal gebeuren. Het
kan niet anders. Glorie voor zijn Naam.
“Want wie
veracht de dag der kleine dingen?” Wat betekent dit eigenlijk?
Uit het verband wordt duidelijk, dat we elke dag moeten zien als een
Gods wonder. Elke dag volvoert Hij zijn plan. Dan zal Hij zijn
macht manifesteren. Het zijn de ogen des HEREN, die de ganse aarde
rond gaan. Het zijn de zeven sterren, de zeven ogen. God heeft alles
onder controle. Hij volvoert zijn plan. Een heerlijke toekomst. De
olijfbomen zijn de twee gezalfden, die voor de HERE staan. Zijn dit
Juda en Israël? Het zijn de machtige daden van God. Hij heeft
zijn legerschaar van engelen en van allen die Hem dienen en klaar
staan om die nieuwe hemel en die nieuwe aarde te grondvesten. Het zal
gebeuren. Het is vast en zeker.
We kunnen er nog veel meer van
zeggen, maar één ding is zeker en dat wordt in al deze
visioenen steeds maar weer herhaald: “God houdt zich aan zijn
woord.” Hij volvoert zijn profetie. Hij herstelt alle
dingen.
En dan het zesde gezicht: de vliegende boekrol.
Duidelijke zaak. Iedereen die de woorden van God tart, zal worden
weggevaagd. Denk maar niet dat het vergeten wordt. Het komt in
de boekrol en je wordt weggevaagd, want het kan voor God niet
bestaan. Ook een eerlijke zaak. Want wie liegt en steelt en vals
zweert en zondigt, die weet, dat hij zich tegen God keert. Hij lokt
het zelf uit. Dan moet je ook niet verwachten dat het goed gaat. Het
staat hier luid en duidelijk: het zal worden weggevaagd. Dat
staat vast. Als je dat weet, dan is er maar één uitweg.
Bekeer je, voordat het te laat is. Het is nabij.
En dan de
efa. Die ziet er overal hetzelfde uit. Wat zit er in de efa? Een
vrouw. Wat symboliseert die?: de goddeloosheid. En wat gebeurt er
mee? Het deksel gaat er op en de goddeloosheid wordt weggedragen,
weggedragen naar het land Sinear, ver weg. Daar wonen ze dan. Maar de
goddeloosheid is weg bij de mensen. God herstelt alle dingen. De
goddeloosheid is niet meer. De nieuwe hemel en de nieuwe aarde,
waarop gerechtigheid woont, komt. Glorie voor zijn Naam. Dat gaat
gebeuren. Wat een heerlijke toekomst om te weten dat alle ellende,
zonde en goddeloosheid, waar we vandaag midden in zitten, wordt
weggevaagd. Dank U, Here God, dat we daarop mogen vertrouwen.
Zacharia 6:1-7:14
10 mei [2]
|
6:1 |
…, daar kwamen vier wagens naar voren tussen twee bergen. |
|
6:5 |
De engel gaf mij ten antwoord: Deze gaan uit naar de vier windstreken des hemels, van hun standplaats bij de HERE der ganse aarde. |
|
6:6 |
Die met zwarte paarden gaat uit naar het Noorderland, de witte gaan uit, hen achterna, en de gevlekte gaan naar het Zuiderland. |
|
6:7 |
Gaat heen, doorkruist de aarde. |
|
6:8 |
Hierop riep hij mij toe en sprak tot mij: Zie, die uitgegaan zijn naar het Noorderland brengen mijn Geest in het Noorderland tot rust. |
|
6:10 |
Neem gaven van de weggevoerden,… |
|
6:11 |
…– neem dan zilver en goud en maak een kroon en zet die op het hoofd van de hogepriester Jozua,… |
|
6:12 |
Zie, een man, wiens naam is Spruit. Deze zal uit zijn plaats uitspruiten en hij zal de tempel des HEREN bouwen. |
|
6:13 |
…en hij zal met majesteit bekleed zijn en als heerser zitten op zijn troon;… |
|
6:15 |
Die verre zijn,
zullen aan de tempel des HEREN komen bouwen… |
|
7:1 |
In het vierde jaar van koning Darius,… |
|
7:3 |
Moet ik in de vijfde maand wenen en vasten, zoals ik dit nu reeds zovele jaren gedaan heb? |
|
7:5 |
Wanneer gij in de vijfde en zevende maand hebt gevast en geklaagd nu al zeventig jaren lang, hebt gij dan inderdaad voor Mij gevast? |
|
7:7 |
Ging het niet zo met de woorden welke de HERE door de vroegere profeten heeft uitgeroepen,… |
|
7:9 |
Zo zegt de HERE der heerscharen: spreekt eerlijk recht en bewijst elkander liefde en barmhartigheid; verdrukt weduwe noch wees, bijwoner noch arme, en beraamt niet in uw hart elkanders onheil? |
|
7:11 |
Maar zij weigerden te luisteren,… |
|
7:12 |
Daarop kwam er een grote toorn van de HERE der heerscharen. |
|
7:13 |
En gelijk Hij riep zonder dat zij gehoor gaven, zo ook zullen zij roepen zonder dat Ik gehoor geef, zeide de HERE der heerscharen,… |
|
7:14 |
Ik zal hen als een stormwind heendrijven naar allerlei volken die zij niet kennen, en achter hen zal het land verwoest worden, zodat niemand daarin heen en weer trekt. Aldus hebben zij het lieflijke land tot een woestenij gemaakt. |
Dit
is dan het achtste gezicht. Er zijn zeven gezichten aan vooraf
gegaan. Het heeft allemaal te maken met het plan dat de HERE God met
zijn volk heeft. Ze leven in zonde en ze zullen zich moeten bekeren,
wil de HERE God weer in hun midden kunnen zijn. En dat gaat door de
geschiedenis heen. Zacharia ziet deze gezichten en schrijft ze op
voor ons, die zoveel eeuwen later leven. We moeten dat dan ook heel
serieus nemen. We kunnen ons er niet vanaf maken door te zeggen, dat
we het niet snappen en het daarom maar links laten liggen. Het is
directe verkondiging voor alle tijden en dus ook voor ons. Het is
verkondiging in vervulling. Het is steeds opnieuw een oproep tot
bekering voor het volk in de tijd dat de profeet dit uitsprak, maar
het is ook steeds een oproep tot bekering voor de tijd van
vandaag. De profetie staat in het teken van het heden met het
perspectief van de beloften van de vervulling. En de vervulling
heeft steeds te maken met de komst van het eeuwige koninkrijk van God
en de afrekening met de duivel, die vanaf de zondeval probeert de
mens in zijn tang te houden en van God af te trekken. Maar God
belooft herstel dwars door grote strijd heen.
Hier gaat het om
wagens met paarden die de aarde doorkruisen. Het zijn sterke paarden
en ze gaan over de hele aarde. Ze verlangen ook om te gaan. Ze
onderzoeken hoe het er met de aarde voorstaat. Ze gaan uit om
Gods Geest tot rust te brengen. Dat betekent dus dat Gods Geest werkt
over de hele aarde. Hij wil het herstel van alle dingen. Want daar
gaat de Geest van God naar uit. Hoe is het gesteld met de aarde?
“Want des HEREN ogen gaan over de gehele aarde, om
krachtig bij te staan hen wier hart volkomen naar Hem uitgaat”
(2 Kronieken 16:9). De ogen en de oren van de HERE
zijn op dezer plaats om te zien en te horen of het volk zich ook
bekeert en verootmoedigt. Daar gaat het om. Het is een directe oproep
tot verootmoediging. We kunnen heel ingewikkeld doen over hoe het nu
zit met al die paarden en de kleuren van die paarden. Dat mag best
uitgezocht worden, maar God wil over de hele aarde weer zijn recht
opeisen.
Dan wordt het weer heel concreet. De weggevoerden en
teruggekomenen moeten een kroon maken van zilver en die zetten op het
hoofd van de hogepriester Jozua. We hebben over hem ook enkele
hoofdstukken eerder gelezen. Toen kreeg hij een schoon gewaad. De
duivel probeerde hem aan te klagen. Hij is immers de aanklager aller
broederen. Maar de Here God duldt dat niet. Hij weet wel dat zijn
volk zondig en vuil is, maar Hij duldt niet dat de duivel daar
gebruik van maakt. En zo is het zo vaak. Hoe vaak klaagt de duivel
ons niet aan? Hoe vaak worden wij niet beschuldigd? Of beschuldigt
ons geweten ons? De duivel zal je wel influisteren dat je niet deugt.
“Als je dan zegt in God te geloven, hoe kun je dan dit en hoe
kun je dan dat doen?” We weten er allemaal van. En het is
ook zo, zonder de genade en de ontferming en de verzoening door
het bloed van Jezus kunnen we ook niets bereiken.
$
Maar God
duldt niet dat de duivel ons aanklaagt. Want hier wordt de
hogepriester voorgesteld als de middelaar tussen God en de
mensen. Maar de grote Hogepriester is aanstaande. De Spruit wordt
aangekondigd. Hij zal ontspruiten vanuit het heiligdom. Hij is de
Zoon van God zelf. Hij wordt aangekondigd. Hier, maar op vele andere
plaatsen in het profetisch woord. Heerlijk, wat een toekomst. En Hij
is gekomen, dè Middelaar. Zo Hij gekomen is en zo Hij
opgevaren is, zó komt Hij ook weer terug. Wat een heerlijk
evangelie. Geloofd en geprezen zij zijn Naam. Halleluja, prijs de
Heer. Hij is de hogepriester en Hij is de koning. Hij zal op de troon
van zijn vader David zitten.
De tempel des HEREN zal worden
herbouwd en de volkeren zullen er aan mee bouwen. En jullie, maar ook
de hele wereld zal weten, dat de HERE der heerscharen mij tot u
gezonden heeft. Dit zal geschieden indien gij aandachtig luistert
naar de stem van de HERE, uw God. Het is ook elke keer weer dezelfde
oproep. Luisteren, luisteren, luisteren. Naar de woorden van God. Dan
zul je het gaan zien. Dan zul je het weten. Dan zul je ook zien wie
Jezus is. Het Woord keert nooit ledig weer.
Daarom moeten we
met verve en vrijmoedigheid dit woord ook proclameren. Heerlijk toch.
Want de toekomst van dat eeuwige koninkrijk van recht en
gerechtigheid is zeker. Glorie voor zijn Naam.
Je kunt
wel in ballingschap zijn. Je kunt dan wel vasten en wenen in de
vijfde en de zevende maand zoals het is voorgeschreven. Maar de vraag
is: heeft dit vasten ook zin? Voor wie doe je het vasten? Volgt er
ook verootmoediging en bekering op? Of doe je het voor jezelf? Ze
zijn nu zeventig jaar in ballingschap en hebben al die jaren
gevast. Maar de Here is vlijmscherp. Jullie hebben het voor
jezelf gedaan. Net als in het verleden. Toen kwamen de profeten met
de oproep tot bekering. Toen werd er ook gevast, maar het had geen
zin, want de rechtspraak was krom, er was ongerechtigheid in het
land, er werd niet omgezien naar weduwe en wees. Ze stopten toen hun
oren toe voor de profeten. En zo is het vandaag ook. Het is
verschrikkelijk. Wat een wereld.
En als jullie niet willen
luisteren, je oren toestopt, dan zal Ik ook niet luisteren als jullie
roepen. En het is gebeurd. Het volk is in ballingschap gegaan. De
volkeren hebben het volk vervolgd. Ze zijn inderdaad als een
stormwind heengedreven. Tot vandaag aan de dag toe. En het land
is verlaten geworden. Pas sinds 1948 is er sprake van grootscheepse
terugkeer. Eeuwenlang is het verwoest geweest. God heeft ze als
een stormwind heengedreven naar allerlei volken die zij niet kenden.
En wat is de geschiedenis van de Joden vol van lijden en vervolging.
Wat is er een ellende gekomen op hun afval van God. God lijdt daar
zelf het meeste onder. Het is immers zijn uitverkoren volk. Het is
verschrikkelijk. Zij hebben toch in de eerste plaats de
beloften?
Maar dat is het einde niet. Want de beloften zijn
onberouwelijk. Wat God beloofd heeft, zal Hij ook doen. Maar Hij
laat niet met zich spotten. Niet door zijn eigen uitverkoren volk en
ook niet door de (on)gelovigen uit de volkeren. Wat toch een
ongehoorzaamheid om telkens maar weer af te vallen van het
bevrijdende eeuwige woord van God. Wat is de boze sterk om de mens
steeds maar weer te verleiden. Daarom is de oproep ook hier dat we
ons steeds maar weer dienen af te vragen of we ons vroom gedoe in
feite voor onszelf doen, òf dat we inderdaad de daad ook bij
Gods woord voegen en die dingen doen die Hij verwacht. Dat is recht
en gerechtigheid. Dat is omzien naar weduwe en wees. Dat is elkanders
heil zoeken en niet elkanders onheil. Daar kun je meteen al mee
beginnen. Maak schoon schip in je eigen huis en zegen de anderen.
Prijs de Heer.
Zacharia 8:1-23
11 mei [2]
|
8:2 |
Ik ben voor Sion in grote ijver ontbrand; in gloeiende ijver ben Ik ervoor ontbrand. |
|
8:3 |
Ik keer weder tot Sion en Ik woon binnen Jeruzalem; Jeruzalem zal de stad der trouw, en de berg van de HERE der heerscharen zal de berg der heiligheid genoemd worden. |
|
8:6 |
Al zal dit in de ogen van het overblijfsel van dit volk in die dagen te wonderlijk zijn, zou het dan ook in mijn ogen te wonderlijk zijn? luidt het woord van de HERE der heerscharen. |
|
8:7 |
Zie, Ik verlos mijn volk uit het land van de opgang en uit dat van de ondergang der zon;… |
|
8:8 |
…Ik breng hen terug en zij zullen binnen Jeruzalem wonen. Zij zullen Mij tot een volk zijn en Ik zal hun tot een God zijn, in trouw en in gerechtigheid. |
|
8:12 |
…en Ik doe het overblijfsel van dit volk dit alles beërven. |
|
8:13 |
Gelijk gij onder de volken een vervloeking geweest zijt, o huis van Juda en huis van Israël, zo zult gij, doordat Ik u heil schenk, een zegen worden; vreest niet, laten uw handen sterk zijn. |
|
8:14 |
Want zo zegt de HERE der heerscharen: Zoals Ik Mij voorgenomen had u kwaad te doen, toen uw vaderen Mij vertoornden, zegt de HERE der heerscharen, en het Mij niet berouwde, zo heb Ik in deze dagen Mij weer voorgenomen Jeruzalem en het huis van Juda wèl te doen; vreest niet! |
|
8:16 |
Dit moet gij doen: spreekt waarheid onder elkander, oefent eerlijke en heilzame rechtspraak uit in uw poorten; beraamt in uw hart elkanders onheil niet, en hebt geen valse eed lief, want dit alles haat Ik, luidt het woord des HEREN. |
|
8:19 |
…hebt dan de waarheid en de vrede lief. |
|
8:21 |
Laten wij toch heengaan om de gunst des HEREN af te smeken… |
|
8:23 |
In die dagen zullen tien mannen uit volken van allerlei taal vastgrijpen de slip van een Judese man en zeggen: wij willen met u gaan, want wij hebben gehoord, dat God met u is. |
Dan
slaat het oordeel om in heil. God had zijn volk een eeuwig heil
beloofd. Zie de beloften aan Abraham en de voortdurende herhaling in
de profeten. Het is een doorlopende lijn. Wat God zegt dat zal
gebeuren. Het lijkt er soms op dat het afgelopen is, want het volk
leeft in zonde. Het doet de vreselijkste dingen. Het is dan ook
terecht dat God er een einde aan wil maken. Telkens is het kantje
boord. Maar steeds gaat God met een gedeelte ervan door. Ze gaan in
ballingschap. Ze komen terug. Slechts een deel. De Messias moet
geboren worden. Het paradijs komt terug. De zonden verzoend. De dood
overwonnen. Dat is het grote verhaal van het Oude Testament. Keer op
keer. Er is geen einde aan de profetie. Het is één
grote doorgaande lijn. Want het doel is de nieuwe hemel en de
nieuwe aarde.
Wat een ontdekking om te zien dat de dogma’s
van de vroege kerk de profetie hebben ingeruild voor de gemeente uit
de heidenen. Met voorbijgaan aan de beloften van God zelf. Hoe hebben
we het kunnen doen. We zijn ontzettend veel kwijtgeraakt. We moeten
Zacharia uit ons hoofd leren.
En het is ook niet omdat Gods
uitverkoren volk zich heeft bekeerd. Neen het is Gods brandende ijver
voor zijn volk. Zelf zien ze het als een onmogelijkheid. Dat zal
nooit gebeuren. Maar zou voor God iets te wonderlijk zijn? God is een
God van wonderen. God is een God van genade. Hij heeft het goede voor
met alle mensen. Wat een ingrijpen van God! Dan is gehoorzaamheid het
gevolg. Dan zullen de straten vol zijn van blijde mensen. Dan zal er
weer vrolijkheid zijn. Want waar God komt daar is blijdschap en
vrede. Hebt de vrede lief. Hebt dan de waarheid en de vrede lief!
En
de volken van rondom zullen zien dat God met hen is. En ze zullen
komen en willen ook de zegen van God hebben. En tien mannen uit de
volken zullen de slip van een Judese man grijpen en zeggen: “wij
willen met u gaan, want wij hebben gehoord dat God met u is”.
Wat
een verhaal. Geweldig. Geweldig. Het gaat gebeuren. Het is waar. Het
is zeker. Het is beloofd. Het staat geschreven. Wie kan nu toch
bedenken dat dit verhaal vergeestelijkt wordt. Dat slaat toch nergens
op. Dat kan toch helemaal niet. Daar loop je toch in vast. We moeten
deze leugen te lijf gaan. Hoe? Heel eenvoudig. Door het woord zelf te
lezen. Door het te herhalen. Door het te lezen en te herlezen.
Keer op keer. Ik heb het gevoel dat we totaal gehersenspoeld
zijn door de eeuwen heen. Ik heb het idee dat we vergiftigd zijn met
een theologie van de leugen. En dat is ook zo. Daar moeten we niet te
zachtzinnig over doen. Want als het een leugen is dan is het een
leugen. En als het een leugen is tegen God, dan zwaait er wat. Want
als we iets af of toedoen aan het woord van God, dan wordt dat
afgedaan aan het heil dat we zullen ontvangen, Wee je gebeente.
We moeten niet verslappen, er is haast geboden, want de tijd dringt.
Hij komt spoedig. Dan is het te laat. We moeten onze lampen brandende
houden. Wat een geweldige ontdekkingsreis. O HERE vergeef ons onze
zonden.
Zacharia 9:1-17
12 mei [2]
|
9:6 |
…en Ik zal de trots der Filistijnen uitroeien. |
|
9:8 |
Ik zal Mij rondom mijn huis legeren als een wacht tegen de heen en weer trekkende legers, en geen onderdrukker zal meer tegen hen optrekken, want nu zie Ik het met mijn eigen ogen. |
|
9:9 |
Zie, uw koning komt tot u, hij is rechtvaardig en zegevierend,… |
|
9:10 |
…en hij zal de volken vrede verkondigen, en zijn heerschappij zal zich uitstrekken van zee tot zee, en van de Rivier tot de einden der aarde. |
|
9:13 |
Want ik span Mij Juda, op de boog leg Ik Efraïm, en wek uw kinderen, o Sion,… |
|
9:15 |
De HERE der heerscharen zal hen beschutten,… |
|
9:16 |
Zo zal de HERE, hun God, hen te dien dage verlossen als de kudde, die zijn volk immers is, ja zij zijn kroonjuwelen, die zullen blinken in zijn land. |
|
9:17 |
Waarlijk, hoe groot is zijn geluk, ja, hoe groot zijn schoonheid! Het koren doet jongelingen, en de most jonkvrouwen gedijen. |
Het
feest gaat door. God zal als een muur rondom zijn volk zijn De
vijanden zullen proberen zijn volk kapot te maken, maar God duldt het
niet. Hij zal hen zelf vernietigen en de HERE God zal zorgen dat het
vrede is alom. De volkeren zullen beven als ze de almacht van de
HERE God zien. Dan zal Sions koning komen met macht en
zegepraal. Rijdende op een ezelhengst. Het is de intocht in
Jeruzalem. De Messias is gekomen. Ze hebben het gezien. En Hij zal de
volken vrede verkondigen, en zijn heerschappij zal zich uitstrekken
van zee tot zee en van de Rivier tot de einden der aarde.
De
komst van de Messias is niet alleen voor zijn volk. Hij komt voor de
gehele wereld. Zijn heerschappij zal zich uitstrekken over de
gehele aarde. Hij zal heersen. Hij zal zijn vijanden onderwerpen en
wegdoen. Het is de grote bevrijding. Het is de zegepraal. Wat
een toekomst. Wat een zegen om daar nu al deel van te mogen zijn. Om
dat nu al te mogen zien. Wie wil daar niet bij horen. Want dan
heb je geen uitzicht meer op alle vreselijke dingen die telkens
opnieuw gebeuren. Waar de zonde heerst. Waar we niet meer weten waar
we het zoeken moeten. En hoe vaak is dat niet het geval. Want er
gebeuren zoveel onverklaarbare dingen, ook in ons eigen leven Want
als we het goede willen doen dan is het kwade er zo maar weer. Het
lijkt wel of het kwade in ons automatisch gaat en dat we voor
het goede ons erg moeten inspannen. Het is zo maar weer mis. Maar
Gode zij dank, we mogen leven in de verwachting van dat komende
koninkrijk van recht en gerechtigheid. Dat koninkrijk in ons hart mag
ook het uitgangspunt zijn van ons leven. Daar mogen we ons mee
vullen. Daar mogen we uit leven. En daar putten we de kracht uit om
het goede na te streven. Als we ons maar blijven richten op dat
Koninkrijk. Op Messias Jezus dan zal Hij ons de kracht geven om
staande te blijven in de strijd waarin we elk moment van ons leven
zitten.
Wat een kracht. Wat een zegen. Wat een zekerheid. Het
is geweldig. We willen toch niet anders! Dank U Heer voor die
zekerheid. Voor dat perspectief. Voor die beloften. Voor die
toekomst. Help ons om vanuit uw woord die toekomst scherp te
zien. Vergeef ons dat we zo vaak uw woord maar uw woord laten. Wat
doen we onszelf toch vreselijk tekort. We kunnen alleen maar leven
als we zicht hebben op uw woord. En het is zo dichtbij. Het is zo
maar voorhanden. Help ons om het te lezen. Help ons. Elke
dag.
Het geweldige is dat het wel zo kan zijn dat de groten
der aarde bijeen komen om hun legers op orde te brengen, maar dat het
in werkelijkheid zo is dat God opstaat en in vliegende zuiderstormen
komt om zijn vijanden aan zijn voeten te verslaan. Ze zullen tekeer
gaan. Ze zullen als briesende leeuwen proberen de volgelingen van
koning Jezus te vernietigen. Maar Hij zal ze zelf verlossen, als een
kudde die zijn volk immers is. Hij behoort ze toe. Het is een
klaroenstoot van het komende heil. Daar word je toch blij van
als je dit leest. Daar wil je toch ook bij horen. Waarom nog
twijfelen? Als het nu iets zou zijn dat je in problemen zou brengen,
dan is twijfel op zijn plaats, maar het is een grote zekerheid
dat je een koninkrijk binnenstapt van vrede en gerechtigheid. En wie
hunkert daar niet naar? Toch iedereen. Kom doe mee. Stel het niet
langer uit. Het heeft nu al lang genoeg geduurd. Want waarlijk hoe
groot is zijn geluk, ja hoe groot zijn schoonheid.
Zacharia 10:1-11:3
13 mei [2]
|
10:1 |
Vraagt van de HERE regen ten tijde van de late regen. …een stortregen zal Hij hun geven,… |
|
10:2 |
…nietswaardige troost bieden zij. …omdat zij geen herder heeft. |
|
10:5 |
…ja, zij strijden, omdat de HERE met hen is,… |
|
10:6 |
…ja, Ik zal hen terugbrengen, omdat Ik Mij over hen ontferm, en zij zullen worden, alsof Ik hen niet verworpen had. Want Ik ben de HERE, hun God, en Ik zal hen verhoren. |
|
10:8 |
Ik zal hen tot Mij fluiten en hen vergaderen, want Ik bevrijd hen, en zij zullen even talrijk worden als zij waren. |
|
10:10 |
Ja, Ik zal hen terugbrengen… |
|
10:11 |
Zo zal de trots van Assur neerstorten, en de scepter van Egypte zal verdwijnen. |
|
10:12 |
Ik zal hen sterken in de HERE, en in zijn naam zullen zij wandelen, luidt het woord des HEREN. |
|
11:3 |
Hoor het gejammer der herders, …omdat de pronk van de Jordaan verwoest is. |
Ja.
Zo is het. We moeten op God vertrouwen. God hoort ons. Hij verhoort
ons. Bij Hem zijn we veilig. De waarzeggers spreken leugens. Ze zijn
nietswaardige mensen. Zij liegen en bedriegen. Zij geven geen
regen. Zij brengen de mensen in de war. Zij leiden hen naar de
hel. Maar de herder is de HERE God. Luistert naar zijn stem. De Goede
Herder. De Goede Herder zet zijn leven in voor zijn schapen. Tegen de
valse herders is de toorn van God ontbrand. Hij zal die herders! Hij
zal Juda en Israël herstellen. Zij zullen de overwinning
behalen, omdat de HERE met hen is. Hij zal ze terugbrengen in het
land. Hij zal zich over hen ontfermen alsof Hij hen niet verworpen
had. Hij heeft hen dus verworpen. Ze zijn in ballingschap gebracht.
Ze zijn ongehoorzaam geweest. De Messias is uit hen geboren,
maar ze hebben Hem verworpen. Ze hebben Hem gekruisigd. Weg met Hem.
Ze zijn uit hun land gejaagd. De tempel is verwoest. Het land
heeft eeuwen braak gelegen. Klopt helemaal. Vreemde volken zijn
er gaan wonen en tot vandaag aan de dag denken die vreemde volken dat
ze alle recht hebben om het volk van God uit hun land te jagen. Dat
proberen ze dan ook met alle kracht.
God zal ingrijpen en ze
terugbrengen. Als door een wonder. Hij legt zijn gedachtenis in
hun harten. Dan krijgen ze het verlangen om terug te keren. En dan
keren ze ook terug. Als door een wonder. Wat zet hen in beweging om
terug te keren? Het is God zelf die het in hun harten legt. Ze
keren in grote getale terug. Het land is te klein. De zee zal
hun uitbreidingsgebied zijn. De Nijl zal zelfs droogvallen en ook de
grote rivieren. Dan zal Assur niets meer zijn en de scepter van
Egypte zal verdwijnen. Dat zijn toch grote ingrijpende
ontwikkelingen. Dat is toch allemaal niet voor te stellen. Maar
het staat hier wel. Want als ze terugkeren, dan zullen het miljoenen
zijn. Dat zal een enorme uittocht zijn. De volken rondom zullen
vallen. De Libanon, vandaag een smeltkroes van macht tegen
Israël. Het zal vallen. De omringende volkeren zullen geen macht
meer hebben. De Here God grijpt zelf in. Wat een strategisch plan.
Wat een toekomst.
Het lijkt alsof het ook aan het gebeuren is.
Want er gaat geen dag voorbij of Israël is in het nieuws. Het
grote wereldnieuws wordt bepaald door wat er in Israël gebeurt.
Het gaat naar het einde. Er zijn toch eeuwen en eeuwen geweest
dat niemand dacht aan Israël. Dat is nu anders. Israël is
de smeltkroes der natiën. Daar twijfelt niemand aan. Vast en
zeker.
De meeste mensen weigeren om een rechtstreeks verband
te zien tussen de bijbelse profetie en de dingen van alle dag. Dat
geldt niet alleen ten aanzien van de profetie voor Israël, maar
ook van die voor de volkeren. Want als de volkeren volharden in het
doen van de dingen der duisternis, dan zal het oordeel over hen
komen. Zij behoren ook tot de valse herders. Zij zullen weggevaagd
worden. Zowel in Israël zelf, als ook onder de volkeren. Wat is
er een valse leer. Wat is het verschrikkelijk dat we van de
vervangingstheologie zo’n sterk dogma hebben gemaakt, dat tot
op vandaag de gangbare theologie is dat het heil alleen door de kerk
moet komen en dat Israël heeft afgedaan. Er is een tendens om er
meer aandacht aan te geven, maar de meerderheid van hen die dat doen,
willen niet een radicale afzwering van deze valse theologie. Dat is
de ernst van de tijd waarin we leven. Daar komt het vandaag op aan.
Zacharia 11:4-12:9
14 mei [2]
|
11:4 |
Zo zeide de HERE, mijn God: Weid de slachtschapen;… |
|
11:6 |
Zie, Ik lever de mensen over,… |
|
11:7 |
…en Ik heb twee staven genomen, de ene heb Ik genoemd Lieflijkheid, en de andere Samenbinding; zo heb Ik de kudde geweid. |
|
11:10 |
Toen heb Ik mijn staf Lieflijkheid genomen en die verbroken, tenietdoende mijn verbond, dat Ik met alle volken gesloten had. |
|
11:11 |
…zo hebben de ellendigste onder de schapen, die op Mij letten, bemerkt, dat dit een woord des HEREN was. |
|
11:12 |
…dertig zilverstukken. |
|
11:14 |
Daarop heb Ik mijn tweede staf, Samenbinding, verbroken, tenietdoende de broederschap tussen Juda en Israël. |
|
11:17 |
Wee de nietswaardige herder,… |
|
12:2 |
Zie, Ik maak Jeruzalem tot een schaal der bedwelming voor alle volken in het rond;… |
|
12:3 |
Te dien dage zal Ik Jeruzalem maken tot een steen, die alle natiën moeten heffen; allen die hem heffen, zullen zich deerlijk verwonden. En alle volkeren der aarde zullen zich daarheen verzamelen. |
|
12:6 |
…dan zullen zij rechts en links alle natiën in het rond verteren; en Jeruzalem zal blijven voortbestaan op zijn eigen plaats, te Jeruzalem. |
|
12:8 |
Te dien dage zal de HERE de inwoners van Jeruzalem beschutten,… |
|
12:9 |
Te dien dage zal Ik zoeken te verdelgen alle volken die tegen Jeruzalem oprukken. |
De
opdracht is om de schapen te weiden. Maar wat gebeurt er. De slechte
herders weiden de schapen niet. Ze maken gebruik van de schapen.
Ze verrijken zich zelf. Ze zijn zelfzuchtig. Ze vervolgen de schapen.
En dat neemt God niet. Hij neemt de staf lieflijkheid. Daarmee wilde
Hij alle volken weiden. Maar Hij verbreekt het verbond met alle
volken. En de ellendigste onder de schapen hebben daardoor bemerkt
dat dit een woord des HEREN was. De dertig zilverstukken,
gegooid in het huis van de pottenbakker, duiden op de Messias.
Maar ze hebben Hem verworpen. De staf Samenbinding is ook verbroken
te niet doende de broederschap tussen Juda en Israël.
Wee
de nietswaardige herder, die de schapen verlaat, verdorren zal zijn
arm, verduisterd worden zijn rechteroog. We hebben het hier over
herders. Het zijn de slechte herders die de schapen weiden. De
schapen raken verdwaald. Ze dolen als schapen die geen herder hebben.
De herder is het beeld van de vertrouweling van de schapen.
Jezus is de goede herder. Hij zet zijn leven in voor de schapen. Je
hebt ook huurlingen, die gaan op de vlucht als de boze wolven komen.
Die geven de schapen over als een prooi aan de tegenstanders. Jezus
zette zijn leven in voor de schapen in nood. Hij joeg de boze herders
weg. Hij verdelgde ze. Hij zette de toon naar het nieuwe leven. Hij
was de overwinning op het kruis van Golgotha. Het is volbracht. Daar
kan geen mens tegenop. Zo zal het gebeuren. God geeft hen over in de
macht om elkaar te vernietigen. Ze zullen zoeken zich te redden, maar
ze gaan roemloos onder.
Dan zal God zijn rijk van recht en
gerechtigheid grondvesten. En dan komt het apocalyptisch einde. Hij
zal Jeruzalem maken tot een schaal der bedwelming voor al de volken
in het rond. “Te dien dage zal Ik Jeruzalem maken tot een
steen, die alle natiën moeten heffen, en allen die hem heffen
zullen zich deerlijk verwonden.” Alle volken zullen
optrekken tegen Jeruzalem, maar dan zal God ingrijpen met macht en
majesteit. Hij zal de inwoners van Jeruzalem macht geven om de
vijanden te verslaan. Hij zal hen beschutten, als in de dagen
van David. Dat zal geweldig zijn. Stel je voor: alle volken trekken
op naar Jeruzalem en dan zullen ze allemaal teruggeslagen worden. Dat
moet wel een wonder zijn. Want hoe kan zo’n klein landje het
opnemen tegen zo’n grote legermacht. Maar het zal toch
gebeuren. Is dit beeldspraak? We doen beter om het letterlijk te
nemen. Want wat geschreven staat, staat geschreven. Als we zien wat
er allemaal rondom Israël aan de hand is, dan kunnen we niet
anders zien dan dat God doet wat Hij zegt. En dat is nog al wat. “Te
dien dage zal Ik zoeken te verdelgen alle volken die tegen Jeruzalem
oprukken.”
Wat hebben we deze profetieën eeuwenlang
verwaarloosd. Hoe belangrijk is het om deze profetieën, juist in
deze tijd waarin zoveel aan de hand is rondom Israël, serieus te
nemen. Ja, de Joden keren terug in ongehoorzaamheid. Ze zijn zelfs zo
fel tegen Messias Jezus, dat zij, die in Hem geloven, geen recht
hebben op terugkeer. Alle Joden mogen terugkeren. De grootste heiden
en de grootste crimineel of occultist. Maar als je zegt dat je een
Messiasbelijdende Jood bent, dan kom je er niet in. Dat is de dubbele
tragiek van de Jood. Dat is de vreselijke lijn der geschiedenis. De
Messias kwam in de eerste plaats voor hen en ze hebben Hem afgewezen.
En wij hebben de Messias, maar verwerpen hun profetie en ook onze
eigen profetie. Wat een dubbele tragiek. Wat een geestelijke
verduistering. Wat een noodzaak om daar verlichting in te brengen.
Doen we dat niet dan is Gods woord juist in deze tijd van grote
verwarring een niet heldere lamp voor onze voet.
Zacharia 12:10-13:9
15 mei [2]
|
12:10 |
Ik zal over het huis van David en over de inwoners van Jeruzalem uitgieten de Geest der genade en der gebeden; zij zullen hem aanschouwen, die zij doorstoken hebben, en over hem een rouwklacht aanheffen als de rouwklacht over een enig kind, ja zij zullen over hem bitter leed dragen als het leed om een eerstgeborene. |
|
12:11 |
Te dien dage zal in Jeruzalem de rouwklacht groot zijn, zoals de rouwklacht van Hadad-Rimmon in het dal van Megiddo;… |
|
12:12 |
…het land zal een rouwklacht aanheffen, alle geslachten afzonderlijk… |
|
13:1 |
Te dien dage zal er een bron ontsloten zijn voor het huis van David en voor de inwoners van Jeruzalem ter ontzondiging en reiniging. |
|
13:2 |
…ook de profeten en de onreine geest zal Ik uit het land wegdoen. |
|
13:7 |
…en Ik zal mijn hand keren tegen de kleinen. |
|
13:8 |
In het gehele land, luidt het woord des HEREN, zullen twee derden uitgeroeid worden en de geest geven, maar een derde zal daarin overblijven. |
|
13:9 |
Dat derde deel zal Ik in het vuur brengen,… ja hen louteren… Zij zullen mijn naam aanroepen… De HERE is mijn God. |
Het
wordt ontzettend spannend. De HERE zelf zal hen roepen. Hij zal zich
over hen ontfermen. Hij is in brandende ijver voor hen ontbrand. Zelf
zijn ze nog niet zo ontbrand. Ze zullen verwonderd zijn. Wat gebeurt
er allemaal? Zal het wel gebeuren? Er zal heel wat getwijfeld zijn.
Het kan helemaal niet. Hoe kan God zich nu ontfermen over een volk,
dat zich van Hem heeft afgewend? En het lijkt er niet op dat ze zich
bekeren. Ze zijn almaar met zichzelf bezig en niet met God. Maar God
zegt: “Zou voor Mij iets te wonderlijk zijn?” Natuurlijk
zijn ze in ballingschap gebracht vanwege hun zonden. Maar God zegt
dat Hij er niet meer aan zal denken.
Als dat dan allemaal
gebeurt dan zullen ze ontdekken dat Jezus hun Messias was. Ze hebben
Hem doorstoken. Maar dan zien ze tot hun schrik en verbijstering
dat ze hun eigen Messias hebben afgewezen. Dat zal een schok zijn.
Dan zullen ze een rouwklacht aanheffen als over een eerstgeborene.
Wat een geween. Wat een ontdekking van zonde. Wat een berouw en
een verootmoediging. Dan vallen er tranen van berouw. Dan vallen
er tranen van een radicale omkeer. O God, wat hebben we gedaan.
Vreselijk. Wat moet U een God van genade zijn, dat U ons niet van de
aardbodem wegvaagt en ons toch weer in genade aanneemt. We hebben
verdiend dat u ons van de aardbodem wegvaagt. Maar toch. Dank U HERE
God.
En dan gebeurt het ene wonder na het andere. God treedt
op. Het nieuwe koninkrijk komt eraan. Dank U
HERE God. Wat een wonder. Er wordt een bron ontsloten voor het
huis van David ter ontzondiging en ter reiniging. Ook worden de
valse profeten en de onreine geest uit het land weggedaan. Alles
wordt gelouterd. Wat zullen er een valse profeten tot inkeer moeten
komen. Wat is er veel afgoderij ingeslopen. Het land is er vol van.
Het moet allemaal verdwijnen en uitgeroeid worden. Weg ermee. De
valse herders worden geslagen. Weg er mee. Het zal niet gebeuren. Weg
ermee. Twee derden van de stad zal uitgeroeid worden en een derde
gelouterd. Dat is een straf. Dat is een loutering. Maar de
overblijvenden zullen dan ook de Naam van God aanroepen en zeggen:
“De HERE is mijn God”.
Zacharia 14:1-21
16 mei [2]
|
14:1 |
Zie, er komt een dag voor de HERE, waarop de buit, op u behaald, binnen uw muren verdeeld zal worden. |
|
14:3 |
Dan zal de HERE uittrekken om tegen die volken te strijden, zoals Hij vroeger streed, ten dage van de krijg;… |
|
14:4 |
…zijn voeten zullen te dien dage staan op de Olijfberg, die vóór Jeruzalem ligt aan de oostzijde; dan zal de Olijfberg middendoor splijten, oostwaarts en westwaarts, tot een zeer groot dal, en de ene helft van de berg zal noordwaarts wijken en de ander helft zuidwaarts;… |
|
14:5 |
En de HERE, mijn God, zal komen, alle heiligen met Hem. |
|
14:6 |
En op die dag zal er geen kostelijk licht zijn, noch verstijving;… |
|
14:8 |
Dan zullen te dien dage levende wateren uit Jeruzalem vlieten, de helft daarvan naar de oostelijke en de helft naar de westelijke zee; in de zomer zowel als in de winter zal dat geschieden. |
|
14:9 |
En de HERE zal koning worden over de gehele aarde; te dien dage zal de HERE de enige zijn, en zijn naam de enige. |
|
14:11 |
…maar Jeruzalem zal veilig gelegen zijn. |
|
14:13 |
Ja, te dien dage zal er onder hen een grote, door de HERE bewerkte, ontsteltenis wezen,… |
|
14:16 |
…zullen van jaar tot jaar heentrekken om zich neer te buigen voor de Koning, de HERE der heerscharen,… |
|
14:17 |
…op hem zal geen regen vallen,… |
|
14:20 |
Den HERE heilig! |
|
14:21 |
En er zal te dien dage geen Kanaäniet meer zijn in het huis van de HERE der heerscharen. |
Het
zal een grote strijd zijn. Als de duivel weet dat zijn uur geslagen
is, dan is te verwachten, dat hij alles zal doen om je onderuit te
halen. Hij gaat rond als een briesende leeuw, zoekende wie hij kan
verslinden En hoevelen worden er verslonden. De een na de ander. En
wie is er gelukkig van geworden. Niemand. Dat weten we maar al
te goed. We weten zelf het beste waar het toe leidt. Het leidt tot de
ondergang. Daarom moeten we heel dicht bij Jezus blijven. We
moeten niet links en niet rechts gaan. We moeten geen compromissen
sluiten. We moeten bij Jezus blijven.
Het zal er tekeer gaan.
De legers trekken op naar Jeruzalem. De volkeren kiezen tegen
het uitverkoren volk. Het moet maar afgelopen zijn. Weg met de
Joden. De wereld loopt te hoop. Het wordt spannend. Maar dan
treedt God op. Zijn voeten zullen staan op de Olijfberg. Hij zal voor
hen strijden. De Olijfberg zal splijten. Er zal een groot dal
ontstaan. Er zal een vlakte ontstaan. Het zal een dag zijn, die bij
de HERE bekend is. En dan zal God God zijn. De HERE zal de enige
zijn. En volkeren zullen in verwarring elkaar uitmoorden en ieders
tong zal wegteren in zijn mond; een grote strijd. Het vermogen van de
omringende volkeren zal Jeruzalem binnen gedragen worden. Nou, nou,
dat is nogal van apocalyptische omvang. Daar zijn alle spektakel
films samen niets bij. De volkeren met al hun macht en hun geweld
zullen optrekken. Het zal een grote samenzwering zijn tegen het volk
van God. Het zal met een agressieve haat gepaard gaan. Velen van
het volk zullen ook ten onder gaan. Maar dan grijpt God zelf in. Hij
is in heilige ijver voor zijn volk ontbrand. Dan zullen ze ook zien
wie ze doorstoken hebben. Wat een ontknoping. Dan zullen ze pas zien
dat Jezus hun Messias was.
En dan zullen de overgebleven
volken elk jaar naar Israël trekken om het Loofhuttenfeest te
vieren. En de volken die het niet doen die zullen geen regen
ontvangen. Overal zal staan “de HERE heilig.” Want alles
wat in Jeruzalem is, is de HERE heilig. Het is de heilige stad. God
woont daar. Ze zullen hem dienen, de groten en de kleinen.
Het
is de hoogste tijd dat we de profetieën letterlijk nemen. Hoe
halen we het in ons hoofd om het te vergeestelijken. Het staat er
toch allemaal. En waarom zou het niet zo letterlijk gebeuren. Zoveel
profetie is letterlijk uitgekomen. We moeten ons bekeren. Het is o zo
belangrijk, omdat we daardoor ook scherp zicht hebben op de dingen
die komen. We hebben dat nodig om staande te blijven.
Glorie
voor zijn Naam!
Feest
in Jeruzalem:
Profetische teksten uit Zacharia
Als je de profetische teksten uit Zacharia op een rij zet, wordt je enthousiast, omdat je dan ziet hoe groot de trouw van God is en hoe zeker de vervulling van de profetie is. Het helpt je door de soms moeilijke gedeelten heen te zien, hoe we met reikhalzend verlangen kunnen uitzien naar de komst van dat rijk van recht en gerechtigheid, waarbij Jeruzalem, Jeruzalem zal zijn: de stad waarvan de wet zal uitgaan.
|
1:14 |
Ik ben voor Jeruzalem en voor Sion in grote ijver ontbrand, maar Ik ben zeer toornig op de overmoedige volken, die, terwijl Ik maar een weinig vertoornd was, meehielpen ten kwade. |
|
1:16 |
Daarom, zo zegt de HERE: Ik keer in erbarming tot Jeruzalem weder; mijn huis zal daarin gebouwd worden… |
|
1:17 |
…nóg zal de HERE Sion troosten, Jeruzalem nóg verkiezen. |
|
1:21 |
…om neer te slaan de horens van de volken, die hun horen hebben verheven tegen het land Juda, om het te verstrooien. |
|
2:4 |
…als een open plaats zal Jeruzalem daar liggen vanwege de menigte van mensen en vee daarin. |
|
2:5 |
En Ik zelf, luidt het woord des HEREN, zal haar een vurige muur zijn rondom, en heerlijkheid binnen in haar. |
|
2:7 |
Op, redt u naar Sion… |
|
2:8 |
…– want wie u aanraakt, raakt zijn oogappel aan –… |
|
2:10 |
Jubel en verheug u, gij dochter van Sion! Want zie, Ik kom in uw midden wonen, luidt het woord des HEREN. |
|
2:12 |
En de HERE zal Juda op de heilige bodem als zijn erfdeel in bezit nemen en Hij zal Jeruzalem nog verkiezen. |
|
3:2 |
…is deze niet een brandhout uit het vuur gerukt? |
|
3:4 |
Zie, Ik neem uw ongerechtigheid van u weg, Ik trek u feestklederen aan. |
|
3:8 |
Ik zal mijn knecht, de Spruit doen komen… |
|
3:9 |
…en Ik zal op één dag de ongerechtigheid van dit land wegdoen. |
|
4:6 |
…niet door kracht noch door geweld, maar door mijn Geest! zegt de HERE der heerscharen. |
|
4:10 |
Want wie veracht de dag der kleine dingen? |
|
5:9 |
En zij droegen de efa weg tussen hemel en aarde. |
|
6:12 |
…zie, een man wiens naam is Spruit. Deze zal uit zijn plaats uitspruiten en hij zal de tempel des HEREN bouwen. |
|
6:13 |
…en als heerser zitten op zijn troon…” |
|
7:9 |
…spreekt eerlijk recht en bewijst elkander liefde en barmhartigheid; verdrukt weduwe noch wees, bijwoner noch arme, en beraamt niet in uw hart elkanders onheil. |
|
7:14 |
Ik zal hen als een stormwind heendrijven naar allerlei volken die zij niet kennen, en achter hen zal het land verwoest worden… |
|
8:2 |
Ik ben voor Sion in grote ijver ontbrand… |
|
8:3 |
Ik keer weder tot Sion en Ik woon binnen Jeruzalem; Jeruzalem zal de stad der trouw, en de berg van de HERE der Heerscharen zal de berg der heiligheid genoemd worden. |
|
8:4 |
Er zullen weer oude mannen en vrouwen op de pleinen van Jeruzalem zitten, ieder met een stok in de hand vanwege zijn hoge leeftijd. |
|
8:5 |
Ook zullen de pleinen der stad vol zijn van jongens en meisjes die daar spelen. |
|
8:6 |
Zo zegt de HERE der heerscharen: Al zal dit in de ogen van et overblijfsel van dit volk in die dagen te wonderlijk zijn, zou het dan ook in mijn ogen te wonderlijk zijn? luidt het woord van de HERE der heerscharen. |
|
8:7 |
Zo zegt de HERE der heerscharen: Zie, Ik verlos mijn volk uit het land van de opgang en uit dat van de ondergang der zon; Ik breng hen terug en zij zullen binnen Jeruzalem wonen. Zij zullen mij tot een volk en Ik zal hun tot een God zijn, in trouw en in gerechtigheid. |
|
8:12 |
…en Ik doe het overblijfsel van dit volk dit alles beërven. |
|
8:13 |
…zo zult gij, doordat Ik u heil schenk, een zegen worden; vreest niet, laten uw handen sterk zijn. |
|
8:14 |
…zo heb Ik in deze dagen Mij weer voorgenomen Jeruzalem en het huis van Juda wèl te doen; vreest niet! |
|
8:19 |
…hebt dan de waarheid en de vrede lief. |
|
8:23 |
In die dagen zullen tien mannen uit de volken van allerlei taal vastgrijpen, ja vastgrijpen de slip van een Judeese man, en zeggen: wij willen met u gaan, want wij hebben gehoord, dat God met u is. |
|
9:8 |
…en geen onderdrukker zal meer tegen hen optrekken, want nu zie Ik het met mijn eigen ogen. |
|
9:9 |
Jubel luide, gij dochter van Sion; juich, gij dochter van Jeruzalem! Zie, uw koning komt tot u, hij is rechtvaardig en zegevierend, nederig, en rijdend op een ezel, op een ezelshengst, een ezelinnejong. |
|
9:10 |
…en Hij zal de volken vrede verkondigen, en zijn heerschappij zal zich uitstrekken van zee tot zee, en van de Rivier tot de einden der aarde. |
|
9:16 |
Zo zal de HERE, hun God, hen te dien dage verlossen als de kudde, die zijn volk immers is, ja zij zijn kroonjuwelen, die zullen blinken in zijn land. |
|
10:1 |
Vraagt van de HERE regen ten tijde van de late regen. |
|
10:5 |
…ja, zij strijden, omdat de HERE met hen is… |
|
10:6 |
Zo zal Ik het huis van Juda sterken en het huis van Jozef verlossen; ja, Ik zal hen terugbrengen, omdat Ik Mij over hen ontferm, en zij zullen worden, alsof Ik hen niet verworpen had. |
|
10:8 |
Ik zal hen tot Mij fluiten en hen vergaderen, want Ik bevrijd hen, en zij zullen even talrijk worden als zij waren. |
|
10:9 |
Wel zaai Ik hen onder de volken, maar in verre streken zullen zij aan Mij denken; zo zullen zij leven met hun kinderen, en terugkeren. |
|
10:10 |
Ja, Ik zal hen terugbrengen uit het land Egypte, en hen uit Assur vergaderen… |
|
10:12 |
Ik zal hen sterken in de HERE, en in zijn naam zullen zij wandelen, luidt het woord des HEREN. |
|
11:7 |
…en Ik heb twee staven genomen, de ene heb Ik genoemd Lieflijkheid, en de andere Samenbinding; zo heb ik de kudde geweid. |
|
12:2 |
Zie, Ik maak Jeruzalem tot een schaal der bedwelming voor alle volken in het rond;… |
|
12:3 |
Te dien dage zal Ik Jeruzalem maken tot een steen, die alle natiën moeten heffen; allen die hem heffen, zullen zich deerlijk verwonden. En alle volkeren der aarde zullen zich daarheen verzamelen. |
|
12:6 |
…dan zullen zij rechts en links alle natiën in het rond verteren; en Jeruzalem zal blijven voortbestaan op zijn eigen plaats, te Jeruzalem. |
|
12:8 |
Te dien dage zal de HERE de inwoners van Jeruzalem beschutten… |
|
12:9 |
Te dien dage zal Ik zoeken te verdelgen alle volken die tegen Jeruzalem oprukken. |
|
12:10 |
Ik zal over het huis van David en over de inwoners van Jeruzalem uitgieten de Geest der genade en der gebeden; zij zullen Hem aanschouwen, die zij doorstoken hebben, en over Hem een rouwklacht aanheffen als de rouwklacht over een enig kind, ja, zij zullen over Hem bitter leed dragen als het leed om een eerstgeborene. |
|
12:11 |
Te dien dage zal in Jeruzalem de rouwklacht groot zijn… |
|
13:1 |
Te dien dage zal er een bron ontsloten zijn voor het huis van David en voor de inwoners van Jeruzalem ter ontzondiging en reiniging. |
|
13:9 |
Zij zullen mijn naam aanroepen en Ik zal hen verhoren. Ik zeg: Dat is mijn volk; en zij zullen zeggen: De HERE is mijn God |
|
14:3 |
Dan zal de HERE uittrekken om tegen die volken te strijden, zoals Hij vroeger streed, ten dage van de krijg… |
|
14:4 |
…zijn voeten zullen te dien dage staan op de Olijfberg, die vóór Jeruzalem ligt aan de oostzijde; dan zal de Olijfberg middendoor splijten, oostwaarts en westwaarts, tot een zeer groot dal… |
|
14:5 |
En de HERE, mijn God, zal komen, alle heiligen met Hem. |
|
14:8 |
Dan zullen te dien dage levende wateren uit Jeruzalem vlieten, de helft daarvan naar de oostelijke en de helft naar de westelijke zee… |
|
14:9 |
En de HERE zal koning worden over de gehele aarde… |
|
14:11 |
…men zal het bewonen, en er zal geen ban meer zijn, maar Jeruzalem zal veilig gelegen zijn. |
|
14:12 |
Dan zal dit de plaag zijn, waarmee de HERE alle volken zal treffen, die tegen Jeruzalem zijn uitgerukt: Hij zal ieders vlees, terwijl hij nog op zijn voeten staat, doen wegteren… |
|
14:16 |
Allen, die zijn overgebleven van al de volken, die tegen Jeruzalem zijn opgerukt, zullen van jaar tot jaar heentrekken om zich neer te buigen voor de Koning, de HERE der heerscharen, en het Loofhuttenfeest te vieren. |
|
14:20 |
Te dien dage zal op de bellen van de paarden staan: Den Here heilig… |
Bovenstaande teksten staan ook afgedrukt in een klein boekje Feest in Jeruzalem, dat eveneens door Schreeuw om Leven is uitgegeven en aldaar te bestellen.