In 1773 begon de Brits Oostindische Compagnie zijn opiumexport vanuit India naar China. Door vreemde kooplieden aangewakkerd maakte het opium roken zich met verbazende snelheid meester van de onmetelijke bevolking. Elke poging van de Chinese regering het te stoppen mislukte omdat het werd gesteund door Europese wapenen. Toen de Chinese regering 20.000 kisten opium van Britse kooplieden in beslag genomen had en de voorraden in de Britse handelshuizen in Kanton had vernietigd verklaarde Engeland de oorlog: eerste opiumoorlog (1840-42). Bij het vredesverdrag moest China 5 havens voor de Engelsen openstellen. Na de tweede opiumoorlog door Engeland en Frankrijk, 1856-1858, volgden nog eens 7 havens. Intussen haatten de Chinezen de vreemdelingen die de opium binnenbrachten. Tenslotte besloot de regering het kweken niet langer te verbieden. Dan kon zij tenminste belasting heffen en bleef de winst voor een gedeelte in het land. Eens rijke korenvelden werden nu gebruikt voor opium. Opiumhandel was gelegaliseerd. Tegen het einde van de negentiende eeuw werd het aantal opium rokende Chinezen tot in de miljoenen gerekend.
Zendelingen hadden intussen niet stilgezeten
zoals de grote China-zendeling Hudson Taylor. Zij zagen van nabij de ramp die
het Westen in China aanrichtte, ondervonden de haat van de bevolking tegen
vreemdelingen. Zij waarschuwden. Hudson Taylor schrijft in 1856 naar zijn
familie, dat alleen al in de naburige haven maandelijks 32.000 pond opium wordt
ingevoerd in China. Het Internationale geweten begon te spreken tegen deze
nieuwe vorm van slavernij. Aanzet tot internationale opiumverdragen werd
gegeven: het eerste Opiumverdrag, 1912, kwam in Den Haag, Nederland, tot stand.
Het beginsel van de nu geldende opiumverdragen is: beperking van drugsgebruik
tot alleen geneeskundige of wetenschappelijke doeleinden. De onder toezicht
gestelde drugs werken alle op het centrale zenuwstelsel, de hersenen, en zijn
zowel verslavend als schadelijk. De Opiumwet is weer gebaseerd op de verdragen.
Op dringend verzoek van Egypte met een eeuwenlange ervaring met
cannabis(hasj)-gebruik (1925) werd ook cannabis onder internationaal toezicht
gesteld. Een belangrijk resultaat: in het begin van de 20ste eeuw werd
opiumgebruik in alleen China geschat op gelijk aan 3000 ton morfine, nu met de
verdragen is het medische gebruik over de gehele wereld jaarlijks gelijk aan
230 ton morfine en het illegale gebruik aan 380 ton.
Maar Nederland vergat! Nederland met slechts een ervaring van tientallen
jaren met hasjgebruik ging hasj 'soft' noemen. Van internationale zijde werd
gewaarschuwd dat dit niet wetenschappelijk was. Egypte had toch al in 1925
gevraagd om onder toezichtstelling? Gunning, Nederlandse arts, die 8 jaar in
het Atlas gebergte werkte, had al lang in een boek daar gelezen over de ziekte
‘cannabisme’, een chronische staat van vergiftiging. De jeugd in Nederland
kreeg een misleidend signaal: ‘sof t’, dan kunnen we wel experimenteren. De
coffeeshops zorgden voor de verkoop. Maar een probleem: wat voor de Chinezen de
vreemdelingen waren, zijn voor ons (criminele) organisaties die de coffeeshops
kunnen bevoorraden. Dan maar ook zelf gaan telen. Totaal er niet aan gedacht,
dat de geschiedenis zich herhaalt, de Chinezen deden het ook, het werd alleen
maar erger. We zetten de klok terug. We trappen op de internationale verdragen.
En hoe dichter wij beneden bij legalisering aankomen, des te harder glijden
wij. Eenmaal daar aangekomen, wordt het zoals een werker in de ambulante
hulpverlening zei: klinieken bijbouwen. Kent u hen niet?
De hasjgebruiker: even een fricandeautje, verder de hele avond blowen op de bank. Een examen; misschien gaat het met wat hasj tevoren, waar de volgende dag totaal alles vergeten. De scheepskapitein die een ex-hasjgebruiker wel 7 keer moest uitleggen hoe een schip vast te binden. Hij kon het maar niet onthouden. Nemen we weer de strijdbijl op? En voor jongeren: wel of geen hasjgebruiker, blijf er van af. Coffeeshops verdwijnen dan wel vanzelf of worden echte ‘koffiehuizen’. Neem de naar je uitgestoken hand aan om vrij te komen en stand te houden.
En u, jij mag weten, Eén strekt Zijn hand naar u uit:
"Terstond stak Jezus hem de hand toe en greep hem" (Matth. 14:31).
Wietteelt? Opiumslaaf
vergeten?
|
Opnieuw uitgegeven,
oktober 1985 bij Stark-Texel, |