Binnen 24 uur stemde de Eerste Kamer van de Senaat strak volgens het/de dicta(a)t(uur) van het regeerakkoord voor hulp bij zelfdoding door een arts: 48 tegen 26 stemmen. De patiënt is vogelvrij en de dokter die iemand van het leven berooft (nu het leven beëindigt) is uit het Wetboek van Strafrecht geschrapt. De NVVE en D66 dieppaars juicht dat weer een stap gezet is op de weg van het recht van ieder mens om zelf te bepalen wanneer hij zijn leven wil beëindigen; nog wel met behulp van een dokter.
Nu al zijn er geluiden om nader te bezien wat we aanmoeten met wilsonbekwame, ook psychiatrische, patiënten. De agressieve boosheid van de voorstanders over een vergelijking met Nazi Duitsland geeft aan dat de voorstanders weigeren de feiten van de huidige en recente geschiedenis serieus te nemen. De discussie lijkt als twee druppels water op de discussie in de Weimar Republiek in de 20er en 30er jaren waarbij namen als Bindung en Hoche boekdelen spreken. Als de objectieve, democratische norm van het boven alle partijen en zelfs boven de mens zelf verheven principe van het recht op absolute bescherming van iemands leven gewijzigd wordt in een systeem waarbij nu een bepaalde beroepsgroep (de artsen, maar wie volgt(?)) wordt uitgesloten van doden, dan is een hoeksteen van het rechtssysteem weggehaald. Dit universele principe is verankerd in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en de mede daarop gebaseerde Europese Verklaring van de Rechten van de Mens.
Het feit dat artsen persoonlijk steeds een drempel over moeten en euthanasie enkel plaats vindt op uitdrukkelijk verzoek, zoals Kohnstamm, directeur van de NVVE en senator tevens voorzitter van de NVVE, bij herhaling hun argumentatie onderbouwen, doet niet af aan het feit dat de patiënt/getuige (ge)dood is, terwijl 60% van de daders/dokters kennelijk bevreesd om de door hem zelf ingevulde doodspapieren aan te melden. Zelfs ondanks dat een toetsingscommissie om de arts (juridisch) van de rechter verwijderd te houden is ingesteld en de arts tevens nu ook “gedecrimialiseerd” is, omdat zijn doden(moord) uit het Wetboek van Strafrecht is geschrapt. Het is naar de patiënt, het slachtoffer, toe verwerpelijk om de arts/dader te omringen met zoveel strafuitsluitende bepalingen en de rechten van de patiënt te minimaliseren. De patiënt is toch de klant en de arts is de dienstverlener. Juridisch is de wet door het arbitraire karakter der zorgvuldigheidseisen en de eenzijdige bescherming van de rechten van de dienstverlener en de schending/discriminatie van de rechten van de patiënt in het licht van de schending van de rechten van de mens, een monstrum. Mogen zij die euthanasie willen hun arts onder druk zetten de dokters toenemend doen beseffen dat zij niet opgeleid zijn om te doden om als de dood komt zelf terugtreden om de patiënt met zorg en zonder pijn te omringen om in de laatste vaak cruciale fase van iemands leven om in het reine te komen met zichzelf en de ander te kunnen sterven. De kennelijke poging om lijden weg te nemen is per definitie tot mislukken gedoemd. In dit gebroken leven is lijden en dood (nog) onontkoombaar zijn.
Nu de man in de witte jas ook het recht heeft om te doden, zijn het opnieuw de zwakkeren in de samenleving die door de moraal die door toepassing van deze euthanasiewet zal ontstaan,
onder druk komen te staan om ook euthanasie als keuze mogelijkheid te zien. Van de wet gaat de werking uit dat zij die niet voor de euthanasie optie kiezen door hun omgeving, zowel medisch als familiaal, aangekeken te worden als tegenwerking om mee te werken aan deze zorgvuldige dood. Met deze euthanasie wet is een tweedeling in de gezondheidszorg een feit. Een niet euthanaserend arts zal moeite ondervinden om aanvaard te worden, evenals de verpleegkundige die volop moet meewerken, behalve bij de laatste spuit die is voorbehouden aan de arts.
De buitenlandse bevreemding wordt afgedaan met meewarige kritiek als zou Nederland ook op dit slechte pad de wijsheid in pacht hebben. Ook nu is de regering van plan om de wereld in te trekken met des “goede” wet waar je “mee voor de dag kunt komen”. Nederland ambassadeur van de “goede dood”
Nu D66 in de nadagen van haar regeerperiode ook deze slechte wet er door gedrukt heeft, ondanks breed maatschappelijk verzet van meer dan 1/3 van de senaat en grote delen van de bevolking stijgt de nood in Nederland tot aan de lippen.
Er gebeurt tussen hemel en aarde veel meer dan we kunnen waarnemen. Europawijd zijn de boeren in de rouw om de moord (het ruimen) van hun dieren. In Volendam en Enschede zijn diepe wonden geslagen door slecht overheidsbeleid. 30.000 kinderen worden per jaar in de moederschoot gedood (geruimd) Junks worden als oud vuil als oud vuil, gedogend de dood ingejaagd door vrije drugs en heroïne projecten. Op rook- en drank gebied schijnt de ellende door te dringen. Op het terrein van de vrije seks gaat de aids en ellende condoom verstrekkende actie door. Het bordeelverbod is opgeheven, hoererij is een beroep, terwijl onze kinderen in de nieuwe slaven seksindustrie worden kapotgemaakt. De Eeuwige tartend wijdt een Cohen luid homohuwelijken in. Zinloos geweld slaat steeds weer toe.
Ons land gaat te gronde aan het gebrek aan kennis. De profeten spraken er al over. De universele normen en waarden van God zijn goed voor alle mensen. Als de christenheid nog langer weigert het zoutend zout te zijn, waarover hun Verlosser Jezus sprak zal het land verder te gronde gaan. Het wordt immers Pasen. En het oordeel begint bij het huis Gods. Ondanks enige ritselingen van hoop blijft het angstig stil in christendommelig Nederland. We leven in een door de Oranjes gezegend geregeerd land. Zij gaven hun leven voor ons land. De strijd gaat verootmoedigend en biddend door tot heil voor ons land en volk. Den Vaderland getrouwe.
Drs. L.P. Dorenbos, voorzitter Stichting Schreeuw om Leven