De gelijkenis van de onrechtvaardige rentmeester. Daar gaat het over het kwijtschelden van dat deel van de schuld wat God verboden had, namelijk het rentedeel. Zijn meester kon hem niets maken want rente was verboden maar men hield zich er niet aan. Economie is een normatief woord. De man die op het land werkt heeft recht op de producten van het land. Wij hebben er een geldelijke zaak gemaakt, maar het is een normatief begrip. Vandaag acht men het niet meer doenlijk om economie te betrekken op bijbelse principes omdat de economie zo ingewikkeld is geworden dat een rechtstreekse toepassing vanuit het oude boek niet meer doenlijk is, zegt men. Bijvoorbeeld het principe van het goud als standaard voor waarde. Maar hoe dan wel? Maar hoe moeten de werkelijkheid van vandaag serieus nemen en dan door te vragen naar de beginselen die daar bijbels ten diepste achter zitten. Ik probeer vanuit de praktijk van vandaag te redeneren en dan terug te denken. Uit de raadselachtigheden van je samenleving kun je soms heel veel leren. Dat wat niet te verklaren is is waar je op door kunt vragen om er achter het raadsel, het vreemde te komen. Is er enige gemeenschappelijkheid. We gaan vijf zaken aanraken.
1 Rijkdom en armoede in de wereld. Het aantal kinderen dat per dag sterft door honger is nog steeds tenminste 25.000. Waarom kunnen rijke landen dit probleem niet de baas worden? Men heeft het over doelstellingen als de development decennium. Maar nu al weet men dat het doel niet gehaald wordt. Hoe kan dat? We kunnen toch zo veel. De levensverwachting van een kind geboren in Harlem de slums in New York schijnt lager dan die van een kind in Bangladesh. In de VS heeft 20 % van de kinderen te maken met armoede gehad. Kennelijk keert armoede terug in rijke landen.
2 Het raadsel van de toename van zorg tekorten. De zorg aan de patiënten zelf neemt af. Je zou verwachten in rijke samenlevingen dat deze zorg toe zou nemen. De medische zorg nam toe, maar de individuele aandacht voor de patiënt neemt af. Het gaat om minuten per patiënt. Een soort verharding. De levensstandaard is verdubbeld, dus je zou denken dat er meer ruimte en tijd is voor de zorg. De erosie van de zorg.
3 Heeft het iets met de tijdsparadox te maken? Een welvarende samenleving zou tot meer mogelijkheden van vrije tijd leiden. Maar de paradox is dat de haast toeneemt zowel in werk als in de vrije tijd. Je verbaast je over de traagheid van de soaps van toen en die van nu. Het is echter onze gewenning aan de grote haast van opeenvolging van de zaken die over je heen komen.
4 Het vermogen om milieuproblemen op te lossen is toegenomen maar de milieuproblematiek neemt eerder toe dan af. Er is instabiliteit. Het probleem wordt moeilijker te grijpen dan ooit. Je denkt problemen technisch economisch op te lossen, maar er zijn dimensies die daar boven gaan die het moeilijk maken. Er zijn geheimen
5 De titel van het boek Hans Achterhuis: De geheimen van de schaarste. Schaarste is een modern verschijnsel. De schaarste neemt toe met de welvaart. Er is geen geld om de problemen op te lossen. Daar zit een raadselachtigheid in. Hoe komt dat er dertig jaar geleden er problemen waren en men wilde daar iets aan doen. Maar vandaag zijn er problemen waarvoor geen geld is om het op te lossen.
De diepere vraag is, wat zijn de elementen die deze raadselachtigheid veroorzaken. Het eerste is dat het is verbonden aan de mate van de snelheid van ontwikkeling. Het ene is sneller en het andere trager. Moderne armoede wodt vandaag gezien als achterstandsarmoede. Men heeft niet de mogelijkheid opgenomen te worden in het moderne arbeidscircuit. Er vindt een soort uitsluiting plaats. Een soort getto. Van degene die het niet hebben kunnen halen, die achtergebleven zijn. Een op de zes werknemers heeft stress burnt-out, overspanninggevallen. Een op de vier. De dynamiek versnelt maar het is de vraag of de mensen dat aan kunnen, kunnen bijbenen. Het is een vorm van niet meer betrokken zijn bij het volle leven.
De zorg is ook een voorbeeld daarvan. We kennen sterke economische sectoren zoals energie techniek met hoge productiviteit sectoren met grote productiviteit. Maar in de zachte sectoren kan de productiviteitsstijging niet omhoog. Deze sector blijft verhoudingsgewijs achter bij de productiviteitsstijging. Deze sectoren worden relatief duurdere sectoren. Een overheid moet dan gaan bezuinigen. Want het is niet meer op te brengen. Er is een achterstand in de productiviteit ontwikkeling tussen de verschillende sectoren. Maar in hoeverre is het een gemaakt of een echt probleem. Daar blijven we mee zitten.
De tijd laat zich niet aanmaken. Je kunt van alles produceren. Hoe meer men claims op tijd legt hoe meer er een spanning ontstaat. Hoe meer werk we in een tijdspanne stoppen hoe meer we de spanning ervaren. Maar tijd is niet te maken. Een materieel rijke samenleving wordt eenzaam in contacten. Een spanning tussen wat dynamisch groeit en dat wat er niet kan bijbenen.
Als een samenleving heel veel kan produceren maar de behoefte stijgt sneller dan de productie kan bijbenen ook omdat men elkaar afkijkt. Een samenleving die bepaald wordt door gretigheid wordt een samenleving van schaarste omdat de productie het niet kan bijbenen.
We moeten nog dieper. Het zit niet alleen in de productiefactoren. Het zit ook in de manier waarop we tegen de zaken aankijken. Het is ook een kwestie van internaliseren. We hebben het over ontwikkelingelanden. Zegt dat meer over ons of over de andere landen. Zeggen we dat zij sneller moeten ontwikkelen om met ons mee te kunnen doen. Zij moeten zich aanpassen aan de eisen van onze moderne tijd. Maar waar komen die eisen vandaan? De regering spreekt over niet producerenden. Dat zijn de bejaarden en de niet arbeidzame mensen. Bejaarden worden als niet productief gezien. Maar het meeste vrijwilligerswerk wordt door bejaarden wordt gedaan. Men doet alsof bejaarden minder zijn omdat ze niet meer produceren. Het brengt ons bij Godfried Bomans: bejaarde mensen die er haast waren en nu zijn bejaarden die er haast geweest zijn, zoals hij het uitdrukte.
De natuur moet vandaag aan allerlei voorwaarden voldoen. Geen wonder dat de milieuproblemen toenemen. We zijn ingeloten in een dynamisch wereldbeeld waarbij de dynamiek vanzelfsprekend is en dat wat achterblijft inferieur is. Het is jammer dat de natuur niet mee groeit. In het westen is de natuur de hinderpaal om technisch economisch vooruit te gaan. In alle culturen is de natuur de zegen om vanuit te leven.
Als we vanuit deze dynamische dynamiek ook de ander bekijken zouden wel eens sommige dynamische aspecten scheef getrokken worden.
In onze samenleving leeft een overschatting van wat de mens kan produceren en een onderschatting van wat de mens gegeven is om vanuit dat menszijn te kunnen. Dat wat niet gepresteerd wordt daar wordt op neer gekeken.
In het Oude Testament zit een ontwerp voor een menselijke orde. De economie legt de zorg op het land, de zorg voor de arbeidend mens, de zorg dat zij ook kapitaal kunnen verkrijgen dat ze nodig hebben, dus geen rente. En dan zit daar een relativiteit aan, dat wat de output is. Dan ga je met de weduwen en de wezen naar de tempel omdat de gemeenschap met God en de medemens een diepere vervulling is dan het omgaan met de productie. Het gaat om de input kant van de economie en dan is de zegen het resultaat. Bij ons is het omgekeerd. Wij leggen zo de nadruk op de output dat we met de input in de knoei komen. Het gaat niet om afzien van groei. Het punt ligt in de balans tussen wat mensen maken en wat God geschapen heeft en wat mee moet klinken als positieve waarde. Voorbeeld. De Wereldbank heeft in de tachtiger jaren benadrukt dat export moet om valuta te krijgen om je te ontwikkelen. Afrika is nu het continent waar de voedselzekerheid is kwijt geraakt. Als ziekenhuizen bestaan is dat net zo goed kapitaal als bedrijven die worden gebouwd. Er is een sociaal kapitaal in wat mensen aan elkaar geven in de informele economie. Er is een rijkdom die behouden moet blijven. Een human kapitaal dat tot ontwikkeling moet worden gebracht. Als alles wordt gelegd in de maximale productie van waaruit al het goede geboren moet worden en je verliest de waarde van het menselijk kapitaal, dan verlies je veel. Er dient respect te zijn voor wat mens en natuur als productie aankunnen. Het gaat om de zorgen van mensen en hun land, opdat het hun welgaat
We leven in een tijd van globalisering en ingewikkelde financiële en internationale netwerken. De economische processen. Financiën moeten de economie doen, en die nemen ons de maat. De vraag is welke stijl wordt in de globalisering van de economie. Is het de stijl van de sterkste die wint en daarin overheerst? Of is het de stijl waarin ook de zwakke en de natuur overeind blijft. Het geheimenis dat God voltooit. Hij wil alle dingen brengen onder het hoofd Jezus Christus. Zij economie van de tijd: Door de scheppingsgeschiedenis van de mens heen onder het hoofd Jezus Christus te laten vallen. Als Jezus wordt beschreven, als zijn koningschap over de hele wereld komt, dan wordt altijd het voorbeeld van de herder genoemd. De herder zorgt. De Heer zal vragen wat heb je met mijn erfenis gedaan. Het is niet de woeker, maar de zorg. De herder is er om in de zorg van de zwakke te dienen. Er ligt een pastoraal element in de economie van God. Je kunt wel denken dat je je imperium van ego en productie en opbouwen en accumulatie als fysiek kapitaal. Maar als je de ondergrond weghaalt van waarop de mens in tijd, productie en natuur kan leven, dan haal je het fundament weg en zal het zich tegen je keren. Men denkt de wereld te redden maar de wereld wordt zo niet gered maar gaat ten onder. Het gaat erom als Jezus die zegt: heb je nog wat toespijs. God heeft de maaltijd verzorgd. Is er nog wat toespijs. En daar moeten wij voor zorgen.
Lezing gehouden voor de CBMC Hilversum in hotel Lapershoek, 7 januari 2004 (samenvatting gemaakt door L.P. Dorenbos)