Skip navigation
?
Onbedoeld zwanger?

Mensenrechten en het Christelijke mensbeeld

Auteur: Arthur Alderliesten

‘Iedereen heeft recht op leven.’ Dit was de kernboodschap van de Week van het Leven als reactie op de absurde wens om abortus als recht te verklaren. Het jaarthema van Schreeuw om leven in 2023 is abortus en recht. Als christenen belijden we het leven als een geschenk van God. Hoe kunnen we dan als christenen toch gebruik maken van de taal van mensenrechten?

Menselijke waardigheid

Binnen mensenrechten staat het begrip menselijke waardigheid centraal. We zien het terug in onder meer het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. Het eerste artikel beschrijft de menselijke waardigheid als onschendbaar en het tweede artikel wijst erop dat eenieder recht op leven heeft.

De geschiedenis van de ontwikkeling van de mensenrechten laat iets merkwaardigs zien. Eerst was menselijke waardigheid een universele waarde die voortvloeide uit de scheppingstheologie. Later wilde men wel vasthouden aan de morele betekenis van menselijke waardigheid, maar vanwege de toenemende secularisatie niet langer meer aan de christelijke onderbouwing ervan.

Christelijke onderbouwing menselijke waardigheid

De christelijke onderbouwing van de menselijke waardigheid komt voort uit het geschapen zijn naar Gods beeld, imago Dei (Genesis 1:26, 27). Met .dat de mens in zonde is gevallen, zijn wij ook als beelddragers van God ernstig beschadigd. De zondeval heeft de menselijke verantwoordelijkheid echter niet weggenomen of verminderd. Het ‘niet-kunnen’ en ‘niet willen’ van de mens heft Gods ‘moeten’ niet op…

Het geschapen zijn naar Gods beeld zit boordevol aan inzichten voor hoe wij vanuit christelijk perspectief naar het leven dienen te kijken. Allereerst betekent het dat de mens schepsel is: geen product, geen toeval, maar een door God gewenste persoon. Ook geeft het geschapen zijn naar Gods beeld de diepe gedachte dat de mens Gods vertegenwoordiger op aarde is. ‘De mens verbindt hemel en aarde als een knoop’, schreef Rabbijn Abraham Joshua Heschel. En Herman Bavinck schreef in zijn recent gepubliceerde ethiek: ‘De mens is slechts mens, inzover hij God vertoont, ook in zijn dagelijks leven.’ Uit het Imago dei is bovendien af te leiden dat de mens een geheel vormt: de mens is geestelijk én lichamelijk. Ook het lichamelijk bestaan is door God gewild. Dat is overigens niet alleen een scheppingsgegeven; dat Christus ook lichamelijk is opgestaan, bevestigt de schepping. Als we zeggen dat God wil dat jij als persoon bestaat, zeggen we daarmee ook dat God wil dat jouw lichaam er is. We zijn bezielde lichamen. Of: belichaamde zielen. Dat geeft een stevig christelijke onderbouwing om te zeggen dat elk mens recht heeft op lichamelijk bestaan, ook het ongeboren leven. Eenieder heeft recht op leven. En daarmee hebben we de aansluiting gevonden van het christelijke mensbeeld op de mensenrechten.

Kracht mensenrechten

De kracht van het spreken in mensenrechten zit er allereerst in dat christelijke argumenten steeds minder aansluiting vinden in de brede samenleving. De mensenrechten bieden een taal die bredere herkenning en instemming geniet. Stefan Paas noemt dit ergens “morele meertaligheid”. De kracht van het concept van morele meertaligheid is dat het burgers van een liberale democratie idealiter in staat stelt hun voorstellen, bijdragen en inzichten uit te leggen aan mensen van een andere levensovertuiging.

Het tweede waaruit de kracht van de mensenrechten naar voren komt ligt erin dat mensenrechten een meer objectief kader bieden voor de dialoog. Het kan helpen in een tijd waarin gesprekken over ethische dilemma’s vaak worden beheerst door persoonlijke emoties. Het mensenrechtenperspectief kan het gesprek wegleiden van een sterk emotionele persoonlijke situatie naar een dialoog met meer objectieve argumentatie.

Beperking

De belangrijkste beperking van het spreken in de taal van mensenrechten is dat recht het risico heeft om relaties te reduceren tot contractuele relaties. Zo kan in de medische praktijk de procedurele, juridische vraag ‘wie moet er beslissen?’ de inhoudelijke morele vragen verdringen. Zoals: ‘wat moet er worden beslist en waarom?’ We moeten onze morele woordenschat niet reduceren tot de taal van het recht. Of het nu gaat om recht om te kiezen of recht om te leven. Beroemd in dit kader is een betoog van Judith Jarvis Thomsons waarin zij erop wijst dat de wet niemand verplicht een barmhartige Samaritaan te zijn. Dit betoogt ze vanuit het standpunt om de waarde van de keuzevrijheid van de vrouw te laten prevaleren boven de waarde van de bescherming van het ongeboren leven. Ze brengt ons daarmee op het boeiende spoor dat juist het tekort aantoont van het rechtendiscours. Inderdaad is er geen wettelijke verplichting tot barmhartigheid, maar precies dáár ligt wel een morele verantwoordelijkheid. Vanuit Bijbels perspectief is het zelfs een gebod van de Heere Christus Zelf die zei: ‘Wees dan barmhartig, zoals ook uw Vader barmhartig is’ (Luk. 6:36). De priester en de Leviet die de gewonde man op afstand passeerden, schonden waarschijnlijk niet zijn rechten… Het was echter de Samaritaan die zijn morele plicht erkende, daarnaar handelde en daarom bekend is geworden als ‘de barmhartige Samaritaan’. Het ontmaskert de beperking van de taal van ‘rechten’.

De beperkte werking van het recht – én de rijkdom van de christelijke visie op een menswaardig omgaan met elkaar – komt op een geweldige manier naar voren in Micha 6:8. Recht alleen is onvoldoende; het is daarbij nodig om goed te doen en nauw met God te leven: ‘Hij heeft u, mens, bekendgemaakt wat goed is. En wat vraagt de HEERE van u anders dan recht te doen, goedertierenheid lief te hebben en ootmoedig te wandelen met uw God.’

Leven is niet op te eisen

Denken in termen van recht schuurt met de overtuiging van het geschenkkarakter van het leven. Het leven is niet op te eisen. Ook gezondheid is niet op te eisen. Wie zou je daar trouwens op moeten aanspreken? Richting het leven en een gezond leven legt het christelijk perspectief een andere houding voor dan opeisbaar recht. Een houding van ontvankelijkheid, ook van het ongevraagde. Het leven is niet op te eisen, maar een geschenk van onze goede God. En juist daarom is het toch een recht om – als het er eenmaal is – te leven!

Bronnen

  1. List, G.A. van der, (red.). De rechten van de mens. Liberale beschouwingen. Den Haag: Teldersstichting, 1998.
  2. Nullens, Patrick. Verlangen naar het goede. Bouwstenen voor een christelijke ethiek. Zoetermeer: Boekencentrum, 2006.
  3. Verhey, Allen. Reading the Bible in the strange world of medicine. Grand Rapids: Eerdmans, 2003.

< Terug naar kennisbank overzicht