Skip navigation
?
Onbedoeld zwanger?

Is spreken over abortusgevolgen taboe?

Vanuit de maatschappij komen steeds meer signalen dat men het taboe rondom abortus wil doorbreken. In dat proces sneuvelen steeds meer drempels voor abortus. Zo werd de beraadtermijn afgeschaft en mag de huisarts de abortuspil verstrekken. Deze zoektocht om de wetgeving rond abortus te verruimen, is er geen oog voor mogelijke gevolgen die vrouwen na een abortus ervaren. Het onbenoemd laten hiervan kan vrouwen hinderen in het krijgen van juiste nazorg.

Na een abortus heeft 81 procent van de vrouwen een verhoogd risico op mentale gezondheidsproblemen. Ook ervaart 59 procent van de vrouwen moeite om te spreken over hun abortuservaring. De enige nazorg die een kliniek of ziekenhuis biedt is de nacontrole. Er wordt dan gevraagd hoe het gaat. Zijn er mentale problemen, bijvoorbeeld schaamte, spijt of depressieve gevoelens, dan wordt een vrouw doorverwezen. Als problemen omtrent mentaal welbevinden onbenoemd blijven tijdens de nacontrole of zich later ontwikkelen, dan is het aan de vrouw zelf om de juiste nazorg te vinden.

Echte verhalen zijn onzichtbaar

Er zijn verschillende signalen waaruit blijkt dat vrouwen die negatieve gevolgen van een abortus ervaren zich niet gehoord voelen. Het expliciet benoemen van abortus als verworven recht en de pogingen tot het doorbreken van het taboe onderkennen de nasleep waar deze vrouwen mee worstelen. Het presenteren van abortus als een positieve ervaring kan bij hen die worstelen met de nasleep van een abortus een trigger zijn: ‘Een statement als “opluchting is de meest voorkomende emotie bij abortus”, zoals De Bovengrondse verspreidt, voelt als zout in de wond van iemand die wél psychische en fysieke problemen aan een abortus overhoudt. De uitspraak maakt de verhalen onzichtbaar die we liever niet horen.’ (Elaine Nolten – OneWorld).

Is het taboe merkbaar?

Een van de redenen dat er een taboe rust op het spreken over abortusgevolgen, is dat dit onderwerp wordt omgeven door schaamte en stigma. Dit taboe is op verschillende lagen in de samenleving merkbaar. Allereerst vinden we dit terug in de persoonlijke verhalen van vrouwen. Daarnaast merken hulpverleners het op in de verhalen van cliënten. En als laatste zijn er signalen vanuit de samenleving dat er een taboe is op abortus, bijvoorbeeld door het burgerinitiatief Abortus is geen misdaad. Amerikaans onderzoek beschrijft dat er verschillende manieren zijn waarop vrouwen een taboe kunnen ervaren. De eerste is het hebben van negatieve gevoelens ten opzichte van zichzelf en anderen die betrokken zijn bij de abortus. Ook kan het zo zijn dat vrouwen verwachten dat anderen hen zullen veroordelen. Een laatste manier waarop dit taboe ervaren kan worden, is een “opgeroepen taboe”. Dit wordt veroorzaakt door oordeel van anderen over de abortus.

Verhalen van vrouwen

Veel vrouwen voelen zich niet vrij om hun emoties te delen of hulp te zoeken bij de nasleep van een abortus. In veel verhalen van vrouwen lezen we terug dat ze zich eenzaam en geïsoleerd voelen. Vrouwen zijn bang voor oordelen vanuit hun omgeving, waardoor ze hun ervaring niet delen met hun omgeving. Hierdoor ervaren ze een gebrek aan steun vanuit hun omgeving, terwijl juist deze steun kan bijdragen aan het verwerken van de abortus.

Ook ervaren veel vrouwen dat men abortus en de gevolgen ervan banaliseert. Door het ongeboren leven te benoemen als zwangerschapsweefsel of klompje cellen hebben vrouwen een onjuiste vooronderstelling over abortus. Als ze zich dan later bewust worden van het feit dat met een abortus ongeboren leven wordt afgebroken, komen ze tot de conclusie dat hun vooronderstelling onjuist was. Dit kan leiden tot gevoelens van schaamte of schuld.

Daarnaast ervaren ook veel vrouwen dat psychosociale gevolgen van een abortus worden onderkend. Hierdoor zijn vrouwen zich vaak onvoldoende bewust van de mogelijke gevolgen. Dit leidt ertoe dat klachten die vrouwen ervaren door hulpverleners onvoldoende of niet worden herkend als gevolg van abortus. Dit kan de toegang tot passende nazorg bemoeilijken.

Ervaringen van hulpverlening

Onderzoek naar gesprekken tussen huisartsen en onbedoeld zwangeren wijst uit dat de wens van vrouwen sturend is in gesprekken. Vrouwen worden slechts voorzien van summiere informatie over de consequenties van abortus. Artsen dragen enkel alternatieven aan als de vrouw hier zelf om vraagt. Als men keuzevrijheid zo hoog in het vaandel heeft staan, is het dan niet van belang om te zorgen dat vrouwen adequaat geïnformeerd worden? Alleen dan kunnen ze echt een gefundeerde keuze maken.

Verder komt naar voren uit gesprekken met verschillende hulpverleners dat hulpvragers een taboe ervaren. Hulpverleners van Er is hulp en Fiom benoemen hiervoor oorzaken zoals godsdienst, gebrek aan steun uit sociale omgeving en oordelen over abortus en de gevolgen ervan. Hulpverleners melden dat religie van invloed is op het ervaren van een taboe. Als de omgeving van vrouwen vanuit levensbeschouwing tegen abortus is, kan dat bijdragen aan het ervaren van een taboe. Uit angst voor veroordeling durven vrouwen hun omgeving niet te vertellen over hun abortus en ze zo niet bij de verwerking te betrekken. Hulpverleners van Er is hulp geven aan dat er ook (jonge) vrouwen uit kerkelijke gemeenschappen aankloppen die een abortus overwegen. Deze vrouwen zijn vaak zo bang voor veroordeling of verstoting dat ze zich genoodzaakt voelen om een abortus te ondergaan. Ook in moslimculturen is spreken over abortus een groot taboe. Het is zelfs zo dat vrouwen gevaar lopen als er sprake is van een zwangerschap die in buitenechtelijke relaties tot stand is gekomen. Dat leidt in deze groep tot veel abortussen. Omdat spreken over abortus taboe is, kunnen ze naderhand geen beroep doen op hun omgeving voor steun.

Het gebrek aan steun vanuit de omgeving komt vaak voor. Veel vrouwen durven met (bijna) niemand hun verhaal te delen. Dat wordt vaak veroorzaakt uit angst voor oordelen die de omgeving over hun keuze zal hebben. Deze angst hindert vrouwen in het delen van hun ervaring. Terwijl een sociaal vangnet juist van groot belang is voor het verwerkingsproces.

De omgeving oordeelt echter niet alleen over de keuze voor een abortus. Vaak zien we dat er sprake is van onbegrip omtrent de gevolgen die vrouwen ervaren na hun abortus. De omgeving begrijpt niet dat vrouwen worstelen met de nasleep van een abortus. Omdat ze een autonome keuze gemaakt hebben, begrijpt men niet dat vrouwen klachten ervaren. Dat wordt mede veroorzaakt door het feit dat er onvoldoende aandacht is voor de ervaringsverhalen van vrouwen die negatieve gevolgen van een abortus ervaren.

 Signalen uit de samenleving

Ook vanuit de breedte van de samenleving komen verschillende signalen die duiden op aanwezigheid van het taboe. Dit gaat met name om een taboe rondom abortus zelf. Men vindt dat de autonomie van de vrouw onvoldoende wordt gewaarborgd. Dit is onder andere merkbaar in recente wetswijzigingen, waaronder de beraadtermijn die is afgeschaft en het beschikbaar maken van de abortuspil via de huisarts. Daarnaast heeft kamerlid Corinne Ellemeet onlangs een initiatiefwet ingediend die beoogt om abortus uit het Wetboek van Strafrecht (WvS) te laten verwijderen. Men stelt dat het verwijderen van abortus uit het WvS zou bijdragen aan het verbreken van het taboe. Maar juist door zo groot onder de aandacht te brengen dat men abortus kan zien als misdaad, kunnen er gevoelens van schaamte en schuld opkomen bij vrouwen met een abortuservaring. Daarbij is het publieke debat over abortus sterk gepolariseerd. De waarden van pro choice en pro life botsen. De autonomie van de vrouw wordt tegenover de beschermwaardigheid van het kind gezet. Hierdoor is er onvoldoende aandacht voor de echte ervaringen van vrouwen en het bespreken van de mogelijke gevolgen.

 De stap naar nazorg

We zien op allerlei wijzen terug dat er een taboe rust op het spreken over de gevolgen van een abortus. Dit hindert vrouwen bij het krijgen van de juiste nazorg. Ze worden vooraf onvoldoende geïnformeerd over mogelijke gevolgen. Hierdoor kan een mogelijke nasleep heel onverwacht zijn. Daarbij zorgen veroordeling en onbegrip vanuit de omgeving ervoor dat de stap naar het vragen om hulp groter wordt. Daarnaast hebben huisartsen onvoldoende kennis over klachten die veroorzaakt kunnen worden door abortus. Hierdoor kan het langer duren voordat vrouwen worden doorverwezen naar de juiste hulpverlening.

 Wat betekent dit voor ons?

We moeten ons ervan bewust zijn dat overal waar we komen, ook in de kerk, vrouwen kunnen zijn die een abortuservaring met zich meedragen. Laten we voorkomen dat we over hen oordelen. Het is niet aan ons om dat te doen. Zei Christus niet zelf: ‘Wie zonder zonde is, werpe de eerste steen?’ daarmee bedoel ik niet dat we abortus moeten normaliseren, want het blijft het afbreken van menselijk leven. Maar het is belangrijk om gemeenschappen te vormen waarin we deze vrouwen

ruimte bieden voor de gebrokenheid in hun levens, zodat we hen een veilige plek bieden om abortus te verwerken en om heling te zoeken en te vinden. Omdat Immanuel (God met ons!) naar deze wereld is gekomen om met ons te zijn, mogen wij er ook voor onze medemens zijn. Laat ons hart in ontferming bewogen zijn met vrouwen en mannen die worstelen met de nasleep van een abortus. Zo kunnen we hen helpen bij het verwerken van dit verlies. En ze wellicht ook een stap dichter bij passende zorg brengen.

 

Auteur: Mathilde Pas

Dit artikel verscheen in december 2023 in Magazine Leef


< Terug naar kennisbank overzicht