Skip navigation
?
Onbedoeld zwanger?

De kunstbaarmoeder komt dichterbij

Auteur: Prof. dr. H. Jocemsen
Gepubliceerd in magazine Leef, december 2024

Van alle levend- en doodgeboren kinderen in Nederland in 2021 werd 6,6% (11.350 kinderen) te vroeg geboren. Hiervan werden 9.543 kinderen geboren tussen 32 en 36 weken oud en  251 baby’s vóór 26 weken zwangerschap.

Tegen deze achtergrond wordt al jaren gedacht aan een vervangende baarmoeder waarin na een vroeggeboorte de baby een aantal weken kan blijven tot de geboorte. Deze zoektocht kreeg een impuls in 2017 toen het mogelijk bleek om lammetjes in een ontwikkelingsfase vergelijkbaar met een foetus van 23 weken, gedurende 28 dagen in een ‘biobag’ in leven te houden. De lammetjes werden operatief uit het schaap gehaald en in deze kunstbaarmoeder overgebracht met een vloeistof die het vruchtwater vervangt; deze vloeistof werd voortdurend ververst. De navelstreng werd met verschillende buisjes verbonden om te zorgen voor zuurstof en voedingsstoffen en de afvoer van CO2 en afvalstoffen. De ontwikkeling van de lammetjes verliep (vrij) goed. Er wordt ook over gedacht om de vrucht niet via de keizersnede uit de baarmoeder te halen maar via een vaginale geboorte direct over te brengen naar de kunstbaarmoeder. Naast experimenten met foetussen van schapen en varkens wordt ook geëxperimenteerd met een ‘robotbaby’, een computersimulatie van de menselijke foetus. Onderzoekers zijn hoopvol dat deze techniek binnen enkele jaren toegepast kan worden bij baby’s die dreigen te vroeg ter wereld te komen.[1]

 Levensreddend

Daarmee is ook de vooralsnog belangrijkste toepassing genoemd: de bescherming van  leven en gezondheid van premature baby’s. Nu wordt vanaf omstreeks 24 weken de menselijke vrucht levensvatbaar geacht. Soms wordt wel gepoogd om nog jongere baby’s in leven te houden. We moeten ons wel realiseren dat veel baby’s van niet meer dan 24 weken in de couveuse overlijden en bovendien de meesten die het overleven met zeer ernstige gezondheidsproblemen te maken krijgen.

Ethiek

Duidelijk is dat hier de nodige ethische problemen spelen. Allereerst de vraag of het wel een goed idee is om de menselijke vrucht voor de geboorte enkele weken in de kunstbaarmoeder te laten groeien. In die situatie is geen contact met de moeder, mogelijk behalve het geluid van haar stem. Uit de prenatale psychologie is bekend dat het contact met de moeder voor een goede ontwikkeling van  de baby heel belangrijk is.[2] Aan de andere kant is ook het contact met de ouders bij een verblijf in de neonatale intensive care heel beperkt. Het in standhouden van het leven dan wel voorkomen van ernstige lijden kan mijns inziens op zichzelf een tijdelijke groei in een kunstbaarmoeder rechtvaardigen. Uiteraard zo kort mogelijk en het risico’s moeten in zoverre beperkt zijn dat niets doen en opname in de IC een groter risico meebrengt.

Deze techniek roept evenwel meer ethische vragen op. Vanaf welk ontwikkelingsstadium zal men willen proberen om de vrucht  buiten de baarmoeder in leven te houden? Kan dit een vervanging worden voor een deel van een natuurlijke zwangerschap die de moeder zwaar zou vallen of medisch risicovol zou (kunnen) zijn?

Levensvatbaarheid

Wat doet dit met de definitie –al dan niet in regelingen vastgelegd – van de levensvatbaarheid van een ongeboren kind? Mogelijk dat ook tegen deze achtergrond de commissie die de WAZ evalueerde (2020) ervoor pleitte om 24 weken vast te leggen als grens voor abortus. Immers als een ongeboren kind bijvoorbeeld al vanaf 20 weken in een kunstbaarmoeder goed kan overleven, is dan de feitelijke levensvatbaarheid niet 20 weken? In de literatuur wordt er veelal voor gepleit om de discussie over kunstbaarmoeder niet te belasten met de zeer gevoelige abortusdiscussie. De vraag is wel hoe reëel dat op termijn is, mocht de kunstbaarmoeder goed ontwikkeld en toegepast kunnen worden.

Volledige buitenbaarmoederlijke ontwikkeling

In de literatuur wordt ook gespeculeerd over de mogelijkheid om de foetale ontwikkeling geheel buiten de baarmoeder te laten plaatsvinden. Volgens onderzoekers op dit terrein is dat buiten de (huidige) realiteit. Op zich zal dat zo zijn. Tegelijkertijd is het mijns inziens naïef om niet nu al te gaan nadenken over die verdergaande mogelijkheid. En om in toekomstige regelingen van een therapeutisch gebruik van een kunstbaarmoeder die (te) vergaande toepassingen uit te sluiten.

Ik noem kort enkele bezwaren tegen een volledige ontwikkeling in een kunstbaarmoeder.

Het doorbreekt  het relationele karakter van het ter wereld komen van een mensenkind. De prenatale relatie met de moeder ontbreekt dan volledig met alle te voorziene gevolgen van dien voor het kind en voor de moeder-kind relatie. Wat doet een dergelijke ontwikkeling en geboorte –en des te meer als die verbonden zou worden met andere kunstmatige voortplantingstechnieken als zaad- of eiceldonatie – met het identiteitsbesef van het kind? Onze identiteit ontwikkelen we in relatie met onze afkomst, familieleven, enz. Dat zou dan inderdaad een ontwikkeling zijn van een ‘heerlijke nieuwe wereld’ (Brave new world) waarin in werkelijkheid een ontstellende ontmenselijking zou plaatsvinden van de mens.

  1. [1] https://edition.cnn.com/2023/09/19/health/artificial-womb-human-trial-fda/index.html
  2. [2] https://www.imhnederland.nl/hechting-contact-met-de-baby/ ; https://www.jgzrichtlijnen.nl/alle-richtlijnen/richtlijn/?richtlijn=60&rlpag=3540;
  3. Chrome-extension://efaidnbmnnnibpcajpcglclefindmkaj/https://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC3083029/pdf/nihms184421.pdf

< Terug naar kennisbank overzicht