Skip navigation
?
Onbedoeld zwanger?

Openstaan voor het onvolmaakte

Kinderen krijgen is niet vanzelfsprekend. Daarom werkt de wetenschap aan het verbeteren van vruchtbaarheidstechnieken. Dit gaat gepaard met diepe ethische vragen die een ernstig appèl doen op de kerk. 

Auteur: Arthur Alderliesten

Actuele ontwikkelingen

In het wetenschappelijk onderzoek naar het begin van het leven, volgen de ontwikkelingen elkaar in hoog tempo op. Dit levert mogelijkheden op voor mensen die worstelen met problemen rond de vruchtbaarheid. Tegelijk zijn er fundamentele ethische vragen in het geding, die het hele mens-zijn betreffen. Ik licht drie actuele medische ontwikkelingen toe, die overigens mogelijk zijn dankzij de techniek van IVF. Hierbij komen zaadcel en eicel niet in de baarmoeder bij elkaar, maar in het laboratorium. Het gaat in dit artikel echter niet om een ethische weging van IVF, maar om inzicht te geven in nieuwe ontwikkelingen die voortborduren op de IVF-techniek.

Kind uit huidcellen

Bij in-vitro-gametogenese (IVG) worden huidcellen omgezet naar niet-gespecialiseerde stamcellen. Daarna kunnen deze stamcellen worden aangezet tot de vorming van ei- of zaadcellen, die op hun beurt kunnen samensmelten tot nieuw menselijk leven. Er kan dus bevruchting plaatsvinden uit gewone huidcellen. Deze techniek is nog in een experimenteel stadium. Maar als het op mensen toegepast zou worden, ontstaan er ongekende mogelijkheden tot het krijgen van kinderen. Stellen kunnen bijvoorbeeld genetisch een eigen kind krijgen via iemand die een eicel doneert. Mensen kunnen een kind van zichzelf krijgen, zonder genetische bijdrage van iemand anders (zelfbevruchting), of meer dan twee mensen krijgen samen een genetisch eigen kind. Ook wordt het mogelijk dat twee mannen of twee vrouwen samen een kind krijgen. Het is zelfs denkbaar dat er een kind wordt gecreëerd van iemands cellen na diens overlijden.

Kiembaanmodificatie

Onze genen kunnen, ons DNA kan, aangepast worden om defecten in ons lichaam te repareren. Wanneer zo’n behandeling ook geslachtscellen betreft, worden de veranderingen ook doorgegeven aan het volgende geslacht. Dit heet ‘modificatie in de kiembaan’. Nog maar kort bestaat ook de mogelijkheid dit bij een pril embryo te doen. Zo kan bijvoorbeeld een genetische aanleg voor ernstige ziekte worden gecorrigeerd. Omdat er een reële kans is dat hierbij fouten worden gemaakt, en we nog niet weten wat dan de effecten zijn, wordt dit nog niet gedaan. Te meer omdat de behandeling onomkeerbaar is. Om kiembaanmodificatie verder te ontwikkelen zijn embryo’s nodig.

Embryokweek voor onderzoek

Voor wetenschappelijk onderzoek wordt gebruik gemaakt van embryo’s die zijn overgebleven na IVF-behandeling. Het bijzondere van embryo’s is dat deze stamcellen bevatten die zich nog niet gespecialiseerd hebben. Zij kunnen zich nog in alle richtingen ontwikkelen. Niet alleen het onderzoek naar verbetering van voortplantingstechnieken heeft hierbij baat, maar ook kiembaanmodificatie en bepaalde behandelingsmethoden van ziekten.

In de wet is geregeld dat het onderzoek op restembryo’s is toegestaan met een levensduur tot maximaal veertien dagen na de bevruchting. Omdat er nu in de regel te weinig embryo’s beschikbaar zijn, klinkt de roep om dit op te rekken tot achtentwintig dagen. Bovendien wil men dat het mogelijk wordt om embryo’s speciaal voor onderzoek te kweken, iets wat nu in Nederland nog verboden is. Na de kweek en het onderzoek worden deze embryo’s vernietigd.

Ethische wegingen

Er zijn veel ethische vragen bij deze ontwikkelingen te stellen. Het is onmogelijk om alle concrete bezwaren op te sommen die spelen bij elke ontwikkeling. Ik zal beperk me tot de belangrijkste.

Voorop moet gesteld worden dat het streven naar het verbeteren van gezondheid een nobel doel is. Dit streven is in de lijn van Gods opdracht tot rentmeesterschap.

De vraag die bij de genoemde ontwikkelingen gesteld moet worden, is welke prijs we ervoor moeten betalen. Om dit te beoordelen, kies ik ervoor om het te waarderen langs de lat van een relationele visie op het leven. De mens, geschapen naar Gods beeld, is geconstrueerd als een relationeel wezen. Het doel van het menselijk leven zou je kunnen verwoorden als het aangaan van relaties. Dat zien we direct terug in het scheppingsverhaal. De mens staat in relatie tot de Ander (God), het andere (de schepping) de anderen (de mensen) en zichzelf.

Embryokweek conflicteert met de belijdenis dat leven er is, omdat God het wil en dat de mens leeft tot eer van de Schepper. Maar niet alleen de relatie Schepper-schepsel wordt verstoord (Psalm 139) bij het kweken en vernietigen van embryo’s, ook de intermenselijke verhoudingen zijn zoek. Een eerste blijk van de mens als relationeel wezen is dat nieuw leven bij een goede ontwikkeling al binnen 48 uur met de moeder communiceert. Menselijk leven is relationeel leven, maar daarvan is in het proces van kweken-onderzoeken-vernietigen van embryo’s geen sprake. Ontwikkelingen die deze relatiegerichtheid niet bevorderen maar juist negeren of tenietdoen, dienen ontmoedigd te worden. Ook al is het streven naar verbetering van gezondheid en vruchtbaarheidstechnieken goed, het creëren van menselijk leven met als het doel het te vernietigen na onderzoek is moreel onaanvaardbaar.

Daarnaast is het, zeker met het oog op vruchtbaarheidstechnieken, de vraag wiens belang vooropstaat: dat van het kind of dat van de wensouders? Is het wenselijk dat er nieuwe vormen van gezinsvorming en ouderschap ontstaan, zoals onlosmakelijk is verbonden aan in vitro gametogenese, het mogelijk creëren van kinderen uit huidcellen.

Het eigenlijke mysterie van de liefde van God voor de wereld ligt erin dat God de echte mens liefheeft. Hij verlangt geen ‘opgeknapte’ of ‘geconstrueerde’ mensen, maar heeft de mens lief zoals hij is, met al zijn gebreken, zijn verwond-zijn door het leven. Dit brengt ons bij het belangrijke thema van ons omgaan met lijden. De genoemde biomedische ontwikkelingen doen de vraag opkomen of er vandaag de dag geleden mag worden. Vanuit de huidige geneeskunde gaat in hoge mate de suggestie uit dat ongemak, ziekte en lijden controleerbaar en beheersbaar zijn.

Dat het leven inherent goed is, is echter een krachtig punt om vanuit de medische ethiek naar voren te brengen. Ziekte is onderdeel van het menselijk bestaan. Viktor Frankl wijst er in zijn boeiende boek De zin van het bestaan op dat het lijden zinvol is, omdat het leven zinvol is.

Rol van de kerk

Wat kunnen of moeten we als kerk nu met deze ontwikkelingen die ver ons af kunnen staan? De meeste ontwikkelingen en de gesprekken hierover spelen zich af in de wetenschap en soms in de politiek. Maar in de ethische wegingen die ik gaf, blijken er belangrijke thema’s te worden geraakt, waardoor de kerk niet onverschillig kan toekijken. Integendeel, ze zijn bezien vanuit een christelijk wereld- en mensbeeld zo ingrijpend, dat ze een ernstig appèl doen op de kerk. Welke taak ligt er voor de kerk, voor de christelijke geloofsgemeenschap? Ik deel vier gedachten.

  1. Dring aan bij overheid en politiek op bescherming van het leven, ook in de embryonale fase.
  2. Dat we in de kerk leren leven van geschonken genade, zet ons aan om ook open te staan voor het onverwachte in het leven, voor kwetsbaarheid en onvolmaaktheid. Laten we dat uitdragen en voorleven, juist aan jongere generaties. Binnen de kerk kunnen we ons erin oefenen om ontvankelijk in het leven te staan. Misschien is het diepste dat we hierover kunnen zeggen wel dat ook deze ontwikkelingen ons aan kunnen sporen om zelfs open te staan voor het lijden.
  3. Juist in de kerk is iedereen van waarde, alleen omdat we geschapen zijn naar Gods wil en Zijn beeld. Dat betekent dat de kerk, als christelijke geloofs-, leer- en leefgemeenschap, bij uitstek een omringend en beschermend netwerk voor de zwakken kan zijn.
  4. Leef dagelijks vanuit dankbaarheid en verwondering. In het algemeen, maar zeker met het oog op het ongeboren leven. Ook van ongeboren leven kan gelden wat we lezen in Psalm 8: ‘Uit de mond van kleine kinderen en zuigelingen hebt U een sterk fundament gelegd, omwille van Uw tegenstanders, om de vijand en wraakzuchtige te laten ophouden.’ Laat er vooral ook gebed zijn voor mensen die worstelen met deze kwetsbare levensthema’s.

Gespreksvragen

  1. Hoe zouden we ons als in de gemeente kunnen oefenen in het omgaan met gebrokenheid en lijden in het algemeen en in het bijzonder met onvruchtbaarheid, of het uitblijven van de kinderzegen?
  2. Wie zijn in onze omgeving zwakken die extra bescherming behoeven en wat kunnen wij van hen leren?
  3. Hoe kunnen we, juist ook als kerk, zorgdragen voor zwakken en openstaan voor het onverwachte, zelfs voor het lijden?

Dit artikel verscheen in een uitgave van Vrouw tot vrouw in maart 2024


< Terug naar kennisbank overzicht