Skip navigation
?
Onbedoeld zwanger?

God als embryo

Kennisbank: Christelijke visie

Gepubliceerd in Leef 5, december 2024
Auteur: Ds. J.W. Verboom

Elke week wordt het Credo – ook bekend als de Apostolische Geloofsbelijdenis – in veel kerken over de hele wereld beleden. Deze belijdenis verbindt miljoenen christenen aan elkaar. Hierin belijden we dat Jezus ontvangen is van de Heilige Geest en geboren uit de maagd Maria. Tijdens advent en Kerst besteden we vaak wat meer aandacht aan dit “ontvangen van de Heilige Geest”. Maar wat betekent deze ontvangenis eigenlijk?

In 1827 ontdekte Karl-Ernst von Baer de eicel bij zoogdieren en bij de mens, en daardoor ook het echanisme van de bevruchting. Eeuwenlang was het prille begin van een mens voor iedereen een totaal onbegrepen mysterie. Tegenwoordig hebben we dankzij technologische vooruitgang meer inzicht.

Mysterie

Toch blijft het een mysterie dat door de geslachtsgemeenschap een mannelijke zaadcel en een vrouwelijke eicel kunnen versmelten. Dat heet conceptie of bevruchting, en is een bijzonder proces. Conceptie is de Latijnse term voor “ontvangenis”, zoals we dat ook terugzien in het Credo: Die ontvangen is van de Heilige Geest. Een uiterst fragiel en kwetsbaar proces ontstaat in de baarmoeder. Het wonderlijke is dat er bij de komst van Jezus geen man betrokken was. De engel zei tegen Maria: De Heilige Geest zal over u komen en de kracht van de Allerhoogste zal u overschaduwen (Luk. 1:35). Maria gaf haar toestemming aan God: Laat met mij gebeuren, zoals u zegt (Luk. 1:38). Sommige kerkvaders zeggen dat ze werd bevrucht door te luisteren en op God te vertrouwen. De bevruchting gebeurde in het verborgene van haar baarmoeder. In die erborgenheid daalde de Geest neer en creëerde daar het heilige wonder van de conceptie. Zomaar werd een eicel van Maria bevrucht, die zich daarna nestelde in de baarmoederwand. Dit proces is de heilige ontvangenis van Jezus. Het is Jezus’ menselijke oorsprong. Een veel beledenmysterie. De Bijbel verschilt hier sterk van andere religieuze verhalen over goden die seksuele relaties met mensen hebben.

Deze heilige ontvangenis is een unieke uitzondering. Jezus is niet uit het bloed van een man geboren, maar uit God (Joh. 1:13). Het delen van de cellen is een zeer complexe ontwikkeling. Daarin is Jezus ons ook gelijk geworden. Ook Hij werd net als wij uiteindelijk een herkenbaar menselijk persoon. De Psalmen, die in de eerste plaats over Jezus Christus gaan, vertellen ons in Psalm 139 dat Jezus geborduurd werd in het verborgene. Zijn ongevormde begin was onder Gods oog (Ps. 139:16). Onze verwondering over de ontvangenis neemt toe als we bedenken dat Jezus zich ontwikkelt van een ongevormde celmassa tot een kwetsbaar embryo. Na tien weken is de embryonale fase voorbij en wordt het een foetus, tot aan de geboorte. God deelde met ons het prachtige en fragiele proces van het worden tot een klompje cellen, embryo, foetus, baby. Daarom de vraag: staan we voldoende stil bij de bijzondere belijdenis “ontvangen van de Heilige Geest”?

De Schepper als schepsel

Wie de diepgang hiervan proeft, glimlacht. Waarom? Ten eerste omdat God als embryo heel realistisch en concreet in beeld brengt wat het betekent dat God de jas van een menselijk lichaam en menselijke geest aantrekt. Hij blijft 100 procent God, tegelijk wordt Hij nu ook 100 procent mens. Het blijft een mysterie hoe Jezus beide naturen, de goddelijke en menselijke, in zich verenigt. Denk er tijdens deze advents- en kerstperiode eens over na hoe onze wijze, liefdevolle en geduldige God zich heeft toevertrouwd aan de natuurprocessen die Hij zelf heeft geschapen. De Schepper is schepsel geworden. De Eeuwige is niet beperkt tot de hemel, maar is in staat om ook in dit aardse bestaan aanwezig te zijn. Het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond (Joh. 1:14). Ieder mens, ongeacht ontwikkelingsstadium, hoort bij die “ons”.

Ten tweede omdat God Zelf één van ons en één met ons wordt. Dit laat zien dat Hij solidair is  et het prille leven van vlees en bloed. Want een embryo heeft bloed door het hart- en de  bloedvaten stromen. Bloed wordt in het Jodendom als heilig beschouwd, omdat dat de zetel van het leven is. Met (onschuldig) bloed ga je zorgvuldig om. Dat vergiet je niet. God haat dat (Spr. 6:17). Embryo’s zijn daarom beschermwaardig. In feite beschikt zo’n pril persoon vanuit  biologisch-genetisch perspectief al over alle vermogens die zich in de toekomst zullen ontplooien. Daarmee is zo’n klein mensje heilig, een volledige beelddrager van God.

Ten derde omdat we met “de ontvangenis van de Heilige Geest” belijden dat Maria’s maagdelijke moederschoot het atelier van God de Vader is. Is elke moederschoot dat niet? (Job 10:11)  Maria’s moederschoot in Nazareth is de poort waardoor Hij Zijn eigen schepping binnentreedt. De aanwezigheid van Jezus op aarde begint niet bij Zijn geboorte in Bethlehem, maar bij Zijn ontvangenis in Nazareth. Niet de kribbe, maar de baarmoeder was Zijn eerste verblijfplaats op aarde! Maria gaf plaats aan Hem middels haar toestemming aan de engel.

Relatie

De ontvangenis laat ons ook een “embryo in relatie” zien. Maria gaat namelijk snel naar haar oudere, zwangere nicht Elizabeth. Het is opmerkelijk dat embryo  Johannes met zijn circa 24 weken (Luk. 1:36) vrolijk opspringt in Elizabeths schoot. Hij begroet Jezus, Die op dat moment slechts een klompje cellen is in Maria’s schoot (Lukas 1:44) en toch al een unieke Individu. Bovendien noemt Elizabeth dat prille leven al mijn Heer(e), en zij noemt Maria de moeder van mijn Heer(e) (Luk. 1:43). Deze bijzondere ontmoeting tussen Elizabeth en Maria, tussen Johannes en Jezus, laat zien dat het zeer prille leven in de moederschoot bezield is en een naam heeft voor God. Ja, foetus Johannes onderstreept de relatie met de prille Jezus met een sprong. Dat doet hij zelf. Is dat zijn autonomie? Het toont aan dat dit prille leven al in relatie staat tot de omgeving, ook al kan het zichzelf nog niet verstandelijk uiten. Verstand is geen voorwaarde voor een relatie. Binnen de moderne filosofie is de heersende tendens dat een mens pas mens is als het rationeel in relaties kan staan. De vragen die we daarbij kunnen stellen zijn: hoe definiëren we “in relatie staan”? Wat voor soort relatie is daarvoor nodig? Het prille leven staat veel meer in relatie dan we denken. Concreet is dat ook mijn ervaring als vader: een moeder kan het leven al voelen vanaf 16 tot 18 weken. En het embryo kan reageren op de warme hand van de vader op de buik van de moeder. Vanuit de Bijbel is het daarbij essentieel om te zeggen dat de Allerhoogste in relatie tot dit prille, bezielde leven staat (Lukas 1:35). Het is gekend. Gekend zijn in de diepste zin betekent dat God ermee in relatie staat: nog voordat je bestond, kende Hij je naam.

Troost

Tot slot: welke houvast biedt ons deze ontvangenis van de Heilige Geest? Het mag ons troosten dat God diep in de moederschoot wilde afdalen, om de wortel van onze zonde aan te pakken. Hij verbindt zich aan het zondevirus dat in ons DNA schuilt. Zoals David zegt in Psalm 51:7: In zonde heeft mijn moeder mij ontvangen. Daarbij mogen we niet vergeten dat God door Zijn Geest al in de moederschoot krachtig kan werken. Hij kan prille levens geestelijk bevruchten, de geestelijke ontvangenis van de Heilige Geest. Ik bid soms dat het ongeboren leven de vreugde mag kennen voor God. Dat Gods Geest die geestelijke dimensie meeschept, zoals Johannes opsprong voor Jezus. Maar ook zoals Jeremia, van wie staat geschreven: Voordat u uit de baarmoeder naar buiten kwam, heb Ik u geheiligd (Jer. 1:5). Bid voor de prille levens in de moederschoot! Het gebed dat onze prille kinderen de Geest ontvangen is een beschermende muur rondom het kwetsbare, zwakke mensenkind in de moeder.

Zelfs als kinderen (te) vroeg sterven in de moederschoot, mogen gelovige ouders weten dat God dat prille leven kent. Het kind is veilig in Jezus’ armen. 1 Koningen 14:13 zegt dat in het vroeg gestorven kind van de goddeloze koning Jerobeam “wat goeds” voor de HEERE, de God van Israël gevonden is. God kan dus ook in kinderen van niet-gelovige ouders wat goeds leggen en die tot zich nemen. Dit helpt ons om niet te oordelen over de eeuwige bestemming van vroeg gestorven leven. Dat mogen we helemaal aan Hem laten. We kunnen ook denken aan de jonggestorven baby’s van de kindermoord te Bethlehem (Matth. 2:16-18). Daarvan wordt wel vaak gezegd dat zij de eerste martelaren waren, die stierven om Christus’ wil en daarom eeuwig thuiskwamen.

Ja, voor prille en jonge levens geeft Gods genade veel hoop. Hoop die we als honing peuren uit de bloem van de belijdenis: Ik geloof in Jezus Christus, ontvangen van de Heilige Geest.


< Terug naar kennisbank overzicht