Skip navigation
?
Onbedoeld zwanger?

Eerbied voor al het leven?

Arthur Alderliesten
Dit artikel verscheen in mei 2025 in Leef Magazine

Hij ademde liever benauwde lucht dan dat een insect zou verschroeien. Voor Albert Schweitzer was elk leven eerbiedwaardig – of het nu fladdert, over de weg kruipt of in de moederschoot groeit. Wat betekent die zowel zachtmoedige als radicale eerbied voor leven in een wereld waarin al het leven onder druk staat? Niet alleen het ongeboren leven, maar vrijwel alles wat onze goede God in de schepping tot leven heeft geroepen? 150 jaar na zijn geboorte daagt Schweitzer ons uit.

Dit jaar is het 150 jaar geleden dat Albert Schweitzer (1875-1965) is geboren. Hij was zowel theoloog als arts. In 1913 beantwoordde hij de roeping om Christus na te volgen in Lambaréné, Gabon (Afrika). Daar stichtte hij een ziekenhuis, waar hij lichamelijke en geestelijke zorg bracht aan de meest kwetsbaren. Zijn toewijding aan vrede en gerechtigheid werd in 1952 erkend met de Nobelprijs voor de Vrede. Binnen zijn theologie neemt het ethisch concept “Eerbied voor het leven” een belangrijke plaats in, als een christelijk-ethisch principe dat is gericht op de gehéle schepping. In 1915 publiceerde hij het artikel “De ethiek van de eerbied voor het leven” (“Die Ethik der Ehrfurcht vor dem Leben”) waarin hij de kern van zijn ethische denken blootlegt. Volgens Schweitzer zou “eerbied voor het leven” de drijvende kracht achter al ons morele handelen moeten zijn. Schweitzer schreef het artikel over de eerbied voor het leven in Afrika, tegen de achtergrond van de Eerste Wereldoorlog die toen in Europa woedde. Enkele jaren later, op 16 en 23 februari 1919, hield hij twee preken over hetzelfde thema. We geven hier een samenvatting van Schweitzers artikel en sluiten af met enkele evaluerende opmerkingen.

Het grondprincipe van moraliteit

Ethiek bestaat eruit dat ik de noodzaak ervaar alle wil tot leven dezelfde eerbied voor het leven te tonen als aan mijzelf. Hiermee is het onontkoombare grondprincipe gegeven van moraliteit. Goed is: leven behouden en leven bevorderen; kwaad is: leven vernietigen en leven bemoeilijken. Allerlei losstaande opvattingen over goed en kwaad voegen zich als prachtig op elkaar toegesneden fragmenten tot een harmonieus geheel.

Ál het leven

De mens is pas werkelijk ethisch, wanneer hij gehoor geeft aan het appèl om al het leven dat hij kan bijstaan, te helpen en ervoor huivert welke vorm van leven dan ook te schaden. Het leven als zodanig is hem heilig. Hij rukt geen blad van een boom, vernielt geen bloem en past er voor op dat hij geen insect vertrapt. Als hij op een zomeravond bij lamplicht zit te werken, houdt hij liever het raam gesloten en ademt hij bedompte lucht in dan dat hij de ene insect na de andere met verschroeide vleugels op zijn tafel ziet vallen. Het kan hem niet schelen of men hem voor sentimenteel zal uitmaken. De waarheid wordt uitgelachen voordat ze wordt aanvaard. Er komt een tijd dat men zich erover zal verbazen dat de mensheid er zo lang over heeft gedaan om in te zien dat ondoordachte schade aan het leven ethisch gezien onaanvaardbaar is. Ethiek is grenzeloos geworden verantwoordelijkheid voor alles wat leeft.

Eerbied voor het leven

De uitdrukking “eerbied voor het leven” klinkt misschien te algemeen en spreekt misschien te weinig tot de verbeelding. Toch beschrijft het iets dat als het eenmaal iemands geest is binnengedrongen, mensen het niet meer loslaat. Mededogen, liefde en in het algemeen alles van waarde en enthousiasme zijn erin aanwezig. Met rusteloze vitaliteit werkt de eerbied voor het leven in op de attitude waarin het is binnengedrongen en bezorgt het een permanente onrust van een verantwoordelijkheid die nooit en nimmer ophoudt. Zoals de door het water woelende schroef het schip voortstuwt, zo is de drijvende kracht voor de mens de eerbied voor het leven.

Zelfbevestiging en berusting

Ethiek is eerbied voor de wil tot leven zowel in mij, als buiten mij. Wanneer ik deze zelfervaring niet door nonchalance laat ontglippen, maar volhard in het koesteren ervan als iets uitermate waardevols, dan opent zich voor mij het mysterie van spirituele zelfbevestiging. In de meest verpletterende situaties voel ik mij vervuld van het onuitsprekelijke geluk bevrijd te zijn van de wereld. Berusting is de hal waardoor we de ethiek binnentreden. Niet uit goedheid jegens anderen ben ik zachtmoedig, vredelievend, lankmoedig en vriendelijk, maar omdat ik door dit gedrag de diepste zelfhandhaving realiseer. De eerbied voor het leven, die ik in mijn bestaan opbreng, en de eerbied voor het leven, waarin ik me aan anderen wijd, zijn met elkaar verweven.

Ethiek en gemeenschap

De gemeenschap dient de ethiek door de meest elementaire aspecten van ethiek wettelijk te bekrachtigen. Maar zij is ook degene die de ethiek herhaaldelijk een halt toeroept. De door de gemeenschap in omloop gebrachte begrippen van goed en kwaad zijn papiergeld. De ineenstorting van de cultuur is veroorzaakt door het feit dat men de ethiek aan de gemeenschap overliet. Herstel van cultuur is alleen mogelijk, wanneer de ethiek weer de roeping wordt van denkende mensen. Wij bewijzen haar onze plicht, wanneer we haar kritisch volgen en proberen haar zoveel mogelijk een ethisch karakter te geven.

Gerechtigheid en menselijkheid

Wij hebben opnieuw eerbied voor het leven en het geluk van het individu. We handhaven weer de heilige mensenrechten; niet de rechten die politieke machthebbers aan hun banketten verheerlijken, maar de ware rechten. We eisen opnieuw gerechtigheid. Alleen wat verenigbaar is met menselijkheid, accepteren wij. De ethiek van de eerbied voor het leven verschaft ons de wapens tegen misleidende ethiek en valse idealen. Alleen wanneer grote groepen mensen zowel in denken als in doen de menselijkheid betrekken op de werkelijkheid, zal menselijkheid ophouden een sentimenteel ideaal te zijn, en worden wat het behoort te zijn: een zuurdesem dat de mentaliteit van individu en gemeenschap doortrekt.

Niet absoluut

In de christelijke ethiek domineert de gedachte dat eerbied voor het leven niet absoluut is. Het is een onhoudbaar standpunt. God geeft het leven, maar neemt het ook weer bij de dood. Rond abortus klinkt de eerbied voor het leven standvastig en principieel. Maar de overtuiging van veel christenen dat abortus wel toegestaan zou zijn als het leven van de moeder in gevaar komt, kan dan ook niet worden toegepast. Het is ook onmogelijk en onwenselijk om van de medische praktijk te verlangen het leven op te rekken door “eindeloos” door te behandelen. We hebben hier op aarde de eindigheid van het lichamelijke leven te accepteren, zonder het overigens autonoom naar ons toe trekken. Men kan juist verlangend uitzien naar de dood als overgang naar de hemelse heerlijkheid. Het sterven mag en moet worden voorbereid. Met onder meer Jochem Douma stem ik er dan ook mee in dat een absolute opvatting van eerbied voor het leven – zoals gepropageerd door Albert Schweitzer – daarom niet de hoogste norm kan zijn. Evenmin vanwege de brede categorie van het leven. God heeft plantaardig leven de mens ter beschikking gesteld als voedsel (Gen. 1:29) en later geldt dat ook dierlijk leven (Gen. 9:3). Daarnaast heeft God de overheid het zwaard gegeven om recht te doen en mensen te straffen (Rom. 13:3-4). Dit zou allemaal niet functioneren als (eerbied voor) het leven absoluut normatief is. Bovendien gaf Jezus Zijn leven voor anderen (Matth. 20:28, Joh, 10:11, 15:13, I Joh. 3:16). Een categorische opvatting van eerbied voor het leven is strijdig met de gedachte van zelfopoffering. Hoewel Schweitzer het woord heiligheid slechts enkele keren noemt, lijkt zijn concept van de eerbied voor het leven vooral gestoeld op de visie dat al het leven heilig is. Die vinden we niet terug in de Bijbel. Bij de Scheppingsgeschiedenis lezen we wel dat God de zevende dag heiligde. We lezen niet dat Hij het plantaardig en dierlijk leven heiligde; zelfs het menselijk leven heiligde Hij niet bij de schepping (!) God is heilig. Daarom roept de Bijbel ons ertoe op om God te eerbiedigen. En dat is van een andere orde dan hoe we in verantwoordelijkheid omgaan met het door Hem geschapen leven. Maar daarmee is niet alles gezegd.

Zorg voor al het leven

De pro lifebeweging kan leren van Albert Schweitzer. Ál het leven verdient aandacht, bescherming, goede zorg. Niet alleen het begin van het leven; ook het einde. Niet alleen het einde van het leven; ook het begin. Niet alleen het menselijk leven; maar alles wat God in de schepping tot leven heeft geroepen. NGO’s maken zich óf druk over menselijk leven óf over het klimaat en/of dierenwelzijn. De wereldwijde pro lifebeweging zou zich best over meer druk kunnen maken dan abortus, euthanasie en familiewaarden. Klimaat- en dierenrechtenorganisaties zouden zich op hun beurt best meer druk kunnen maken over de bedreigingen die het menselijk leven gelden.

Eerbied voor het leven kan weliswaar niet als absolute ethische norm gelden, maar als waarde kan het veel toevoegen aan een christelijke levenshouding. Een houding van eerbied voor leven leidt tot voorzichtigheid in het omgaan ermee. Nog meer dan in 1915 –  toen Schweitzer zijn ethisch concept ontwikkelde – geldt dat alles wat God leven gegeven heeft onze zorg behoeft.
Kunnen er meer handen in elkaar geslagen worden?

 

Bronnen

  • Albert Schweitzer. “Die Ethik der Ehrfurcht vor dem Leben.” In: Albert Schweitzer, Gesammelte Werke in fünf Bänden. Band 2. Zürich: Ex Libris, z.j., 375-402.
  • Douma. Medische ethiek. Kampen: Kok, 1997, 250-253.

 

 

 

 


< Terug naar kennisbank overzicht