Auteur: Arthur Alderliesten
Dit artikel verscheen in mei 2025 in Leef Magazine
De huidige aandacht voor stilgeboorte is niet van alle tijden. De “rugbygreep” van vroeger spreekt boekdelen: stilgeboren kinderen werden direct na de geboorte onder de oksel naar achteren afgevoerd. ‘De rugbygreep noemden mijn opleiders dat. Er werd zo min mogelijk over gesproken, zodat de moeder “gewoon” verder kon met haar leven,’ aldus Jan Jaap Erwich, gynaecoloog in het UMCG. Hoe ging men tussen 1945 en de jaren tachtig om met stilgeboorte? Het is een thema dat nog altijd tot stil verdriet leidt.
Hoe ging men tussen 1945 en de jaren ’80 om met stilgeboorte? Het is een thema dat nog altijd tot stil verdriet leidt. De impact van het zwijgen rond stilgeboorte is nog steeds voelbaar. Oudere vrouwen sturen soms brieven naar ziekenhuizen waar hun kindje is gebleven. Sommigen weten zelfs niet of ze een zoon of dochter kregen.
‘Geboorte en overlijden van stilgeboren kinderen werden stilgehouden.’
Genegeerd verlies
Als mensen aan het einde van het leven komen, maken ze de balans van het leven op. Geestelijk verzorgers uit mijn netwerk geven desgevraagd aan dat een stilgeboorte met zekere regelmaat onderwerp van gesprek is in het verzorgingshuis. Een van hen vertelde: ‘Jaren geleden heb ik een kindje herbegraven. De moeder heeft toen zelf een kistje gemaakt. Van het kistje waarin het kindje lag was weinig meer over dan het vestje dat de moeder destijds gemaakt had en dat ze haar kindje hadden aangetrokken. Heel ingrijpend om dat te zien. Een wollen vestje met wat overblijfsels. Het herbegraven was voor deze vrouw de eigenlijke begrafenis. Pas toen konden we haar psychisch begeleiden in het verlies.’
Verhalen wijzen erop dat het verlies van een baby lange tijd werd genegeerd. Dat overkwam het Bep in 1963: haar vierde kindje stierf rond vier maanden zwangerschap. Haar schoonmoeder was woedend; ze geloofde niet en was ervan overtuigd dat Bep een abortus had laten uitvoeren. Ook haar volgende kindje overleed vroegtijdig. De arts: “Eigenlijk moet ik u feliciteren, want het is maar goed dat niet alle kinderen blijven leven.” De professor: “Treur maar niet, u krijgt vast nog veel kinderen.” Aangeven bij de gemeente kon niet, omdat het te vroeg geboren was. Haar man mocht het kistje niet dragen. Bep kreeg uit haar omgeving vooral de boodschap: niet zeuren, gewoon doorgaan. Ze sprak er dan ook zelden over.
Omgaan met trauma
Geboorte en overlijden van stilgeboren kinderen werden stilgehouden. Dat stond niet op zichzelf. Het was de bredere maatschappelijke norm en de professionele standaard. Decennia na de Tweede Wereldoorlog was het de overtuiging dat je nare herinneringen het best kon wegduwen en moest zwijgen over traumatische ervaringen. Alsof het er niet is, als je er niet over spreekt. Zo is men omgegaan met onder meer de trauma’s van WOII. de Waternoodsramp en de Molukse gijzelingsacties. Langdurig zwijgen leidt echter tot onverwerkte emoties en psychische klachten, zoals angst, boosheid en gevoelens van vervreemding. Het openlijk bespreken van trauma’s is echter juist een cruciale stap in het helingsproces – voor zowel het individu als de gehele gemeenschap. Inmiddels is er in de traumaverwerking een duidelijke kentering zichtbaar, zoals ook gelukkig blijkt uit de huidige aandacht voor miskraam en stilgeboorte.
De kerk
Hoe ging de kerk ermee om? Er is opvallend weinig informatie over hoe protestantse kerken hiermee zijn omgegaan. Over de rooms-katholieke kerkelijke praxis is meer gedocumenteerd. In Achter de heg onderzoekt André van Voorst hoe de Rooms-Katholieke Kerk omging met vroeggestorven kinderen. De kerk leerde dat de erfzonde alleen door de doop kon worden weggewist. Kinderen die ongedoopt stierven, mochten daarom niet in gewijde aarde begraven worden en kregen een plaatsje ”achter de heg” van het kerkhof. Dit vond vaak in het geheim plaats, zonder liturgisch ceremonieel en zonder pastorale zorg. Soms zelfs in het holst van de nacht. De kerk die hoog opgaf van de waarde van het ongeboren leven, wist er blijkbaar niet consciëntieus mee om te gaan als dat leven eindigde voor de geboorte…
Het openlijk bespreken van trauma’s is een cruciale stap.
Nu
Gelukkig is er veel veranderd. Zo worden ouders tegenwoordig vanuit de medische professie intensief begeleid bij stilgeboorte. En er kan openlijk steeds meer over worden gesproken en gerouwd. Dat is bijzonder positief te waarderen, al lijkt tegelijkertijd de kerk nog steeds op zoek te zijn naar hoe ze hiermee om kan gaan.
Er zijn generaties moeders en vaders die deze warme aandacht met pijn in het hart zullen waarnemen. Vanwege het stille en genegeerde verdriet dat in hun levens is gekomen en zij met zich mee dragen. Laten we daar oog voor hebben.
Bronnen: