Skip navigation
?
Onbedoeld zwanger?

Dialogiseren: waarom?

Auteur: Arthur Alderliesten
Dit artikel is gepubliceerd Leef 1, maart 2026

Niet harder roepen, maar werkelijk ontmoeten. Dat is de keuze. Ook als het debat over abortus verhardt, kiezen wij voor dialoog. Juist omdat de inzet zo groot is. Wie opkomt voor het leven, kan de manier waarop hij met mensen omgaat niet losmaken van die overtuiging. Pro life gaat niet alleen over wat je verdedigt, maar ook over hoe je met de ander omgaat in de ontmoeting. Daarom is dialogiseren niet slechts een strategie of stijlkeuze en zeker geen concessie aan een polariserende tijdgeest, maar een principiële consequentie van een pro-lifemensbeeld. Waarom is dat eigenlijk zo? Het wordt duidelijk wanneer we luisteren naar drie stemmen: Dietrich Bonhoeffer, paus Johannes Paulus II en Martin Buber.

 

Relationeel geschapen

De protestantse theoloog en ethicus Dietrich Bonhoeffer (1906-1945) leest de eerste hoofdstukken van Genesis als een fundamentele doordenking van wat het betekent om mens te zijn. De mens verschijnt daar niet als zelfstandig individu dat later relaties aangaat, maar als een wezen dat vanaf het begin in relatie staat: tot God en tot de ander.
Relatie is geen toevoeging aan het mens-zijn, maar zijn oorsprong en bedding.

De wereld is ontstaan door het gesproken Woord. Ook de mens is geschapen in dat spreken: “Laten Wij mensen maken naar Ons beeld” (Gen. 1:26). Vrijheid, zegt Bonhoeffer, is “vrij-zijn-voor-de-ander”. We bestaan niet los van elkaar, maar zijn op elkaar betrokken. Genesis 2 onderstreept dat nog eens: “Het is niet goed dat de mens alleen is” (Gen. 2:18). Alleen-zijn hoort niet bij de goede schepping. Menselijke identiteit ontstaat niet in isolement, maar in ontmoeting. Het eerste menselijke woord in de Bijbel is gericht tot de ander: “Dit is been van mijn gebeente” (Gen. 2:23). Mens-zijn voltrekt zich in aanspreken en erkennen van de ander. Dat is in wezen al dialoog.
Maar dan komt de breuk. In Genesis 3 wil de mens “als God zijn”: niet langer ontvanger van waarheid, maar zelf oorsprong. Het gevolg is direct zichtbaar: schaamte, verbergen, beschuldigen. “De vrouw die U gaf…” (Gen. 3:12). Waar eerst erkenning was, komt zelfhandhaving. De zonde is daarmee niet alleen een overtreding, maar een breuk in de dialogische structuur van het bestaan. Wat eerst ontmoeting was, wordt nu verwijt. Waar eerst openheid was, ontstaat nu een defensieve houding.
Toch verbreekt God de relatie niet! Zijn eerste vraag na de val is: “Waar bent u?” Hij blijft spreken en zoeken.
Dit maakt duidelijk: dialogiseren is geen naïeve houding. Het is geworteld in schepping én gebrokenheid. Wij zijn aangesproken wezens, geroepen om te antwoorden. Zelfs in conflict en vervreemding blijft het initiatief tot relatie bestaan.

 

Waarheid en dialoog

Voormalig paus Johannes Paulus II (1920-2005) verbindt in zijn encycliek Evangelium Vitae (1995) normatieve helderheid aan dialoog. Ondubbelzinnig verdedigt hij de onaantastbaarheid van het menselijk leven. Tegelijk sluit hij het gesprek niet af; integendeel. Voor hem is waarheid geen bezit dat verdedigd moet worden tegen iedereen, maar een werkelijkheid die mensen kan aanspreken en overtuigen.

Het Evangelie van het leven is volgens hem een boodschap “aan de mensen van ieder tijdperk en elke cultuur”. Iedere mens die openstaat voor waarheid en het goede kan de heilige waarde van het leven erkennen. Dat betekent: de waardigheid van het leven is niet alleen voor de kerk, maar voor ieder mens te ontdekken. Daarmee wordt het publieke gesprek niet een risico, maar een opdracht.

Johannes Paulus II roept op tot “dialoog en samenwerking” met andere christenen, met gelovigen van andere religies en met “alle mensen van goede wil”. De verdediging van het leven is “taak en verantwoordelijkheid van iedereen”. Norm en dialoog sluiten elkaar niet uit. De norm kan helder blijven, terwijl het gesprek wordt voortgezet. Juist wie overtuigd is van de waarheid van zijn zaak, hoeft het gesprek niet te mijden.

Dat is strategisch én principieel belangrijk. Een pro-lifebeweging hoeft het gesprek niet te vrezen. Zij kan de (aan)spreken zonder de tegenstander te framen of zelfs te demoniseren. Zij mag vertrouwen dat waarheid overtuigingskracht bezit zonder dat zij in harde woorden hoeft te worden opgedrongen.

 

In den beginne is de relatie

Het denken van de Joodse filosoof en theoloog Martin Buber (1878-1965) helpt om dit nog scherper te zien. Volgens hem begint mens-zijn niet bij het autonome individu, maar bij relatie. “In den beginne is de relatie.” Het Ik ontstaat pas in het aangesproken worden door een Jij. “Alle werkelijke leven is ontmoeting.” Wij worden onszelf niet door ons af te grenzen, maar door ons te laten aanspreken.

Buber onderscheidt twee grondhoudingen: Ik–Het en Ik–Jij. In de Ik–Het-houding wordt de ander een object: iets om te analyseren, te beoordelen, te gebruiken. In de Ik–Jij-houding verschijnt de ander als iemand die mij aanspreekt. Niet als standpunt of probleem, maar als persoon. Het verschil is fundamenteel: zie ik een standpunt, of ontmoet ik een mens?

Dialoog is bij Buber geen techniek en ook geen relativisme. Je hoeft je overtuiging niet op te geven. Maar je moet de ander wel tegemoet treden als Jij. Wie de ander reduceert tot tegenstander of karikatuur, verschuift naar Ik–Het en verliest iets van wat werkelijk bij de geschapen orde van het leven behoort.

 

Consequenties voor pro-life

Wat betekent dit voor de pro-lifebeweging? Pro life betekent: voor het leven, voor de persoon, voor de waardigheid van ieder mens. Dat geldt niet alleen het ongeboren kind, maar ook de moeder, de arts, de politicus en de ideologische opponent. Niet diens overtuiging verdient per definitie instemming, maar de mens verdient wel beslist een menswaardige benadering. Wie zegt ‘voor het leven’ te zijn, kan niet onverschillig zijn over de manier waarop hij met levende mensen omgaat.

Wie menselijke waardigheid verdedigt, kan dat niet losmaken van de wijze waarop hij de ander tegemoet treedt. Een niet-dialogische pro-lifestijl is geen kwestie van temperament, maar een innerlijke tegenspraak: zij ontkent in haar handelen wat zij in haar overtuiging belijdt. Wie het leven beschermt maar de ander reduceert tot vijand, zaagt aan de wortel van zijn eigen mensbeeld.

Daarom kiest een dialogiserende pro-lifebeweging voor een andere weg. Zij stelt eerlijke vragen. Zij luistert zonder haar overtuiging op te geven. Zij spreekt helder en normatief, maar zonder de ander als mens te ontkennen. Zij zoekt ontmoeting waar anderen strijd verwachten.

Dialogiseren is dan geen strategische zwakte in een gepolariseerde tijd. Het is een vorm van trouw: trouw aan de scheppingsorde, trouw aan de waardigheid van ieder mens en trouw aan de overtuiging dat waarheid niet hoeft te schreeuwen om gehoord te worden.

Bronnen

  1. Bonhoeffer, Dietrich. Schepping en val. Wat Genesis 1-3 ons te zeggen heeft. Ingeleid en vertaald door Gerard den Hertog. Utrecht: KokBoekencentrum, 2020.
  2. Buber, Martin. Ik en jij, Utrecht: Bijleveld, 2023.
  3. Buber, Martin. Dialogisch leven, Utrecht: Bijleveld, 2022.
  4. Johannes Paulus II, Evangelium Vitae. Over de waarde en de onaantastbaarheid van het menselijk leven. Vatican City: Libreria Editrice Vaticana, 1995.

< Terug naar kennisbank overzicht