Dit artikel verscheen in oktober 2025 in Leef Magazine
Hoe berichtten Nederlandse kranten over abortus? Uit recent onderzoek blijkt dat de berichtgeving vaak ideologisch gekleurd is en sterk verschilt per soort krant. Opvallend is dat de onderzoekers zelf lijken te framen, iets wat ze de media verwijten: hun normatieve conclusies gaan veel verder dan hun analyse onderbouwt.
Fiom en de Universiteit van Amsterdam (UvA) onderzochtten hoe Nederlandse kranten in de periode 2000-2022 berichtten over abortus. Zij publiceerden in november 2024 hierover in het wetenschappelijke tijdschrift Culture, Health & Sexualty. De onderzoekers analyseerden 4.327 artikelen uit zeven landelijke kranten, die zij verdeelden in drie categorieën:
Het doel was inzicht te krijgen in de aard van de berichtgeving en hoe die mogelijk de publieke opinie beïnvloedt. De onderzoekers hebben gekeken naar de verschillen in de aandacht die de soorten kranten aan abortus gaven en bij welke gebeurtenissen deze aandacht toenam. Vervolgens analyseerden zij de belangrijkste onderwerpen in de krantenberichten. Er zijn twee in het oog springende, maar weinig verrassende bevindingen: religieuze kranten berichtten het meest over abortus en er was vooral sprake van media-aandacht rond specifieke gebeurtenissen.
Religieuze kranten besteedden veruit de meeste aandacht aan abortus. Ze publiceerden gemiddeld meer artikelen over dit onderwerp en belichtten abortus vaker vanuit (christelijk-) ethisch perspectief dan andere kranten. Kwaliteitskranten richtten zich vooral op politieke ontwikkelingen, terwijl populaire kranten vooral misstanden en incidenten benadrukten.
Belangrijke gebeurtenissen zoals de opheffing van de verplichte beraadstermijn van 5 dagen in Nederland (2022) of de afschaffing van het federale abortusrecht in de VS (Roe versus Wade, 2022) zorgden voor verhoogde aandacht in alle krantencategorieën. Kwaliteitskranten besteedden vooral aandacht aan politieke dimensies, populaire kranten aan sensationele misstanden en religieuze kranten aan morele vraagstukken en ideologische campagnes, zoals de jaarlijkse anti-abortuscampagne van de Week van het Leven. In het onderzoek worden vier dominante frames in krantenberichten geïdentificeerd:
In het onderzoek wordt geconcludeerde dat abortus een moreel beladen onderwerp blijft, ‘zelfs in landen met progressieve abortuswetgeving’. ‘Over het algemeen wordt abortus in de Nederlandse kranten nog steeds gezien als een controversiële zaak, in plaats van als een veilige zorgprocedure en een reproductief recht. Ondanks de liberale wetgeving blijven kranten het perspectief van vrouwen marginaliseren en zich in plaats daarvan richten op de voorwaarden voor abortuszorg. Deze berichtgeving beïnvloedt waarschijnlijk de publieke opinie door de negatieve beeldvorming en de voortdurende ondermijning van de beslissingsbevoegdheid van vrouwen. (…) Onze studie onderstreept de behoefte aan evenwichtigere berichtgeving en in het bijzonder aan meer aandacht voor de ervaringen en perspectieven van vrouwen.’
De onderzoeksresultaten ansich zijn weinig opzienbarend. Wie het thema abortus volgt, zal niet verrast zijn door de vier frames die de onderzoekers benoemen. Wat men precies onder een frame verstaat en waarom ze ervoor kiezen, wordt niet toegelicht. Eigenlijk is het een wat vreemd onderzoeksrapport. Wat is nu precies de onderzoeksvraag? Het doel was inzicht krijgen in de aard van de berichtgeving en hoe die mogelijk de publieke opinie beïnvloedt. In het licht van het doel moeten we de volgende zin uit de conclusie nog eens lezen: ‘Over het algemeen wordt abortus in de Nederlandse kranten nog steeds gezien als een controversiële zaak, in plaats van als een veilige zorgprocedure en een reproductief recht.’ De onderzoekers stellen een frame vast, namelijk: een controversiële zaak. Zij zijn blijkbaar van mening dat de kranten het beeld zouden moeten bevestigen dat abortus zorgvuldige zorg is en een recht. Op grond waarvan menen de onderzoekers dit? Deze informatie komt in het onderzoek niet aan de orde, dus het is vreemd dat het bij de conclusie zo’n gewicht krijgt. Wat de onderzoekers doen, is precies wat zij de kranten verwijten: framen. En dat onder het mom van zorgvuldig onderzoek. De analyse is vast zorgvuldig gedaan, maar de conclusie komt niet voort uit de analyse, maar uit hun ideologische uitgangspunten. Men zegt in het begin namelijk dat FIOM – opdrachtgever! – ‘het belang van vrije en geïnformeerde besluitvorming benadrukt.’ En: ‘Ons standpunt is in lijn met dat van de Wereldgezondheidsorganisatie, die stelt dat abortus een veilige en gangbare reproductieve gezondheidszorgprocedure is en dat beperkingen op abortus vergaande negatieve gevolgen kunnen hebben voor het individuele welzijn en de gezondheid.’ Uit de conclusie lijkt het echter niet te gaan om een standpunt, maar om een programma dat sturend is in de uitkomsten van het onderzoek. Hoewel het onderzoek neutraliteit claimt, is het normatief van aard, namelijk door abortus als zorg en recht te benoemen. Hoezo zou berichtgeving die daarmee niet in lijn is problematisch zijn? Mogen er geen andere meningen zijn? Zo nemen de onderzoekers zélf een duidelijke positie in. Vooral de religieuze kranten zouden ideologische berichtgeving hebben. Is ook onderzocht vanuit welke levensbeschouwelijke of normatieve kaders de andere kranten opereren rond het abortusdebat? Is neutraliteit überhaupt mogelijk?
Het rapport suggereert dat religieuze kranten mogelijk een vertekend beeld geven, omdat ze vaker over abortus schrijven en dat dit leidt tot grotere prioriteit van het thema bij hun lezers. Waait hier de wind van het dictatoriale, progressieve abortus denken? Religieuze kranten bieden juist een alternatief geluid dat elders onderbelicht blijft. Dat zij ”te veel” over abortus zouden schrijven, impliceert dat er een juiste of neutrale hoeveelheid berichtgeving zou bestaan. Dat is een arbitrair en bevooroordeeld uitgangspunt.
Bijzonder is de factsheet die FIOM op haar website bij het onderzoek plaatst, die suggereert een feitelijke samenvatting van het rapport te zijn. Dat is het niet. In de lijn van de conclusie van het rapport wordt abortus gepromoot door benamingen als zorg en recht. Er worden onderzoeksresultaten bijgehaald die niet relevant zijn voor de onderzoeksvraag en in het ”krantenonderzoek” ook niet worden benoemd. Dat is framing van je eigen onderzoek, en wetenschappelijk te betwisten. Dat brengt mij ten slotte bij de kritische vraag naar de rol en positie van FIOM: hoe kunnen zij vrouwen helpen bij onbedoelde zwangerschap en na abortus als zij spreekbuis zijn van het dictatoriale denken over abortus als vermeende zorg en vermeend recht?
Naar aanleiding van
Van Brouwershaven, Annick C., Sophie H. Bolt, and Jeroen G. F. Jonkman. 2024. “The Ongoing and Contentious Coverage of Abortion in a Progressive Context: A Longterm Cross-Outlet Assessment of Dutch Abortion News (2000–2022).” Culture, Health & Sexuality, published November 1, 2024. doi:10.1080/13691058.2024.240834
Bronnen
Fiom and Universiteit van Amsterdam. 2024. Factsheet – Abortus in de media: Abortusberichtgeving in Nederlandse kranten (2000–2022).
November 2024. FIOM. https://fiom.nl/sites/fiom/files/media/files/FIOM020_factsheet%20abortus%20in%20de%20media_3.pdf