Geplaatst op 14 juli 2025 in Nieuws.
Nieuw onderzoek zou oorzaken voor de stijgende abortuscijfers moeten onderzoeken. De complexe werkelijkheid wordt erkend, maar echte verklaringen blijven uit. Is dit wetenschappelijke bescheidenheid, of onwil?
Auteur: Arthur Alderliesten
Het kabinet Rutte IV (2022-2044), met ChristenUnie, wilde het inzicht in de redenen voor abortussen te verbeteren. Om daarmee het ‘aantal ongewenste en onbedoelde zwangerschappen en (herhaalde) abortussen te kunnen verminderen.’ In 2024 verscheen het eerste rapport Dit is mijn verhaal. In de eerste week van juli van 2025 verscheen het tweede en laatste rapport: Het begint met luisteren. Omstandigheden en zorgervaringen voor, tijdens, en na een onverwachte zwangerschap. Ik vat de onderzoeksresultaten kort samen.
De onderzoekers stellen dat de beleving van een zwangerschap als ‘onbedoeld’ samenhangt met contextuele factoren
De besluitvorming om een zwangerschap uit te dragen of af te breken blijkt een complex samenspel van emoties, intuïties en waarden; gestandaardiseerde redenlijsten schieten tekort. Zorgervaringen laten zien dat oordeelvrije bejegening, duidelijke informatie en betrokkenheid van partners essentieel zijn. Er is behoefte aan toegankelijke anticonceptiezorg, verbeterde informatievoorziening en realistischere beeldvorming zonder stigmatisering.
Het rapport benadrukt dat onbedoelde zwangerschap geen louter individueel falen is, maar verweven is met sociale ongelijkheid. Structurele barrières dienen daarom net zo veel aandacht te krijgen als individueel gedrag. Preventie moet draaien om het versterken van reproductieve autonomie, niet louter om het vermijden van zwangerschappen. Tot zover de samenvatting.
De afgelopen jaren zijn we opgeschrikt door een sterke stijging van het aantal abortussen van ruim dertigduizend naar een kleine veertigduizend. Daarom heeft de politiek heeft gevraagd om onderzoek. In een debat in de Tweede Kamer gaf verantwoordelijk staatssecretaris Karremans echter al aan dat het laten dalen van het aantal zwangerschapsafbrekingen is voor hem geen doel op zich is (januari 2025).
Wat zeggen de onderzoekers? Pakken deze wetenschappers de handschoen wel op? In het rapport lezen we: ‘In het huidige onderzoek is niet onderzocht wat er ten grondslag kan liggen aan recente ontwikkelingen in abortuscijfers. Er zijn meerdere ontwikkelingen in ons land en de ons omringende landen gaande, die hier mogelijk een rol bij kunnen spelen. Als onderzoekers denken wij dat het zeer lastig is, zo niet onmogelijk, om een causaal verband aan te tonen. Een stijging kan ook betekenen dat meer mensen reproductieve regie hebben kunnen nemen. De stijging kan in elk geval niet verklaard worden door onderzoek te doen naar motieven of redenen voor abortus’ (pag. 14). En op de onderzoeksvraag “Welke omstandigheden dragen bij aan het besluit om een onbedoelde zwangerschap uit te dragen dan wel af te breken?” luidt een deel van het antwoord, waarin wordt verwezen naar het eerste deel van het onderzoek (Dit is mijn verhaal): ‘Uit dit onderzoek bleek dat het besluit om een onbedoelde zwangerschap uit te dragen of af te breken wordt beïnvloed door een samenspel van meerdere motieven, emoties, waarden en intuïties. Dit samenspel ziet er telkens anders uit. Net als veel andere (internationale) onderzoeken concludeerden ook wij dat het daarom niet zinvol is om mensen te vragen een keuze te maken uit een rijtje redenen of om de belangrijkste reden te benoemen’ (pag. 9).
Dit antwoord is verbijsterend. Uit eerdere onderzoeken blijkt dat er inderdaad meestal sprake is van een complex aan redenen. Op welke manier leidt dit tot de gedachte dat het dan maar niet onderzocht moet worden? Waar is de wetenschappelijke nieuwsgierigheid? De wil om te verklaren en te duiden? Is er sprake van onwil? In een interview met het Reformatorisch Dagblad (5-7) zegt een van de onderzoekers: ‘De verhalen die je hoort zijn als een bolletje wol. Financiën is één draadje daarvan, maar er zijn zoveel draadjes die in de knoop zitten. Om die te ontwarren kun je beter vragen hoe je kunt helpen’. In hetzelfde interview stelt men: ‘Dit onderzoek heeft duidelijk gemaakt dat het niet zo eenvoudig is en dat ander onderzoek niet iets nieuws gaat opleveren.’ Dit is teleurstellend en onbevredigend.
We raken er bijna aan gewend dat het ongeboren leven geen plaats heeft in het Nederlandse debat rond onbedoelde zwangerschap. Het ongeboren kind komt niet voor niets totaal niet aan de orde in het document, alsof het geen factor van belang is. Maar is “reproductieve autonomie”, het recht om zelf te beslissen over voortplanting, nu zo belangrijk dat het zelfs de zoektocht naar de beste zorg en hulpverlening voor de vrouw rond een onbedoelde zwangerschap in de weg staat? Immers, zicht op redenen waarvoor een vrouw haar zwangerschap afbreekt, biedt de mogelijkheid haar te helpen, en daarmee het voorkomen van mogelijke fysieke en psychosociale gevolgen én het voorkomen van het doden van ongeboren kinderen.
De houding van politiek en wetenschap wekt de indruk dat men de onderliggende realiteit liever niet onder ogen ziet. Daarmee wordt het gesprek over alternatieven, zoals opvang, financiële steun of begeleiding, stilgelegd voordat het kan beginnen. Het onderzoeksrapport Het begint met luisteren brengt interessante informatie, maar weigert op cruciale punten om maar een begin te maken met luisteren. Met alle dodelijke gevolgen van dien.
N.a.v. :
Ditzhuijzen, Jenneke van, Beumer, Wieke, Reilingh, Annemarie (e.a.). Het begint met luisteren. Omstandigheden en zorgervaringen voor, tijdens, en na een onverwachte zwangerschap. Amsterdam: Amsterdam UMC, 2025.