Geplaatst op 20 mei 2026 in Nieuws.
Voor wie het begin van het leven niet als vanzelfsprekend beschikbaar beschouwt, maar als beschermwaardig ziet, zijn dit geen neutrale keuzes. De zaak rond apotheker Florus Krijgsman onderstreept dat. De ophef raakt een gevoelige kern: hoeveel ruimte is er nog voor gewetensbezwaren op grond van medisch-ethische overtuigingen? Vanuit pro-life perspectief verdient zijn handelen meer erkenning dan hij nu krijgt.
Krijgsman werkt vanuit de overtuiging dat het leven beschermwaardig is. Dat is geen willekeur, maar een consistent ethisch standpunt. Hij heeft daarbij publiek gemaakt dat hij bepaalde middelen, zoals de morning‑afterpil, de abortuspil en hormoonbehandelingen, om die reden niet verstrekt. Daarmee neemt Krijgsman een duidelijke en vergaande positie in. Tegelijk heeft hij geregeld dat patiënten hiervoor terechtkunnen bij een andere apotheek in dezelfde plaats. Cruciaal is dat hij patiënten niet in de steek laat: hij verwijst hen door naar een andere apotheek in dezelfde plaats. Daarmee neemt hij zijn leveringsplicht serieus. De kritiek dat hij mensen “wegstuurt” doet daarom geen recht aan de praktijk. De getoonde verontwaardiging tot aan de Tweede Kamer toe lijkt hier eerder buitenproportioneel dan gerechtvaardigd.
Deze zaak laat ook iets anders zien: niet iedereen volgt de toenemende liberalisering rond abortus en aanverwante medisch-ethische thema’s. De tolerantie jegens hen is ver te zoeken. De felle kwalificaties uit het Volkskrantartikel van Dionne Maria Hallegraeff – waarin zij zelfs parallellen met maatschappelijke uitsluiting, discriminatie en fascisme suggereert – zijn volstrekt ongepast. Wie zorgvuldig doorverwijst, ontneemt niemand toegang tot zorg en sluit daarmee niemand uit. Hij maakt alleen duidelijk dat geweten er nog toe doet. Dat is te prijzen en verdient steun en bescherming in plaats van veroordeling.