Skip navigation
?
Onbedoeld zwanger?

Pro life in mineur en majeur: leren zingen met Maria

Geplaatst op 31 december 2025 in Nieuws.

Maria’s lofzang is het eerste Kerstlied. Zij is dan ook de eerste die de kerstboodschap heeft gehoord: het onvoorstelbare bericht dat God mens zou worden: Immanuel. God komt naar beneden, zegt C.S. Lewis, ‘van de hoogten van het absolute zijn tot het niveau van ruimte en tijd, tot menszijn; nog dieper zelfs, (…); helemaal tot de wortels en de bedding van de door Hem geschapen natuur. Maar Hij gaat onder om weer op te komen en de gehele verwoeste wereld mee naar boven te nemen.’[1]

Geschreven door: Arthur Alderliesten


Verwoeste wereld

Vanuit pro lifeperspectief geeft onze tijd aanleiding voor een mineurstemming, dankzij ontwikkelingen die samen het beeld oproepen van een samenleving die het begin van het leven steeds minder weet te beschermen. Wanneer Lewis spreekt over een verwoeste wereld, is dat geen abstract beeld. Het wordt concreet wanneer we terugkijken op wat zich in 2025 in ons land heeft voltrokken. Abortus werd verder genormaliseerd en toegankelijk gemaakt, onder meer door medicamenteuze zwangerschapsafbreking (“abortuspil”) direct via de huisarts ter beschikking te stellen. Tegelijk boden parlementaire debatten weinig ruimte voor versterking van de bescherming van ongeboren leven. Zo bleef de bereidheid uit om de aanhoudende stijging van de abortuscijfers werkelijk te duiden, en werd de ruimte voor nabije presentie en het menselijk gesprek rond abortusklinieken verder beperkt.
Ook werd dit jaar bekend dat in 2024 39.438 abortussen uitgevoerd. Meer dan ooit in een jaar tijd sinds de invoering van de abortuswet. Daarmee komt het totaal aantal abortussen in Nederland sinds de invoering van de wet uit op ruim 1,28 miljoen…
Ook werden met de verruiming van de Embryowet nieuwe morele grenzen overschreden door menselijk leven bewust te creëren voor onderzoek.
Wie deze ontwikkelingen onder ogen ziet, kan niet anders dan diep geraakt zijn. Terwijl het aantal abortussen stijgt, komt er steeds minder ruimte om goed te doen. De pro lifebeweging krijgt steeds minder mogelijkheden om abortus proberen te voorkomen.
Een samenleving die menselijk leven aborteert én produceert om het naar eigen inzicht te gebruiken, verliest iets wezenlijks: respect en liefde voor het leven. Wanneer God uit beeld raakt, wordt de mens niet langer gezien als beelddrager van God, maar ziet de mens de ander steeds minder als mens. De gevolgen zien we om ons heen.

 

Verwarring, maar tóch zingen!

Wie deze werkelijkheid onder ogen ziet, hoort eerst de mineur: verwarring, verdriet en misschien wel moedeloosheid. Tegen deze achtergrond klinkt ook nu Maria’s lofzang. Maria inspireert ons te zingen. Het is een van de meest gezongen liederen. In de kloostertraditie wordt het zelfs dagelijks gezongen en het is talloze keren op muziek gezet. Het lied van Maria wordt ook wel het Magnificat genoemd, naar de openingsregel in het Latijn: Magnificat anima mea Dominum: Mijn ziel verheft Gods eer. Dit lied is dus diep in de christelijke traditie verankerd en heeft iets te zeggen.

Maar kunnen we wel zingen te midden van een doodscultuur…? Zou de moed je niet in de pro lifeschoenen zinken? Het is daarom geruststellend dat Maria het niet ogenblikkelijk begint uit te zingen. Ze staat bekend als het gelovige meisje dat Gods weg deemoedig aanvaard. Maar toch vraagt ze eerst: hoe zal dat gebeuren?[2] De lofzang komt pas later. Eerst is er verwarring en aarzeling, daarna aanvaardt zij de boodschap van de engel in geloof. Niet begrijpen, God toch vertrouwen, in de gebrokenheid en complexiteit van het bestaan. Dát is geloven. Dán zingt Maria. Van de prachtige tekst kunnen we in elk geval twee dingen leren, ingekleurd voor de christen die ook nu niet anders dan pro life wil zijn:

  1. Wie God is en hoe Hij kijkt
  2. Menselijk kijken met Gods ogen

 

Wie God is en hoe Hij kijkt

In het Magnificat klinkt het majeur van Gods handelen: niet de machtigen bepalen de uitkomst van de geschiedenis, maar God Zelf, Die Zijn weg gaat via het kleine en kwetsbare. In de geboorte van Christus komen de grote lijnen van de wereldgeschiedenis bij elkaar. Duisternis en licht, verstrooiing en shalom, kwaad en goed, satan en Jezus Christus. Hoe ziet het hoogtepunt van deze strijd eruit? Hoe grijpt God in, in de geschiedenis van de mens? God komt niet via het indrukwekkende of het machtige, maar via het kwetsbare. Het gaat om de hoogste machten en de grootste krachten, maar Gods weg loopt via het kleine. God, Die een uiterst kwetsbaar mensje werd, een embryo, een foetus… Uitgerekend door die kwetsbaarheid heen keert Hij alles om. Dit is naar mijn diepe overtuiging voor Satan zo onuitstaanbaar geweest, dat hij zich tot op de dag vandaag kwetsbare, ongeboren kinderen tot een van de speerpunten van zijn demonisch en kwaadaardig handelen heeft gemaakt.

De hervormer Martin Luther ziet in Maria’s lofzang de grote beweging van boven naar beneden, van God die uitreikt naar de mens. Zo is Zijn manier van handelen. Luther: ‘Omdat Hij immers de Allerhoogste is en er boven Hem niets is, kan Hij niet naar omhoog zien, ook kan Hij niet om zich heen zien, want niemand is aan Hem gelijk. Daarom moet Hij naar Zichzelf en naar beneden zien. Naarmate iemand onder hem zich meer in de diepte bevindt, ziet Hij hem beter.’[3]
Met de beweging van omzien naar het kleine, de geringe, het nederige, het naar beneden kijken, bewegen we mee met een bewogen God.

Het Magnificat is ook een lied over het leven zelf en over Wie daarover het laatste woord heeft. Paus Johannes Paulus II, verbindt – in de in pro lifekringen veelgelezen encycliek Evangelium Vitae – het Magnificat aan de beschermwaardigheid van het leven: ‘In haar lofzang verheerlijkt Maria de barmhartigheid van God, die zich over alle geslachten uitstrekt, en verkondigt zij de omkering van de machtsverhoudingen in de geschiedenis: (…) Zo herinnert het Magnificat ons eraan dat God de Heer van het leven is, en dat de mens zich dit leven niet mag toe-eigenen. Integendeel, hij is geroepen het leven te ontvangen als een gave, het te eerbiedigen en het te dienen.’[4]

 

Menselijk kijken met Gods ogen

God kijkt met andere ogen. Hij is anders, doet anders en kijkt anders. Maria’s lofzang roept ons ertoe op dat ook te doen: oog hebben voor wie over het hoofd worden gezien. Recht brengen waar onrecht heerst. Harmonie waar disharmonie is. Het kwade overwinnen door goed te doen. Er zijn namelijk plekken in deze wereld waar iets te doen is aan onrecht en geweld. Laten we rond de duistere thema’s van abortus en embryokweek Gods licht laten vallen, dat zowel ontmaskerend als helend is. Het Magnificat roept ons op er te zijn voor de kleinsten, de meest kwetsbaren, voor de slachtsoffers. Pro life zijn in deze tijd betekent daarom niet dat wij de mineur ontkennen, maar dat wij leren leven vanuit het majeur van Gods belofte, en juist daarom oog hebben voor de kleinsten.

Bonhoeffer wijst erop dat onze weg, ‘wil het een weg van God zijn, ons niet omhoog leidt, naar de diepten, naar de geringsten voert, en dat iedere levensweg, die alleen omhoog wil, verschrikkelijk moet eindigen. God laat niet met zich spotten. Hij laat het niet ongestraft over Zijn kant gaan, als wij jaar op jaar Kerst vieren en daarmee geen ernst maken.’[5]

Wie heeft leren kijken als met Gods ogen, laat zijn eigen grootheid los en verbindt zich met de kleinen, Wie God alleen groot laat zijn, ontdekt dat Zijn heerlijkheid zichtbaar wordt in nederigheid. God openbaart zich in Jezus Christus, in een afhankelijk en kwetsbaar kind. Eerst in Maria’s schoot, toen in de kribbe. Zo leren we met Maria zingen: niet omdat de mineur verdwenen is, maar vanwege de majeure beweging van Gods barmhartige trouw jegens de meest kwetsbaren.
Met deze boodschap kunnen we ook in 2026 met vernieuwde krachten volledig pro life zijn!

 

Bronnen

[1] C.S. Lewis, Wonderen, (Franeker: Van Wijnen, 1994), 141.

[2] Tim Keller, Kerstboodschap. Het geheim van de geboorte van Christus, (Franeker: Van Wijnen, 2018), 86.

[3] Maarten Luther, Het Magnificat, (IJsselstein: Unistad, 1983), 42.

[4] Johannes Paulus II, Evangelium Vitae (Encycliek over de waarde en onaantastbaarheid van het menselijk leven), 25 maart 1995, nr. 104.

[5] Dietrich Bonhoeffer, London 1933-1935, DBW 13, (Gütersloh: Chr. Kaiser, 1994), 343.