Geplaatst op 26 juni 2025 in Nieuws.
Vaak werd er in vroeger tijd gezwegen als een kind bij de geboorte was overleden. De impact hiervan voelen veel moeders en vaders nog steeds. Gelukkig mag er tegenwoordig openlijk over worden gesproken en gerouwd.
Auteur: Arthur Alderliesten
Gepubliceerd in Reformatorisch Dagblad op 21 juni 2025
Vaak werd er in vroeger tijd gezwegen als een kind bij de geboorte was overleden. De impact hiervan voelen veel moeders en vaders nog steeds. Gelukkig mag er tegenwoordig openlijk over worden gesproken en gerouwd.
De huidige aandacht voor stilgeboorte is niet van alle tijden. De ”rugbygreep” van vroeger spreekt boekdelen: stilgeboren kinderen werden direct na de geboorte onder de oksel naar achteren afgevoerd. „De rugbygreep noemden mijn opleiders dat. Er werd zo min mogelijk over gesproken, zodat de moeder ‘gewoon’ verder kon met haar leven”, zo vertelde onlangs een aan een universitair ziekenhuis verbonden gynaecoloog. In eerdere, maar nog recente tijden werd stilgeboorte weggemoffeld. Dat heeft tot op de dag van vandaag tot stil verdriet geleid.
Vaak werd er gezwegen als een kind bij de geboorte was overleden. De impact hiervan is nog steeds voelbaar. Vrouwen sturen soms nog brieven naar ziekenhuizen met de vraag waar hun kindje is gebleven. Sommigen weten zelfs niet of ze een zoon of een dochter kregen.
Aan het eind van het leven maken mensen vaak de balans op. Geestelijk verzorgers in verzorgingshuizen horen geregeld verhalen over stilgeboorte. Een van hen vertelde mij over een herbegrafenis waarbij een moeder een nieuw kistje had gemaakt. In het oude kistje (bij een eerdere begrafenis) zat nauwelijks meer dan het vestje dat ze ooit voor haar kindje had gebreid. Voor deze vrouw voelde dit pas als de échte begrafenis. Pas daarna kon ze psychische begeleiding toelaten.
In de jaren zeventig zocht een arts in een Belgisch mortuarium naar het lichaam van een stilgeboren baby. Hij vond het niet, maar wel 29 andere lichaampjes, waarvan sommige er al meer dan een jaar lagen. Waren ze vergeten?
Zwijgen
In 1963 overkwam het Bep, zo is te lezen in het boek En zwijgen was het antwoord van Anneke Avis. Haar vierde kindje stierf na ongeveer vier maanden zwangerschap. Haar schoonmoeder was woedend; ze geloofde niet dat het een miskraam was. Ook haar volgende kindje overleed vroegtijdig. De arts zei: „Eigenlijk moet ik u feliciteren, want het is maar goed dat niet alle kinderen blijven leven.” De professor even later: „Treur maar niet, u krijgt vast nog veel kinderen.” Aangeven bij de gemeente kon niet; het kindje was ”te vroeg” geboren. Haar man mocht het kistje niet dragen. De boodschap uit haar omgeving was: niet zeuren, doorgaan. Bep sprak er dan ook zelden over. Haar verhaal staat niet op zichzelf.
Stilgeboorte werd lange tijd stilgehouden, zowel maatschappelijk als professioneel. Dat paste in de bredere opvatting dat traumatische ervaringen beter verzwegen konden worden. Zo ging men om met de trauma’s van de Tweede Wereldoorlog, de watersnoodramp van 1953 en de Molukse gijzelingsacties. Zwijgen werd als overlevingsstrategie gezien. Langdurig zwijgen leidt echter tot onverwerkte emoties, angst, boosheid en vervreemding.
Rituelen
Inmiddels weten we dat het openlijk bespreken van trauma’s van wezenlijk belang is voor de verwerking, zowel individueel als collectief. En die omslag is zichtbaar. Denk maar aan hoe we omgaan met rampen als de vliegramp MH17 of aan de huidige aandacht voor miskramen en stilgeboorte.
De culturele omslag in de jaren zestig bracht ook een ”rituelencrisis” met zich mee. Corien van Zweden schrijft in De kunst van het rouwen: „Alles wat knelde werd afgeschud, of het nou om een beha, verplichte kerkgang of het dragen van een rouwband ging.” Veel publieke rouwrituelen verdwenen. Door ontkerkelijking vielen mensen terug op zichzelf. Kerkelijke rituelen voldeden voor velen niet meer, maar nieuwe waren er nog niet. Uitvaarten werden afstandelijk en kil.
Later zijn er, vooral door uitvaartondernemers, warme en persoonlijke rituelen ontwikkeld, los van een kerkelijke context, hoewel ze hier en daar sterk aan de kerk doen denken.
Kerk
Hoe ging de kerk met stilgeboorte om? Er is opvallend weinig bekend over de protestantse praktijk. Over de rooms-katholieke praxis is meer gedocumenteerd. In Achter de heg van André van Voorst (2024) wordt beschreven dat vroeggestorven, ongedoopte kinderen vaak niet in gewijde aarde mochten worden begraven. Ze kregen letterlijk een plekje ”achter de heg”, zonder ritueel, soms in het holst van de nacht. De erfzonde was niet weggenomen, was de gedachte, en dus was er voor hen geen plek op het kerkhof… Geen ceremonie, geen pastorale begeleiding.
Dat uitgerekend de kerk, die hoog opgeeft van de bescherming van het ongeboren leven, deze kinderen geen waardig afscheid bood, ervaren ouders die ermee te maken hadden als pijnlijk.
Gelukkig is er veel veranderd. Zo worden ouders tegenwoordig vanuit de medische beroepsgroep intensief begeleid bij stilgeboorte. En er kan steeds meer openlijk over worden gesproken en gerouwd. Dat is bijzonder positief te waarderen. Tegelijkertijd lijkt de kerk nog steeds op zoek te zijn naar een manier hoe ze met stilgeboorte kan omgaan.
Er zijn generaties moeders en vaders die deze nieuwe, warme aandacht toch ook met pijn in het hart zullen waarnemen, vanwege het stille en genegeerde verdriet dat vroeger in hun leven kwam en dat zij nog altijd met zich meedragen. Laten we oog hebben voor hen.