Geplaatst op 22 juli 2024 in Portret.
Bert-Jan Ruissen vertegenwoordigt de SGP in het Europees Parlement (EP). Als enige SGP’er in het EP ziet hij het als zijn taak om een christelijk geluid te laten horen. Maar wat heeft de Europese Unie te zeggen over nationale abortuswetgeving? Welke bedreigingen zijn er voor de pro-lifebeweging? En wat staat er op het spel bij de komende verkiezingen?
Bert-Jan is getrouwd en vader van vier kinderen. Hij vindt het bijzonder om een bijdrage te leveren een maatschappelijke discussies vanuit een christelijke levensbeschouwing. Als lid van de landbouwcommissie heeft hij daarnaast vooral veel te maken met vraagstukken rondom landbouw en visserij.
Affiniteit met de agrarische sector is hem niet vreemd. In Wageningen studeerde hij Landbouwplantenteelt. Daarna werkte hij jarenlang op het ministerie van landbouw. Zijn voorliefde voor landbouw ontstond tijdens zijn jeugd: “Ik groeide op het platteland op, in Oostdijk. Mijn vader was “hoofd der school.” Hij had drie hectare landbouwgrond geërfd, dus hij was hobbyboer. Mijn broers en ik teelden sperziebonen. De oogst viel precies in de zomervakantie. Als vakantiewerk plukten we de bonen en brachten we ze naar de veiling. ’s Middags belden we een telefoonnummer om te horen wat de bonen hadden opgebracht. Dat was het spannendste moment van de dag.”
Pro life
“De Bijbel laat ons zien dat al het leven beschermwaardig is. Dat vind ik fundamenteel. Als christen draag je verantwoordelijkheid voor de mensen om je heen. We moeten kijken wat de ander nodig heeft, vooral het kwetsbare ongeboren leven. Het opkomen voor het kwetsbare was ook merkbaar tijdens de Mars voor het leven. De waardigheid die de Mars uitstraalt vind ik heel bijzonder, het is niet schreeuwerig. Er gaat een getuigenis vanuit om daarin mee te lopen. Het deed me echt iets. Ik vond het ook bijzonder om te zien dat er steeds meer jongeren en gezinnen deelnemen. De aandacht voor deze thematiek groeit in die generatie.”
Eenzaam, maar niet alleen
Namens de SGP maakt hij deel uit van de fractie Europese Conservatieven en Hervormers. Als enige SGP’er in het EP ziet hij het als zijn taak om een christelijk geluid te laten horen in Brussel. Hoewel dat eenzaam is, staat hij er niet alleen voor. “Er zijn ook gelijkgezinde parlementariërs uit Oost- en Zuid-Europese landen. We investeren veel in onderlinge contacten, omdat we elkaar ontzettend hard nodig hebben. Een keer per maand komen we samen in een werkgroep ‘menselijke waardigheid’. Dan worden alle vraagstukken op de agenda rondom dit thema besproken en spreken we af hoe we de debatten ingaan.”
Bedreigingen voor de pro-lifebeweging
Ruissen vertelt hoe de pro-choice beweging in Brussel steeds dominanter aanwezig is. “Onlangs werd een bijeenkomst over de beschermwaardigheid van het leven georganiseerd. Toen ik naar de zaal wilden lopen werd de toegang geblokkeerd door demonstrerende collega’s en medewerkers met pro-choicebordjes. Dat vond ik erg intimiderend. Op dat moment proef je echt de geestelijke strijd.”
Verder was er onlangs een discussie over de richtlijn geweld tegen vrouwen. Dit vormde een serieuze bedreiging voor de pro-life beweging. Men beweerde dat beïnvloeding van vrouwen, met bedoeling dat ze afzien van een abortus, gezien kan worden als geweld tegen vrouwen. Concreet zou dat het waken bij abortusklinieken strafbaar maken. “De dreiging lijkt voor nu afgewend te zijn, maar als zo’n idee heeft postgevat kan het in een nieuwe termijn weer terugkomen.”
Een ander zorgelijk signaal is een brief op initiatief van een D66-Europarlementslid aan de voorzitter. Hiermee werd beoogd om conservatie partijen te weren uit het parlement. Anti-choice organisaties zouden in strijd handelen met de fundamentele mensenrechten, volgens deze brief.
Bert-Jan onderstreept het belang om te laten zien dat we bewust zijn van de kwetsbare positie van vrouwen die onbedoeld zwanger zijn en dit argument in te brengen in debatten. Zo kunnen er in die richting oplossingen worden bedacht. Als voorbeeld noemt hij de financiële compensatieregeling die Italië heeft getroffen voor vrouwen die om vanwege gebrek aan geld een abortus overwegen.
Ook is onlangs een akkoord gesloten met de ACP-landen (Africa, Cariben en Pacific), het zogeheten verdrag van Samoa. Met dit akkoord kan de EU investeren in deze landen. Het kwalijke is dat er in het verdrag verhandelingen zijn opgenomen over ‘seksuele reproductieve rechten’ en zorg. Dat betekent onder meer dat de Europese Unie van deze landen verlangt dat zij hun abortuswetgeving liberaliseren.
Wat heeft de EU te zeggen over abortus?
Nu is het nog de bevoegdheid van de lidstaten om abortus-wetgeving te bepalen. In het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie staat zelfs in artikel 2 dat iedereen recht op leven heeft. “Dit heb ik als argument gebruikt tijdens een debat.”
In verdragen die opgesteld worden voor toetredingslanden neemt Ruissen waar dat er consequent een paragraaf wordt toegevoegd over seksuele reproductieve rechten. Men ziet het als deel van de Europese waarden. “We moeten proberen te voorkomen dat abortus wordt opgenomen in het handvest van de grondrechten. Op dat moment ben je als pro-life organisatie anti-rechtelijk bezig. Dan zou Schreeuw om leven zelfs verboden kunnen worden.”
Wat kunnen wij doen?
Bert-Jan stelt dat het van belang is dat de krachten worden gebundeld. Volgens hem is er een wereld te winnen in de mobilisatie van christelijke, conservatieve collega’s die zich voornamelijk met andere vraagstukken bezig houden. Ook is het van belang dat pro-life organisaties zich meer richten op de Brusselse besluitvoering.
Verder is het belangrijk om pro-life organisaties te steunen. De betrokkenheid van de achterban blijft heel belangrijk. Volgens Ruissen is de vraag voor de komende verkiezingen of we verder gaan afdrijven van onze christelijke wortels. “Er ligt echt een grote verantwoordelijkheid voor ons als christen om trouw naar de stembus te gaan en christelijk te stemmen. Alleen als we onze krachten bundelen, kunnen we een sterk pro-lifegeluid laten horen.”
Dit artikel verscheen in mei 2024 in Magazine Leef