Geplaatst op 23 maart 2026 in Portret.
Dit artikel verscheen in maart 2026 in Leef Magazine
Jennifer Honing raakte 23 jaar geleden actief betrokken bij het werk van Schreeuw om leven. Eerst als hulpverlener, later als algemeen bestuurslid. Al die jaren heeft ze zich met ijver ingezet voor het ongeboren leven, ook al was dat niet altijd makkelijk. Nu is het tijd om afscheid te nemen. Dankbaar kijkt ze terug: ‘Alle lof aan de Heere, want Hij gaf me de kracht.’
De Amsterdamse Jennifer trouwde met Michael, met wie ze vijf kinderen kreeg. ‘Hij raakte midden jaren 90 betrokken bij Schreeuw om leven. Op een beurs ontmoette hij de familie Dorenbos, de oprichters van Schreeuw om leven. Bij mijn man werd sterk de interesse gewekt om op te komen voor het leven. Hij vroeg aan Bert Dorenbos of hij iets voor hem kon betekenen. Michael ging mee met acties en raakte steeds meer betrokken bij het prolifewerk. Af en toe ging ik met hem mee, want dat vond hij fijn. Nou, vooruit, dacht ik.’
Begin 2003 komt ook voor Jennifer het moment dat ze ingewonnen wordt voor het werk van Schreeuw om leven. ‘De hulpverleningsafdeling Er is hulp was inmiddels in 2000 opgericht. Bert vroeg aan mijn man of hij de hulpverleningscursus wilde volgen, omdat ook mannen hulp zochten. Daar voelde hij niet zoveel voor, want met de cursus deden alleen vrouwen mee. Hij zei daarom tegen mij: ”Waarom ga jij niet met me mee?” Ik stemde in. Ik vond de cursus intensief, maar ik leerde daar ontzettend veel. Op de laatste cursusdag kwam de vraag tot ons: wat denk jij hier verder mee te gaan doen? In mijn beleving had iedereen daar wel een idee bij, maar ik niet. Een jaar later wist ik het wel. Onze oudste zoon kwam geëmotioneerd thuis met de boodschap dat zijn vriendin zwanger is. Haar ouders vonden het beter een abortus te laten doen. Ze hadden al gesproken met de kliniek. Wij gingen met hen in gesprek en we zijn dankbaar dat we nu een prachtige kleindochter hebben, van inmiddels 21 jaar oud. Deze gebeurtenis was voor mij de aanleiding om me in te zetten voor het ongeboren leven, want ineens kwam het zo dichtbij.’
Ingrijpend vond ik het dat velen niet wisten wat een abortus nu echt is.
Voor zowel Jennifer als voor de hulpverleningstak was het pionieren. ‘Het was toentertijd gebaseerd op een Amerikaans model en het ging – vergeleken met nu – heel eenvoudig. De hulpverlening is in de loop der jaren heel goed doorontwikkeld. Het zit goed in elkaar en aan alles wordt gedacht. Aan het begin was ik zelf heel onzeker. Doe ik het wel goed? Schrijf ik wel het juiste? Gelukkig groei je daarin. Wat heb ik een nood gezien. Ik las de paniek en het verdriet van die meisjes en vrouwen. Vaak werden mailtjes ’s nachts gestuurd, omdat ze niet konden slapen en gingen googlen. Ingrijpend vond ik het dat velen niet wisten wat een abortus nu echt is, hoe die in zijn werk gaat en wat de gevolgen kunnen zijn. Dat was vaak een eyeopener. Of dat ouders hun kind dwongen tot een abortus. Dan gaf ik aan dat dat strafbaar is, waardoor ineens het besef kwam: of, dus ik mag gewoon geboren laten worden? Soms stopte het contact ineens. Dat is lastig, omdat je niet weet hoe het afloopt. Soms waren er ook lange mailwisselingen, waardoor je iemand echt een beetje leerde kennen. Het is zo bijzonder als een vrouw uiteindelijk zegt: ”Ik doe het niet, ik houd mijn kindje.” Het stemt me dankbaar dat ik daarin een schakeltje mocht zijn. ‘Ik heb weleens momenten gehad dat ik eigenlijk wilde stoppen, zeker toen mijn man in 2016 overleed. Maar die verhalen en de contacten met deze vrouwen gingen me aan het hart. Ik wilde ze heel graag helpen. Steeds hield ik mezelf voor ogen: al wordt er maar één kindje gered! Dan juichen ze in de hemel!’
In 2019 wordt Jennifer algemeen bestuurslid en stopt ze met de hulpverlening. ‘Dat is me eigenlijk een beetje overkomen’, geeft ze eerlijk toe. ‘Nu moet je solliciteren, maar dat was toen niet. Het was meer van: ”Kom erbij. Michael had dat wel gewild.” Als bestuurslid denk je mee over de koers, en grote beslissingen neem je als bestuur gezamenlijk. We hebben al bestuur ook een heel moeilijke periode gehad. Dat heeft me veel gekost. Soms denk ik: was het niet beter geweest om er toen uit te stappen? Tegelijk geloof ik dat de Heere het werk begonnen is en het zal voleinden. Dat heeft me op de been gehouden. We staan allemaal voor een goede zaak en die moet doorgaan. Terugkijkend ben ik blij dat ik gebleven ben en ik mijn bijdrage mocht blijven leveren. Zeker als ik de ontwikkelingen zie op dit thema. Niet alleen in Nederland, maar ook daarbuiten. Er zijn landen waar een abortus tot 40 weken mag. Dat kan toch niet? Dat moeten we in Nederland nooit krijgen. En we zijn al zover afgedwaald … De ogen van mensen móéten geopend worden!’
In die 23 jaar mocht Jennifer ook iets ervaren van het internationale prolifewerk. ‘Denk aan de vele bezoeken aan het Europees Parlement in Brussel. In 2009 liepen wij voor het eerst mee met de Mars in Washington en in India. We zijn ook in verband met de Europese Federatie One of Us uitgenodigd bij een bijeenkomst van het Vaticaan op het St. Pietersplein in Rome. Mijn man heeft toen zelfs de paus mogen ontmoeten. Een andere ontmoeting die me is bijgebleven, is die met Abby Johnson. Zij werkte eerst in een abortuskliniek en is nu prolife. Weet je wat zo bijzonder is? We vechten allemaal tegen hetzelfde. Dat is heel bemoedigend. Dan vallen culturen en muren weg en voel je de onderlinge liefde voor het ongeboren leven, maar ook voor elkaar. Ik heb er bijzondere vriendschappen aan overgehouden.’
We staan allemaal voor een goede zaak en die moet doorgaan.
Na 23 jaar is het dan tijd om het hoofdstuk ”Schreeuw om leven” af te sluiten. ‘Met weemoed. Ik merkte dat het me meer moeite kostte om alle ontwikkelingen bij te kunnen houden. Dan is het tijd om het stokje door te geven. Voor mij is dit ook een rouwproces, een soort afsluiting van wat mijn man met zoveel liefde deed. Ik ben dankbaar dat God mij de kracht gaf om een bescheiden deel aan dit werk te mogen offeren. Soms maak ik me zorgen over de toekomst. Maar ik ben niet zonder hoop, want de Heere heeft ook zegen gegeven. Prolifewerk vraagt om een lange adem en we weten niet of Nederland ooit abortusvrij zal zijn. Wat ik wel weet, is dat er straks een nieuwe aarde komt, zonder abortus. Daar zie ik naar uit.’