Skip navigation
?
Onbedoeld zwanger?

‘Mam, mijn kindje leeft niet meer’

Geplaatst op 2 oktober 2025 in Verhaal.

Een stilgeboorte is een intens verlies voor ouders. Maar ook betrokken grootouders kan dit diep raken. Karin vertelt over de stilgeboorte die haar dochter Marlien meemaakte. Ze deelt hoe het is om als grootouder de balans te zoeken tussen er zijn voor je kind en het doormaken van je eigen rouwproces.

‘Toen mijn dochter Marlien vertelde dat ze opnieuw zwanger was, was ik erg blij. Het vijfde kindje. Wat een zegen! Mijn dochter vertelde later dat deze zwangerschap anders voelde dan haar eerdere zwangerschappen. “Er lag een druk op me en ik wist niet wat dat was”, zei ze.

Marlien voelde haar kindje al vrij vroeg, rond veertien weken. Rond de zeventiende week voelde ze het kindje niet meer bewegen. Achteraf vertelde ze me: “Ik wist eigenlijk dat het niet goed was, maar ergens hoopte ik dat mijn gevoel me gewoon voor de gek hield.”

Toch hield ze haar zorgen toen nog voor zich. Marlien zei later tegen me: ‘Het was nog vóór de 24 weken. Als er iets mis zou zijn, konden ze toch niets doen.”

Rouw en betrokkenheid

Karin wist wanneer de twintigwekenecho gepland stond, maar niet van de spanning waarin haar dochter zat. Daardoor komt het nieuws dat haar kleinkind niet meer leeft hard aan. ‘Op die dag houd je er toch rekening mee dat er een telefoontje komt met het nieuws of de echo goed was of niet. Maar je gaat er niet vanuit dat het kindje niet meer leeft. Toen Marlien belde, kreeg ik net bezoek. Ze belde vanuit de auto: ”Mam, mijn kindje leeft niet meer.” Na het eten stapte ik direct in de auto. Ik wilde maar één ding: bij mijn dochter zijn. Als je naar binnenkomt, zie je zo’n intens verdriet. Dat gaat heel diep.’

In het gezin van Karin maakten al meerdere kinderen een miskraam mee, vertelt ze. ‘Dat was ook ontzettend verdrietig, maar in die gevallen wist ik nog niet van de zwangerschap af. Dit voelde toch anders, omdat ik al een tijd bij de zwangerschap betrokken was. Dit kindje had al een plekje in mijn leven. Ik bad er elke dag voor. Ik had niet verwacht dat het mij zó zou raken. ‘Ik wilde graag helpen en er zijn. Maar soms stond ik erbij en keek ik ernaar. Tegelijkertijd probeerde ik Marlien ruimte te geven.’

Ik wilde maar één ding: bij mijn dochter zijn.

 

Troost

Karin deelt over de bijzondere manier waarop God haar duidelijk maakte dat haar kleinzoon bij God is. ‘De nacht waarin Marlien geen leven meer voelde, werd ik om drie uur wakker. In mijn gedachten klonk de zin U is een beter lot bereid, Uw heilzon is aan het dagen. In eerste instantie dacht ik dat God bedoelde dat ík zou gaan sterven – en daar had ik vrede mee. De volgende ochtend las ik de dagtekst: In het huis van Mijn Vader zijn vele woningen. Ik begreep op dat moment niet wat God mij wilde vertellen, maar ik voelde wel dat dit belangrijk was. Daarom heb ik beide teksten opgeschreven. Later bleek dat het moment van overlijden van ons kleinkind in diezelfde nacht was. Toen op een andere dag tijdens mijn stille tijd deze aantekeningen teruglas, vielen de puzzelstukjes op hun plaats. Dat voelde voor mij als een bevestiging van God dat Joël bij Hem is. God had ons voorbereid op dit verlies.’

De geboorte van Joël

‘Wat ik moeilijk vond, was dat Marlien wilde afwachten of de bevalling natuurlijk op gang zou komen. Ze had heel sterke moedergevoelens; het kiezen voor inleiden voelde voor haar als afbreken van de zwangerschap. Tegelijkertijd wist ik dat een kindje dat overleden is achteruitgaat als je te lang wacht met inleiden. Dat vertelde ik aan Marlien, maar verder heb ik haar de ruimte gegeven.’

Karin vertelt over de dag waarop haar kleinzoon geboren werd. ‘Ik haalde mijn kleinkinderen op. van tevoren kocht ik wat schilderspullen. We gingen buiten zitten en ik gaf hen de opdracht om te schilderen. ”Laat je emoties maar komt”, zei ik tegen hen. ”Het maakt niet uit wat je schildert.” Mijn kleindochter vroeg toen: ”Oma, doet u niet mee?” Ik had nog nooit een kwast vastgehouden, maar toch deed ik mee. Ik maakte een schilderij van een strand. Je ziet daarop een spoor van voetstappen die de zee in lopen. Dat staat symbool voor de doodsjordaan.  Ook schreef ik een tekst uit Psalm 68 erbij.’ Het schilderij heeft nu een zichtbaar plekje in het huis van Marlien. Het is een van de tastbare herinneringen aan Joël.

De kraamtijd

Na de bevalling was er nog drie dagen kraamzorg. ‘Dat was dubbel. Marlien vond het moeilijk te accepteren dat ze ”kraamvrouw” was. ”Ik heb niks om voor te zorgen”, zei ze. Als moeder probeerde ik er te zijn voor mijn dochter. Ik bood net als bij de andere bevallingen mijn hulp aan, maar nu was wat nodig was heel anders. Ik heb daarin echt Marlien de ruimte gegeven om aan te geven waar ze behoefte aan had. Soms betekende dat ook dat ik een dag niet langskwam.’

Het intense verdriet van je dochter en schoonzoon zien, is heel moeilijk, legt Karin uit. ‘Op dat moment parkeer ik mijn eigen verdriet. Dan probeer ik er voor hen te zijn.’ Hoe ze dan omgaat met haar eigen rouwproces? ‘Mijn verdriet verwerk ik in kleine stukjes. Dat is een strijd die ik samen met de Heere voer. De wetenschap dat Joël nu bij God is en dat zijn leven tot eer van Hem mag zijn, biedt heel veel troost. Dat maakt het verdriet dragelijker.’

Tussen de geboorte en de begrafenis zitten slechts twee dagen. Kort, maar intens. Het is een periode vol rouw, maar ook vol geloof. ‘Uiteindelijk hebben Marlien en Martinus Joël op het terrein van hun boerderij begraven. Alleen hun kinderen waren daarbij. Ik moest vanwege het overlijden van Joël een etentje met vriendinnen afzeggen. Zij hebben later niks meer gezegd of gevraagd over dit verlies. Dat is moeilijk. Wat heel mooi was, is dat mijn kinderen Marlien bloemen stuurden toen ze weer aan het werk moest, met daarbij de tekst: Een blijk van medeleven. Nu het ”gewone” leven weer opgepakt wordt, terwijl je leven niet meer zo ”gewoon” voelt. Weet dat je in onze gedachten en gebeden bent.

Na de begrafenis ga je langzaam verder. Maar niets is meer hetzelfde. De band met Marlien is verdiept. We hebben samen gehuild, gesproken, gezwegen. We praten er nog steeds over. Niet dagelijks, maar als het ter sprake komt, is het altijd écht.