Geplaatst op 4 juni 2026 in Verhaal.
1 oktober 2022. Klaske kan zich de dag van haar positieve zwangerschapstest nog goed herinneren. Pure paniek! Hoe zou ze een kind kunnen opvoeden? De relatie met haar partner was verre van stabiel. Sterker nog: haar ouders wisten niet eens dat ze een relatie had. Abortus leek op dat moment de enige uitkomst. Een week voor de test had Klaske last van haar borsten. ‘Ik wist dat dit een vroeg symptoom van een zwangerschap kon zijn, maar daar makte ik me niet druk om. Ik hield mijn cyclus immers goed bij. Toen de pijn erger werd, belde ik de huisarts. Hij zou vast vragen of ik zanger zou zijn, dus ik deed alvast een test, zodat ik daarover uitsluitsel kon geven.’
PANIEK
Die bewuste zaterdagochtend deed Klaske de test. ‘Na een minuut draaide ik de test om en zag ik twee streepjes, al was de tweede slecht zichtbaar. Mijn handen begonnen te trillen. Ik dwong mezelf rustig te blijven. Ik stopte de test in mijn zak en ging hardlopen. Ik gooide de test in de prullenbak in het park. Ik voelde niets. Pas na drie kilometer kwam het binnen. Ik stond stil met mijn handen op mijn knieën en begon te huilen. Dit kan toch niet waar zijn? Diezelfde ochtend belde ik een abortuskliniek. Ik kon anderhalve week later al terecht. Ik dacht: dit is opgelost! Maar vanbinnen stormde het.
Ik was in paniek en nam geen rust en ruimte om na te denken. Ik zou zo graag een arm om dat meisje van toen heen willen slaan en zeggen: “Het kom goed. Haal adem en wees sterk.” Maar ik was alleen, ik werkte, studeerde en liep stage. Mijn ouders wisten niet dat ik een relatie had. Hoe kon ik ze vertellen dat ik zwanger was? Mijn partner en ik kwamen uit totaal verschillende werelden. Het idee dat een kind ons zou dwingen samen een toekomst op te bouwen, terwijl ik wist dat de kans van slagen klein was, maakte me doodsbang. Ik zou mijn kind geen stabiel gezin kunnen geven. Geen ouders die zielsveel van elkaar houden, geen zekerheid en geen financiële stabiliteit.’
Ik was in paniek en nam geen rust en ruimte om na te denken
KLEIN STIPJE
Klaske besloot te zwijgen over haar zwangerschap en de afspraak voor abortus. ‘Ik wilde er niemand bij betrekken, want ik zag abortus als een doodzonde. Op de dag van de afspraak was ik ziek van spanning. Ik wist dat mijn leven hierna nooit meer hetzelfde zou zijn. De kliniek was niet zoals ik had verwacht. Het was er warm en kleurrijk en ik werd vriendelijk ontvangen. In de wachtruimte voelde ik echter de stilte, de zwaarte, het gefluister, het verdriet. Dit is geen plek van vrijheid, dacht ik. Ik ga hier niet vrij vandaan. Ik neem iets mee wat nooit meer weggaat. Tijdens de echo zag ik een stipje. Zo klein, maar het was er! Ik begon direct te huilen. De verpleegkundige was vriendelijk en vroeg of ik het wel zeker wist. Ik vertelde dat ik christelijk ben en dit eigenlijk niet wil, maar geen uitweg zag. Ze adviseerde me een keuzehulpgesprek te doen. Ik was opgelucht, maar wist ook: dit is uitstel.’
BREEKPUNT
Het keuzehulpgesprek voelde afstandelijk. ‘Eén vraag bleef hangen: kun je hiermee leven, gezien je christen zijn? Mijn antwoord was “nee”. Maar ik dacht gelijk weer: maar wat dan? Wie gaat me helpen? Kan ik dit wel? Wat zouden mensen zeggen? Ook al ging het tegen alles in mij in, abortus leek de meest logische optie. Op advies vertelde ik uiteindelijk ook mijn partner van mijn zwangerschap. Hij schrok enorm. We concludeerden samen dat dit niet kon en ik belde de kliniek voor een afspraak. Ik kon de volgende dag terecht, maar besloot het nog even uit te stellen. Een week later stapte ik samen met mijn vriend de kliniek binnen. Ik hield zijn hand vast. Hij was mee, maar ik wist dat als ik de abortus onderging, ik er alleen voor stond. Er werd een echo gemaakt. Ik keek naar het scherm en schrok van hoe het kindje was gegroeid. Ik werd misselijk en begon te huilen. De verpleegkundige vroeg opnieuw of ik het zeker wist. Ik antwoordde dat er geen andere oplossing is en mijn vriend beaamde dat. We kregen samen nog even de tijd om te overleggen.
Ik wilde dat hij me mee naar huis nam en zei dat alles goed zou komen. De verpleegkundige kwam terug en vroeg of we de keuze hebben gemaakt. Ik knikte. Ze gaf me een glas water en de pil die de baarmoedermond week maakt. Er waren twee mensen met mij in de kamer, maar ik voelde me helemaal alleen. Dat was een breekpunt. Ik bracht de pil naar mijn mond en voelde ineens heel duidelijk: iedereen wil dat mijn kind sterft, maar ik moet het beschermen. “Ik kan het niet”, zei ik terwijl ik in tranen uitbarstte. Mijn partner stond op en stormde de kamer uit. De verpleegkundige kwam naast me zitten, maar ik wilde hier weg. Ik stond op en ze kwam achter me aan. Ze pakte me bij de schouder, keek me aan en zei: “Als je het alleen moet doen, kun je het alleen. Wij vrouwen zijn veel sterker dan we zelf denken.” Die woorden zal ik nooit meer vergeten. Op aandringen van mijn partner belde ik toch weer voor een afspraak. Ik ben nooit gegaan. Mijn moeder vond het potje foliumzuur, waardoor ik het ook aan
mijn ouders moest vertellen. Hun eerste reactie was boosheid, maar daarna steunden ze me in alles. Daar ben ik hen zo dankbaar voor.’
Bescherm onze kinderen, want ze zijn gewild en geliefd door God
HONING
Na de eerste afspraak in de kliniek belde Klaske ook met Er is hulp. ‘Ik kreeg een vriendelijke vrouw aan de telefoon. Ik vertelde huilend mijn verhaal. Ik weet niet meer wat ze zei, maar ik herinner mij de warmte in haar stem. Kalmerend, zacht en niet veroordelend. Ik ben nog steeds ontzettend dankbaar voor de hulp en begeleiding. Aan het begin van de zomer werd mijn prachtige dochter geboren. Hoewel de eerste periode zwaar was, is mijn dochter het mooi- ste dat mij is overkomen. De naam
van mijn dochter betekent “honing”. Die naam doet ze eer aan: ze is zoet, verzachtend en helend. Zij is het zoete in bittere omstandigheden.’
NIEUW LEVEN
Klaske studeerde een half jaar eerder dan verwacht af. ‘Ik werk drie dagen per week en woon nu nog bij mijn ouders. Met de vader van mijn dochter is er goed contact. We doen het op onze eigen manier. Deze gebeurtenis heeft me sterker gemaakt. Ik ben dankbaar voor mijn fantastische omgeving: ouders, vriendinnen en studiebegeleiders die een plan maakten om mijn studie versneld af te ronden. Dankzij mijn dochter heb ik dingen gedaan die ik nooit voor mogelijk had gehouden. Sinds de dag dat ik haar in mijn armen mocht sluiten, weet ik: zij heeft ook mij het leven gegeven. Ik ben een beter mens geworden: geduldiger, empathischer, vriendelijker en nuchterder. Ik zou graag aan toekomstige ouders
willen meegeven: gun je kind het leven. En aan iedereen die dit leest: bescherm onze kinderen, want ze zijngewild en geliefd door God.’