Geplaatst op 7 mei 2026 in Nieuws.
Fiom presenteerde onlangs een nieuwe mediarichtlijn over abortus, bedoeld voor neutraal taalgebruik in de media. Wij zien echter geen neutraliteit, maar een ideologische sturing waarin juist het prolifeperspectief systematisch wordt gemarginaliseerd. Daarmee wordt de ruimte voor een eerlijk en pluriform maatschappelijk debat onder druk gezet.
Fiom, het expertisecentrum voor ongewenste zwangerschap dat door de overheid wordt gesubsidieerd, heeft onlangs een nieuwe mediarichtlijn over abortus gepubliceerd. In deze richtlijn wordt media geadviseerd om bepaalde woorden te vermijden, zoals baby, ongeboren leven, moeder en vader, en in plaats daarvan meer ‘neutrale’ termen te gebruiken. Ook wordt een onderscheid gemaakt in het gebruik van termen als pro-choice en pro-life.
De richtlijn bouwt voort op eerder onderzoek van Fiom en de Universiteit van Amsterdam naar framing in de media. In ons eerdere artikel over dit onderzoek hebben wij laten zien dat daarin onder het mom van analyse al normatieve keuzes worden gemaakt en dat conclusies niet losstaan van ideologische uitgangspunten.
Onze beoordeling van de richtlijn
Schreeuw om leven beschouwt deze mediarichtlijn als misleidend en principieel onaanvaardbaar. Onder het mom van neutraliteit wordt één specifieke visie op abortus als uitgangspunt genomen, waardoor andere morele perspectieven structureel worden buitengesloten. Het perspectief waarin het ongeboren leven wordt gezien als volwaardig menselijk en daarom beschermwaardig, raakt hierdoor systematisch gemarginaliseerd. Juist van een door de overheid gesubsidieerde organisatie mag worden verwacht dat zij ruimte laat voor het volle maatschappelijke debat in al zijn levensbeschouwelijke diversiteit, in plaats van dit debat te sturen via betuttelende taaladviezen.
Geen sprake van neutraliteit
Van neutraliteit is naar ons oordeel geen sprake. De richtlijn bevestigt wat uit framingonderzoek al lang bekend is: woorden zijn niet waardevrij en sturen de interpretatie van de werkelijkheid. Door bepaalde woorden als ‘niet neutraal’ te bestempelen vanwege hun morele betekenis, wordt zelf een normatief kader gekozen, waarin abortus primair wordt geduid als medische handeling en reproductief recht. Dat woorden als baby, ongeboren leven, moeder en vader worden ontmoedigd, terwijl termen als prochoice wel acceptabel zijn en prolife niet, onderstreept dat hier sprake is van selectieve framing. Dit is geen neutraliteit, maar ideologisch gekleurde taalpolitieke sturing.
Zorgwekkende ontwikkeling
Wij zien deze richtlijn als een zorgwekkende ontwikkeling. Door via taalgebruik de morele lading van abortus te verzwakken, ontstaat de indruk dat morele vragen vooral voortkomen uit framing, en niet uit de werkelijkheid zelf. Dat is de omgekeerde wereld: taal ís juist het middel waarmee morele overtuigingen en ervaringen worden verwoord. Het systematisch vermijden van termen als ongeboren kind of ongeboren leven vormt wat ons betreft een pijnlijk dieptepunt. Deze benadering miskent de werkelijkheid van vrouwen die een miskraam, een stilgeboorte of rouw na een abortus doormaken. Het argument dat woorden per context mogen wisselen, overtuigt niet zolang bepaalde termen in de media actief worden ontmoedigd.
Over neutraliteit in het debat
Volledig neutraal schrijven over abortus is uiteindelijk niet mogelijk. Abortus raakt per definitie aan fundamentele ethische vragen over leven en dood, vrijheid en verantwoordelijkheid en menselijke waardigheid. Iedere beschrijving vertrekt vanuit een bepaald mensbeeld. Daarom is het beter om daar eerlijk en transparant over te zijn, dan om morele verschillen te verdoezelen via taalregels.
Vervolg
Wij volgen deze ontwikkeling nauwlettend. Het is belangrijk dat duidelijk blijft dat deze richtlijn geen algemeen geldende journalistieke standaard vormt, maar een visiegebonden advies van één organisatie dat afwijzing verdient.
Schreeuw om leven zal woorden blijven gebruiken die uitdrukking geven aan onze morele overtuiging, terwijl wij tegelijkertijd zorgvuldig en respectvol omgaan met taal, juist gezien de gevoeligheid van abortus en zwangerschap. Het beschermen van ruimte voor morele overtuigingen begint immers bij het accepteren van de taal waarin die overtuigingen worden verwoord.