Skip navigation
?
Onbedoeld zwanger?

Geschapen naar Gods beeld 1/3 – Schepping

Kennisbank: Christelijke visie

Auteur: Arthur Alderliesten
Gepubliceerd in magazine Leef, maart 2024

Het meest kritische argument tegen abortus is dat de mens geschapen is naar Gods beeld. De uitdrukking “naar Gods beeld” komt tien keer voor in de Bijbel, waarvan drie keer in Genesis. In dit eerste artikel over het geschapen zijn naar Gods beeld beantwoorden we de vraag wat dit volgens de schepping betekent. Het is bepalend voor onze visie op het mens-zijn.

De eerste Bijbeltekst waarin veelzeggend gesproken wordt over het beeld van God is bij de schepping. “En God zei: Laten Wij mensen maken naar Ons beeld, naar Onze gelijkenis; (…) En God schiep de mens naar Zijn beeld; naar het beeld van God schiep Hij hem; mannelijk en vrouwelijk schiep Hij hen” (Gen. 1,26-27, HSV).

De Bijbel zelf legt niet expliciet uit wat het betekent dat de mens naar Gods beeld is gecreëerd. Dit geeft aan menselijk leven een mysterieuze dimensie. We zullen het menselijk bestaan en het wonderlijke begin ervan nooit helemaal doorgronden.

Het imago Dei (beeld van God) lijkt zoveel te zeggen als dat de mens op aarde Gods werkelijkheid weerspiegelt en vertegenwoordigt. Het betekent een bijzondere plaats in de schepping: de mens is betekenisvolle afspiegeling van God. Er volgen zeker zes betekenissen voort uit het geschapen zijn naar het beeld van God.

  1. Als beelddragers van God zijn we geschapen mensen

We zijn geen God, maar schepping. God vormde de mens uit het stof van de aardbodem (Gen. 2,7; 1 Kor. 15,47). God heeft het leven geschonken. Menselijke waardigheid is daarmee ook een door God geschonken, een toegekende waardigheid. Hieruit volgt dat de mens recht op leven heeft.

  1. Gods beeld bepaalt de menselijke waardigheid; niet menselijke vermogens

Niet wat een mens wel of niet kan, is bepalend voor diens waardigheid, maar het door God van buitenaf geschonken beeld van God Zelf. Niet fysieke, rationele, raciale, morele of psychische vermogens zijn criteria om (de mate van) menselijke waardigheid vast te stellen. Het geschapen zijn naar Gods beeld stelt dat alle mensen fundamenteel gelijkwaardig zijn. Ook de meest beschadigde mens heeft een bijzondere band met de God van het universum. Om deze reden is het menselijk leven vanaf het allereerste begin beschermwaardig en niet pas wanneer je een menselijke vorm kunt waarnemen. Dat maakt dat het goed is als pro lifebewegingen terughoudend zijn met beelden van foetussen als argument tegen abortus. Zelfs als het embryo eruit ziet als een klompje cellen is het drager van Gods beeld en daarom beschermwaardig.

  1. De mens is een eenheid

De mens vormt een psychosomatische eenheid, is zowel lichaam als psyche. Het lichamelijke is niet minder belangrijk dan het psychische; en het psychische niet minder van belang dan het lichamelijke. De mens is lichaam en ziel. In andere woorden: een bezielde lichaam, of een belichaamde ziel. De gedachte dat een ziel later in het lichaam zou indalen, is niet vast te houden. De mens als eenheid van lichaam en ziel onderstreept dat nieuw menselijk leven vanaf het prilste begin beschermwaardig is.

  1. De mens is zowel persoonlijk naar Gods beeld geschapen en vormt een collectieve gemeenschap

Dit hangt samen met de drie-eenheid van God. God als één Wezen, maar drie Personen: Vader, Zoon en heilige Geest. Er is eenheid en tegelijk ook sprake van meerdere personen. In Genesis 1,26 wordt gesproken in enkelvoud. In Genesis 1,27 komt daarnaast de meervoudigheid van de mens aan de orde. Adam is meer dan één mens. De mensheid vormt een collectieve eenheid waarop het beeld van God is betrokken. Als de mens het beeld draagt van God, betekent dit dat deze enerzijds persoonlijk beelddrager is van God, maar het anderzijds tegelijk ook samen met anderen dit beeld draagt.

“Op de dag dat God Adam schiep, maakte Hij hem naar de gelijkenis van God. Mannelijk en vrouwelijk schiep Hij hen, en Hij zegende hen en gaf hun de naam mens, op de dag dat ze geschapen werden” (Gen. 5,1-2, HSV). Een mens alleen lijkt niet ten volle het beeld van God te representeren. Dit zegt allereerst iets over de complementariteit van man en vrouw. God schiep de mens niet eenzaam, maar tweezaam. Het zegt bovendien dat het geheel van de mensheid complementair is aan elkaar. Mensen zijn aan elkaar gegeven en staan zo als mens in een afhankelijkheidsrelatie tot de andere mens. Dat mensen afhankelijk zijn komt niet voort uit de zondeval, maar uit de schepping is daarom positief te waarderen.

  1. Het geschapen zijn naar Gods beeld kent een functionele benadering die erop gericht is wat de mens doet.

De roeping van de mensheid is nauw verbonden aan het tweede deel van Gen. 1,26, de opdracht tot rentmeesterschap, om te heersen over, te zorgen voor Gods schepping. Het beheer van de schepping namens God. De mens is niet minder dan Gods vertegenwoordiger, representant op aarde.

  1. Het geschapen zijn naar Gods beeld kent een relationele benadering die erop gericht is dat de mens een relationeel wezen is.

God Zelf is als één Wezen in drie Personen een relationeel wezen. Zo openbaart God Zich in de Bijbel. Zo weerspiegelt de geschapen, relationele mens de werkelijkheid van een ongeschapen, maar even relationele God. Dat is direct te lezen in het tweede hoofdstuk van Genesis. Daarin is te lezen hoe vanuit het geschapen in het imago Dei de mens in verschillende relaties staat:

    1. De mens – de Ander (God)
  1. De mens – het andere (de schepping)
  2. De mens – de anderen (de mens)
  3. De mens – zichzelf

Serie

De artikelenreeks Geschapen naar Gods beeld bestaat uit drie artikelen, lees hier de andere stukken:

Bronnen

Berkouwer, G.C. De mens het beeld Gods. Kampen: Kok, 1957.

Meileander, Gilbert. Neither beast nor God. The Dignity of the Human Person. New York: New Atlantis Books, 2009.

Kilner, John F. Dignity and Destiny. Humanity in the Image of God. Grand Rapids: Eerdmans, 2015.


< Terug naar kennisbank overzicht