Skip navigation
?
Onbedoeld zwanger?

Geschapen naar Gods beeld 2/3 – val & verlossing

Kennisbank: Christelijke visie

Het meest kritische argument tegen abortus is dat de mens geschapen is naar Gods beeld. In het vorige artikel over het geschapen zijn naar Gods beeld hebben we erbij stil gestaan wat dit betekent volgens de schepping. Het is bepalend voor onze christelijke visie op het mens-zijn. In dit tweede artikel werk ik uit wat het gevolg is van de val in de zonde en de verlossing voor het dragen van Gods beeld.

Auteur: Arthur Alderliesten
Dit artikel verscheen in mei 2024 in Magazine Leef

Het eerstvolgende moment waarop het geschapen zijn naar Gods beeld in de Bijbel aan de orde komt na de schepping, is direct na de grote watervloed. God zei tegen Noach: “Vergiet iemand het bloed van de mens, door de mens zal diens bloed vergoten worden; want naar het beeld van God heeft Hij de mens gemaakt” (Gen. 5:6). De nieuwe fase van de wereldgeschiedenis hangt samen met de zonde die in de wereld is gekomen door het eten van de verboden vrucht door Eva en Adam. Dood, kwaad, zonde, gebrokenheid en lijden traden de gevallen wereld binnen. De zonde is een verdervende en vernielende macht. De zondeval is ook van invloed op de mens als Gods beelddrager. De vier onderscheiden relaties uit Genesis 2, zien we in het hoofdstuk van de val, Genesis 3, ernstig beschadigd. De relatie van de mens (1) met zichzelf, (2) met andere mensen, (3) met de schepping en (4) met God zijn ernstig verstoord geraakt. De relatiebreuken werken op allerlei tragische manieren door in het menselijk leven. Toch zijn de relaties niet afgeschaft.

God geeft in de wet, ook al aan Noach, een normatief kader voor het samenleven als gevallen mensheid. Opvallend radicaal is het principe dat na het vergieten van bloed ook het bloed van de dader vergoten moet worden. Het argument hiervoor is het geschapen zijn naar Gods beeld. Ook na de zondeval blijft een mens beelddrager van God, ook al verschillen in de theologie de meningen of en zo ja, in hoeverre het beeld van God in de mens ook is aangetast en beschadigd door de zonde. Menselijke waardigheid is voor God een zo zwaarwegend moreel concept dat volgens het oudtestamentische principe het doden van een mens met de zwaarste straf gestraft moet worden. Dat die duidelijkheid nodig is, is op een gevolg van de zondeval op zichzelf: de mens heeft meer helder voor ogen hoe waardevol menselijk leven is.
Maar in de Bijbel heeft de zonde niet het laatste woord.

Het offer van Jezus Christus voor de verlossing van de wereld onderstreept de grote waarde die God hecht aan Zijn schepping, niet in de laatste plaats aan de mens. Jezus Christus is het volmaakte beeld van God (Hebr. 1:3). Op magnifieke wijze weerspiegelt Christus Wie God is en wat God doet (Kol. 1:15). Dat hangt ermee samen met dat Hij als geen ander in staat is de macht van de zonde te breken. Christus als beeld van God laat Gods bedoeling met de mensheid laat zien. Als mensen naar Christus kijken, zien ze een uitdrukking van alle goddelijke eigenschappen op een manier die onthult Wie God is en model staat voor hoe God wil dat mensen in de wereld zijn.

Alleen al de menswording van Gods Zoon, Jezus Christus, wijst op het grote belang van de boodschap van het Nieuwe Testament op de essentiële vraag waarom de mens en het menselijk leven gerespecteerd moeten worden. Er loopt een lijn tussen het geschapen zijn naar Gods beeld en Christus die dit beeld tot op een volmaakt niveau bevestigt. Gilbert Meileander: “Mensen zijn geschapen voor een verbondsgemeenschap met God. En als we zeggen, zoals christenen doen, dat “Christus is opgestaan” en “Jezus is Heer”, dan geloven we dat God niet wil dat de belofte van deze gemeenschap wordt gebroken. (…) Onze menselijkheid kan niet adequaat beschreven worden los van de relatie tot God, en dit – serieus genomen – moet ons uiteindelijk onder druk zetten om niet alleen na te denken over onze gedeelde menselijke waardigheid, maar ook over de waardigheid van ieder mens.”

Na de val blijken de mensen als “Adamskinderen” een beschadigd beeld van God te dragen. Dit komt sterk tot uitdrukking in de verstoorde relaties. In Christus wordt het oorspronkelijke beeld van God hersteld. En met het herstel van dat beeld komt er ruimte voor shalom, voor heling, voor bloei van relaties van de mens met God, zichzelf, andere mensen en het geheel van de schepping. Jezus Christus laat zien hoe dit volmaakte beeld eruit ziet. Hij is model van de mensheid: waarachtig beeld van God als waarachtig mens. Daarmee is Hij tegelijk het voorbeeld voor christenen dat inspireert en oproept tot navolging.

Het beelddragen komt ook in een andere context naar voren. Wie in Christus gelooft, wordt een geestelijk mens. Het eeuwige leven is niet met het huidige stoffelijke lichaam te bereiken, maar als geestelijke mens in een verheerlijkt lichaam, door het geloof in Jezus Christus, die als God-mens volmaakt het beeld van God uitdrukte. Dit staat duidelijk in een brief van de apostel Paulus waar hij zowel Adam (de eerste mens) als Christus (de tweede mens) noemt: “De eerste mens is uit de aarde, stoffelijk; de tweede mens is de Heere uit de hemel. Zoals de stoffelijke is, zo zijn ook de stoffelijke mensen, en zoals de Hemelse is, zo zijn ook de hemelse mensen. En zoals wij het beeld van de stoffelijke gedragen hebben, zo zullen wij ook het beeld van de Hemelse dragen” (I Kor. 15:47-49, HSV).

In het Nieuwe Testament blijven de noties van menselijke waardigheid die opkomen vanuit de schepping overeind. Het grote verschil met het Oude Testament is Christus. Door Zijn leven, dood en vooral Zijn opstanding wordt de schepping bevestigd. Henk Jochemsen: ”De lichamelijke opstanding van Jezus Christus bewijst dat verlossing de verlossing is van de schepping is, en niet verlossing uit de materiële geschapen werkelijkheid en haar orde. Dit betekent dat de orde zoals bedoeld in de schepping geldig blijft en tot haar bestemming komt in de verlossing.”

Serie

De artikelenreeks Geschapen naar Gods beeld bestaat uit drie artikelen, lees hier de andere stukken:

Bronnen

Jochemsen, H. “Calvinist spirituality and its meaning for ethics.” In: H. Blommestein, Ch. Caspers, R. Hofman, F. Mertens, P. Nissen, H. Welzen (eds). Seeing the seeker. Explorations in the discipline of spirituality. Studies in spirituality Suppl. 19, Leuven: Peeters 2008: 463-474.

Meileander, Gilbert. Neither beast nor God. The Dignity of the Human Person. New York: New Atlantis Books, 2009.

Sherlock, Charles. The Doctrine of Humanity. Contours of Christian theology. Illinois: InterVarsity Press, 1996.


< Terug naar kennisbank overzicht